Mededeling van ingekomen stukken.
Op verzoek van de voorzitter geeft de algemeen directeur lezing van volgende ingekomen stukken:
- MS202502750: briefwisseling ABB
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Stan Scholiers Vera Goris Rob Mennes Lindger Boen Inez Van den Berge Arne Vergauwen Axel Boen Stijn Van Hoofstat Wannes Van Havere Jef Gys Philip Lemal Koen Vaerten Chantal Jacobs Kris Huyck Koen Van de Wouwer Kristof Van Landeghem aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Motie: onderbezettingsvergoeding sociale huisvestingsmaatschappij - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Woonkade onderbezettingsvergoeding
Gemeenteraadsmotie met betrekking tot het Vlaamse Woonbeleid aangaande de “onderbezettingsvergoeding en de sociale binding”
De gemeenteraad van Schelle in zitting van 19 december 2025 dringt er bij de Vlaamse Regering, in het bijzonder bij Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere en alle partijleiders op aan de onderbezettingsvergoeding te annuleren vanuit het respect voor het behoud van het fundamenteel basisprincipe van sociale binding en maatschappelijke cohesie en het respect voor de eigen normen inzake woonruimten. Bovenal en minimaal dienen gemeenten en hun inwoners die reeds voldoen aan het Bindend Sociaal Objectief en bovendien ruimte vrij maken voor de bouw van kleinere wooneenheden hiervan te worden vrijgesteld.
Schelle heeft zich decennialang ingezet op betaalbaar wonen en sociale huisvesting. Door de bestendige en stapsgewijze opbouw van een ruim patrimonium aan sociale woningen verzekerden de gemeente en haar plaatselijke bouwmaatschappij voor generaties het basisrecht van wonen. Haar ruim aanbod aan sociale huurwoningen gaf vele gezinnen toekomstperspectief, gaf hen de basis om volwaardig te participeren aan de diverse aspecten van het sociaal-maatschappelijk leven. Het voorkwam sociale uitsluiting. Het tilde hen op boven de armoedegrens en remde vereenzaming af. Het gaf hen bovenal gemoedsrust om hun kinderen mee deelachtig te maken aan de democratiseringsbeweging van het onderwijs en hun welzijnskansen te maximaliseren: sociaal wonen als een veilige en allesomvattende koepel voor een volwaardig maatschappelijk leven. Het creëerde tevens een sociaal evenwicht binnen de eigen gemeente. Ons lokaal bestuur omarmde dit beleid.
Cijfers tonen dit aan. Ruim 12,5 % van het totale woningbestand zijn sociale huurwoningen. Schelle voldoet al vele jaren aan het Bindend Sociaal Objectief (BSO). Deze beleidsnorm werd reeds meer dan 25 jaar geleden aan alle Vlaamse besturen opgelegd. De bittere realiteit is dat zeer vele besturen deze norm niet hebben weten waar te maken. Dit zal bovendien nog enkele decennia blijven aanslepen en laat diepe sociale sporen na. Het maatschappelijk deficit aan sociale huisvesting is immens. Het is op geen enkele manier aanvaardbaar dat gemeenten die wel met en voor hun bewoners hebben ingezet op het BSO hiervan de rekening moeten betalen door diverse ingrijpende en zware financiële bijsturingen voor haar inwoners. Men moet de verantwoordelijkheid leggen waar ze thuishoort, met name bij nalatige gemeenten. Men straft niemand die voluit plichtsgetrouw heeft gehandeld.
Binnen de provincie Antwerpen is Schelle, samen met Willebroek, de koploper bij het behalen van het BSO (Bindend Sociaal Objectief) en zit onze gemeente in het koppeloton binnen geheel Vlaanderen. Ons lokaal bestuur is zich bewust van de rijkdom en de onvervangbare waarde van een evenwichtig sociaal woonbeleid. Het zorgt voor een gezonde, leefbare mix van gezinnen en versterkt het sociaal weefsel. Het creëert een klimaat van gemoedsrust dat essentieel is om een leven uit te bouwen, om verder te groeien. Dit is goed voor elkeen, voor geheel de samenleving.
Ook al zijn er miljarden beschikbaar, de noodzakelijke huurwoningen - evenwichtig verspreid over Vlaanderen - werden niet gebouwd. Het tekort is en blijft nog voor decennia structureel. Door dit falend beleid groeiden de wachtlijsten tot een recordhoogte. Men poogt dit af te wentelen op de huurders die hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid dragen.
Zo worden om de negen jaar de nieuwe sociale huurders financieel ‘gewikt en gewogen’. Gezinnen die door te werken ook nog maar net boven de inkomensgrens zijn geklommen worden uit hun woning verdreven. Voor hen staat de verhuiswagen klaar. Het sociaal woonbeleid wordt zo afgebouwd tot een armenzorg. Met mensen doet men dit niet. Dit creëert angst en onzekerheid. Hun veilige woonomgeving, hun opgebouwd sociaal netwerk en de ruime maatschappelijke waarden worden doorgeknipt. Hun langzaam opgebouwde levensstatus wordt ondergraven en men dreigt af te zakken naar de armoedegrens, zelfs onder die grens. Ze gaan dan ook minder zorg besteden aan hun woning. Dit straalt af naar de omgeving. In alle opzichten is het deficit groot.
Met de bezettingsvergoeding gaat het dezelfde weg op. Het heeft dezelfde oorzaak: er zijn te weinig sociale huurwoningen. Door te focussen op bestraffing van sociale huurders, strengere voorwaarden en wijzigingen in bestaande contracten in te voeren wil men de schijnindruk geven dat de wachtlijsten zouden verminderen. Niets is minder waar. De onderbezettingsvergoeding verplicht de huurders 15% van de reële huurprijs per slaapkamer te veel te moeten betalen (met een minimum van 39 euro per slaapkamer). Deze onverwachte opslag (of boete) is bovendien geïndexeerd. Het gaat overwegend om huurders die met hun gezin hun leven uitbouwden in de woning die ze nu na 30, 40, 50 jaar moeten verlaten of door deze stevige verhoging met hun pensioen niet meer kunnen betalen. Zij wensen op die leeftijd hun vertrouwde levensomgeving niet meer te verlaten en hun sociaal netwerk – de meest adequate buffer tegen vereenzaming – niet door te knippen. Zij willen niet in een isolement terecht komen. Het vraagt niet veel inlevingsvermogen om dit niet te verstaan en te begrijpen. Men mag dit dan ook niet laten gebeuren.
Bijgevoegd schema geeft een beeld van het effect van de onderbezettingsvergoeding (vanaf één slaapkamer teveel) :
● Huishuur van € 500 met 4 slaapkamers: meerprijs per kamer (15 % van € 500) is € 75 per kamer, m.a.w. de huurprijs wordt (€ 500 + € 150) € 650 of een stijging met 30 %.
● Huishuur van € 600 met 3 slaapkamers: meerprijs per kamer (15% van € 600) is € 90 m.a.w. een huurprijs van (600 + 90) € 690 of een stijging van 15 %
● Huishuur van € 700 met 4 slaapkamers: meerprijs per kamer (15 % van € 700) is € 105 m.a.w. een huurprijs van € 700 wordt (€ 700 + € 201) € 910 of een stijging van 30 %
● Huishuur van € 400 met 3 slaapkamers: meerprijs is (15% van € 400) is € 60 m.a.w. een huurprijs van (€ 400 + € 60) €460 of een stijging van 15%.
Wie 2 slaapkamers “onderbezet” heeft, krijgt dus een dubbele taxatie (verhoging) gepresenteerd!
Het aanrekenen van een onderbezettingsvergoeding van 15% van de reële huurprijs, die jaarlijks geïndexeerd wordt, staat buiten proportie ten opzichte van het inkomen van de huurders en tast hun levensstandaard structureel aan. Een degelijke verhoging leidt tot een onevenredige financiële last. Dit is in strijd met het recht op behoorlijke huisvesting (art. 23 van de Belgische Grondwet).
Deze prijsverhogingen, die bestaande afspraken doorbreken, zijn buiten proportie en duwen sociale huurders in de richting van een armenhuisvesting in plaats van hen sociaal betaalbaar te laten wonen.
Procentuele verhogingen schenden – jaar na jaar - het gelijkheidsbeginsel op een dubbele manier. Zo worden de sociale huurwoningen in Schelle in vergelijking met de sociale huurwoningen in andere gemeenten al relatief hoog ingeschat. Dit verklaart waarom in Schelle binnen de regio bij de hoogste huurinkomsten geïnd worden. Nochtans krijgen de kandidaat-huurders op basis van dezelfde normen en voorwaarden toegang tot de sociale huurmarkt. Dit betekent dat de basishuurprijs hier relatief hoger ligt dan elders, ook al zijn intredingsvereisten overal dezelfde. In de mate deze verhouding ongelijk startte in die mate wordt die ongelijkheid vervolgens nog eens aanzienlijk versterkt door de jaarlijkse indexatie. Boven deze eerste structurele huurongelijkheid komt er nu nog een drastische verscherping van die ongelijkheid door de onderbezettingsvergoeding lineair vast te leggen op 15 % van de (reeds hogere) huurprijs.
Zo wordt hier – in onze gemeente - een slaapkamer dan ook sterk getaxeerd. Dit is zonder meer onaanvaardbaar, zeker in een sociale verhuurcontext. Dit staat dan ook diametraal in contradictie met het gelijkheidsbeginsel. Als men verhoogt en sanctioneert dan in gelijke mate, niet in procenten. Bovenal kunnen onze sociale huurders niet beboet worden omdat elders het sociaal woonbeleid schromelijk faalde.
Respect voor de eigen woonnormen
Maar er is meer. De VMSW legt voor haar woningen - voor alle onderdelen daarvan - minimumnormen op. Deze moeten verplichtend worden gehaald. Zo mag verwacht worden dat de eigen opgelegde normen worden gerespecteerd. Bij nazicht en toepassing van die normen zou wel eens kunnen blijken dat de ‘zgn onderbezette woningen’ minder ‘onderbezet’ zouden blijken te zijn. Voor men nieuwe financiële verplichtingen en eisen aan huurders oplegt, mag verwacht worden dat de woningen voldoen aan de eigen normen en vereisten en dat deze ook eerst conform worden aangemaakt. Het kan een aanzienlijk effect hebben op de vaststelling van de onderbezetting en de onderbezettingsvergoeding.
Beschikbare kleinere woningen
In Schelle, maar in de gehele Rupelstreek, zijn er momenteel te weinig kleinere woningen (met één en twee kamers) beschikbaar. Het is dan ook vrij contradictorisch en onhaalbaar een alleenstaande of een gezin met 2 personen die nu al huurders zijn te verplichten te gaan verhuizen naar een huurwoning met 1 of 2 slaapkamers terwijl er hier juist een grote nood aan is. Op die manier dreigt men ook de reeds lange wachtrij van alleenstaanden nog meer te laten aangroeien. Het lost m.a.w. fundamenteel niets op. Het brengt nutteloos een hele beweging opgang die alleen maar ontreddering, sociale ontwrichting en onzekerheid oplevert. Het zorgt geenszins voor meerdere woningen.
Gecombineerd met het BSO moet er versneld worden ingezet op nieuwe, kleinere woningen. Ook hier dragen de gemeenten de volle verantwoordelijkheid. Dit veronderstelt de nodige ruimte die niet overal meteen beschikbaar is. Het is redelijk gemeenten een omslag- en invullingstijd te geven om die omslag naar aangepaste woontypologieën mogelijk te maken. Gemeenten die in combinatie met het BSO op een korte termijn – mede te beoordelen door de Vlaamse Overheid – die omslag realiseren dienen dan ook voor hun huurders minstens ‘tijdelijk’ vrijgesteld te worden van die ‘onderbezettingsvergoeding’ (gecombineerd met de vereiste woonnormen).
Naast de bereikte BSO-doelstellingen engageert Schelle zich ook om ontwikkelingsprojecten voor kleinere woningen op gang te brengen. Op korte termijn is de bouw van 31 bijkomende kleinere wooneenheden haalbaar: 10 aan de Stijn Streuvelsstraat; 9 op de hoek van de Steenwinkelstraat 66 met de Clement Bolsensstraat en 14 langsheen de Nelson Mandelastraat. Ruimte voor nog eens 14 bijkomende wooneenheden is hier beschikbaar. Aan de Edgar Tinelplaats - Felix Timmermanslaan werd terrein bouwrijp gemaakt voor de bouw van meer dan 20 nieuwe wooneenheden. In een volgende fase kunnen grotere woningen omgebouwd worden tot kleinere wooneenheden. Onze gemeente maakt zich klaar voor die omslag zodat de mensen in hun vertrouwde omgeving met respect voor de sociale binding en cohesie (eerste pijler van sociale huisvesting) kunnen blijven wonen en ter gepaster tijd in de eigen gemeente naar een aangepaste kleinere woning kunnen overstappen. Voor die overgangsperiode - in tijd afgebakend – kunnen huurders en zeker waar het BSO reeds gerealiseerd is - niet worden gesanctioneerd. Het beleid staat klaar voor die omslag.
In geen geval is het aanvaardbaar dat sociale huurders een onderbezettingsvergoeding opgelegd krijgen indien niet voldaan is aan de vereiste woonnormen van de sociale huisvesting. Evenmin is het acceptabel dat huurders gesanctioneerd worden omdat het globale sociale woonbeleid met de verplichte doelstellingen door de lokale besturen niet werd gehaald. De huurder kan hier niet voor aansprakelijk en verantwoordelijk worden gesteld en worden beboet.
Een onderbezettingsvergoeding opleggen omdat er te weinig middelen zouden zijn voor sociale huisvesting is een drogreden. Er is een reservepot van enkele miljarden.
De financiële toestand van de Woonkade is vrij precair. Ook dit is geen basis om dan maar een bezettingsvergoeding te heffen. De verplichte inkanteling van de Ideale Woning met een overwegend verwaarloosd en onbewoonbaar patrimonium in de Woonkade Rupelstreek ondermijnt uitermate de financiële middelen en de werking van de huisvestingsmaatschappij. Bij de toeleiding naar de fusie had dit moeten ondervangen worden. Alleszins kunnen huurders hier niet voor aansprakelijk worden gesteld. Zelfs bij een verhoging van de huurprijs met ca. 30% omwille van de bezettingsvergoeding zou de ‘opbrengst’ voor de Woonkade erg beperkt zijn.
In onze gemeente zijn 133 gezinnen bedreigd door de onderbezettingsvergoeding en dit met een onredelijk hoge taxatie. Velen van hen hebben - met toelating én steun van de oorspronkelijke sociale huisvestingsmaatschappij - duizenden euro’s geïnvesteerd in de verbetering of verfraaiing van hun woning. Nogmaals, indien elke gemeente haar basisverplichting inzake sociale woningbouw had opgenomen en het BSO had gerealiseerd hadden deze noodmaatregelen niet moeten worden genomen. Het kan niet zijn dat onze gezinnen door het plichtsverzuim van anderen hiervoor worden beboet.
Naast deze beleidsmatige, technische en fundamenteel sociaal-financiële overwegingen is het noodzakelijk juridische onduidelijkheden uit te klaren.
Conclusie
● De onderbezettingsvergoeding als maatregel om de lange wachtrij van sociale huurders weg te werken is én sociaal onaanvaardbaar én mist haar doel en kan bijgevolg ook niet worden geheven.
● Voor het structureel tekort aan sociale huurwoningen zijn uitsluitend de lokale besturen die na 25 jaar hun Bindend Sociaal Objectief niet hebben gehaald verantwoordelijk. De sociale huurders kunnen hiervoor geenszins worden beboet. Bij uitstek geldt dit voor gemeenten en hun inwoners waar het BSO werd bereikt. Zij dienen zonder meer van een bezettingsvergoeding te worden ontheven.
● In alle omstandigheden dienen langdurige huurders met een contract van onbepaalde duur te worden vrijgesteld van elke bezettingsvergoeding. Geen inbreuk op gesloten overeenkomsten.
● Een gedwongen verhuis moet worden vermeden en kan nooit een inbreuk zijn op het basisprincipe van de sociale binding en cohesie.
● Sociale huurders in gemeenten die voldoen aan het BSO en die bovendien inzetten op de bouw van kleinere wooneenheden (wooneenheden met 1 à 2 slaapkamers) kunnen geen onderbezettingsvergoeding worden opgelegd. Minimaal moet hiervoor een verantwoorde overgangstermijn worden voor ingelast.
● Sociale huisvestingsmaatschappijen leggen geen onderbezettingsvergoeding op voor wooneenheden waarvan niet alle onderdelen van de woning voldoen aan de normen die gelden en standaard zijn voor sociale husvesting.
● De bezettingsvergoeding ophalen bij sociale huurders kan niet worden ingeroepen om extra middelen te verzamelen voor de bouw van sociale huurwooneenheden. Dit zou vooreerst een drogreden zijn omdat er meerdere miljarden voor sociale huisvesting beschikbaar zijn en die liggen te wachten op aanwending. Dit laatste is louter afhankelijk van de lokale besturen. Zij dragen hierin de verantwoordelijkheid.
● De precaire financiële toestand van de Woonkade is geenszins een steekhoudend argument om de sociale huurder te belasten met een onderbezettingsvergoeding. Wat ook de oorzaak moge zijn: geenszins kan de sociale huurder hiervoor verantwoordelijk worden gesteld en financieel beboet door een onderbezettingsvergoeding. Van welke commissie ook, van elkeen mag hiervoor begrip worden verwacht. Trouwens, met de mogelijke opbrengst van de bezettingsvergoeding trekt men niets op gang.
● De onderbezettingsvergoeding per slaapkamer gekoppeld aan de reële huurprijs en met jaarlijkse indexatie tast structureel de levensstandaard van de sociale huurder aan. Deze verhoging veroorzaakt een onevenredige financiële last die in strijd is met het recht op behoorlijke huisvesting (zie art 23 van de Grondwet)
● Een eventuele verhuis naar een kleinere woning kan uitsluitend op basis van vrijwilligheid en in overleg tussen huurder en verhuurder.
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 5 onthoudingen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Gemeente Schelle steunt de bezwaren van de huurders en verzoekt Minister Melissa Depraetere en alle verantwoordelijken van het sociale woonbeleid en inzonderheid van de Woonkade op basis van de aangevoerde bezwaren en overwegingen te ontslaan van de modaliteiten en de heffing van de bezettingsvergoeding. Bij uitstek wordt verwacht dat de Woonkade zich bij haar opstelling maximaal laat leiden door deze motie.
Artikel 2:
Deze motie wordt over gemaakt aan de Vlaamse Regering, de minister van Wonen en de Vlaamse partijvoorzitter.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Stijn Van Hoofstat Arne Vergauwen Vera Goris Lindger Boen Stan Scholiers Inez Van den Berge Philip Lemal Rob Mennes Jef Gys Axel Boen Wannes Van Havere Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Chantal Jacobs Koen Vaerten Kris Huyck aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 6 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Definitieve vaststelling RUP Tolhuis - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Feitenencontext
Hetcollegevanburgemeesterenschepenenheeftop22april2002IGEANopdracht gegeventothetopmaken vaneenbijzonderplanvanaanleg“Tolhuis”voorhet gebiedbegrensddoordeRupel endeScheldein hetWesten,demondingvan Benedenvlietin hetNoorden,dewoongebiedenMaaienhoek,Kapelstraaten Laarhofstraatin hetOosten endeWullebeekin hetZuiden.
NadegoedkeuringvanhetGemeentelijkRuimtelijkStructuurplan(GRS) doorde DeputatievandeprovincieAntwerpenop6oktober2005,werddezeopdrachtverder gezetvolgensdeprocedurevoordeopmaakvaneengemeentelijkruimtelijk uitvoeringsplan(RUP). In2008werdmetdegoedkeuringvanhetRUP“Tolhuis- recreatiegebiedKapelstraat”)doordedeputatiereedseendeelvanhetplangebied geordend.
Besluitvanhetcollegevanburgemeesterenschepenenvan21maart2022tot goedkeuringvandestartnota.
Overdestartnotawerdeenpubliekeraadplegingenadviesrondegeorganiseerdvan
11april2022totenmet10juni2022.
Op2mei2022werdoverdestartnotaeenparticipatiemomentgeorganiseerd.
Heteindresultaatvandeadviesrondeenderaadplegingvandebevolkingwerd verwerktin deopmaakvandescopingsnota.
Hetvoorontwerpwerdop17 april2023doorhetcollegevanburgemeesteren schepenengoedgekeurd.Hierwerdop2juni2023eenplenairevergadering over georganiseerd.
Het Team Omgevingseffecten besliste op basis van de scopingnota (versie E) op 13 februari 2025 dat er voor het voorliggende RUP geen plan-MER opgemaakt moet worden. Het ontwerp RUP werd op 20 februari 2025 voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad. Het ontwerp RUP werd onderworpen aan een openbaar onderzoek van 4 april 2025 tot en met 3 juni 2025. De Gecoro heeft de ingediende adviezen en bezwaren gebundeld en behandeld en bracht advies uit aan de gemeenteraad in zitting van 4 juni 2025. Op 16 oktober 2025 en op 17 oktober 2025 ontving het lokaal bestuur respectievelijk de beslissing van de deputatie van de Provincie Antwerpen en het Departement Omgeving om het RUP Tolhuis te schorsen wegens strijdigheid met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) en het beleidsplan van de provincie.
Motivering schorsing
De deputatie motiveert de strijdigheid met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA) als volgt: het PBRA zet in op proactieve maatregelen op het hemelwater langer op te houden zodat het kan infiltreren en het grondwaterpeil zich op natuurlijke wijze kan herstellen. Het is hierbij belangrijk dat het watersysteem in zijn geheel wordt bekeken. Hierbij is de bescherming van valleigebied een belangrijk punt. Door recreatiegebied en de nieuwe sporthal te voorzien, wordt natuurlijk gebied van het valleigebied van de Maeyebeek aangesneden. Het laat bijkomende bebouwing en verharding toe in overstromingsgevoelig gebied. Deze bezorgdheden werden meermaals meegegeven en aangekaart dat het in strijd is met het PBRA.
Binnen het beleidskader verdichten en ondichten wordt ingezet op het behoud van de economische ruimte. De site Bern-art heeft de bestemming ‘milieubelastende industrie’ op het gewestplan, en wijzigt met dit RUP naar een ‘zone voor horeca en recreatie’. Het verdwijnen van ruimte voor bedrijvigheid wordt niet gecompenseerd of gemotiveerd waarom compensatie niet mogelijk is, en is dus onverenigbaar met het PBRA.
Het RUP laat, indien er op lange termijn een nieuwe locatie gevonden wordt voor een intergemeentelijk recyclagepark, op de gronden van het huidige recyclagepark een uitbreiding toe van de recreatiezone. Het GRS laat geen uitbreidingen toe in het waterzieke karakter van de achterliggende gronden.
Het Departement Omgeving schorst gezien de sporthal voorzien wordt op fluviaal overstroombaar gebied. Het plan voorziet niet in verordenende bepalingen die een gelijke ontharding vastlegt, daarnaast laten in de inrichtingsvoorschriften bovenmaats ruimtebeslag toe in het watergevoelige gebied.
De recreatiezone wordt uitgebreid, waar een sporthal voorzien wordt, en waarbij het recyclagepark niet dient te verdwijnen. Hierbij krijgt het recyclagepark wel de nabestemming van dagrecreatie. Hierdoor is er grote bijkomende ruimtebeslag in zeer waardevol overstromingsgevoelig valleigebied.
Het LIP beschrijft het gebied van de Maaienhoek als landschappelijk waardevol. Naast de impact op landbouw en water, betekent een sporthal een visuele aantasting van het landschap rond de Maeyebeek. De bouw van de sporthal is bijgevolg niet compatibel met de visie opgenomen in het LIP.
Het RUP voorziet planologisch bestendigen van zonevreemde activiteiten en woningen door middel van een overdruk. Volgens het GRS zijn ontwikkelingsperspectieven voor woningen beperkt tot de zonevreemde basisrechten. Bijgevolg wijkt het plan af van het richtinggevende gedeelte van het GRS zonder afdoende motivering en is desgevallend strijdig met het GRS.
Juridischegronden
Hetdecreet lokaalbestuurvan22december2017enlaterewijzigingen.
DeVlaamseCodex RuimtelijkeOrdeningvan15mei2009enlaterewijzigingen.
Decreetvan1juli2016totwijzigingvanderegelgevingvoorruimtelijke uitvoeringsplannenteneindedeplanmilieueffectrapportageenandere effectbeoordelingenin hetplanningsprocesvoorruimtelijkeuitvoeringsplannente integrerendoorwijzigingvandiversedecreten,enlaterewijzigingen.
BesluitvandeVlaamseRegeringvan17 februari2017betreffendehetgeïntegreerde planningsprocesvoorruimtelijkeuitvoeringsplannen,planmilieueffectrapportage, ruimtelijkeveiligheidsrapportageenandere effectbeoordelingen enlatere wijzigingen.
Argumentatie
InuitvoeringvanhetgemeentelijkruimtelijkstructuurplanmaaktdegemeenteSchellehet RUPTolhuisop.HetRUPbeoogtvolgendedoelstellingen:
● vrijwarenvanhetopenpolderlandschapendeaanwezige natuurwaarden;
● behoud vanbouwkundigerfgoed,metontwikkelingsperspectievenomhetbehoud op langetermijntegaranderen;
● rechtszekerheidenontwikkelingsperspectievenvoorbestaande(zonevreemde) activiteiten;
● reorganisatievandesportsiteaandeKapelstraat.
Schelleisgelegen in deRupelstreek,dat zichuitstrekt langsdeSchelde,deRupel ende Nete.NaastdezerivierenvormtdeA12eenbelangrijkebovenlokale drager.Dewoonkernen ontwikkeldenzichlangseencentrale steenwegendespoorlijnAntwerpen–Boom.
HetplangebiedrichtzichopontwikkelingenterhoogtevandeTolhuissstraatin hetwesten vanSchelle.TenwestenwordtdegrensgevormddoordeRupel entennoordenwordtde grensafgestemdophetgemeentelijkRUPvoordeElectrabelsite(inopmaak, en Brownfieldconvenant).InhetOosten grensthetplangebiedtotaandeLaarhofstraatenmaaktookdesportsiteKapelstraatdeel uitvanhetplangebied.
HetRUPbestaatuit4deelgebieden:
● desportclusteraandeKapelstraat;
● debufferzonetussenAirLiquideendeLaarhofstraatmetdeoudespoorwegbedding;
● sitevanBernart;
● horecafunctiesaandeRupeldijkenhetnatuurgebied.
Hetplangebiedgrenstaaneengrootdeelvandepolderenislangséénzijdebegrensddoor Rupel enaandeandere zijdedoordewoonkernvanSchelle.
Ditpolderachtigegebiedwordtgekenmerktdooreenopenagrarisch karakterin hetNoorden eenmeergeslotenkaraktermetbosfragmentenbovendeTolhuisstraat.Dezekenmerkende eigenschappenwarentetijdenvanFerrarisreedsaanwezig, netalseenaantalgebouwen, zoalshetLaarhofenhetTolhuis,dietotophedennogalsbakensin hetlandschapenals belangrijkeplekkenbinnenhettoeristisch-recreatiefnetwerkfungeren.
EenbelangrijkdeelvanderuimtenabijdeScheldeisin deloopderjareningenomendoor deelektriciteitscentraleendehiermeeverbonden tuinwijk.Vanuitdeelektriciteitscentrale vertrekkenmeerderehoogspanningsleidingen.DezedoorkruisenhetZuidenvanhet poldergebiedenhebbeneenbelangrijkevisueleimpactophetlandschap.
IneenbredestrookronddeElectrabelsitebevindenzichlandbouwgebieden,diefungeren alsbufferzonenaardewoongebiedeneneenaantalbosfragmenten.LangsdeScheldeen Rupel zijnwaardevollenatuurgebiedenterugtevinden.Hetomgevendelandbouwgebied wordtdoorsnedendooreenaantaltypischebomenrijen.
AandeKapelstraatligteenrecreatieveclustermetmeerderevoetbal-,tennis-en padelvelden.Tussendetweezuidelijkgelegen voetbalveldenstaathethoofdgebouwmet kleedkamersencafetaria. Tenwestenvandesportzoneligthetrecyclageparkvande gemeenteSchelle.Hetiseengrotendeelsverharde zonewaaropdeophaalcontainers geplaatstworden.
DesitevanhetTolhuisvormthetmeestwestelijkedeelvanhetplangebied(deelgebied4) enomvateenbosgebiedin hetNoorden,eencentraal parkmetverschillendehistorische gebouwen enhorecalangsdeRupeldijk. Hetmeestnoordelijkedeelomvateenbosgebied,datbestaatuiteen populierenaanplanting.Ditgebiediszeerdrassigenmoeilijktoegankelijk.Hetoverigedeel vanhetdomeinishistorischingerichtalseenlandschapstuinmetmajestueuze bomen, vijver,verspreidebebouwingenkleineornamenten.
Degebouwen binnenhetparkhebbendoorheendeeeuwenverschillendefunctiesbekleed. HetTolhuis(1)endeaansluitendebijgebouwen(2)dedenoorspronkelijk dienstals infrastructuurvoordetolheffingopdeRupel.SindshettolvrijwordenvandeRupel werden degebouwen gebruiktvooreenbreedspectrum aanfuncties.Momenteelwordthetgebruikt alswoonhuisdoordeeigenaarsvanhetdomeineneriseenkleinschaligewijnhandel gevestigd.Devoormaligeconciërgewoning(3)werdgerenoveerdendoetmomenteeldienst alswoning.Dehistorischehoeve(4)isin gebruikalswoningenwordt1of2maalperweek gebruiktalsseminariecentrumvoorkleinegroepen.Ookdevrijstaandewoning(5)naastde hoeveisbewoond.
DebebouwinglangsdeRupel tenZuidenvandeTolhuisstraatstaatvolledigin functievan horecaenvormt,samen metdeveerdienstoverdeRupel, eenbelangrijktoeristisch knooppunt.Deoudekapel(6)omvateencaféendewoonvertrekkenvandeuitbaters.Aan deandere zijdevandeparking(8)bevindtzichhetrestaurant‘Tolhuis-Veer’(7),een restaurantmetfeestzaalenruimterraslangsdeRupeldijk.
Opdedijkiseenbeperkteparkingvoorzien,metca.20parkeerplaatsen.Dedijkop-en afrijdengebeurt in eenlusmetenkelrichting.
InhetOosten vanhetplangebiedbevindenzichlangsdeLaarhofstraatenkeleopvallende gebouwenclusters.OpdehoekvandeLaarhofstraatendeoude spoorwegbermaande KapelstraatbevindtzichdeLaarkapel,eenbeschermde16e-eeuwse kapelomgevendoor eenkleinplantsoenvanlindebomenenkastanjebomen.Dekapelwordtgeflankeerddoor een18e-eeuwse hoevebestaandeuit3aaneengeslotenhoevegebouwenmetzadeldaken eenvrijstaandestal.Eendeelvandezehoevebranddein 2016afenwerdheropgebouwd.
Dezehoeveendeomliggende grondenliggenvolgenshetgewestplanin debufferzonevan AirLiquide,diezeerbreedgedimensioneerdis.Dezegrondensluitenaanbijhetgeplande restaurantenwordennureedsgebruiktvooreigenteeltvanfruitengroenten.Degronden wordendoorsnedendooreenvoormaligespoorlijn.Hetmeestzuidelijkedeelisspontaan bebostnaafbraakvaneengebouw.
LangsdeTolhuisstraatbevindtzichterhoogtevanhetkruispuntmetdeInterescautlaaneen clustervangebouwen.OpTolhuisstraat70isBernArtgevestigd,eenevenementenzaalmet buitenruimte,in combinatiemeteenkunstgalerij.Deachterstegebouwen wordengebruikt vooropslag. Aandeoostkantligteenparkingmetca.50parkeerplaatsen.NaastBernArt staateeneengezinswoning(Tolhuisstraat 72).
DoordeliggingtegenderivierenScheldeenRupel, ligthetgebiedopvlakvanmobiliteitvrij geïsoleerd.VoorgemotoriseerdverkeervormtdeTolhuisstraat(enin minderemateookde Laarhofstraat–Kapelstraat) devoornaamstetoegangsweg.DeTolhuisstraatsluitophaar beurtaanopdeN148,dieparallelaandeA12denoord-zuidverbindingvormttussende RupelstreekgemeentenHemiksem–Schelle–Niel.
Voorzwakkeweggebruikersishetplangebiedveelbeterontsloten.Inoost-westelijke richtingzorgendeveerdienstSchelle-Wintam,deTolhuisstraatendeLaardijkvooreen goedebereikbaarheid. De geplande fietsostrade vanaf de Schelde over de Electrabelsite richting Laarkapel en spoorlijn 52 zal de bereikbaarheid voor de zachte weggebruiker nog versterken....
OokdedijkenlangsdeScheldeenRupel zorgenvooreen aangenameautovrijeverbindingtussenhetplangebiedendeomgeving.
Gezienderecreatieveattractiviteitvanhetplangebiedisdenoodaanparkeergelegenheid redelijkhoog.Momenteelwordtdezeopgevangendooreenkleineparkingmeteen20-tal parkeerplaatsengelegen opdeRupeldijkeneenparkeerstrooklangsheendeTolhuisstraat. Eenaantalhandelsfunctiesbeschikkenovereigenparkeergelegenheid.
Algemeen belang
De bouw van de sportcluster is absoluut noodzakelijk door het grote algemeen belang en voor de verdere ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. De clustering van de sportfaciliteiten met de sporthal zorgt voor compact sportterrein voor de hele gemeente. Door de verschillende sporthallen te combineren naar één gezamenlijke sporthal, kan er als gevolg hiervan de zonevreemdheid van twee gebieden ophouden. De bouw van de sporthal moet gebeuren met het behoud en zelfs uitbreiding van de globale waterbuffering en de globale versterking van het openruimtegebied- en beleving. De gehele omslag staat garant voor een globale, holistische opwaardering en een grote maatschappelijke winst van het algemeen belang.
De gecombineerde clustering van de diverse sportactiviteiten op deze locatie wordt door Sport Vlaanderen met een subsidie van 1,1 miljoen euro ondersteund.
Natuur,bosenopenruimte
Debelangrijkstekwaliteitenvanhetbredegebiedrondomdedeelgebiedenbetreffende aaneengeslotenopenruimteeneenaantalwaardevolleaaneengeslotennatuur-en bosgebieden,zoalsdeslikkenenschorren langsdeRupel endehistorischebosgordelten NoordenvandeLaardijk.Dezeaaneengeslotengrotestukken natuurzorgenervoordatdit gebiedeenattractiepoolisin deomgeving.
Toerismeenrecreatie
Depoldertussendedeelgebiedenisvooralin trekvoorhetrecreatiefmedegebruik.Een fietsroutelooptlangsdeScheldeenRupel.TerhoogtevanhetTolhuisisereenvoetveer. Hettoeristischaspectwordtversterktdooreenaantalhorecagelegenheden.Ookdeandere kleinschaligeaccommodatieszoalseenfeestzaalenhetseminariecentrumdragenbijaan hettoeristisch-recreatievekaraktervanhetplangebied.Momenteelwordtdehoeveaande Laarhofstraatin deelgebied2verbouwdtotrestaurant.
DesportclusteraandeKapelstraatvormteenlokalerecreatieveattractiepoolvoor buitensport.
Bouwkundigerfgoed
Verscheidenegebouwenmeteenrijkegeschiedenishebbeneenbouwkundige erfgoedwaarde.HetTolhuismetdeomgevendehoreca-gelegenhedenvervulleneen bijzondererolin hettoeristisch-recreatievegebeurenlangsScheldeenRupel.Daarnaast bevindener zichnogenkeleoudehoevesenboerenhuizen,waarvanerenkelealswoning fungerenenwaarvanerenkelein deloopderjareneenandere functiehebbengekregen.Al dezegebouwenzijnlandmarksenalsdusdanigkenmerkendvoorhetlokalelandschap. De zonevreemde gebouwen die bestendigd worden hebben zeer restrictieve voorschriften gekregen in het RUP. Er kunnen geen bijkomende verhardingen of constructies bijkomen en er zijn geen bijkomende (woon)ontwikkelingen toegelaten. Op deze manier komen er geen bijkomende zonevreemde ontwikkelingen bij. De gebouwen zijn opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed, waardoor een invulling en onderhoud wel gewenst is. De bestaande laagdynamische functies kunnen wel vervangen worden door andere, maar functiewijzigingen kunnen enkel vergund worden onder strenge voorwaarden zoals o.a. geen negatief effect hebben op het natuurgebied/VEN-gebied, het laagdynamisch karakter van de functie en de erfgoedwaarde ongeschonden laten of verhogen,... Het Agentschap voor Natuur en Bos verleende op 10.05.2023 een gunstig advies bij de plenaire vergadering: “de vergunningsplichtige activiteit zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN veroorzaken aangezien de stedenbouwkundige voorschriften voldoende milderende maatregelen opleggen.”
Biologischwaardevolle elementen
Erbevindenzichverscheidenebiologischwaardevolletotzeerwaardevolleelementen binnenhetplangebiedendelenvanhetfaunistischbelangrijkegebieddatgevormdwordt doorderiviervalleienvanScheldeenRupel.Hetbetrefteenaantalzonesverbonden aande rivier(dijk),maarookbosfragmenten,opengebieden,drevenenwaterelementen.
Versnipperingenvisueleaantastingopenruimte
Deoverduidelijke kwaliteitenopvlakvanopenruimteenecologiewordenbedreigddoor verdereversnippering.Verscheidenehoogspanningsleidingenen-masten vormeneen visueleaantastingvanhetopenpolderlandschap.Kleinelandschapselementen(struwelen, haagkanten,bomenrijen,grachten,veldwegen…)mogennietverdwijnendoorlandbouwen andere activiteitenin deopenruimte.Hetzijndezeelementendiehetlandschap identificerenenbijdragenaandebelevingervan.
Zonevreemdefuncties
Enkelevandehogervermeldefuncties,waaronder eenaantalin waardevollehistorische gebouwen,zijnzonevreemd enwordenhierdoorbedreigdin hunverdereontwikkeling.
Overstromingsgevoeligegebieden
Hetpoldergebiedisdelaagst gelegen deelruimte vanSchelle.Hierkomen overstromingsgevoeligegebiedenvoor.
Parkeerdruk
Detoeristisch-recreatieveactiviteitenbinnenhetplangebiedbrengen eenhogeparkeerdruk metzichmee.Deparkingophetdijklichaamheefteenbeperktecapaciteitengeeft aanleidingtotconflictentussengemotoriseerdverkeerenzwakkeweggebruikers.
Visie
Hetgebiedspeelt eenbelangrijkrolin hetbewarenvandeopenruimteennatuurwaarden, waarbijhetbehoud vanderesterendeopenperspectievenophethistorische polderlandschapessentieelis.Verderzijndenatuurgebiedenendebosfragmenten belangrijketevrijwarenelementen.
Opvlakvantoerisme,recreatieenwonenspeelt hetgebiedeenbelangrijkerol.Hiervoor wordtin eersteinstantiehetbestaandebouwkundigepatrimoniumingezet.Uitbreidingen kunnenin bepaaldezonesoverwogenworden,maardienenafgewogentewordenaande ruimtelijkedraagkrachtendeerfgoedwaarden.Doorhetopheffenvandezonevreemdheid enhetbepalenvanontwikkelingsperspectievenwordtrechtszekerheidgecreëerd.Voorde recreatieclusteraandeKapelstraatwordteenreorganisatievoorgesteld,in functievaneen herlokalisatievan (eengrootdeelvan)deactiviteitenin sporthallenScherpenstein, Kattenberg en de tumblingzaal van de turnzaal van de gemeentelijke basisschool.
Vrijwaren van het polderlandschap
Degewestplanbestemming“agrarischgebiedmetlandschappelijkwaardevolkarakter” blijftgeldenrondomdedeelgebiedenenwordtnietmeeopgenomenin hetRUP.Hierdoor zijnmogelijkenieuweontwikkelingenbeperkt. TenOosten vandeLaarhofstraatwordteengedeeltevanhetbuffergebiednaastAirLiquide omgevormdnaargemengd openruimtegebied.Hetisvooralvanbelangdatergeen permanenteaanwezigheidvanpersonendichterbijdeSeveso-inrichtingwordtgepland. Doordebufferdeelsteherbestemmennaaroverig groen, blijftdegarantie datdezoneeen groene,openbestemmingblijftzondernieuwe,bijkomende bewoners.Dezemeer ingeslotenzonemaaktnietdirectdeeluitvanhetpolderlandschap,maarsluiterwel naadloosopaan,waardoorermeermogelijkhedengebodenwordenvoorhetoprichtenvan kleinschaligeagrarischeconstructies(bv.serres). Professioneleserrebouw wordtniettoegelaten.Enkelkleineserresvooreigen gebruikzijntoegestaanbijdebestaandewoningen,binnende30mvandewoning,omhet openlandschapteblijvenvrijwaren. Ditbiedtmogelijkhedenvoorhet geplanderestaurantin dehoeve(Laarhofstraat 61)omeigengroententekweken.De productievaneigengroentenenfruitkangecombineerdwordenin ditplangebied met nieuwetechniekenomhernieuwbare,duurzame engroeneenergieoptewekken (bijvoorbeeldd.m.v.“agrivoltaics”).Dezenieuwetechniekenmogenhetgebruikvande landbouwgrondenechterniethypothekeren,landbouwproductiestaatcentraal,nietde energieproductiein ditgebied. Bestaandelandbouwbedrijvenkunnenhunactiviteitenverderzetten.Denadrukligtopgrondgebonden landbouwactiviteitendiehetopenkaraktervanhetpolderlandschapvrijwaren.
Om het polderlandschap te vrijwaren wordt de (voorkeurslocatie van de) nieuwe sporthal helemaal achteraan voorzien in het recreatiegebied. Het reliëf is lager waardoor de hoogte minder ingrijpend wordt ervaren. De sporthal moet bovendien landschappelijk ingepast worden in de omgeving door gebruik te maken van groene gevels en daken én door middel van hoogstammige bomen rondom aan te planten zodat het past binnen een landschapspark/ bocagelandschap. Op deze manier ontstaan er zogenaamde landschapskamers die visuele hinder beperken. Bovendien zal er bij elke omgevingsvergunning een landschapsplan toegevoegd moeten worden om te kunnen oordelen naar de landschappelijke inpassing van de werken. De sporthal zelf moet maximaal haar functies stapelen en de hoogte gebruiken om zo weinig mogelijk grondoppervlakte te gebruiken. Het stapelen en het zo trachten te beperken van de grondoppervlakte wordt in het plan van eisen voor de opmaak van het design- en build plan voor de sporthal bovendien extra gehonoreerd.
Het LIP duidt het gebied van de Maaienhoek aan als landschappelijk waardevol gebied, echter zal door dit RUP méér van het LIP kunnen gerealiseerd worden. Het RUP laat toe een nieuwe sporthal te bouwen waardoor de twee verouderde sporthallen met bijhorende grote verharde parkings afgebroken en onthard kunnen worden. Hierdoor kan de ingebuisde Maeyebeek terug opengelegd worden, en de vrijgekomen ruimte terug aan natuur gegeven worden. Zo ontstaat er een coherent parkgebied waarbij maar liefst 11.000 m² extra zal onthard worden en waardoor de vallei wordt verbonden met het dorpscentrum. Deze ontharding van 11.000 m² is bovendien noodzakelijk voor de inrichting van LIP. De ontharding van 11.000 m² bestaat uit:
● 3.500 m² wegname/ontharding van de zonevreemde verharde parking van de Delhaize;
● 6.750 m² wegname van de sporthal Scherpenstein en de ontharding van de aanpalende parking;
● 650 m² ontharden van non-aedificandi zone van huidige dorpsplein langs de benedenvliet.
De VLM heeft bij het openbaar onderzoek geen negatieve adviezen of opmerkingen meer meegegeven. Dit RUP zorgt voor de optimale uitvoering van het LIP dat niet in strijd is met elkaar.
Ten gevolge van de schorsingsbesluiten werd in de stedenbouwkundige voorschriften opgenomen dat in de omgevingsvergunning voor de nieuwe sporthal verplicht een evenredige sloop en/of ontharding dient plaats te vinden. Op deze manier wordt er een verordenende bepaling toegevoegd zodat er daadwerkelijk een ontharding zal moeten plaatsvinden.
Naast een verplichte ontharding wordt ook de verplichting opgenomen in de voorschriften om ruimte voor water te compenseren. Wanneer de sporthal op de voorkeurslocatie gebouwd wordt, en in een zone staat met een kleine kans op overstromingen, dient deze oppervlakte gecompenseerd te worden binnen dezelfde watersysteem van de Maeyebeek. Deze ruimte wordt voorzien aan de noordzijde van het recreatiegebied.
Deze engagementen maken deel uit van de ambities van het LIP 2 Zuidrand naar deze omgeving aangestuurd door de VLM en waarin het lokaal bestuur mee participeert.
Het engagement om de aangegeven 7.425m² af te graven en terug te geven aan de polder kadert hier ook in. Bijkomend wordt de sporthal op palen gebouwd waardoor hier ook geen ruimte voor water wordt ingenomen.
Vrijwaren van natuurwaarden
Debestaandenatuurgebiedenbinnenhetdeelgebiedwordenopgenomenin een bestemmingdiedeinstandhouding,deontwikkelingenhetherstel vandenatuur vooropstelt. Dehoofdbestemmingbetreftnatuurontwikkelingenallewerkzaamhedenin functievan natuurontwikkelingenwaterbeheerwordentoegelaten.Alsnevenbestemmingenoverdruk wordtrecreatiefmedegebruiktoegestaan.Kleinschaligeconstructiesvoorhetaldanniet toegankelijk makenvanhetgebiedvooreducatief ofrecreatiefmedegebruikzijntoegelaten. Nieuwe,bijkomende verhardingenwordenniettoegelaten.Voordegebouwen enfunctiesin hetnatuurgebiedwordenbestemmingenopmaatvoorzien
Versterken van toeristisch-recreatieve infrastructuur en cultuurhistorische bakens
DeopenruimteendeaanwezigheidvanScheldeenRupel alstoeristischetrekpleisters makendezedeelruimte zeeraantrekkelijkvoortoerisme enrecreatie.Enkelelocatiesbinnen hetplangebiedhebbenbijzondere potentiesomin dittoeristisch-recreatievegebeureneen ondersteunenderoltespelen.
Derecreatievepotentiesvandezeomgevingwordenookerkendenversterktin streekoverschrijdendeplannen eninitiatieven, zoalsUnescoGlobalGeoparkScheldedelta enNationaal Park Scheldevallei.Ookvoorpersonenvervoeroverwaterwerdenreedseen aantalpistesonderzocht. Verschillendewaardevolleenbeschermdegebouwen kunneneenondersteunenderol vervullenin hettoeristisch-recreatievegebeuren,zoalshetkasteelLaarhof, hetTolhuis metomgeving,deLaarkapelenenkelewaardevolle(voormalige)hoeves. DebelangrijkstedoelstellingvanvoorliggendRUPisrechtszekerheideneen toekomstperspectiefbiedenaanbestaandeactiviteiten,waarbijdetoeristisch-recreatieve potentiesbenutwordenin evenwichtmetdenatuurlijke,landschappelijkeen erfgoedwaarden.
Naastdebestaandefuncties(kleinschaligehandel, seminaries,atelier)kunnen toekomstgerichtookandere laagdynamischefunctiestoegelatenworden,opvoorwaarde datzeverenigbaarzijnmetdeerfgoedwaardeeninpasbaarzijnin hetlandbouwgebieden hetlandschappelijkwaardevollandschap.Laagdynamischefunctieszijnfunctieszonder storendeactiviteitenvoordeomgeving.
SiteTolhuis
Hetparkgelegen tenOosten vanhetvoormaligeTolhuisisbestemdalsnatuurgebied volgenshetgewestplan,maarvertoonthistorischzowelnaarinrichtingalsbeheer alle kenmerkenvaneenparkdomein.Geletopdebestemmingvanhetgewestplanende aanduidingalsGroteEenheidNatuur(GEN,binnendeafbakeningvanhetVENenIVON)blijft debestemmingalsnatuurgebiedbehouden.Indekwetsbaregebiedenisuitbreidingvan gebouwen en verhardingnietmogelijk. Omdehistorischwaardevollegebouwen binnendesiteTolhuisvoldoende rechtszekerheid tebiedenishetwenselijkdezonevreemdebasisrechtenvandezegebouwen beperktuitte breiden. Eenoverdrukophetgrafischplanlaat,pergebouw,specifieke uitbreidingenopde zonevreemdebasisrechtentoe,waarbijhettoelatenvanlaag dynamischeactiviteiten garantiesbiedtophettoekomstigbehoud,onderhoudenbeheer vanhetpatrimonium. Naastdebestaandefuncties(wijnhandel,seminariecentrum,wonen)kunnenookandere laagdynamischefunctiesvoorzienworden.Binnendebestaandegebouwen wordenlaag dynamischeactiviteitenalsnevenfunctietoegelaten.Bijiederefunctiezaleengrondige afwegingvandemobiliteitseffectenendemogelijkeimpactopnatuurenlandschapende erfgoedwaardevandegebouwen moetengebeuren.
DehorecaaandeRupeldijk,gelegen in agrarisch gebied(nietkwetsbaar),heefteengroot toeristisch-recreatiefpotentieelenisstrategischgelegen aandeveerdienstende fietsroutesoverdeRupeldijk.Ditpotentieelzalverdertoenemendoorhetdoortrekkenvan dezefietsroutes,hetverderbenuttenvandemogelijkhedenvanpersonenvervoeroverwater endeontwikkelingvandeElectrabelsite.Dehorecavoorzieningenwordendanook ondersteundenkunnendeactiviteitenhierverderzettenenuitbouwen.Demogelijkheden omverderuittebreidentenopzichtevandebestaandetoestandzijnhierbeperkt,maarhet RUPbiedtwelmogelijkhedenomdebestaandeactiviteitentebehouden.
BernArt
DeevenementenlocatieBernArt(Tolhuisstraat 70)isvolgenshetgewestplanbestemdals industriegebied.Desitekentmomenteeleengemengd gebruikalskunstgalerij, congrescentrumenfeestzaal.Deachterstegebouwen wordengebruiktalsopslagruimte. Hetbehoud vandefunctiealsevenementenlocatie(feestzaal,congrescentrum, kunstgalerij…)isopdezelocatieteverantwoorden.Reedsin dejaren ’70werden kunsttentoonstellingen,vernissages enreceptiesgeorganiseerd.Hetondersteunenvan toeristisch-recreatievefunctieslangsdeTolhuisstraatisin overeenstemmingmetdevisie vanhetgemeentelijkruimtelijkstructuurplan.Hetperceelheeftreedseenharde bestemmingenisgrotendeels bebouwd,maareenverdereuitbreidingvanbebouwingin openruimteisnietaangewezen.
Op deze locatie is reeds jaren de inrichting van Bern-art gelegen en niet in gebruik als industriegebied. Het betreft een aanpassing aan de reeds lang bestaande toestand en de voorschriften laten andere laagdynamische functies toe, inpasbaar op deze locatie. De gemeente Schelle is een kleine gemeente en heeft geen ruimte om deze beperkte oppervlakte van 0,65ha industriegebied te compenseren. Het betreft een klein deel van het industriegebied. Het volledige industriegebied is opgenomen in de Brownfieldconvenant bij de Electrabelsite, mogelijks kan hier de compensatie mee opgenomen worden. Het perceel industriegebied is slecht, te excentrisch gelegen. Bovendien is er in het GRS geen locatie voorzien in Schelle voor bijkomende bedrijvigheid of industriegebied om dit gebiedje te compenseren. De gemeente heeft zelf geen percelen in eigendom die in aanmerking komen voor planologische compensatie.
HistorischebebouwingLaarhofstraat
DeoudehoeveLaarhofstraat61(Hopfiguur30)werdin 2016dooreenbrandverwoest.Op 18.09.2017werddoorhetcollegevanburgemeesterenschepeneneenvergunning toegekendvoorhetherstellenenverbouwenvandehoevetotwoningenrestaurant.Gezien hetzonevreemdekaraktervandegebouwen (huidigegewestplanbestemmingbuffergebied) zijnbeperkteuitbreidingenin functievanhetrestaurantmomenteelnietmogelijk.HetRUP biedtdemogelijkheidomdezonevreemdebasisrechtenbeperktuittebreiden, waarbijhet vrijwarenvandeerfgoedwaardeoplangetermijneenbelangrijkelement vormt.Beperkte uitbreidingsmogelijkhedenvoorhetrestaurantendewoningenkunnenvoorzienworden. Hierbijkangedachtwordenaanhetverbindenvandevolumes,deaanlegvaneenterras, aanlegvaneenbeperktaantalparkeerplaatsen… Deerfgoedwaardevandenaastgelegenkapelkanbijdragentotdebelevingvanbezoekers vanhetrestaurant,bijvoorbeelddoorzichttenemenvanuithetgebouwofeenbuitenterras. Omdebeperkteparkeerdrukvanhetrestaurantende3vergundewoningenoptevangen wordteenbeperktaantalparkeerplaatsen(max.15) toegelaten.
Toekomstgerichtkunnenookandere laagdynamischefunctiestoegelatenworden,op voorwaardedatzeverenigbaarzijnmetdeerfgoedwaardeeninpasbaarzijnin het landschap.Hierbijkangedachtwordenaanrecreatievebestemmingenzoalslogies, culturelebestemmingenzoalstentoonstellingsruimteofkleinschaligebedrijvigheidzoals vrijeberoepenofbeperktehandel. DebuffernaarAirLiquideismomenteelovergedimensioneerdenwordtteruggebrachtnaar eenbreedtevan10m.Debufferzonewordtherbestemdnaar gemengd open ruimtegebied . Ditsluitaan bijhethuidigegebruikenbiedthetrestaurantdemogelijkheidomzelfeendeelvanhun productenteverbouwen.Gezienhetafgeslotenenversnipperdekaraktervandezoneten oosten vandeLaarhofstraatzijndemogelijkhedenvoorberoepslandbouwbeperkten kunnenhierookkleinschaligeserresenmicrolandbouwtoegelatenworden.
Reorganisatie recreatiezone Kapelstraat
Contextenvoorstudie
Eenaantalontwikkelingenmetbetrekking totsportinfrastructuurin degemeenteSchelle hebbengeleidtoteenonderzoek naareengeschiktelocatievooreenclustering van sportfuncties. Hetbetreft:
● DenoodzaakaanvernieuwingvandesporthalScherpenstein,diebouwkundigentechnisch verouderd is,energetischnietaandehedendaagseduurzaamheidseisenvoldoetendeels zonevreemd ligtdoorzijnliggingin parkgebied.
● Deherlokalisatievandesporthal(basketbalclub)uitsiteKattenberg. Dehuidigesporthalis verouderd entekleinvoordeorganisatievantweecompetitieveldenvoorbasketbal. Herbouwopdehuidigelocatieisnietgewenst eneenherlokalisatiedringtzichop. Hierdoor wordt het mogelijk dat het grootwarenhuis van de Delhaize kan opschuiven waardoor de zonevreemdheid van haar parking kan worden opgeheven en aangelegd worden als een groene parkzone.
● Ook andere sportfuncties kampen met dringende ruimtelijke noden en kunnen mee geclusterd worden in een nieuwe sporthal. Bijvoorbeeld de bestaande tumbling in een turnzaal van een school, waar de noodzakelijke hoogte voor deze sport niet beschikbaar is.
Uitditontwerpendonderzoek wordtgeconcludeerddatdevoorkeurgaatnaardebouwvan eennieuwesporthalaansluitendbijdesportclusteraandeKapelstraat.Omdesporthalop devoorkeurslocatietekunnenoprichteniseenherziening vanhetbestaandeRUP RecreatiezoneKapelstraat(zie5.2.3)noodzakelijk.Deherziening wordtopgenomenin het voorliggendeRUPTolhuis. De bundeling van sportactiviteiten langsheen de Kapelstraat was reeds opgenomen in het GRS van 2005.
Vanhetuitgebreidealternatievenonderzoek(bijlage)kunnenvolgendebelangrijkepunten samengevatworden:
DevalleivandeBenedenvlietmoetterugruimtekrijgen.Doordetweesporthallenin Schelle teherlokaliseren,kannietenkeldesiterondScherpensteinvolledigonthardworden waardoor de ingebuisde Maeyebeek opnieuw open gelegd kan worden,maar kansiteKattenberg(incl.Delhaize)volledigherzienwordenenkunnendevergundeen volledigverharde parking van de Delhaize hierookoptermijnteruggegevenwordenaandeVlietvallei.
Detweedeaanzet ishetontwikkelenvanééngezamenlijkesportcluster,wat ruimtebesparendkanzijn.Bijversnipperingvandesportclusters(huidigesituatie)zijner, bijelkezoneapart,verschillendevoorzieningen nodig,gaandevanparkeermogelijkheden, kleedkamers,totcafetaria’s,…MetéénsportclusteraandeKapelstraatwordende voorzieningen geclusterdengedeeld.OokdesportvoorzieningenvangymclubCreativa - die nu gedeeltelijk is ondergebracht in de turnzaal van de gemeentelijke basisschool - kunnenmeeondergebrachtwordenin denieuwesporthalwaardoordegymclubeindelijk eensportzaalkangebruiken dievoldoetaanhun(inter)nationaalniveaumetvoldoende ruimteenvrijehoogte. Eencruciaalelement,isdesynergietussendeverschillendedelen.
Als derde element wordt doorhetaanpassenvandebegrenzingvandehuidigerecreatiezone (dat vastgesteld isin hetRUP van2007)derecreatiezonecompacter.Ditheefttotgevolgdatdevrijgekomenruimte demogelijkheidbiedtomaanlandschapsinrichtingtedoenenwaterzoveelmogelijkruimte tegeven.Hetnoordelijkesportveld wordt, wanneer de sporthal (toch) gebouwd wordt in een zone die een kleine kans heeft op overstromingen,terugverlaagd naar het origineel maaiveldniveau enopdezemanier terugaan denatuurgegeven.Dezegrondendienen als compensatie voor het bouwen in overstromingsgevoelig gebied van de sporthal enmaken door het afgraventerugdeeluitvanhetwatersysteemvandeMaeyebeek.Echterblijftlandbouwweldecentrale functieén bestemmingvoordezegronden. Dit betekent bijkomend 7.425 m² extra bufferruimte (=2.600m³). Bovendien genieten behalve de Maeyebeek ook de Stijn Streuvelsstraat, de Felix Timmermanslaan en de Edgar Tinelplaats van deze ruimte voor water. Deze straten zijn vandaag donker aangeduid op de hemelwaterkaarten (grote kans op overstromingen). Deze omgeving krijgt een totale herwaardering. De visie is dat het water na regenwaterputten, onthardingen, wadi’s aan de woningen verder afgevoerd wordt naar de gracht gelegen tussen de Suyslaan en de Stijn Streuvelsstraat. Het is dan ook aangewezen dat de zone langs de Suyslaan in eerste instantie (terug) verlaagd wordt naar haar oorspronkelijke niveau als potentiële bufferruimte. Hier 7.425 m² kunnen verlagen is bijgevolg zinvol in het brede kader van de watergevoeligheid van de hele omgeving.
Delocatievanhetgebouwopdezeplekheeftheelwatnatuurtechnischevoordelenen belemmert dewoonkwaliteithetminst,zokanhetgebouweenbufferzijntussende hoogdynamischesportvelden(metlicht-engeluidspollutie)t.a.v.debeekvalleienhabitats in hetnatuurgebied.Door verplicht natuurinclusieftebouwenkaneennogbetere connectiegemaakt wordennaarhetnatuurgebied:groenegevelsmetaandachtvoorvogelkasten, vleermuizen,…Dezelocatieheeftbovendien demogelijkheideenbetere indelingvanhet gebouwterealiseren(o.a.eenvlotte,verkeersveiligetoegangnaardeparking) Uitdeanalysevanverschillendelocaties in het alternatievenonderzoek,komtdehuidigesportclusteralsbestelocatievoor eennieuwesporthalnaarvoor. Deze voorkeurslocatie zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk nieuwe verharding bijkomt, minimum aan aanleg van nieuwe (openbare) infrastructuur, de mobiliteitsimpact naar de Stijn Streuvelsstraat en andere omliggende straten en buurt is beperkt net als de impact op het uitzicht van het open landschap.
De site van het recyclagepark is effectief onderzocht zoals voorzien in het GRS. Het terrein is echter te klein om te voldoen aan de dimensionering van de sporthal (sporthal: 4000m², terrein recyclagepark: +/-2000m²). Bovendien dient er extra ruimte te worden voorzien voor parkeergelegenheid, met bijkomende verharding tot gevolg. Bij de keuze van dit perceel is verdere uitbreiding met ontbossing noodzakelijk en schuift men dichter naar de Maeyebeek op. Schelle wil blijven inzetten in groenblauwe netwerken, en kiest net daarom om niet te ontbossen en de sporthal te bouwen op een locatie met een zo beperkt mogelijke ruimtelijke impact. Bijkomend wordt deze variant van de sporthal als een losse entiteit naast de huidige sportterreinen ingeplant waardoor het onderlinge interactie mist en er weinig relaties mee onderhoudt. Dit gaat in tegen de inrichtingsprincipes om alles te clusteren en infrastructuur te delen. Optimalisatie van ruimte en onderlinge betrokkenheid is één van de grote kwaliteiten van dit project.
Het RUP reorganiseert de recreatiezone, maar voorziet géén uitbreiding van de sportcluster en is dan ook niet strijd met het GRS. Door de planologische ruil van landbouwgebied en recreatiegebied is er netto zelfs minder ruimtebeslag van harde bestemmingen. Het noordelijke deel van het huidige recreatiegebied wordt herbestemd naar bouwvrij agrarisch gebied.
De site aan de Kapelstraat wordt in het GRS aangeduid als recreatieve cluster en vormt dan ook de evidente locatie voor de vestiging van een sporthal. Bij de herziening van het GRS heeft de provincie opgelegd in de bezwaren dat de locatie van de Tuinlei niet mogelijk is, en dat de clustering aan de Kapelstraat te verkiezen is.
In bijlage bij het RUP is een zeer uitvoerig alternatievenonderzoek opgenomen. Zowel naar locatie als naar inrichting in de sportcluster Kapelstraat werden alle alternatieven grondig onderzocht en vergeleken, waaruit het voorkeursscenario kwam dat doorvertaald werd in het RUP. Dit onderzoek geeft voortschrijdend inzicht ten opzichte van het GRS.
Bij de opmaak van het GRS was er nog geen globale visie voor de Vlietvallei en er waren nog geen nieuwe watertoetskaarten. Deze elementen hebben geleid tot een voortschrijdend inzicht en vernieuwde visievorming die het plangebied van het RUP overstijgt. De positieve projecten die mogelijk worden door de oprichting van de nieuwe sporthal en de meerwaarde die deze bieden voor de Vlietvallei en de Maeyebeek vormen meer dan voldoende verantwoording. Het betreft:
● het verwijderen van de zonevreemde sporthal Scherpenstein en de parking (gelegen in parkgebied waardoor 6.750m ² kan worden onthard) en op minder dan 10 meter van de waterweg wat een minimumafstandsregel is voor de Vlaamse Waterweg;
● het openleggen van de Maeyebeek waardoor haar buffercapaciteit immens verruimt;
● het verwijderen van de parking van Delhaize (gelegen in parkgebied waardoor ca. 3.500 m² kan worden onthard) in valleigebied;
● 650 m² ontharden van non-aedificandi zone van huidige dorpsplein langs de benedenvliet;
● het afgraven tot het oorspronkelijk maaiveldniveau van de 7.425m² in het herbestemd landbouwgebied boven het recreatiegebied.
Het zijn allemaal aspecten die in het ontwerp LIP fase 2 zijn opgenomen. Deze visie wordt zeer breed gedragen (VLM – Werkgroep Benedenvliet) als een noodzakelijke stap naar ecologische opwaardering van de brede omgeving van de Vlietvallei. Er is dan ook geen strijdigheid met deze bovenlokale visiedocumenten. Integendeel, dit RUP en de daarmee samenhangende ingrepen die mogelijk worden, leveren een essentiële bijdrage aan de realisatie van het LIP. Hier wordt zeer sterk op ingezet.
Een herlokalisatie van het recyclagepark wordt reeds jaren onderzocht door IGEAN en de gemeentebesturen van Schelle en Hemiksem. Er werd tot op heden geen geschikte locatie gevonden. Een herlokalisatie naar een intergemeentelijk recyclagepark zal de eerstkomende jaren dan ook niet mogelijk zijn (geschikt terrein vinden en verwerven, opmaak ontwerp, RUP en vergunning…). Omwille van de hoogdringendheid van de nieuwe sportinfrastructuur - die in alle opzichten gedateerd is, verzakkingen vertoont en niet meer voldoet aan de klimaatdoelstellingen – was het noodzakelijk alternatieven te onderzoeken die op kortere termijn gerealiseerd kunnen worden.
Alleen de nabestemming van het recyclagepark zorgt voor een uitbreiding van het recreatiegebied, maar zorgt niet voor een uitbreiding van het ruimtebeslag. Ten gevolge van de schorsingsbeslutien werd in de voorschriften opgenomen dat de bestaande vergunde verharding geldt als absolute maximum. Er kan en mag geen verharding bijkomen. De omliggende groene buffer van het recyclagepark blijft behouden en creëert een landschapskamer die een goede landschappelijke inpassing garandeert.
Bovendien werd de zone naar aanleiding van het schorsingsbesluit verkleind: de noordzijde van de zone voor gemeenschapsvoorzieningen is momenteel niet in gebruik en bebost. Om het bosgebied te vrijwaren en ervoor te zorgen dat dit later niet gekapt kan worden, wordt deze zone in dit RUP herbestemd naar bosgebied.
Het totale ruimtebeslag wordt verminderd door de bestaande sporthal Scherpenstein met parking af te breken en te ontharden. Sporthal Scherpenstein ligt bovendien in parkgebied waardoor er na de sloop hiervan de zonevreemdheid oplost. Door ook de basketbalsporthal De Griene aan de Kattenberg in één geïntegreerde structuur naar de sportcluster in de Kapelstraat te brengen, kan de parking van de Delhaize – momenteel ook zonevreemd –onthard worden.
Door de nieuwe sporthal op pilotes te voorzien, neemt het geen ruimte weg van water. In de voorschriften staat dat de sporthal natuurinclusief gebouwd dient te worden (met aandacht voor zowel gevels en de daken) en landschappelijk moet worden ingepast.
Tot slot ligt de voorkeurslocatie van de sporthal niet in een zone waar een grote of middelgrote kans is op overstromingen. Volgens de geldende watertoetskaarten ligt de locatie ligt slechts in de zone met een kleine kans op overstromingen onder de klimaatverandering, waar bebouwing onder voorwaarden mogelijk is. Er is geen toename van harde bestemmingen, aangezien de herbestemming naar recreatiegebied wordt gecompenseerd de herbestemming van het noordelijk deel van de bestaande recreatiezone (RUP) naar bouwvrij agrarisch gebied. Dit gebied is zelfs meer watergevoelig dan de nieuwe locatie van het recreatiegebied.
De sporthal wordt op palen geplaatst, met een overstroombare en waterdoorlatende parkeerlaag op het huidige maaiveld. Er wordt geen ruimte voor water ingenomen: de buffercapaciteit blijft dezelfde. Er zijn verschillende ingrepen gepland op de Maeyebeek die leiden tot minder wateroverlast:
● De ingebuisde delen van de Maeyebeek worden over het geheel van haar loop met ca. 90% terug opengelegd. Dit kan echter alleen als de bestaande, verouderde sporthal Scherpenstein wordt gesloopt incl. bijhorende parking. Bijkomend worden bij de heraanleg van de Fabiolalaan en de Jacob Jordaensstraat waterbuffers gecreëerd. Zo wordt er in de Fabiolalaan extra expansieruimte voorzien voor de Maeyebeek.
● Ook in de Brownfieldconvenant voor de naastgelegen Electrabelsite zijn ingrepen gepland voor de Maeyebeek. Zo wordt de historische ophoging van de polder in vliegas verwijderd, waardoor 2,5 ha overstroombaar gebied ontstaat. Meer dan 40 ha van de huidige Electrabelsite watert nu af naar de Maeyebeek. Door de nieuwe hemelwaterverordening zal al het water van deze site (ca. 75 ha groot) op het eigen terrein moeten worden opgevangen en gebufferd. Zo wordt de Maeyebeek bijkomend ontlast van wateropvang.
Er moet absoluut gestreefd worden om de sporthal niet te bouwen in overstromingsgevoelig gebied. Als het niet anders kan, en de sporthal toch gebouwd wordt in de zone met een kleine kans op fluviale overstromingen, dient de oppervlakte dat gelegen is in de zone van het overstromingsgevoelig gebied gecompenseerd te worden. De compensatie moet uitgevoerd worden binnen het valleigebied van dezelfde waterloop, met een oppervlakte dat gelijk is aan de oppervlakte van het deel in de watergevoelige zone van de nieuwe constructie. Hiervoor wordt zoals eerder aangehaald de zone voorzien ten Noorden van het recreatiegebied.
Reikwijdte
DereikwijdtevanhetRUPbeperktzichtotdegebiedenmetrecreatievedoeleinden zoalsde sportclusteraandeKapelstraatendehorecazakenaandeTolhuisstraattussendeRupeldijk totaanderandvanhetwoongebiedvanSchelleaandezoalsaangeduidophetgewestplan. Degrenzenwordenverdergedetailleerdtotopperceelsniveauomlogischerandente krijgen.
Dezuidoostelijkegrensvandeelgebied4wordtgevormddoordehoogspanningsleidingdie erbovenlooptendeondergrondseleidingvanAirLiquide.
Detailleringsniveau
HetRUPheefttotdoelhetopenpolderlandschapennatuurwaardentebeschermendoor alleenderecreatievedeelgebiedenoptenemen.Hetgewestplanblijftgeldenin het waardevolagrarisch landschaprondomwaardoorergeenverdereontwikkelingenin mogelijkzijn.HetRUPlegttotopperceelsniveaubestemmingenenstedenbouwkundige voorschriftenvast. Hetdetailleringsniveauvandevoorschriftenisvoorallezonesgelijk.Elkkadastraalperceel in hetRUPkrijgteenpassendebestemmingmetbijhorendevoorschriften.
MetdeinwerkingtredingvanhetbesluitvandeVlaamseregeringvan17 februari2017 waarindeinwerkingtredingvanhetdecreet omtrent‘integratieplan-MERbijruimtelijke uitvoeringsplannen’werdvastgelegd,wordendeplanmilieueffectrapportageenandere effectbeoordelingenin hetplanningsprocesvaneenruimtelijkuitvoeringsplangeïntegreerd. Indeeerstefase,namelijkdestartnota,wordtnagegaanofhetplanofprogramma aanzienlijke effectenkanhebbent.o.v.debestaandesituatievoormensenmilieu.Inhet gevalergeenaanzienlijke milieueffecten kunnenzijnengeenMERvereistis,volstaat een onderbouwingenmotiveringin destartnota(eenonderzoek totMER).Inhetgevalerwel aanzienlijke milieueffecten verwachtwordeneneenMERvereistis,wordteenbeschrijving vandeteonderzoekeneffectenenvandeinhoudelijke aanpakvandeeffectbeoordelingen, metinbegripvandemethodologieopgenomenin destartnota.
Erkangesteldwordendatergeenbetekenisvolleeffectenzullenzijntenopzichtevaneen habitat-envogelrichtlijngebied.HetRUPisdusnietvanrechtswegeplan-MER-plichtig.Het valtechterwelonderhettoepassingsgebiedvanhetDABMenermoetderhalveonderzocht wordenofergeenaanzienlijke milieueffecten zijntengevolgevanhetRUP.Ditonderzoek (= milieuscreening)istevindenin descopingnota.
Tijdens het openbaar onderzoek werden volgende adviezen ontvangen:
● Fluxys
● Provincie Antwerpen
● Sport Vlaanderen
● Departement Landbouw
● Departement Omgeving
● OVAM: na het einde van het openbaar onderzoek ingediend, en had geen inhoudelijke bezwaren of opmerkingen.
Tijdens het openbaar onderzoek werden 19 bezwaarschriften ontvangen waarvan 6 dezelfde inhoud delen.
De Gecoro heeft de ingediende adviezen en bezwaren gebundeld en behandeld en bracht in zitting van 4 juni 2025 advies uit aan de gemeenteraad.
De gemeenteraad neemt kennis van het advies van de Gecoro. Het advies van de Gecoro wordt gevolgd, met uitzondering van de volgende punten:
1. De maximale grondoppervlakte van de sporthal te beperken tot 3000m² en de sporthal buiten de watergevoelige zone met middelgrote kans op overstromingen te plaatsen.
De gemeenteraad kan zich vinden in het feit dat de sporthal groot gedimensioneerd is. In de voorschriften wordt de maximale grondoppervlakte beperkt van 4500m² tot 4000m². Echter blijkt uit ontwerpend onderzoek dat door het vervangen van de verschillende sporthallen (Scherpenstein, Kattenberg én tumbling in de school), wel degelijk dergelijke grote sportinfrastructuur noodzakelijk is. De nieuwe sporthal wordt gebouwd volgens de hedendaagse normen van de sportfederaties waardoor er officiële wedstrijden gehouden kunnen worden. Er is aandacht in het ontwerp naar de vrije hoogte, maar ook naar ruimte achter het veld in functie van uitloop en bezoekers. Er is een leidraad opgemaakt in samenspraak met de sportverenigingen, de sportraad en clubs. Volgende afbeelding geeft weer hoe er in het ontwerpend onderzoek gekozen is voor gedeelde velden, stapeling en compacte indeling om een zo klein mogelijke sporthal te bekomen.
Figuur 1: ontwerpend onderzoek grootte sporthal
Bovendien zal er bij de aanbesteding van de design and build extra gequoteerd worden op de grootte én hoogte van de sporthal: een kleinere footprint zal zwaarder doorwegen in de gunning van de sporthal.
2. De hoogtes van de sporthal te reduceren en stelt voor om de kroonlijst vast te leggen op 12m gemeten van het laagste niveau en slechts gedeeltelijk een ophoging tot 14,5m toe te laten over maximaal 50% van de totale oppervlakte.
De gemeenteraad begrijpt het advies van de Gecoro, maar past de voorschriften aan in functie van de opmerkingen van departement Omgeving als gevolg van het schorsingsbesluit. Er wordt gestreefd om de hoogte maximaal te benutten om zo minder grondoppervlakte nodig te hebben. Er wordt om deze reden geen harde grens toegevoegd in de voorschriften om de mogelijkheden later bij het ontwerpproces niet te hypothekeren. Als alle functies passen in een kleinere sporthal, die een meter hoger is, zorgt dit voor minder impact op het maaiveld. Vanuit de studie blijkt dat de hoogte wel degelijk nodig is door het stapelen van de verschillende functies en door de grondoppervlakte te beperken. Dergelijk volume is noodzakelijk als gevolg van het grote aantal functies en sporten.
De gemeenteraad wil bovendien dat de luchtgroepen of andere technische installaties op het dak verborgen geïnstalleerd dienen te worden zodat ze visueel niet zichtbaar zijn.
Zoals bij de grootte, zal er bovendien bij de aanbesteding van de design and build extra gequoteerd worden op de grootte én hoogte van de sporthal: een kleinere footprint en beperkte hoogte zullen zwaarder doorwegen in de gunning van de sporthal.
3. De bouw van de sporthal moet ook buiten de valleizone gehouden worden. De Gecoro verwijst naar haar vorige adviezen waarbij het locatieonderzoek opnieuw dient te worden bekeken met inachtname de voorwaarden zoals hiervoor gesteld. De Gecoro merkt op dat het natuurinclusief bouwen niet als streefdoel maar als voorwaarde dient opgenomen te worden. De Gecoro merkt ook op dat bij de beoordeling van de voorstellen van gebouwen bij de design and build, best ook een expert natuurinclusief bouwen wordt opgenomen.
De gemeenteraad wijst er op dat de term Maeyebeekvallei niet bestaat. De Maeyebeek is een waterloop die door de polders loopt, en absoluut geen vallei vormt. De omgeving is een volledig kunstmatig landschap dat vormgegeven is door de kunstmatige ophoging van de Electrabelsite. De waterloop mondt uit in de Vliet, wat wel als vallei beschouwd kan worden. Dit heeft geen automatisch gevolg dat de Maeyebeek ook een valleigebied wordt. Al op de Vandermaelenkaart stond er reeds duidelijk dat de omgeving een polder (Poldre de Schelle) is. Ook op de Ferrariskaart is de omgeving duidelijk een polderlandschap in agrarisch gebruik en bossen.
Figuur 2: topografische kaart Vandermaelen (1846-1854)
De gemeente wil het landschap hier opwaarderen, bijcreëren en herwaarderen. Bijkomende ruimte voor water creëren aan de Vliet bij de Delhaize is alleen mogelijk met dit planvoornemen waardoor de oude, versleten sporthallen vervangen worden. Zo kan Schelle het Landinrichtingsplan (LIP) van de VLM uitvoeren en meer open ruimte maken. Wanneer de parking aan de Delhaize verdwijnt en onthard wordt, verdwijnt er 3.500m² aan verharding, bij de sloop van Scherpenstein én bijhorende parking, verdwijnt er 6.750m² aan verharding. Gecumuleerd verdwijnt er 10.250m² aan verharding! Door de nieuwe sporthal bij de bestaande sportvoorzieningen te plaatsen, wordt er geclusterd en daalt het ruimtebeslag.
In het RUP is een uitgebreid locatieonderzoek gevoerd waaruit blijkt dat deze locatie de meest geschikte locatie is in Schelle. Ook binnen deze locatie zijn er verschillende locaties en alternatieven onderzocht. De voorschriften worden aangepast zodat er niet alleen gestreefd wordt naar natuurinclusief bouwen, maar dat het verplicht wordt om natuurinclusief te bouwen. Zie ook puntje 5 hieronder. In het planteam van de sporthal zal bij de design and build ook een expert natuurinclusief bouwen deelnemen.
4. De Gecoro stelt daarbij dat voor de bouw van de sporthal een afstandsperimeters dient te worden opgenomen t.a.v. de overstromingsgevoelige zones met middelgrote kans op overstroming, zoals aangegeven op de watertoetskaarten (zie Geopunt Vlaanderen). De Gecoro merkt dat deze afstandsperimeter minimaal 5m moet zijn.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en is van mening dat de sporthal buiten de zone met middelgrote kans op overstromingen gebouwd dient te worden. De gemeente merkt op dat in de voorschriften reeds staat dat de sporthal minimum op 10m moet staan van de zonegrenzen naar het bos -en agrarisch gebied en dat deze 10m zou moeten volstaan. De voorkeurslocatie van de sporthal wordt dus buiten de overstromingszone met middelgrote kans voorzien. Daarboven staat de sporthal op pilotes zodat er geen ruimte voor water wordt ingenomen.
De gemeente constateert dat de Maeyebeek een waterloop is van 2e categorie en dus onder het beheer van de provincie valt. Echter heeft de provincie geen recente waterstudie die aangeeft dat de omgeving effectief zo watergevoelig is. Twee onafhankelijke studies van Antea uit 2024: “Waterhuishouding Interescaut te Schelle” en vooral het addendum “Waterbergingsvolumes”geven weer dat de zone van de sporthal niet structureel watergevoelig is, en dat de risico’s gekend, beperkt en beheersbaar zijn. Deze conclusies van Antea worden onderbouwd aan de hand van volgende vaststellingen:
● Het gebied ligt niet permanent onder water: het maaiveldpeil ligt hoger dan het berekende overstromingspeil.
● Er zijn geen fluviale overstromingen: de omgeving van de Maeyebeek kent geen overstromingen door de Schelde of andere grotere waterlopen.
● Pluviale gevoeligheid beperkt tot T100-scenario’s: overstromingsrisico’s doen zich enkel voor bij uitzonderlijke neerslagpieken met een terugkeerperiode van 100 jaar in toekomstig klimaat. De gevoeligheid betreft geen permanente waterverzadiging, maar modelmatige risicocontouren. Op basis van die kaarten, lijkt de voorkeurslocatie van de sporthal niet in dergelijk overstromingsgevoelig gebied te liggen. Bovendien zijn deze kaarten strenger dan de huidige gehanteerde kaarten. Dit wil zeggen dat ook met de worst-case scenario’s rekening gehouden wordt.
● Natuurlijke buffering i.p.v. stagnatie: het water wordt tijdelijk geborgen en niet gestagneerd. Het volume dat in deelzone A (gebied ten noorden van de sportcluster) kan worden opgevangen bij een bepaald waterpeil is significant. Dit maakt van de zone een natuurlijk buffervlak dat juist kansen biedt voor meervoudig ruimtegebruik, zoals een sportcluster, op voorwaarde van een aangepaste inrichting (bv. verhoogd vloerpeil, infiltratiezones, open buffering).
Figuur 3: volumestudie ingetekend op kaart T100 fluviaal Figuur 4: kaart T100 pluviaal
De inplanting van de sporthal valt buiten de watergevoelige zone volgens de waterkaarten T100.
Op de kaart werd een bouwvolume met een footprint van 4.000 m² ingetekend. Hieruit blijkt dat de footprint van het gebouw buiten de watergevoelige zone valt .
5. De Gecoro merkt op dat de sporthal moet ontworpen worden als een buffer naar de naastgelegen bestemmingszones. In de voorwaarden dient opgenomen te worden dat aan deze grenszijde geen (gemotoriseerd) verkeer kan toegelaten worden en dat noch geluids- noch lichtverontreiniging (hoe klein ook) kan worden toegestaan. Nooduitgangen zijn van de sporthal worden evenwel toegestaan.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften aan zodat de ruimte tussen de sporthal en het bos -en agrarisch gebied alleen dient als brandweg of vluchtweg en geen ander verkeer of wegenis toelaat. De voorschriften worden aangepast zodat er niet alleen gestreefd wordt naar natuurinclusief bouwen, maar dat het verplicht wordt om natuurinclusief te bouwen. Op deze manier kan de sporthal een echte buffer worden tegen geluid -en lichtverontreiniging vanuit de rest van het recreatiegebied.
6. In kader van de visuele hinder wordt gesuggereerd om de sporthal ook meer een landschappelijke invulling te geven met naast het louter natuur inclusief bouwen ook een landschappelijke invulling van de omgeving met aanplant van oa. hoogstammig levendig groen.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan zodat de sporthal verplicht natuurinclusief gebouwd moet worden. De sporthal moet landschappelijk ingepast te worden in de omgeving door middel van hoogstammige bomen zodat het past binnen een landschapspark/bocagelandschap. Op deze manier ontstaan er zogenaamde landschapskamers die visuele hinder beperken. Bovendien zal er bij elke omgevingsvergunning een landschapsplan toegevoegd moeten worden om te kunnen oordelen naar de landschappelijke inpassing van de werken.
Figuur 5: volumestudie met landschappelijke inpassing d.m.v. bocage landschap
7. Er werd geen juridisch planologische verankering opgenomen voor zowel het afgraven van de 3ha vliegas, de afbraak van Scherpenstein (incl. parking) en de verplaatsing van Delhaize. De Gecoro motiveert de gemeenteraad deze verankering op één of andere wijze juridisch te laten opnemen (vb. door een engagementsverklaring), opdat zekerheid wordt geboden dat de vooropgestelde voorwaarden effectief worden uitgevoerd. De Gecoro stelt daarbij ook dat binnen het RUP de overeenkomsten met de private partijen worden toegevoegd waarbij deze zekerheden worden bestendigd. De Gecoro vraagt ook een gemeenteraadsbeslissing op te nemen dat bij nieuwbouw van de sporthal binnen de recreatieve zone Kapelstraat, de Sporthal Scherpenstein (met uitzondering van de kantine), maar met inbegrip van de volledige naastgelegen parkeerzone, wordt verwijderd. Deze besluiten en overeenkomsten moeten inherent deel uitmaken van de besluitvorming van het RUP en dienen dusdanig ook opgenomen te worden als onderdeel van het RUP.
De gemeenteraad kan zich vinden in het besluit van de Gecoro. De andere sporthallen zijn niet gelegen binnen de plancontour van het RUP waardoor er geen uitspraken over gedaan kunnen worden die effectief leiden tot de afbraak van de bestaande verhardingen. Het bestuur engageert zich om, na de definitieve oplevering van de nieuwe sporthal, de oude sporthal van Scherpenstein mét bijkomende verharding van parkeerplaatsen te slopen en ontharden, net als de site van de Delhaize (= 6.750m²+3.500m²). Het bestuur volgt hiermee ook de geformuleerde intenties van het Landinrichtingsplan fase 2. De afgraving van vliegas is opgenomen in de Bronwfieldconvenant van de Electrabelsite. Daarenboven is de sporthal en parking van Scherpenstein zonevreemd. Deze sporthal wordt zeker afgebroken omdat ze bouwfysisch niet meer in staat is om nog lang(er) te gebruiken. De stabiliteit is aangetast, ze voldoet niet meer aan de normen opgelegd door de sportfederaties, de klimaatdoelstellingen zijn dermate geëvolueerd dat het zo goed als onmogelijk is om ze nog te halen. Kortom de sporthal is te oud en versleten, opwaarderen is door de staat en de ligging niet meer mogelijk.
In de omgeving van deze oude sporthal is de VLM bezig met de Vliet op te waarderen en ecologischer te maken. Dit landinrichtingsplan (LIP) fase 2 vormt de tweede fase en wordt opgemaakt voor het dorpshart Schelle, de abdij van Hemiksem en Maaienhoek het open ruimte gebied van Schelle en wordt uitgewerkt via een samenwerkingsverband tussen meerdere partners (onder meer VLM, gemeenten Hemiksem en Schelle, provincie, VMM, De Vlaamse Waterweg nv,…). Dit plan zorgt voor een grote, aaneengeschakelde open ruimte met veel minder verharding en ruimtebeslag. Ook in dit plan is de bestaande parking van Scherpenstein volledig onthard. Bovendien wordt de Maeyebeek tot aan de Vliet volledig opengewerkt. Deze werken zijn reeds begroot in het LIP en wachten op uitvoering. De parking kan slechts aangepakt worden wanneer de sporthal van de Kattenberg effectief verdwenen is.
8. De nabestemming recreatie kan voor het recyclagepark behouden blijven. De Gecoro wenst wel aanpassingen aan de voorschriften zodat alleen buitensporten gerealiseerd kunnen worden zoals bijvoorbeeld een skatepark en dit in aanvulling. De Gecoro wil niet dat de ruimte gebruikt wordt voor bijkomende parkeerplaatsen. Voor de zone dienen aanvullende voorschriften gecreëerd te worden die instaan voor een minimale ontharding en een landschappelijke inpassing.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan zodat op de nabestemming alleen buitensporten mogelijk zijn. Verder wenst de gemeenteraad de voorschriften voor het hele recreatiegebied gelijk en uniform houden. Voor de nabestemming gelden dezelfde voorschriften en is verharding enkel mogelijk voor het strikt noodzakelijke en wordt het zo veel mogelijk beperkt.
9. In de toelichtingsnota dienen alle verwijzingen naar ‘gemend open ruimtegebied’ nagekeken te worden en indien nodig aan te passen. De Gecoro adviseert wel om de in de voorschriften de gebiedscategorie aan te passen naar ‘Overig groen’ zodat de voorschriften meer afgestemd worden op de gewestelijke typevoorschriften.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en kijkt de verwijzingen naar ‘gemend open ruimtegebied’ na, samen met de gebiedscategorieën zodat de voorschriften meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften.
10. De oppervlakte van de parkeerzone (t.h.v. de Tolhuisveer) dient aangepast te worden in de voorschriften naar maximaal 2000m². Ook dient in de voorschriften uitdrukkelijk opgenomen te worden dat de nieuwe parking er alleen kan komen als de bestaande parking op de Rupeldijk verdwijnt en dit louter ten belope van de herplaatsing van het huidig aantal parkeerplaatsen op de dijk. Ook dient opgenomen te worden dat enkel ingeval er een waterbus of oversteekplaats wordt gerealiseerd de uitbreiding kan worden voorzien tot 2000m².
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan zodat de parkeerplaatsen er slechts kunnen komen op het moment dat de bestaande parking op de Rupeldijk verdwijnt. Er kunnen alleen bijkomende parkeerplaatsen gerealiseerd worden wanneer uit een onderbouwde parkeerstudie aangetoond wordt dat er bijkomende parkeerplaatsen nodig zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn door de uitbreiding van het transport over water (bijvoorbeeld door de Waterbus).
11. Wijzigingen op het grafisch plan: legende aanpassen waarin deelgebieden juist aangeduid zijn, en “A” en “B” benoemen.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de legende op het grafisch plan aan.
12. De gebiedscategorie van deelgebied 2 aan te passen naar ‘overig groen’ in plaats van landbouw zodat de toegelaten functies meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de gebiedscategorie aan van deelgebied 2 zodat de voorschriften meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften.
13. De voorschriften voor deelgebied 1 aan te passen zodat de zone boven de sportcluster effectief de bestemming én gebiedscategorie landbouw krijgt. De percelen zorgen voor compensatie aan landbouwgrond en dienen als dusdanig bestemd te worden.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de gebiedscategorie aan van deelgebied 1 zodat de voorschriften meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften voor agrarisch gebied.
14. Te verduidelijken in de voorschriften en toelichtingsnota: de basisrechten voor zonevreemde constructies zijn maximaal van toepassing (vb. plaatsing serre binnen een straal van max. 30m rond het gebouw).
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan van art. 8: “Gemend open ruimtegebied” zodat het duidelijker wordt dat ook in dit gebied dezelfde regels gelden als in het Vrijstellingenbesluit.
15. Binnen de voorschriften van de recreatiezone (incl. sporthal) dient het STOP-principe opgenomen te worden.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en vult de voorschriften van artikel 2: “Zone voor dagrecreatie” aan met het STOP-principe. Binnen het ontwerp krijgen de minst vervuilende en belastende mobiliteitsstromen prioriteit. Eerst stappen, dan trappen, openbaar vervoer en personenwagen. Binnen dit principe moeten alle maatregelen worden genomen om de veiligheid, het comfort en de doorstromingsmogelijkheden van al deze weggebruikers respectievelijk te verbeteren.
16. Binnen de voorschriften voor zone voor wegenis dient een maximale verhardingspercentage opgenomen te worden van 50% overeenkomend met de huidige verharding. De niet verharde zone dient met levendig groen en inheemse aanplant te worden ingericht.
De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften aan voor de openbare wegenis in deelgebied 3 waar er een groot deel is bestemd naar openbare wegenis. Op het grafisch plan wordt hier een overdruk toegevoegd waaruit volgt dat er maximaal 50% van dit deel verhard kan worden. Dit is vandaag ook de bestaande situatie. De andere 50% zal verplicht groen ingericht worden.
Hetdefinitiefvasttestellenontwerpvanhetgemeentelijkruimtelijkuitvoeringsplan
'Tolhuis'bevatvolgendestukken:
● toelichtingsnota;
● procesnota;
● stedenbouwkundigevoorschriften;
● planbestaandetoestand;
● grafischplan;
● Vrijstellingopmaakplan-MER.
Financiëleweerslag
Geenfinanciëleweerslag
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 6 onthoudingen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Hetgemeentelijkruimtelijkuitvoeringsplan'Tolhuis'wordt definitief vastgesteld.
Artikel 2:
Het definitief vastgestelde voornoemd ruimtelijk uitvoeringsplan wordt door het college van burgemeester en schepenen per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie Antwerpen en aan de Vlaamse Regering.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Jef Gys Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Koen Vaerten Kris Huyck Axel Boen Stan Scholiers Inez Van den Berge Rob Mennes Koen Van de Wouwer Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere Arne Vergauwen Stijn Van Hoofstat Chantal Jacobs aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Beslissing tot oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps - samenwerkingsovereenkomst - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
De gemeenteraad neemt de beslissing om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.
Bevoegdheid
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40, §1.
Juridische context
Mededeling Vlaamse Regering 23 mei 2025 Conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.
Besluit Vlaamse Regering 18 juli 2025 tot toekenning van een projectsubsidie aan Rode Kruis-Vlaanderen voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen.
Aanleiding en feitelijke context
Het Vlaams Regeerakkoord pleit voor een passende omkadering van vrijwilligers in crisissituaties.
In de mededeling van 4 april 2025 betreffende het Vlaams Defensieplan pleit de Vlaamse Regering voor een versterking van de burgerlijke weerbaarheid, samen met de lokale besturen (Punt 9). Er wordt een Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma aangekondigd waarvan de lokale overheden de coördinatie opnemen. In die context kunnen lokale besturen lokale vrijwilligerskorpsen oprichten die onmiddellijk ingeschakeld kunnen worden in het kader van noodhulpverlening en waar vrijwilligers bijdragen aan het uitvoeren van logistieke, operationele en medische taken in het geval van bijzondere nood.
De conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’ moedigt gemeenten aan om gemeentelijke vrijwilligerskorpsen op te richten om de weerbaarheid en paraatheid bij noodsituaties te versterken. Concreet werkt de Vlaamse Regering in deze conceptnota het vrijwilligerskorpsenmodel uit met de intentie het uitbouwen van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen te faciliteren, en structureel te voorzien in ondersteuning voor dit engagement door via lokale besturen in te zetten op vorming, coördinatie, samenhorigheid en burgerzin. Het model ontlast lokale besturen maximaal in noodsituaties. De doelstelling van de vrijwilligerskorpsen is om de waardevolle vaardigheden, het engagement en de motivatie van Vlamingen op een gecoördineerde manier inzetbaar te maken. Gelet op hun decretale rol als ‘helper van de Vlaamse overheid’ en hun bestaande expertise hierin, wordt de coördinatie en begeleiding van de vrijwilligerskorpsen opgenomen door Rode Kruis-Vlaanderen. Binnen het model van de vrijwilligerskorpsen ligt de beslissing over de oprichting van een vrijwilligerskorps bij de gemeente.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2025 kent een projectsubsidie toe aan Rode Kruis-Vlaanderen van 1 september 2025 tot 31 augustus 2029 voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. Deze ondersteuning vertaalt zich naar het aanbieden van opleidingen voor vrijwilligers en het voorzien van een digitale crisistool voor rekrutering, verzekering, inzet en coördinatie van het gemeentelijk vrijwilligerskorps.
Motivering
De gemeenteraad erkent het belang van lokale betrokkenheid, solidariteit en burgerzin bij de uitbouw van een veerkrachtige gemeenschap. De oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps is een waardevol instrument om de gemeentelijke noodplanning te versterken. Het vrijwilligerskorps kan immers hulp en ondersteuning bieden in geval van lokale crisis- en noodsituaties. De samenwerking met Rode Kruis-Vlaanderen, beschreven in het vrijwilligerskorpsenmodel, garandeert zowel juridische bescherming voor vrijwilligers, alsook efficiëntie en coördinatie van het korps via de digitale crisistool van het Rode Kruis.
De gemeenteraad wil dus actief inzetten op de versterking van de lokale veerkracht bij lokale crisissituaties, het bevorderen van de solidariteit tussen inwoners en van de weerbaarheid van individuen. We willen vrijwilligerswerk ten dienste van de lokale gemeenschap faciliteren en we willen nieuwe vrijwilligers mobiliseren. Daarom wenst de gemeenteraad deel te nemen aan een georganiseerd kader voor vrijwilligers bij noodsituaties op basis van het vrijwilligerskorpsenmodel zoals uiteengezet in de conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.
Financiële aspecten
De gemeenteraad neemt akte van de ondersteuning die door de Vlaamse Regering via Rode Kruis-Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. De Vlaamse financiering dekt de kosten voor de applicatie waarin vrijwilligers zich moeten registreren en noodvragen gesteld kunnen worden en voor de aangeduide coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen. Daarnaast dekt de Vlaamse financiering de kosten voor de EHBO-opleidingen en jaarlijkse bijscholingen en simulaties van/voor de vrijwilligers en dit t.e.m. de 80ste vrijwilliger. Vanaf de 81ste vrijwilliger worden deze kosten door het lokaal bestuur gedragen. Alle geregistreerde vrijwilligers zijn bij inzet tijdens noodsituaties via de applicatie gedekt door de verzekering van Rode Kruis- Vlaanderen, zowel de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten en de burgemeester en algemeen directeur te machtigen tot het ondertekenen van de aan dit besluit toegevoegde samenwerkingsovereenkomst met Rode Kruis-Vlaanderen.
Artikel 2:
De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen inzake:
● het opleiden van vrijwilligers;
● de coördinatie, registratie en verzekering van vrijwilligers via de digitale crisistool.
Artikel 3:
Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.
Artikel 4:
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt wie de hulpvraag in de digitale crisistool kan lanceren. Dit wordt in overleg binnen Noodplanningszone Waterkant met de intergemeentelijke noodplanningscoördinatoren verder bekeken in functie van een optimale werking.
Artikel 5:
De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.
Bekrachtiging burgemeestersbesluit: afwijking geluidsnorm - werf Botanik 9 december - Aktename.
De gemeenteraad,
Overwegende dat de burgemeester gemachtigd is om dringende besluiten te nemen op basis van art. 133 van de Nieuwe Gemeentewet, art. 134 van de Nieuwe Gemeentewet en art. 135 §2,5° van de Nieuwe Gemeentewet;
Overwegende dat deze besluiten dienen bekrachtigd te worden door de gemeenteraad;
Neemt akte:
Enig artikel:
Het burgemeestersbesluit houdende: "Afwijking geluidsnorm: Werf Botanik 9 december" wordt bekrachtigd.
Aanstelling afgevaardigden voor de GECORO: Vervanging - Aktename.
De gemeenteraad,
Gelet op de aktename d.d. 22.05.2025 houdende “Aanstelling afgevaardigden voor de GECORO”;
Gelet op het feit dat Vlaams Belang, de heer Hans Mampaey aanduidde als politiek vertegenwoordiger;
Overwegende dat de heer Mampaey op 28.08.2025 ontslag nam, waardoor er opnieuw een vertegenwoordiger moet worden aangesteld;
Overwegende de mail van 02.12.2025 aan de raadsleden met het verzoek om kandidaten voor te dragen;
Overwegende dat naast Vlaams Belang ook N-VA een wijziging wenst door te voeren in de naam van hun plaatsvervanger;
Neemt akte:
Artikel 1:
De onderstaande personen worden aangeduid als vertegenwoordigers van de politieke fracties van de gemeenteraad:
| vertegenwoordiger | plaatsvervanger |
CD&V | Bert Van Bogaert | Stijn Van Hoofstat |
N-VA | Marc Mylle | Kris Huyck |
GROEN | Jeroen Vercruysse | / |
VLAAMS BELANG | Koen Van de Wouwer | Marleen Van Der Beeken |
VOORUIT | Gerben Luyckx | Rik Hollanders |
Artikel 2:
Deze beslissing kan te allen tijde door de gemeenteraad worden ingetrokken.
Artikel 3:
Deze beslissing zal ter kennisgeving worden overgemaakt aan de GECORO.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Stijn Van Hoofstat Jef Gys Philip Lemal Axel Boen Arne Vergauwen Inez Van den Berge Rob Mennes Stan Scholiers Lindger Boen Kristof Van Landeghem Kris Huyck Chantal Jacobs Koen Van de Wouwer Koen Vaerten Wannes Van Havere aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Aanpassing meerjarenplan 2020-2027 deel gemeente - dienstjaar 2025 - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 41;
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 249 t.e.m. art. 256;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB/2020/3 van 18 september 2020 betreffende het aanpassen van de meerjarenplannen 2020-2025;
Gelet op het ontwerp van aanpassing van het meerjarenplan 2020-2027;
Gelet op het advies van het managementteam van 1 december 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
De gemeenteraad stelt zijn deel van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast voor het dienstjaar 2025.
Artikel 2:
De gemeenteraad vertrouwt de procedure overheidsopdrachten toe aan het college van burgemeester en schepenen volgens de nominatief toegevoegde lijst (zie bijlage).
Artikel 3:
De gemeenteraad vertrouwt de uitbetaling van de nominatieve subsidies toe aan het college van burgemeester en schepenen volgens de toegevoegde lijst (zie bijlage).
Artikel 4:
De beslissing zal bekendgemaakt worden overeenkomstig DLB art. 286 §3.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Rob Mennes Jef Gys Inez Van den Berge Arne Vergauwen Philip Lemal Axel Boen Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Lindger Boen Kris Huyck Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Aanpassing meerjarenplan 2020-2027 - deel OCMW - dienstjaar 2025 - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid art. 41;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid art. 249 t.e.m. art. 256;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB/2020/3 van 18 september 2020 betreffende de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025;
Gelet op het ontwerp van aanpassing van het meerjarenplan 2020-2027;
Gelet op het advies van het managementteam van 1 december 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het besluit van de OCMW-raad van 19 december 2025 aangaande het vaststellen van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2027 goed.
Artikel 2:
Door deze goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn (DLB art. 249 §3).
Artikel 3:
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2027 sluit met volgende eindcijfers:
| 2020 | 2021 | 2022 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 11.160.274 | 9.281.088
| 6.911.318 |
Autofinancieringsmarge | 1.329.809 | 685.275 | 134.857 |
| 2023 | 2024 | 2025 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 6.591.659 | 4.971.104 | 2.743.957 |
Autofinancieringsmarge | 1.049.160 | -161.645 | 57.207 |
| 2026 | 2027 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 659.598 | 684.552 |
Autofinancieringsmarge | 617.148 | 835.251 |
Artikel 4:
De beslissing zal bekendgemaakt worden overeenkomstig DLB art. 286 §3.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Axel Boen Kris Huyck Stijn Van Hoofstat Chantal Jacobs Vera Goris Arne Vergauwen Koen Vaerten Wannes Van Havere Lindger Boen Jef Gys Rob Mennes Inez Van den Berge Stan Scholiers Kristof Van Landeghem Philip Lemal Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Subsidiereglement klimaatmaatregelen: Aanpassing - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22.12.2017, meer bepaald de artikels 40 en 41, met de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de Wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van toelagen, inzonderheid op de artikelen 3 en 7, eerste lid, 1° en artikel 9, eerste lid;
Gelet op het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) dat de Belgische energie- en klimaatdoelstellingen vastlegt voor de periode 2021-2030;
Gelet op het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030, zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 09.12.2019;
Gelet op de beslissing van de Vlaamse Regering van 05.11.2021 om extra maatregelen te nemen bovenop het reeds bestaande Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 om de klimaatverandering tegen te gaan;
Gelet op het Lokaal Energie- en Klimaatpact dat de Vlaamse overheid afgesloten heeft met de lokale besturen om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken;
Overwegende dat het stimuleren van adaptieve klimaatmaatregelen een belangrijke strategie is om de inwoners en onze leefomgeving te wapenen tegen mogelijke klimaatwijzigingen;
Overwegende dat de gemeente deelneemt aan de intergemeentelijke samenwerking van het EnergieK huis, waarin aandacht wordt besteed aan energie en klimaat in de ruime zin van het woord;
Gelet op de besprekingen tijdens het adviescomité van het EnergieK huis;
Gelet op de ontwerpteksten zoals voorbereid door het EnergieK huis;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor adaptieve klimaatmaatregelen goed als volgt:
"Inhoud
Deel 1 – Algemene voorwaarden
Deel 2 – Premies voor adaptieve klimaatmaatregelen
Het aanleggen van een geveltuin
Het aanleggen van een groenslinger
Het aanleggen van een groendak
Het planten van inheemse of streekeigen hoogstammige bomen
Deel 1 - Algemene voorwaarden
Artikel 1: Inleiding
§ 1.1 De gemeente wil via allerhande maatregelen de klimaatrobuustheid van de gemeente en de levenskwaliteit van haar bewoners en bezoekers vergroten. Door het betoelagen van maatregelen op perceelsniveau, worden hittestress, wateroverlast en verdroging tegengegaan en de biodiversiteit verhoogd.
§ 1.2 Dit premiereglement bevat een overzicht van verschillende adaptieve klimaatmaatregelen die onder specifieke voorwaarden in aanmerking komen voor een gemeentelijke premie.
Artikel 2: Definities
Klimaatadaptatie: aanpassing van natuurlijke en menselijke systemen aan de huidige en de te verwachten gevolgen van klimaatverandering.
Klimaatrobuuste ingrepen: ingrepen die ruimte creëren voor klimaatadaptatie: hemelwaterbeheer, hittebestrijding en biodiversiteit zoals onder andere het vervangen van verhard oppervlak door beplanting, de aanleg van een groendak, een geveltuin.
Vergroenen: aanbrengen van beplanting waar men onthardt, op dakverhardingen of aan gevels.
Beplanting: gewas waarmee de grond of groeisubstraat is begroeid, waaronder bomen, heesters, klimplanten, dwergstruiken, een- en tweejarigen, vaste planten (zoals varens, kruiden, grassen) en bloembollen.
Soortenrijke beplanting: gevarieerde beplanting van verschillende plantensoorten met extra aandacht aan beplanting die voedsel (nectar, stuifmeel, vruchten), nest- of schuilplaatsen biedt aan dieren.
Streekeigen planten of bomen: planten of bomen die een lange traditie van kweken en kruisen kennen in onze regionen of die een cultuurvariëteit zijn van een inheemse soort (bv. langer bloeiende vorm) maar niet invasief (zie www.ecopedia.be/pagina/uitheemse-invasieve-planten voor de lijst van Natuur en Bos).
Inheemse beplanting: een beplanting die inheems is in Vlaanderen en waarvan Vlaanderen dus in het natuurlijk verspreidingsgebied ligt.
Artikel 3: Algemene toekenningsvoorwaarden premie
§ 3.1 De premie wordt toegekend aan de aanvrager. Deze persoon dient gerechtigd te zijn tot het (laten) uitvoeren van de maatregelen waarvoor de aanvraag wordt ingediend. Als gerechtigd worden beschouwd:
De eigenaar van het gebouw, de (vrijstaande) muur, constructie …
De gebruiker, huurder of houder van een zakelijk recht van het gebouw of (vrijstaande) muur of constructie, mits akkoord van de eigenaar
Een vereniging van mede-eigenaars zoals bepaald in het burgerlijk wetboek
Een (gemeentelijke) vereniging met zetel en activiteiten op het grondgebied van de gemeente.
§ 3.2 De premie wordt enkel toegekend voor een woning, gebouw, muur, constructie … gelegen op het grondgebied van de gemeente.
§ 3.3 Voor de subsidiëring komen enkel particulieren in aanmerking.
§ 3.4 De premie kan alleen toegekend worden voor vergunde gebouwen of constructies. Er kan geen premie toegekend worden aan maatregelen of ingrepen die uitvoering geven aan de geldende of opgelegde bouwvoorschriften of andere wettelijke bepalingen.
§ 3.5 Per maatregel kan er slechts éénmaal een premie uitgekeerd worden per woning, gebouw, muur, constructie …
§ 3.6 De gemeente is in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor de uitgevoerde werken, noch voor de eventuele schade of ongevallen die hieruit kunnen voortvloeien.
§ 3.7 Een afgevaardigde of aangestelde van de gemeente is te allen tijde gemachtigd om controles uit te voeren. In geval van het niet – conform zijn met het premiereglement of andere van toepassing zijnde reglementen of in geval van fraude, wordt het volledige premiebedrag teruggevorderd.
§ 3.8 De gemeente is in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor de werken en hun uitvoering, noch voor de eventuele schade die eruit kan voortvloeien.
§ 3.9 Indien de aanvrager geen eigenaar is van het gebouw waarvoor de premie wordt aangevraagd, verklaart de eigenaar, via mede-ondertekening van de aanvraag, zijn akkoord.
Artikel 4: Procedure – aanvragen van de premie
§ 4.1 Een aanvraagformulier voor het verkrijgen van een premie kan enkel na uitvoering van de werken ingediend worden en dit ten laatste een jaar na de factuurdatum.
§ 4.2 De betrokken gemeentelijke dienst beoordeelt de aanvraag op basis van de binnengebrachte bewijsstukken en adviseert het college van burgemeester en schepenen. Indien nodig worden bijkomende (bewijs)stukken opgevraagd.
§ 4.3 Het college van de burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de premie.
§ 4.4 Bij weigering van de premie kan de aanvrager aanpassingen uitvoeren, om toch aan de voorwaarden te voldoen en binnen 6 maanden na de weigering éénmalig een nieuwe aanvraag indienen per maatregel.
§ 4.5 De gemeente betaalt de premie uit op het bankrekeningnummer dat de aanvrager heeft meegedeeld.
Artikel 5: Bedrag
§ 5.1 Binnen de perken van de jaarlijks in het budget voorziene en goedgekeurde kredieten, kan het college van burgemeester en schepenen een premie voor klimaatmaatregelen toekennen. Een aanvraag die omwille van uitputting van de kredieten niet meer in het lopende jaar kan worden betoelaagd, wordt automatisch overgedragen naar het volgende begrotingsjaar, (in chronologische volgorde), waarbij de door de aanvrager verstrekte gegevens gehanteerd blijven.
§ 5.2 De btw komt enkel voor betoelaging in aanmerking in de mate dat deze voor de indiener niet aftrekbaar is.
Artikel 6: Sancties
§ 6.1 In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om de reeds betaalde premie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of de toegekende premie geheel of gedeeltelijk niet uit te betalen:
indien de gehele premie of een deel van de premie niet gebruikt wordt voor het doel waarvoor ze is toegekend en/of waarvan het gebruik niet verantwoord wordt;
als de gevraagde verantwoordingsstukken niet, niet tijdig, of niet volledig worden ingediend;
indien één of meerdere voorwaarden van de betrokken reglementen niet worden nageleefd;
als de aanvrager zich verzet tegen een controle ter plaatse of deze bemoeilijkt;
in geval van fraude of valse verklaringen. In dit laatste geval kan de gemeente bijkomend beslissen om voor een periode van 3 jaar en in toepassing van dit reglement geen premies meer toe te staan aan de betrokken aanvrager.
Artikel 7: Inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met hetzelfde onderwerp.
Deel 2 – Premies voor adaptieve klimaatmaatregelen
1. Het aanleggen van een geveltuin
Artikel 1: Definities
Geveltuin: een beplant gedeelte tegen de gevel van een gebouw, vrijstaande muur, … inclusief afboording, en rechtstreeks aansluitend aan het voetpad. Mogelijke vormen zijn klimplanten direct op de gevel of geleid langs een raster, klimhulp of groeirek, leibomen en andere planten aangeplant in een strook aansluitend aan de gevel. Ook plantenbakken die tegen de gevel geplaatst worden vallen hieronder.
Vrije doorgang: ruimte waarbinnen de voetganger zich kan voortbewegen zonder dat een vaste hindernis (een paal, verkeersbord, parkeerzone, enzovoort) zijn voortgang belemmert. De afstand van deze doorgang wordt in dit reglement gemeten grenzend aan de rand van het straatgeveltuintje en gemeten loodrecht op de perceelsgrens.
Artikel 2: Bedrag
De premie bedraagt € 20,00 per plant, met een maximum van € 80,00.
Artikel 3: Specifieke voorwaarden
§ 3.1 Om voor de premie in aanmerking te komen moet de geveltuin voldoen aan de daarvoor geldende regelgeving van de gemeente.
§ 3.2 Mislukte aanplantingen of werken dienen hersteld te worden of opnieuw aangeplant te worden. De geveltuin dient minimum 5 jaar in goede staat in stand gehouden worden.
Artikel 4: Aanvraag
Het aanvraagformulier moet minstens volgende documenten bevatten om ontvankelijk te zijn:
Foto’s voor en na het plaatsen van de geveltuin
Afmetingen van de geveltuin (diepte, lengte)
Lijst van gebruikte planten met beschrijving van de soort
Facturen of betalingsbewijzen van planten, klimhulpen en/of installatie indien van toepassing
2. Het aanleggen van een groenslinger
Artikel 1: Definitie
Groenslinger: een klimplant die vertrekt vanuit een straatgeveltuin en d.m.v. verticale en horizontale kabels langs de gevels van (tegenover elkaar liggende) gebouwen dwars over de straat heen wordt geleid.
Artikel 2: Doelgroep en toepassingsgebied
§ 2.1 Wie komt in aanmerking: De natuurlijke persoon die:
een groenslinger wenst EN
eigenaar is van, of gebruiker of huurder is van, of houder is van een zakelijk recht op een gebouw gelegen in een straat vervat onder §2 EN
voldoet aan de voorwaarden vervat in artikel 3.
§ 2.2 Voor welke straten kan men een aanvraag indienen: De straten op het grondgebied van de gemeente Schelle, waarvan de breedte (van gevel tot loodrecht tegenoverliggende gevel) maximum 10 meter bedraagt.
Artikel 3: Voorwaarden
§ 3.1 Gezamenlijke aanvraag
De aanvraag wordt gezamenlijk ingediend, door twee aanvragers (overburen) die allebei voldoen aan de voorwaarden vervat in artikel 2.
§ 3.2 Voorwaarden aanvragers
a. Iedere aanvrager:
is houder van een straatgeveltuin, of
2) heeft melding gemaakt van zijn voornemen om een straatgeveltuin aan te leggen, conform het Reglement voor de aanleg van een straatgeveltuin, of
3) is eigenaar van een gebouw dat wordt gehuurd door een onder 1) of 2) vermeld persoon.
b. Indien een aanvrager niet de eigenaar is van het gebouw, dan dient de eigenaar akkoord te gaan met de aanleg van de groenslinger. Indien een aanvrager niet de enige eigenaar is van het gebouw, dan dienen de overige eigenaars of de vereniging van mede-eigenaars akkoord te gaan.
c. Iedere aanvrager verbindt er zich toe om, in geval de aanvraag wordt goedgekeurd, de straatgeveltuin en de groenslinger gedurende ten minste 10 jaar te behouden. Deze periode start op datum van de goedkeuring van de aanvraag. Deze verplichting stopt indien de aanvrager het gebouw verkoopt, niet langer gebruikt of huurt of zijn zakelijk recht op het gebouw verliest of overdraagt.
d. De aanvragers zorgen voor het onderhoud van de straatgeveltuin en de klimplant. De klimplant mag de vrije doorgang op het voetpad niet belemmeren.
e. De aanvragers dienen bij het onderhoud van de straatgeveltuin de nodige voorzichtigheid in acht te nemen om de kabels niet te beschadigen.
f. De aanvragers verbinden er zich toe alle veiligheidsaspecten van de kabel, zoals de bevestiging van de kabels in de muren, de stevigheid, … steeds op te volgen.
g. De aanvragers verbinden er zich toe onmiddellijk actie te ondernemen indien zij andere problemen opmerken die verband houden met de groenslingers (bijvoorbeeld: de groenslinger dreigt naar beneden te vallen, afhangende takken zijn hinderlijk voor het doorgaand verkeer, …).
h. De aanvrager-eigenaar die zijn gebouw verhuurt, verbindt er zich toe de huurders op de hoogte te brengen van de plaatsing van de groenslinger en met hen de nodige afspraken te maken betreffende het onderhoud van de straatgeveltuin en de groenslinger en de meldingsplicht van eventuele gebreken en problemen.
§ 3.3 Technische voorwaarden groenslinger:
De groenslinger vertrekt vanuit de straatgeveltuinen van beide aanvragers.
De groenslinger bestaat slechts uit één of meerdere van de volgende planten:
Vijfdelige wingerd (Parthenocissus quinquefolia)
Blauwe passiebloem (Passiflora caerulea)
Klimaugurk (Akebia quinata)
Trompetklimmer (Campsis radicans)
Sierdruif (Vitis coignetiae)
De aanvrager kan steeds een voorstel doen voor een plant die niet in de lijst staat. Hierover kan men advies vragen bij de gemeente.
Tussen twee groenslingers dient ca. 10 meter open ruimte te zijn;
De horizontale kabels worden verankerd op een hoogte van ten minste vijf meter, aan de voorgevel van de gebouwen van de aanvragers;
Indien de gebouwen van de aanvragers niet loodrecht tegenover elkaar liggen, dan mogen de horizontale kabels een hoek van maximum 45° maken en maximum 12 meter lang zijn.
Bij elke aanvraag dient er een verslag van de brandweer toegevoegd te zijn.
§ 3.4 Ter ondersteuning van deze actie kan de gemeente een subsidie toekennen. De hoogte hiervan wordt in het retributiereglement opgenomen.
Artikel 4: Verantwoordelijkheid
De integrale verantwoordelijkheid ligt bij de aanvragers, ook in geval van overmacht.
Artikel 5: Procedure
§ 5.1 Aanvraag
a. De aanvragers dienen hun aanvraag in door middel van het digitaal contactformulier op de website van de gemeente Schelle.
b. Indien de aanvragers niet de (enige) eigenaars zijn van de gebouwen waartussen de groenslinger zal worden geplaatst, dan voegen zij bij hun aanvraag de ondertekende modelverklaring voor akkoord van de eigenaars van de gebouwen.
c. De aanvragers verkrijgen een schriftelijke ontvangstmelding.
d. Door het indienen van de aanvraag verklaren de aanvragers zich volledig akkoord met dit reglement en met het Reglement voor de aanleg van een straatgeveltuin.
Artikel 6: Plaatsing van de kabels
a. De plaatsing van de kabels gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de aanvragers.
b. De aanvragers vragen 4 weken vooraf toelating voor het plaatsen van de kabels. Zij vragen hiervoor alle nodige vergunningen aan (bv. plaatsen van de nodige signalisatie, …).
Artikel 7: Controle
§ 7.1 Indien dit noodzakelijk wordt geacht voor de beoordeling van een aanvraag, kan de gemeente Schelle steeds bijkomende inlichtingen inwinnen bij de aanvragers of bij derden.
§ 7.2 De gemeente Schelle kan te allen tijde controle uitoefenen op de aanleg en het behoud van de straatgeveltuin en het onderhoud van de klimplant.
Artikel 8: Verwijderen van de kabels
§ 8.1 De gemeente Schelle kan de kabels en de groenslinger ambtshalve verwijderen indien dit noodzakelijk is in het kader van de openbare veiligheid of omwille van andere redenen van algemeen belang.
§ 8.2 Indien de aanvragers of de eigenaar(s) besluiten om de groenslinger te laten verwijderen, na afloop van de termijn bepaald in artikel 4 §2 c, dient dit te gebeuren op eigen kosten. Zij dienen tevens de milieudienst hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen.
Artikel 9: Sancties (en strafbepalingen)
§ 9.1 De verantwoordelijkheid van het aanbrengen van de kabels ligt bij de aanvragers.
§ 9.2 De gemeente Schelle kan de stopzetting van het initiatief bevelen, indien na een schriftelijke ingebrekestelling (bv. gebrek aan onderhoud) hieraan geen gevolg werd gegeven binnen de opgelegde termijnen.
§ 9.3 Niet-reglementair aangebrachte kabels en groenslingers zullen op kosten van de aansprakelijke worden verwijderd.
§ 9.4 Het is volstrekt verboden om andere zaken dan de klimplant aan de kabels te bevestigen (bijvoorbeeld: versiering, verlichting, …). Niet-reglementair aangebrachte zaken zullen door de gemeente worden verwijderd op kosten van degene die de zaken aanbracht.
Artikel 10: Bedrag
De premie bedraagt € 20,00 per plant met een maximum van € 80,00. De premie kan aangevraagd worden door beide eigenaars waar de kabel aan de gevel bevestigd is. De premie is niet cumulatief met de premie van een geveltuin.
3. Het aanleggen van een groendak
Artikel 1: Definities
Groendak: daksystemen waarbij minstens een wortelkerende laag, een drainagelaag, een substraatlaag en een vegetatielaag aanwezig zijn over de volledig aangelegde groendakoppervlak.
Sedumdak: een groendak met lage begroeiing van vetplanten, droogteminnende kruiden, grassen en vaste planten. De minimale substraatdikte van een sedumdak is 60 mm.
Natuurdak: een groendak met een soortenrijke beplanting die varieert in hoogte zoals bomen, struiken, kruiden, grassen en vaste planten, bij voorkeur inheems. De minimale substraatdikte van een natuurdak is 80 mm.
FLL-gekeurd substraat: een substraat dat voldoet aan de richtlijnen “Dachbegrünung”, vastgesteld door Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftsbau (FLL) en hier een keuringslabel voor draagt.
Artikel 2: Bedrag
§ 2.1 De gemeente voorziet een premie van € 15,00 per m² voor sedumdaken, met een maximum van € 200,00.
§ 2.2 De gemeente voorziet een premie van € 30,00 per m² voor natuurdaken, met een maximum van € 300,00.
§ 2.3 Indien de reële kosten van het groendak lager zijn dan het bedrag van de premie dan wordt maximaal de reële kost vergoed.
§ 2.4 Er kan per woning of per wooneenheid die direct onder het dak gelegen is als het om een appartementsgebouw gaat voor maximum 65 m² een premie verkregen worden.
Artikel 3: Specifieke voorwaarden
§ 3.1 De minimale oppervlakte van het groendak is 10 m².
§ 3.2 Indien het boven een verwarmde ruimte ligt moet het dak geïsoleerd zijn: de warmteweerstandscoëfficiënt R-waarden van het isolatiemateriaal op het dak bedraagt minimum 4,5 m²K/W.
§ 3.3 Het groendak heeft minstens een wortelkerende laag, een drainagelaag, een substraatlaag en een vegetatielaag over de volledig aangelegde oppervlakte. Ook het gebruik van groendaktegels met deze verschillende lagen is toegelaten. Indien de dakafdichting is voorzien van een recente wortelvaste dakbedekkking uit EPDM-rubber bent u niet verplicht de wortelkerende laag te voorzien.
§ 3.4 De substraatlaag van een sedumdak is minstens 60 mm dik en heeft een waterbergend vermogen van minstens 25l/m².
§ 3.5 De substraatlaag van een natuurdak is minstens 80 mm dik en heeft een waterbergend vermogen van minstens 35l/m².
§ 3.6 De substraatlaag van het groendak is FLL gekeurd en bestaat uit niet-chemisch materiaal.
§ 3.7 Bij een natuurdak mogen geen uitheemse invasieve exoten aangebracht worden.
§ 3.8 De premie geldt enkel voor de aanleg van een sedumdak of een natuurdak, niet voor terrassen en paden.
§ 3.9 Het groendak dient minimum 10 jaar te bestaan en in goede staat te worden gehouden. Mislukte aanplantingen of werken dienen hersteld te worden.
§ 3.10 Om voor de premie in aanmerking te komen moet het groendak voldoen aan de daarvoor geldende regelgeving van de gemeente. Politiereglement en bijhorende artikels.
Artikel 4: Aanvraag
§ 4.1 Het aanvraagformulier moet minstens volgende documenten bevatten om ontvankelijk te zijn:
facturen of betalingswijzen van de aankoop en/of aanleg van het groendak
plan met aanduiding groendak op het dak + vermelding van de afmetingen
productinformatie van het groendak waaronder een beschrijving van de verschillende elementen die tot de installatie of voorziening behoren
foto's van het groendak waaruit de verschillende lagen van een groendak blijken
bewijs dakisolatie (Rd-waarde minstens 4,5 m²K/W) of een verklaring op eer indien het over een verwarmde ruimte gaat.
§ 4.2 Extra documenten bij een natuurdak:
beplantingsplan met een plantenlijst van de aangebrachte planten
verklaring van een bouwkundig gekwalificeerd persoon (architect, ingenieur, …) dat de constructie voldoende draagkracht heeft om het natuurdak te dragen.
4. Het aanplanten van inheemse of streekeigen hoogstammige bomen
Artikel 1: Definities
Hoogstambomen: een hoogstamboom heeft een takvrije stam van minstens 2,5 meter hoog onder de kruin.
Artikel 2: Bedrag
De gemeente voorziet een eenmalige premie van € 10,00 per boom voor de aanplanting van hoogstambomen met een maximum van € 80,00 per woning, per school of vereniging.
Artikel 3: Specifieke voorwaarden
§ 3.1 Beplantingen of herbeplantingen die deel uitmaken van de voorwaarden begrepen in een kap-, milieu en/of stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning komen niet in aanmerking voor een premie voor aanplanting.
§ 3.2 De boom wordt op die wijze geplant dat hij voldoende ruimte heeft om te groeien en beschermd is tegen eventuele beschadiging door dieren of andere externe factoren zoals o.m. vorst. De boom wordt minstens voorzien van een steunpaal en boomband.
§ 3.3 De boom is van een inheemse of streekeigen soort en wordt vermeld in de plantwijzer van provincie Antwerpen https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/biodiversiteit/tips-voor-je-tuin0/plant-wijzer.html.
§ 3.4 De boom is een bewortelde hoogstamboom en heeft bij aanplant een takvrije stam van minstens 2,5 meter hoog onder de kruin.
§ 3.5 De aanplanting gebeurt binnen twee weken na aankoop van de boom.
§ 3.6 De aanplanting dient minimaal gedurende 10 jaar behouden te worden. Gedurende deze periode mogen enkel normale onderhouds- en behoudswerken worden uitgevoerd. Het verplaatsen, vellen, rooien of definitief verwijderen van het gesubsidieerde plantsoen is niet toegestaan.
§ 3.7 Met vellen of rooien van hoogstammige bomen wordt gelijkgesteld: schade of verminking toebrengen door ondermeer ringen, ontschorsen, verschroeien, gebruiken van scheikundige middelen, inkervingen en benagelen, dierenvraat (op een perceel waar dieren lopen, moeten de boomstammen afdoende beschermd zijn tegen dierenvraat).
Artikel 4: Aanvraag
Het aanvraagformulier moet minstens volgende documenten bevatten om ontvankelijk te zijn:
Factuur of betalingsbewijs met de naam van de aangeplante boomsoorten, vermelding van het type boom en de lengte van de boom bij aankoop.
Foto's van de aanplanting.
5. Ontharden en vergroenen van (voor-)tuinen
Artikel 1: Definities
Voortuin: private strook tussen de rooilijn en de voorgevel van de woning of zoals bepaald in de van toepassing zijnde verkavelingsvergunning.
Oprit: het gedeelte van een privaat woonperceel bedoeld voor het parkeren of stallen van een voertuig, of voor het bereiken van de bij het huis behorende autobergplaats (garage, carport, …).
Verharding:
Gesloten verharding: een oppervlakte bestaand uit niet-waterdoorlatende materialen zoals nietwaterdoorlatende betonstraatstenen, tegels, asfalt, (gepolierd) beton, gefundeerd kunstgras, gebonden steenslagen, …
Open verharding: een oppervlakte bestaand uit waterdoorlatende materialen zoals kiezel, keien, grastegels, waterdoorlatende betonstraatstenen, …
Beplanting: wintervaste planten, hagen, struiken, bomen.
Artikel 2: Subsidiebedrag
Binnen de kredieten van het uitvoerbare budget wordt een subsidie verleend voor het ontharden en vergroenen van particuliere voortuinen en opritten.
Gazon ter vervanging van een verharding: € 5,00/m².
Beplanting ter vervanging van een verharding: € 15,00/m².
De subsidie bedraagt maximum € 300,00.
Artikel 3: Algemene voorwaarden
De subsidie kan enkel aangevraagd worden door particulieren en voor particuliere woningen.
Per adres kan slechts één aanvraag ingediend worden.
De opgebroken (open) verharding wordt vervangen door gazon, wintervaste planten, hagen, struiken en/of bomen. De aanplant van éénjarige beplantingen komt niet in aanmerking voor subsidie.
De aanvrager dient de nieuwe aanplant minimaal gedurende 10 jaar in stand te houden. Afgestorven planten dienen vervangen te worden.
Er wordt minimum 5 m² (open) verharding opgebroken.
De opgebroken verharding mag niet gecompenseerd worden elders op het perceel. Binnen een periode van 10 jaar mag ook geen bijkomende verharding aangelegd worden op het perceel. Indien dit toch wordt vastgesteld dan dient de subsidie terugbetaald te worden, in verhouding tot het aantal m² bijkomende verharding die gerealiseerd werd.
Het verwijderen van anti-worteldoek, boomschors, e.d. materialen komt niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 4: Aanvraagprocedure
§4.1 De aanvraag voor een premie wordt gedaan door het invullen van een aanvraagformulier
Het aanvraagdossier bevat volgende stukken
1. een volledig en correct ingevuld aanvraagformulier via de website
2. bewijsstukken:
a. een schematische voorstelling van de voortuin met opgave van de afmetingen zodat
de oppervlakte kan geverifieerd worden
b. foto’s van voor en na de werken."
Artikel 2:
Dit reglement vervangt alle voorgaande en heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 3:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Jef Gys Stan Scholiers Axel Boen Vera Goris Stijn Van Hoofstat Philip Lemal Rob Mennes Inez Van den Berge Lindger Boen Arne Vergauwen Koen Vaerten Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Chantal Jacobs Wannes Van Havere Kris Huyck aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Subsidiereglement Kleine Landschapselementen (KLE) en Fauna- en Floraontwikkeling (FFO) - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op de klimaatambities van de Vlaamse Regering voorgesteld in het energie- en klimaatplan 2021-2030;
Gelet op het gemeentelijk klimaatactieplan goedgekeurd door de Gemeenteraad 30 januari 2023;
Gelet op het ondertekenen van het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.1 d.d. 25 mei 2023;
Gelet op het Burgemeestersconvenant;
Overwegende dat het nodig is om het leefmilieu ontwikkelingskansen te geven;
Overwegende dat het nodig is om kleine landschapselementen te ontwikkelen en te onderhouden;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 5 onthoudingen (Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Hoofdstuk 1 - Definities en Voorwerp
Artikel 1:
Definities
Kleine landschapselementen (verder KLE’s genoemd) zijn:
● lijnvormig landschapselement: een klein landschapselement dat een landschapsstructurerende invloed heeft en dat gekenmerkt wordt door de vorm, nl. langwerpig en beperkt in de breedte, als lijnvormig element kunnen worden erkend: haag, houtkant, houtwal, bomenrij;
● bomenrij: een opeenvolging of aaneenschakeling van bomen van dezelfde soort en leeftijd, die meestal in een rechte lijn zijn geplaatst of gerangschikt;
● knotbomen: volgende soorten worden bedoeld: wilg, es, populier, eik en olm;
- Vellen of rooien: schade toebrengen of verminken of vernietigen door ondermeer ringen, ontschorsen, verschroeien, gebruik van chemische middelen (te ontraden), inkervingen en benagelen.
- Rooien of vellen is niet het langs weiden of akkers bevestigen van afsluitdraden aan lijnvormige landschapselementen gebruikt voor afbakening van percelen, door middel van krammen en dergelijke, voor zover deze landschapselementen effectief deel uitmaken van de afsluiting.
- Mengculturen: uitheemse (exoot) fauna of flora gemengd met inheemse fauna resp. flora. Ook ingeval van flora (inheemse) cultivars verplant met oorspronkelijke streekeigen rassen.
Artikel 2:
Binnen de perken van voorziene en goedgekeurde kredieten in
het jaarlijks meerjarenplan kan het college van Burgemeester en Schepenen een subsidie verlenen voor de aanleg, het onderhoud en de ontwikkeling van de onder artikel 3 §1 bedoelde onderwerpen.
De betoelaagbare projecten zijn gelegen op de volgens het gewestplan ingedeelde ruimte van het grondgebied van de gemeente.
Onder ruimte wordt verstaan, de zones die op het bij KB van 3 oktober 1979 vastgesteld Gewestplan Antwerpen aangeduid zijn als agrarisch gebied, bosgebied, natuurgebied, reservaat of parkgebied, woongebied en woonuitbreidingsgebied.
Hoofdstuk 2 - Subsidie
Artikel 3:
§1 Als betoelaagbare KLE’s en fauna en flora ondersteunende initiatieven, komen in aanmerking:
● lijnvormige beplantingen in de vorm van een knotbomenrijen, die als zelfstandig element in het landschap voorkomen en die bestaan uit streekeigen boomsoorten;
● het onderhoud van een knotbomenrij.
§2 Lijst van streekeigen beplantingen waarvoor een toelage kan bekomen worden:
Nederlandse naam | Latijnse naam |
Es | Fraxinus excelsior |
Zomereik | Quercus robur |
Wilg | Salix species |
Veldolm | Ulmus species |
§3 Voor aanplant of aanleg kunnen volgende toelagen worden verstrekt:
Type | Toelage | Voorwaarden |
Knotbomenrij | € 3,00/ per knot-boom | ● de plantafstand in de rij bedraagt 7 tot 10 m voor hoogstammige bomen en 2,5 tot 7 m voor knotbomen. ● de aanplanting betreft minstens 10 bomen. |
§4 Voor onderhoud kunnen volgende toelagen worden toegekend:
Type | Toelage | Voorwaarden |
Knotten van een knotbomenrij | € 10,00/ per knot-boom | ● enkel knotrijpe bomen komen voor een onderhoudsbeurt in aanmerking. De periode van onderhoud loopt van begin november tot eind februari. ● de toelage is slechts om de 7 jaar toekenbaar. |
§5) Het bedrag wordt per aanvraag beperkt tot € 200,00 per perceel.
Artikel 4:
Mengculturen komen niet in aanmerking voor een subsidie.
Artikel 5:
Bestaande beplantingen onderworpen aan een vellingsvergunning en beplantingen die voortvloeien uit de toekenning van een vellings-, bouw- of milieuvergunning komen niet in aanmerking voor enige betoelaging voor aanplant.
Hoofdstuk 3 - Algemene bepalingen
Artikel 6:
De toelage wordt toegekend aan de aanvrager(s). De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de aanleg- of onderhoudswerken waarvoor de aanvraag wordt ingediend.
Artikel 7:
De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn en te verlopen volgens de van toepassing zijnde (plaatselijke) regelgevingen en of gebruiken. Indien de aanvraag het akkoord vergt van een buur of de eigenaar van een perceel, zal dit akkoord bij de aanvraag gevoegd worden.
Artikel 8:
De aanvrager verbindt zich tot de nodige instandhoudingszorg, voor de objecten waarvoor de toelage werd verkregen. Hij staat ondermeer in voor de vrijwaring tegen vraat vanwege vee of wild en vervanging van afgestorven of sterk misgroeide exemplaren in het eerstvolgend plantseizoen.
Artikel 9:
De aanvragen tot betoelaging worden ingediend bij de dienst milieu volgens een door het college van Burgemeester en Schepen vastgestelde wijze.
De aanvraag bevat tenminste:
● de naam, de hoedanigheid, het adres en het rekeningnummer van de aanvrager;
● perceelgrootte en kadastrale gegevens, een bewijs van eigendom, pacht, vruchtgebruik of enig ander uitgevoerd recht op een onroerend goed;
● een situeringsplan, met duidelijke schaalgrootte van het object waarvoor een toelage wordt aangevraagd;
● een beschrijving van de aard van de werken die voorgenomen worden:
○ voor beplantingsobjecten: lengte/aantallen/plantafstanden/soort of soortensamenstelling van het plantgoed;
○ onderhoud van knotbomenrij: aantallen/soortensamenstelling van het plantgoed;
● de voorgenomen periode van uitvoering;
● een becijfering van de aangevraagde toelage, volgens de gegevens van artikel 3.
Artikel 10:
Het college van Burgemeester en Schepenen beslist omtrent de toekenning van de toelage en het bedrag ervan. Aan de toekenning van de toelage kunnen door het College van Burgemeester en Schepenen nadere voorwaarden worden verbonden met betrekking tot de soort, samenstelling of de uitvoeringswijze. De dienst milieu zorgt voor de nodige voorbereidingen voor het college.
De toekenning van de toelagen kan worden geweigerd als de uitvoering van het voorgestelde werk omwille van natuur- of landschapsredenen, of gezien de staat van het object, door het college van Burgemeester en Schepenen ongewenst geacht wordt.
Artikel 11:
De aanvrager aan wie een toelage werd toegekend bericht het gemeentebestuur binnen de 3 maanden van de voltooiing van de aanleg- of onderhoudswerken en binnen het betreffende dienstjaar (dienstjaar van de geplande uitvoering), zoniet vervalt de toegekende toelage. Aan dit bericht wordt een aanvraag tot uitbetaling toegevoegd. De dienst milieu voert de nodige controleformaliteiten uit. Projecten worden overeenkomstig de schriftelijke afspraken betoelaagd.
Artikel 12:
Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig uitgevoerd is, kan de toelage bij beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen verminderd, uitgesteld of geweigerd worden op voorstel van de dienst milieu.
Er wordt in geen geval een hogere vergoeding uitgekeerd dan bij de toekenning voorzien.
Artikel 13:
De toelage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer:
● belangrijke delen van de beplanting door kennelijk gebrek aan zorg of vervanging niet tot uitgroei komen;
● bij bedrog.
Het advies van de dienst milieu zal worden ingewonnen. Dit advies is definitief en hiertegen is geen beroep mogelijk.
Artikel 14:
Aanplanten en het onderhoud van knotbomen wordt gefinancierd.
Artikel 15:
Dit besluit vervangt alle voorgaande besluiten.
Artikel 16:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Lindger Boen Rob Mennes Stijn Van Hoofstat Arne Vergauwen Axel Boen Vera Goris Jef Gys Kris Huyck Koen Vaerten Wannes Van Havere Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Philip Lemal Inez Van den Berge Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Subsidiereglement voor het houden van kippen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op artikel 2 Decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het Lokaal Materialenplan: uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030 zoals wettelijk verankerd in het Vlaams Materialendecreet;
Ondanks de bestaande inzamelingsmogelijkheden belandt er nog steeds een aanzienlijk deel van het GFT-afval bij het restafval. Bovendien schat OVAM dat er jaarlijks meer dan 200.000 ton eetbaar voedsel wordt verspild. Om de verwerking van GFT-afval op eigen terrein aan te moedigen, voorziet de gemeente Schelle een subsidie voor het houden van kippen. Hierdoor worden inwoners aangemoedigd om keukenrestjes op een nuttige en duurzame manier aan te wenden. Dit draagt niet alleen bij aan een beter milieu, maar heeft tevens een positief effect op de gemeentelijke restafvalcijfers.
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Voorwaarden
De aanvrager is een inwoner van Schelle.
De aanvrager is een particulier.
De aanvrager licht zich voldoende in over het houden en verzorgen van kippen. De aanvrager kan zich informeren via de huisdierwijzer: kip van Vlaanderen.
De kippen moeten voldoende bewegingsruimte hebben en beschikken over een binnenhok. Het is aangeraden het kippenhok zodanig af te schermen dat vossen hier niet binnen geraken en de nodige maatregelen te nemen in functie van vogelgriep.
Artikel 2:
Bedrag
De gemeente voorziet een premie van € 3 per kip met een maximum van € 9 per adres.
Voor volgende kippenrassen voorziet de gemeente een premie van € 5 per kip met een max. van € 20 per adres:
● Izegemse Koekoek;
● Brakelhoen;
● Luikse Bassette;
● Doornikse Kriel.
Artikel 3:
Procedure aanvraag
De aanvraag tot het bekomen van een subsidie wordt op het daartoe ter beschikking gestelde aanvraagformulier overgemaakt aan het gemeentebestuur van Schelle, dienst milieu.
De subsidieaanvraag voor kippen dient te gebeuren binnen zes maanden na factuurdatum.
De premie kan maar eenmaal per categorie worden uitgekeerd binnen een periode van
5 jaar.
De aanvrager geeft toelating aan een gemeentelijke ambtenaar om de toepassing van dit reglement ter plaatse na te gaan.
Indien blijkt dat niet aan de voorwaarden van dit reglement wordt voldaan, heeft de gemeente Schelle het recht om de subsidie te weigeren of terug te vorderen.
Indien de subsidie wordt geweigerd, ontvangt de aanvrager een gemotiveerde weigering.
Artikel 4:
Binnen de voorziene kredieten zal het gemeentebestuur een subsidie verlenen voor de te subsidiëren acties.
Artikel 5:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoeringsmodaliteiten van onderhavig reglement.
Artikel 6:
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen.
Artikel 7:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Stan Scholiers Stijn Van Hoofstat Rob Mennes Lindger Boen Axel Boen Jef Gys Inez Van den Berge Vera Goris Arne Vergauwen Koen Van de Wouwer Koen Vaerten Wannes Van Havere Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 6 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Subsidie reglement thuiscomposteren en verwerking groen- en tuinafval: Aanpassing - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op de samenwerking met IGEAN voor het leveren van compostbakken en compostvaten;
Gelet op het feit dat de subsidies reeds in de nieuwe aankoopprijzen van compostbakken en compostvaten voor de gemeente werden verrekend;
Gelet op de tarieven vermeld in het retributiereglement verkoop van recipiënten op de Gemeenteraad d.d. 23 oktober 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 6 onthoudingen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Enig artikel:
Het bijgevoegd subsidiereglement thuiscomposteren en verwerking van groen- en tuinafval goed te keuren:
"Artikel 1: Voorwaarden
De aanvrager is een inwoner van Schelle.
De aanvrager is een particulier.
De aanvrager licht zich voldoende in over de werking van een compostvat, compostbak, mulcher, combimaaier, mulchkit en verhakselaar.
Het composteersysteem wordt op maat van de tuin en het te verwerken tuin- en keukenafval gekozen. De compostvaten en -bakken zijn van gerecycleerd materiaal.
Zowel een mulchmaaier, combimaaier en mulchkit komen in aanmerking voor een subsidie. Een mulchmaaier kan enkel mulchmaaien. Een combimaaier kan zowel mulchmaaien als gras maaien met een opvang in een opvangbox. Een mulchkit kan op een gewone grasmaaier geïnstalleerd worden zodat het kan mulchen.
De mulcher en combimaaier voldoen aan volgende voorwaarden:
● CE-markering (veiligheid);
● Het maximum gegarandeerd geluidsvermogenniveau Lwa gemeten volgens de Europese richtlijn 2005/88/EG mag niet hoger zijn dan vermelde grenswaarde:
Maaibreedte | Max. gegarandeerd geluidsvermogen Lwa in dB(A) |
< 50 cm | 96 |
> 50 cm en <= 70 cm | 98 |
> 70 cm en <= 120 cm | 100 |
> 120 cm | 105 |
De verhakselaar voldoet aan volgende voorwaarden:
● CE-markering (veiligheid);
● Doorvoerdiameter van minimaal 35 mm;
● Het maximum gegarandeerd geluidsvermogenniveau Lwa gemeten volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG is lager of gelijk aan 93 dB(A).
Artikel 2: De volgende categorieën komen in aanmerking voor subsidie:
| Type | Subsidie |
Compostvat | 1. via het recyclagepark 300 liter |
|
2. zelf aan te kopen | 10% van de aankoopprijs met een max. van € 15 per adres
| |
Compostbak | 1. via het recyclagepark
|
|
2. zelf aan te kopen | 10% van de aankoopprijs met een max. van € 15 per adres | |
Mulcher | Zelf aan te kopen | Subsidie van 10% op de aankoopprijs met een max. van € 100 per adres |
Verhakselaar | Zelf aan te kopen | Subsidie van 10% op de aankoopprijs met een max. van € 100 per adres |
Artikel 3: Aanvraag
De aanvraag tot het bekomen van een subsidie wordt op het daartoe ter beschikking gestelde aanvraagformulier overgemaakt aan het gemeentebestuur van Schelle, dienst milieu.
De subsidieaanvraag voor een compostvat, compostbak, mulcher, combimaaier, mulchkit en verhakselaar dient te gebeuren binnen zes maanden na factuurdatum.
De premie kan maar eenmaal per categorie worden uitgekeerd binnen een periode van
5 jaar.
De aanvrager geeft toelating aan een gemeentelijke ambtenaar om de toepassing van dit reglement ter plaatse na te gaan.
Indien blijkt dat niet aan de voorwaarden van dit reglement wordt voldaan, heeft de gemeente Schelle het recht om de subsidie te weigeren of terug te vorderen.
Indien de subsidie wordt geweigerd, ontvangt de aanvrager een gemotiveerde weigering.
Artikel 4:
De composteersystemen die niet in voorraad zijn, moeten worden aangekocht door de gemeente. De aanvrager moet rekening houden met een wachttijd van onbepaalde duur.
Artikel 5:
Binnen de voorziene kredieten zal het gemeentebestuur een subsidie verlenen voor de te subsidiëren acties.
Artikel 6:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoeringsmodaliteiten van onderhavig reglement.
Artikel 7:
Dit reglement vervangt alle voorgaande en heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 8:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017."
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Chantal Jacobs Rob Mennes Wannes Van Havere Arne Vergauwen Vera Goris Axel Boen Stijn Van Hoofstat Jef Gys Lindger Boen Stan Scholiers Inez Van den Berge Koen Vaerten Philip Lemal Kristof Van Landeghem Kris Huyck Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Toelage aan bepaalde categorieën van inwoners - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur.
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2025 houdende goedkeuring van een belasting op de woon- en bedrijfsruimten;
Overwegende dat de gemeente ook doorheen haar fiscaal beleid ruime aandacht wil opbrengen voor de sociaal kwetsbaren in onze maatschappij;
Overwegende dat een toelage kan toegekend worden aan een aantal categorieën die onder een bepaalde inkomstengrens blijven en die voorkomen op het kohier van het voormelde belastingreglement;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
Beslist:
Met 15 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Vanaf 1 januari 2026 wordt er een toelage van 100 EUR toegekend aan sommige inwoners van de gemeente.
Artikel 2:
Om hiervoor in aanmerking te komen moeten de inwoners op 1 januari van het aanslagjaar aan de volgende voorwaarden voldoen:
1. voorkomen op het belastingkohier van de belasting op de woon- en bedrijfsruimten van het aanslagjaar;
2. genieten van het RVV-statuut.
Artikel 3:
De toelage voor de categorieën bepaald in artikel 2 wordt automatisch toegekend op basis van de gegevens van de Kruispuntbank en het OCMW. Het college van burgemeester en schepenen zal aan de Kruispuntbank en het OCMW de nodige gegevens opvragen waaruit moet blijken welke personen in aanmerking komen voor de toepassing van dit toelagereglement.
Personen die zich bevinden onder de categorieën van artikel 2 en die geen vrijstelling ontvingen, moeten uiterlijk binnen de 2 maanden na ontvangst van hun aanslagbiljet de nodige bewijsstukken (afschrift van het besluit houdende de toekenning van bovenvermeld statuut alsmede bewijs van betaling van de belasting op de woonruimte van het aanslagjaar) voorleggen aan de sociale dienst van het OCMW (Peperstraat 38) tijdens de kantooruren. Na het verstrijken van deze periode worden er geen aanvragen voor toelage meer aanvaard.
Het college van burgemeester en schepenen zal aan het OCMW de namen vragen van de personen die in aanmerking voor deze toelage op basis van de bij haar ingediende bewijsstukken. Het college van burgemeester en schepenen zal de financiële dienst opdracht geven over te gaan tot de uitbetaling van deze toelage uiterlijk binnen de maand na ontvangst van de opgavestaat van het OCMW.
Artikel 4:
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
Artikel 5:
Het beschikbare krediet is voorzien in het meerjarenplan.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Koen Vaerten Axel Boen Philip Lemal Lindger Boen Inez Van den Berge Jef Gys Arne Vergauwen Rob Mennes Stan Scholiers Vera Goris Wannes Van Havere Stijn Van Hoofstat Koen Van de Wouwer Kris Huyck Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Retributiereglement voor de selectieve inzameling van huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval aan huis en via brengmethode op korte afstand - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Bevoegdheid
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Het decreet Lokaal Bestuur geeft de bevoegdheden van de gemeenteraad aan.
Juridisch kader
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.
De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Dit Materialenplan vormt het algemeen kader voor de selectieve inzameling van diverse fracties.
Tegen 2030 wil Vlaanderen de totale hoeveelheid restafval sterk verminderen.
Via het Materialenplan worden restafvaldoelstellingen voor elke gemeente vastgelegd.
Het Materialendecreet van 23 december 2011 implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.
● Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.
● Artikel 10 van het Materialendecreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA.
● Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moeten worden betaald.
● Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen. Die tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex.
De gemeente Schelle is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan.
Financiële impact
De ontvangsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 0300-00/70000010, budgetrekening GBB.
Motivering
Aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval zijn kosten verbonden die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Om de scheiding aan de bron aan te moedigen is het niet aangewezen de inzameling- en verwerkingskosten voor de selectieve afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders. Voor een goede sturing van de selectieve inzameling is een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties essentieel.
Een jaarlijkse indexering van een aantal retributies is aangewezen om de algemene kostenstijging te volgen en de verhouding inkomsten/kosten in balans te houden.
Door in de gemeenten van het samenwerkingsgebied van IGEAN een gelijkaardig systeem en dezelfde retributies toe te passen, worden de tarieven door de inwoners als eerlijker ervaren en kan afvaltoerisme vermeden worden.
De gemeente zamelt volgende afvalstoffen in:
● huisvuil, gft, pmd, papier & karton via huis-aan-huisinzameling;
● glas via glasbollen en -containers die op verschillende plaatsen in de gemeente zijn opgesteld;
● grofvuil, herbruikbare goederen en snoeihout op afroep;
● textiel via huis-aan-huisinzameling, het recyclagepark en in de kringwinkel;
● diverse fracties via het recyclagepark.
De tarieven zijn vastgelegd in het retributiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad:
● voor huisvuil en gft op 13 september 2022;
● voor PMD op 13 september 2022;
● voor keukenafvalzakjes op 25 september 2025;
● voor grofvuil en snoeihout op 13 september 2022;
● voor papier en karton in containers op 13 september 2022.
Volgende fracties kunnen kosteloos meegegeven worden met de selectieve inzameling aan huis of via de permanent opgestelde containers:
● glas (glazen flessen en bokalen);
● papier & karton;
● textiel;
● herbruikbare goederen.
IGEAN heeft een voorstel uitgewerkt in samenwerking met een projectgroep met afgevaardigden van 17 van de 27 gemeenten. Het voorstel werd toegelicht en besproken op het adviescomité milieu op 16.06.2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10.09.2025.
Beslist:
Met 13 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Definities
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
● voor de toepassing van deze retributies wordt verstaan onder fractie: “specifiek type afval dat selectief ingezameld wordt bv. papier & karton”.
● gesorteerd afval: afval dat per fractie gescheiden wordt aangeboden aan de ophaaldienst.
● gemengd afval: afval dat niet gescheiden per fractie aangeboden wordt aan de ophaaldienst.
Artikel 2:
Inning
§ 1. Zakken
Diegenen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor de inzameling aan huis, zijn de in artikel 3 vermelde retributies verschuldigd op het ogenblik van de aankoop op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).
§ 2. Handelaars
Een korting van 5 procent wordt verleend aan de handelaars die de gemeentelijke huis-aan-huisrecipiënten en stickers aan het publiek doorverkopen.
§ 3. Grofvuil, snoeihout en groenafval op afroep
Diegenen die gebruik maken van de ophaling van grofvuil en snoeihout betalen een kost per kubieke meter. De ophaling wordt gereserveerd bij het onthaal van de gemeente. Bij het niet-aanbieden van de afvalfractie op het gereserveerde moment, zal een kost van 25 euro aangerekend worden indien reservering niet tijdig geannuleerd wordt. Er kan telefonisch geannuleerd worden tot de dag voor de ophaling plaats vindt. De reserveringskost wordt niet aangerekend indien de op te halen fractie correct aangeboden wordt op het geserveerde tijdstip. De retributie wordt via een factuur door de gemeente aangerekend.
Artikel 3:
Inzameling met zakken/stickers
§ 1. Volgende retributie is verschuldigd op het ogenblik van de aankoop van de zakken voor de afvalinzameling op de door de gemeente vastgestelde plaats(en):
PMD - zak 30 liter | € 0,10/zak |
PMD - zak 60 liter | € 0,15/zak |
PMD - zak 120 liter enkel voor scholen | € 0,25/zak |
bundel van 80 keukenafval-zakjes van 8 liter | € 6 /bundel (80 stuks) |
huisvuilzak 30 liter | € 1,50/zak |
huisvuilzak 60 liter | € 3,00/zak |
GFT-sticker 40 liter | € 1/sticker |
GFT-sticker 120 liter | € 2/sticker |
GFT-sticker 240 liter | € 4/sticker |
De zakken zijn enkel verkrijgbaar in voorverpakte hoeveelheden van meerdere stuks per eenheid.
Artikel 4:
Ophaling van grofvuil op afroep
Als het grofvuil omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht en niet past in het standaard recipiënt voor de inzameling van huisvuil, dan kan het meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak. Per ophaaladres kan maximum 3 m³ grofvuil worden aangeboden.
Voor het grofvuil wordt een retributie aangerekend als volgt:
Reservatiekost bij een niet tijdige annulering | € 25 |
Gemengd afval | € 80 per 0,5 m³ |
Gesorteerd afval | € 50 per 0,5 m³ |
Artikel 5:
Ophaling van snoeihout op afroep
Als het snoeihout omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht, dan kan het samengebonden in hanteerbare bundels meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De takken hebben een diameter van maximum 10 cm. De bundels zijn maximum 1,5 m lang en hebben een maximale diameter van 50 cm. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak. Per ophaaladres kan maximum 3 m³ snoeihout worden aangeboden.
Voor het snoeihout wordt een retributie aangerekend als volgt:
Reservatiekost bij een niet tijdige annulering | € 25 |
Kost per ophaaladres | € 25 per 1 m³ |
Artikel 6:
Bezwaar
De retributieplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze retributie bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betalingsuitnodiging of afrekening. Het college van burgemeester en schepenen, of een gemeentelijk personeelslid dat daartoe bijzonder door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding.
Artikel 7:
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning bij burgerlijke rechtsvordering gebeuren.
Artikel 8:
Onderhavig reglement vervangt de vorige reglementen ten deze, treedt in voege op 1 januari 2026 en loopt t.e.m. 31 december 2031.
Artikel 9:
Bekendmaking
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Een afschrift van dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid bezorgd en aan IGEAN milieu & veiligheid, die instaat voor de verdere uitvoering hiervan gelet op de beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Kris Huyck Vera Goris Lindger Boen Jef Gys Kristof Van Landeghem Arne Vergauwen Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Axel Boen Philip Lemal Koen Vaerten Inez Van den Berge Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Chantal Jacobs Rob Mennes aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Retributiereglement op de tijdelijke inname van de openbare ruimte - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Overwegende dat dikwijls, tengevolge van werken, een gedeelte van het openbaar domein met materialen wordt bezet en/of wordt afgesloten;
Overwegende dat een retributie op de tijdelijke inname van het openbaar domein wordt geheven met als doel de hinder voor de omgeving zo beperkt mogelijk te houden;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een retributie geheven op occasionele inname van de openbare ruimte voor het uitvoeren van werken zoals het bouwen, verbouwen, slopen, herstellen, herinrichten, schilderen en zandstralen van gebouwen, grondwerken, ... (dit is een niet-limitatieve opsomming).
Dit reglement handelt louter over het vestigen van een retributie voor inname van de openbare ruimte. Het betalen van de retributie op de inname van de openbare ruimte houdt geen toestemming in om de openbare ruimte privatief te gebruiken. Deze inname is pas toegelaten na het toekennen van een toestemming door de bevoegde instanties.
Artikel 2:
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1. de openbare ruimte: de publiek toegankelijk ruimte in het bezit of het beheer van een overheid; dit behelst onder meer:
- de openbare weg, te weten de wegen of pleinen en parkings die openstaan voor alle verkeer, hetzij voetgangers- en fietsverkeer of ander verkeer;
- de groene ruimten, te weten de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning;
2. de inname openbare ruimte voor het uitvoeren van werken: elk privatief gebruik van de openbare ruimte ongeacht of dit gebruik onderworpen is aan een toelating of een vergunning, of aan een hogere wetgeving of een andere reglementering, en ongeacht wat de oorzaak is van het gebruik of de wijze van het gebruik, zoals (dit is een niet-limitatieve opsomming):
● opstellen op de openbare weg van stellingen en werfinrichtingen zoals bouwketen;
● bouwkranen, bouwliften, hoogwerkers, werfafsluitingen;
● tijdelijke opslag van materiaal of materieel;
● het plaatsen van voorwerpen zoals containers, betonmolens, -bakken en -silo’s, puinzakken (big bags).
Artikel 3:
Het reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Schelle.
Artikel 4:
Het bedrag van de retributie op het innemen van de openbare ruimte bij werven wordt als volgt berekend:
De retributie is pas verschuldigd vanaf een inname van meer dan 7 kalenderdagen.
Deze is niet verschuldigd bij werken van openbaar nut en werken in opdracht van Igean.
0 t/m 2 maanden: 0,15 euro/m²/dag te rekenen vanaf de 8ste kalenderdag
2 t/m 4 maanden: 0,25 euro/m²/dag
4 t/m 6 maanden: 0,40 euro/m²/dag
na 6 maanden: 0,50 euro/m²/dag tot het einde van de werken
Voor de berekening van de retributie wordt rekening gehouden met de gangbare afmetingen voor de inname van openbare ruimte, met name:
● 12 m² voor een parkeerplaats
● 15 m² voor een container
● een stelling wordt gemeten op gevelbreedte x 2 m stellingbreedte
● 12 m² voor een kraan of lift
● vanaf 5 m² voor puinzakken
● minimumoppervlakte is 5 m² voor inname openbaar domein
Vanaf het moment dat omwille van de verkeersveiligheid voor weggebruikers het noodzakelijk is alternerend of éénrichtingsverkeer in te voeren of lichten te plaatsen in functie van de werken zal een verdubbeling van het tarief toegepast worden.
Een begonnen dag wordt aangerekend als een volledige dag.
Om de administratieve verwerking betaalbaar te houden, zal elke factuur minimaal
5 euro bedragen.
Artikel 5:
Voor het uitlenen van parkeerborden van de gemeente wordt er 45 euro per bord gevraagd. Deze som wordt in eerste instantie als waarborg gevraagd. Bij niet-inlevering van de borden binnen de 14 dagen na het aflopen van de vergunning zal 45 euro per bord als retributie worden gevorderd.
Artikel 6:
Indien de inname van de openbare ruimte later aanvangt of vroeger eindigt dan werd vergund of de ingenomen oppervlakte vermindert of vermeerdert, dient de aanvrager de gemeente hiervan minimum 1 werkdag voor de stopzetting of vermindering of vermeerdering van de inname in kennis te stellen, zodat nazicht mogelijk is. Enkel in die gevallen kan de retributie aangepast worden en dit in verhouding met het aantal dagen effectieve inname of met de verminderde oppervlakte. Bij vermeerdering/uitbreiding wordt het tarief naar boven aangepast.
Artikel 7:
De retributieplichtige is de gebruiker van de openbare ruimte voor het uitvoeren van werken.
Artikel 8:
De betaling van retributie dient te gebeuren binnen 30 dagen na verzending van de factuur op het rekeningnummer van de gemeente.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 9:
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig art. 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Chantal Jacobs Rob Mennes Jef Gys Stijn Van Hoofstat Kris Huyck Wannes Van Havere Inez Van den Berge Kristof Van Landeghem Philip Lemal Koen Vaerten Stan Scholiers Axel Boen Koen Van de Wouwer Arne Vergauwen Lindger Boen aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en verdere wijzigingen;
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019;
Overwegende dat de gemeente Schelle en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;
Overwegende dat deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en aldus een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de goedkeuring door de gemeente Schelle van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
Gelet op het feit dat deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;
Overwegende dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen goed te keuren als volgt:
"
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente Schelle of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente Schelle.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente Schelle aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente Schelle.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VREG goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente Schelle.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen."
Artikel 2:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Axel Boen Wannes Van Havere Philip Lemal Lindger Boen Inez Van den Berge Chantal Jacobs Arne Vergauwen Kris Huyck Stan Scholiers Jef Gys Rob Mennes Vera Goris Stijn Van Hoofstat Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Retributiereglement sneeuwruimen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en 41, 14° en artikel 177;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Beslist:
Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 1 stem tegen (Koen Van de Wouwer), 1 onthouding (Koen Vaerten)
Artikel 1:
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een retributie geheven voor sneeuwruimen.
Artikel 2:
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op 3 euro per lopende meter vrijgemaakte ruimte.
Indien de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van het gebruikersreglement zal een kostprijs van 75 euro aangerekend worden.
Artikel 3:
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 4:
De retributie zal aan de aanvrager gefactureerd worden op basis van het ondertekende document na het uitvoeren van de werken.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.
Artikel 5:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 6:
Dit besluit vervangt het besluit van 28 november 2024.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Axel Boen Stan Scholiers Rob Mennes Vera Goris Jef Gys Inez Van den Berge Lindger Boen Chantal Jacobs Stijn Van Hoofstat Arne Vergauwen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Philip Lemal Wannes Van Havere Koen Vaerten Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Retributiereglement voor het verzenden van herinneringen en aanmaningen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op het feit dat sommigen laattijdig hun verschuldigde sommen betalen;
Overwegende dat deze moeten aangemaand worden;
Overwegende dat het verzenden van aangetekende zendingen een extra kost voor de gemeente is.
Beslist:
Met 13 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Kristof Van Landeghem), 1 stem tegen (Wannes Van Havere), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een retributie geheven op het verzenden van aanmaningen op diegenen die laattijdig de door hun verschuldigde sommen betalen. Artikel 2:
Definities
herinnering: eerste herinnering nadat de betalingstermijn is verstreken.
aanmaning: tweede herinneringsbrief ongeacht of die per gewone post of aangetekend wordt verstuurd nadat de betalingstermijn toegestaan in de herinnering verstreken is zonder dat een betaling volgde.
invorderingskost: verschuldigd wanneer de invordering van onbetwiste en opeisbare fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en gemeentelijke administratieve sancties dient te worden uitbesteed.
Artikel 3:
De tarieven worden vastgesteld als volgt:
herinnering/ 1ste aanmaning: €0
aanmaning/ 2de aanmaning: €15
invorderingskost voor niet-fiscale vordering (deurwaarder): €30
Artikel 4:
De invordering zal geschieden door de financieel beheerder of zijn afgevaardigde.
Artikel 5:
Dit besluit vervangt alle voorgaande besluiten.
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Arne Vergauwen Stan Scholiers Rob Mennes Koen Van de Wouwer Philip Lemal Vera Goris Axel Boen Jef Gys Inez Van den Berge Stijn Van Hoofstat Lindger Boen Koen Vaerten Chantal Jacobs Kris Huyck Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Retributie voor het uitvoeren van werken aan het openbaar domein - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet,
Gelet op artikel 40 § 3 , artikel 41 ° 14, artikelen 177 en 369 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019;
Overwegende dat sommige werken op het openbaar domein door de gemeentediensten worden uitgevoerd op verzoek van derden. Tevens moet er door het gemeentebestuur regelmatig worden overgegaan tot het uitvoeren van herstellingswerken aan voet- en andere paden, uitgebroken ten gevolge van particuliere bouwwerken. Het uitvoeren van deze werken veroorzaakt voor de gemeente onkosten en het is bijgevolg gepast hiervoor een vergoeding te vragen;
Overwegende dat in een aantal gevallen de gemeente ook materiaal ter beschikking stelt;
Overwegende dat het noodzakelijk is terzake een welbepaald en éénvormig tarief vast te stellen;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Koen Van de Wouwer), 5 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Dit reglement gaat in op 1 januari 2026.
Artikel 2:
De retributie is verschuldigd door natuurlijke personen:
- die een aanvraag indienen voor het uitvoeren van werken aan de openbare wegenis;
- bij vaststelling van schade na het uitvoeren van bouwwerken.
Artikel 3:
Het bedrag van de retributie is als volgt vastgesteld:
● uitgraafwerk grond;
● aanbrengen fundering.
Tarief € 770,00/m²
● uitgraafwerk grond;
● aanbrengen fundering.
Tarief: € 770,00/m²
● dienstverlening buiten de normale procedure: € 250,00;
● aanvraag van materiaal buiten de kantooruren “bijzondere oproep”: € 250,00;
● transport voor materiaal: € 150,00 per rit.
Bij schade of verlies van het uitgeleende materiaal dient een vergoeding betaald te worden gelijk aan de vervangwaarde.
Artikel 4:
De retributie dient betaald te worden na ontvangst van een factuur.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 5:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Jef Gys Inez Van den Berge Axel Boen Arne Vergauwen Rob Mennes Vera Goris Stan Scholiers Stijn Van Hoofstat Wannes Van Havere Lindger Boen Chantal Jacobs Kris Huyck Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentelijk reglement leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 25.09.2025 waarin deze besliste om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid en om het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGS IVLW Rivierenland goed te keuren;
Gelet op het ministerieel besluit van 03.04.2017 houdende goedkeuring van de subsidie voor IVLW Rivierenland;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Overwegende dat de Vlaamse Codex Wonen de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;
Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen ook optimaal benut wordt;
Overwegende dat op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden;
Overwegende dat de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden;
Overwegende dat een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 18.05.2017;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Enig artikel:
Volgend reglement goed te keuren:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen:
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 §1, eerste lid, 3°, boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° Beveiligde zending: eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs.
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen of afgeleverde of gedane omgevingsvergunning of melding in de zin van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie, die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in boek 2, artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in Art. 1.3 §1, eerste lid, 66° van boek 1 Vlaamse Codex Wonen van 2021.
12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
Artikel 2 Leegstandsregister:
§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
- een lijst “leegstaande gebouwen”;
- een lijst “leegstaande woningen”.
Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.
§2 In elke lijst worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
3° de identiteit en het adres van de houder(s) van het zakelijk recht;
4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Artikel 3 Inventarisatie van leegstand:
§1 Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de registratie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.
§2 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand
belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§3 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§4 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
● het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
● het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;
● het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
● het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
● een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
● het vermoeden van domiciliefraude;
● het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;
● de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden;
● onafgewerkte, vernielde en/of elementen aan het gebouw/woning;
● neergelaten rolluiken;
● uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus of ontbrekende brievenbus;
● namen en opschriften verwijzen niet naar huidige eigenaars, bewoners of gebruikers van het pand;
● niemand valt aan te treffen in de woning of het gebouw, zelfs niet na herhaalde pogingen om aan te bellen of te kloppen aan de deur of pogingen om contact te leggen op het adres van de woning of het gebouw;
● aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;
● getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent?
Artikel 4 Kennisgeving van inventarisatie:
De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. De kennisgeving bevat:
● De administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat;
● Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
Artikel 5 Beroep tegen opname:
§1 Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
● de identiteit en het adres van de indiener;
● de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
● de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
● de datum van indienen van het beroepschrift.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3 Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4 Het beroepschrift is niet ontvankelijk:
● als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;
● als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, zoals bedoeld in artikel 1,15°. van dit reglement of;
● als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5 Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6 De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7 De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
§8 Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9 De houder van het zakelijk recht kan tegen de beroepsbeslissing over de opname in het leegstandsregister beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Artikel 6 Schrapping uit het gemeentelijke register:
§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
§2 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
● de identiteit en het adres van de indiener;
● de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
● de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris;
● de datum van indienen van het verzoek.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in artikel 5.
Artikel 7 Slotbepalingen:
§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Lindger Boen Axel Boen Stijn Van Hoofstat Wannes Van Havere Rob Mennes Inez Van den Berge Arne Vergauwen Philip Lemal Jef Gys Stan Scholiers Chantal Jacobs Kris Huyck Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentelijk reglement verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het ministerieel besluit van 03.04.2017 houdende goedkeuring van de subsidie voor IVLW Rivierenland;
Overwegende dat verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan;
Overwegende dat het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen overgeheveld wordt van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig worden opgeheven;
Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt;
Overwegende dat het nuttig is om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 23.11.2017;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Enig artikel:
Volgend reglement goed te keuren:
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) een elektronische aangetekende zending;
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 2. Vaststelling van de verwaarlozing
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 15 punten. De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in positieve noch in negatieve zin. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
§2. De verwaarlozing van een woning of gebouw kan vastgesteld worden vanop privé domein, mits de eigenaar van het privé domein hierover de schriftelijke toestemming geeft aan de ambtenaar bevoegd voor de vaststelling van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder neemt een woning of een gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6, §1, tweede lid, 4° of, wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 5. Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte;
2° het technisch verslag;
3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is een woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van de houder van het zakelijk recht niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Artikel 6. Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
§1. Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 5.
§2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.
§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.
§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.
§8. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 7. Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, 15 punten of meer zouden opleveren. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.
Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
§5. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 8. Beroep tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§3. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.
§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 9. Slotbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2. De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Arne Vergauwen Stan Scholiers Jef Gys Inez Van den Berge Axel Boen Lindger Boen Wannes Van Havere Vera Goris Stijn Van Hoofstat Philip Lemal Rob Mennes Kristof Van Landeghem Kris Huyck Chantal Jacobs Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op de leegstand van woningen en gebouwen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente,
Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 13 december 2022;
Gelet op gemeentelijke reglement op leegstaande woningen en gebouwen van 19 december 2025;
Overwegende dat de Vlaamse Codex Wonen de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;
Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen ook optimaal benut wordt;
Overwegende dat op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden;
Overwegende dat de langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden;
Overwegende dat een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld;
Overwegende dat de strijd tegen de leegstaande woningen en/of gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast worden;
Overwegende de vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen omdat die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel Art. 1.3 §1, eerste lid van Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van het gemeentelijke register.
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
3° Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c. een elektronische aangetekende zending.
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uit maken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: Woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
8° Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art 2.10 van Boek 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° Leegstand bij nieuwbouw: Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande
woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een
stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt
overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in artikel 1.3 §1, eerste lid 66°, Boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
12° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
Artikel 2 Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§ 1. Er wordt vanaf 1 januari 2026 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 3 Belastingsplichtige
§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 4 Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
● € 1.500 voor een gebouw;
● € 1.500 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat bedraagt de belasting:
● € 3.000 voor een gebouw;
● € 3.000 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat bedraagt de belasting:
● € 4.500 voor een gebouw;
● € 4.500 voor een woning.
- …
Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op het register staat bedraagt de belasting:
● € 6.000 voor een gebouw;
● € 6.000 voor een woning.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
§2. Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw op het leegstandregister staat, wordt behouden bij ingang van het nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de belasting, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandregister.
Artikel 5 Jaarlijkse indexering
Het bedrag vernoemd in art. 4 wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en zal jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:
Aangepast bedrag = basisbedrag X nieuw indexcijfer/ basisindexcijfer
Waarbij:
● De basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn;
● Het nieuw indexcijfer het indexcijfer is van december voorafgaand aan de indexering;
● Het basisindexcijfer het indexcijfer van januari 2025 is.
Artikel 6 Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in art. 5 §2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§ 2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft, voor maximum 2 opeenvolgende jaren; en dit enkel voor de woning waar de houder van het zakelijk recht laatst verbleef voor zijn opname in de zorginstelling;
2° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor maximum 2 opeenvolgende jaren;
3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht.” Anders zou het kunnen (als je het letterlijk leest) dat de nieuwe eigenaar de belasting voor het lopende jaar moet betalen, maar niet die van het jaar dat erop volgt;
4° de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed;
5° de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
6° de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
7° de woning of het gebouw onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden wegens een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
8° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
9° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.
10° de woningen of de gebouwen die een eigenaar om efficiëntieredenen in een groter sociaal project met meerdere tegelijk wil renoveren of herbouwen. De vrijstelling kan voor maximum 5 opeenvolgende jaren worden verkregen, op voorwaarde dat de houder van het zakelijk recht jaarlijks de vooruitgang aantoont in het project.
Artikel 7 Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8 Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 Bezwaar
De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen)
Artikel 10
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 11
Dit artikel vervangt het reglement van 13 december 2022.
Artikel 12
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Arne Vergauwen Philip Lemal Lindger Boen Axel Boen Stan Scholiers Inez Van den Berge Jef Gys Vera Goris Stijn Van Hoofstat Wannes Van Havere Rob Mennes Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck Koen Vaerten Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het ministerieel besluit van 3.04.2017 houdende goedkeuring van de subsidie voor
IVLW Rivierenland;
Gelet op gemeentelijke reglement op verwaarloosde woningen en gebouwen van 19/12/2025;
Overwegende dat verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente voorkomen en bestreden moet worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan;
Overwegende dat het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen overgeheveld wordt van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig worden opgeheven;
Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt;
Overwegend dat het nuttig is om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente,
Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 30 december 2019;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
● een aangetekend schrijven;
● een afgifte tegen ontvangstbewijs;
● een elektronische aangetekende zending.
● de volle eigendom;
● het recht van opstal of van erfpacht;
● het vruchtgebruik.
BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 2. Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 3. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
● € 1.500 voor een gebouw;
● € 1.500 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
● € 3.000 voor een gebouw;
● € 3.000 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
● € 4.500 voor een gebouw;
● € 4.500 voor een woning.
Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
● € 6.000 voor een gebouw;
● € 6.000 voor een woning.
Artikel 5. Jaarlijkse indexering
Het bedrag vernoemd in art. 4 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en zullen jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:
Aangepast bedrag = basisbedrag X nieuw indexcijfer/ basisindexcijfer
Waarbij:
De basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn; delige
Het nieuw indexcijfer is het indexcijfer van december voorafgaand aan de indexering;
Het basisindexcijfer het indexcijfer van januari 2025 is.
Artikel 6. Vrijstelling (voor een lijst van andere mogelijke vrijstellingen: zie toelichting)
Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die sinds minder dan een jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht;
2° de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed;
3° de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
4° de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling jaarlijks opnieuw moet aangevraagd worden en slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
5° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie opeenvolgende jaren volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
6° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.
7° de woning of het gebouw eigendom is van: een erkende sociale huisvestingsmaatschappij, een erkend sociaal verhuurkantoor, de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, IGEAN, AGB of OCMW, gemeente voor een periode van maximum twee jaar.
Artikel 7. Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. Bezwaar
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 10.
Dit artikel vervangt het reglement van 13 december 2022.
Artikel 11.
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Artikel 12. Kennisgeving toezicht
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Wannes Van Havere Stijn Van Hoofstat Arne Vergauwen Lindger Boen Inez Van den Berge Axel Boen Philip Lemal Stan Scholiers Jef Gys Vera Goris Rob Mennes Chantal Jacobs Kris Huyck Kristof Van Landeghem Koen Vaerten Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en verder wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een belasting geheven op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
Dit zijn bebouwde onroerende goederen, gelegen op een terrein met een minimum kadastrale oppervlakte van 500 m2, die in hoofdzaak gediend hebben voor een economische activiteit en die geheel of gedeeltelijk leegstaan en/of geheel of gedeeltelijk verwaarloosd zijn.
Een economische activiteit is iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw of tuinbouw, opslag- of administratieve activiteit uitgeoefend door bedrijven, ondernemingen of zelfstandigen. In dat opzicht is bepalend de laatste hoofdactiviteit of, voor nieuwe bedrijfsruimten, de bestemming die aan de gebouwen werd gegeven. De bestemming vermeld op de bouwvergunning is hierbij determinerend.
De economische activiteit moet plaatsvinden of plaatsgevonden hebben in het hoofdgebouw. Uitgesloten van de toepassing van dit besluit zijn bedrijfsruimten waarin de woning van de eigenaar(s) een niet-opsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het gebouw en door deze laatste(n) zelf nog effectief benut wordt als hoofdverblijfplaats.
Artikel 2:
Deze belasting is van toepassing voor de bedrijfsruimten die op 31 januari van het belastingjaar:
1. door de bevoegde overheid in het belang van de openbare veiligheid bouwvallig
verklaard zijn;
2. ter vrijwaring van de openbare veiligheid of -gezondheid, saneringswerken of
-maatregelen kregen opgelegd;
3. uitwendige tekenen van gehele verwaarlozing vertonen, zijnde: een algemeen
gebrek aan de structuur van de bedrijfsruimte de buitenmuren, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst, dakgoten, trappen en liften.
Een gebrek is beperkt indien het betrekking heeft op de helft of minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of breedte, m.a.w. plaatselijk, niet-uitgebreid gelokaliseerd is;
4. vermeld staan in de gewestelijke inventaris “leegstaande bedrijfsruimten”.
Gebreken van welke omvang ook die de stabiliteit of de veiligheid in het gedrang brengen alsmede vochtindringing geven steeds aanleiding tot inkohiering.
Artikel 3:
De belasting bedraagt: € 2.750,00 per lokaliteit.
Artikel 4:
Jaarlijkse indexering
Het bedrag vernoemd in art. 3 wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en zal jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:
Aangepast bedrag = basisbedrag X nieuw indexcijfer/ basisindexcijfer
Waarbij:
● De basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn;
● Het nieuw indexcijfer, het indexcijfer van december voorafgaand aan de indexering is;
● Het basisindexcijfer, het indexcijfer van januari 2025 is.
Artikel 5:
De belasting bezwaart het eigendom en is verschuldigd door diegene die op 30 januari van het belastingjaar eigenaar is van het belaste onroerende goed, hetzij in voorkomend geval, door de erfpachter of de opstalhouder en subsidiair door de eigenaar.
Artikel 6:
Zijn van deze belasting vrijgesteld:
1. de natuurlijke en rechtspersonen met betrekking tot de gebouwen gelegen binnen een bij KB goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor een bouwvergunning geweigerd werd wegens een in voorbereiding zijnde plan.
2. de natuurlijke en rechtspersonen met betrekking tot de onroerende goederen die getroffen zijn door een ramp, zoals bepaald door de daartoe bevoegde overheid en die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de ramp.
3. de onroerende goederen die zijn beschermd krachtens de vigerende decretale bepalingen tot bescherming van monumenten en stads- & dorpsgezichten en waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het beschermde onroerende goed in de bestaande toestand mag bewaard blijven.
4. de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;
5. de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.
Artikel 7:
Belastingontheffing zal verleend worden:
• aan de belastingplichtige die schriftelijk voor 15 november van het belastingjaar aan het college van burgemeester en schepenen het bewijs voorlegt dat de belastbare toestand in de loop van het belastingjaar beëindigd werd om reden dat:
1. het goed niet meer getroffen is door een maatregel houdende bouwvallig verklaring.
2. de saneringswerken of -maatregelen bedoeld in artikel 2.2. uitgevoerd werden.
3. het goed niet meer geheel of gedeeltelijk bouwvallig is of niet meer geheel of
gedeeltelijk in vervallen toestand verkeert.
4. het goed, met inachtneming van de stedenbouwkundige voorschriften, afgebroken
werd en het pand van alle puin bevrijd.
5. meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de bebouwde constructie
opnieuw rationeel benut wordt.
• voor de onroerende goederen die zijn beschermd krachtens de vigerende decretale bepalingen tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid werd ingediend en ontvankelijk verklaard. In voorkomend geval vervalt het recht op teruggave indien uiterlijk twee jaar na de definitieve toezegging van de restauratiesubsidie, bedoelde restauratiewerken niet zijn voltooid.
Artikel 8:
Deze belasting kan, inzake eenzelfde eigendom, niet gecumuleerd worden met de belasting op niet-bebouwde percelen in een niet-vervallen verkaveling of met de belasting op de niet-gebouwde gronden gelegen in gebieden, bestemd voor bewoning en industrie volgens het plannenregister en palende aan een voldoende uitgeruste openbare weg of met de belasting op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
Artikel 9:
De verkoper van een gebouwd onroerend goed behorend tot één der categorieën vermeld in artikel 1, is verplicht binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, bij ter post aangetekende brief aan de gemeente mee te delen:
1. de volledige identiteit en adres van de nieuwe eigenaar;
2. datum van de akte en naam van de notaris;
3. nauwkeurige aanduiding van het verkochte pand.
Artikel 10:
De belastingschuldige is gehouden voor 15 april van het belastingjaar aangifte te doen op een daartoe voorbestemd formulier dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld op volgend adres, Fabiolalaan 55 te 2627 Schelle of op het mailadres fin@schelle.be.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen via fin@schelle.be
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar van beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 11:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, (Vestiging en Invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 12:
Dit artikel vervangt het reglement van 28 november 2024.
Artikel 13:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Jef Gys Wannes Van Havere Stan Scholiers Arne Vergauwen Lindger Boen Philip Lemal Stijn Van Hoofstat Axel Boen Vera Goris Rob Mennes Inez Van den Berge Kristof Van Landeghem Kris Huyck Chantal Jacobs Koen Vaerten Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 11 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verder wijzigingen;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder Boek 3;
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder Boek 3;
Artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Beslist:
Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
● een aangetekend schrijven;
● een afgifte tegen ontvangstbewijs;
● een elektronische aangetekende zending.
● de volle eigendom;
● het recht van opstal of van erfpacht;
● het vruchtgebruik.
HOOFDSTUK 2. BELASTING OP ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN
Artikel 2. Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt vanaf 1 januari 2026 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris, of, voor woningen die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds op de inventaris waren opgenomen, bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.
Zolang de woning niet is geschrapt uit deze inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 3. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de ongeschikte of onbewoonbare woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
● 1500 euro voor elke andere woning.
De belasting wordt vermeerderd met 1500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden die de woning in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, tot een maximum van 6000 euro.
Artikel 5. Vrijstelling
Er wordt wegens overmacht een vrijstelling van de belasting verleend aan de houder van het zakelijk recht die aantoont dat de woning opgenomen blijft in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen om redenen onafhankelijk van zijn wil.
Er wordt een vrijstelling verleend aan de houder van het zakelijk recht die:
● een omgevingsvergunning tot sloop of een schriftelijke bevestiging van de volledig bevonden aanvraag voor een omgevingsvergunning tot sloop, opgemaakt door de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, voorlegt;
● een gedetailleerd renovatieschema voorlegt waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren met het oog op het herstel van de conformiteit, vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 8°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
1° een tekening of schets van de woning met aanduiding van de geplande werken;
2° een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;
3° een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
c) een combinatie van beide offertes;
4° een fotoreportage van de delen van de woning die gerenoveerd worden.
Deze vrijstelling kan voor maximum twee opeenvolgende jaren worden toegekend.
● de belastingplichtige die sinds minder dan een jaar zakelijk gerechtigde is van de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht
Artikel 6. Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. Betaling, bezwaar en invordering
De belasting wordt gevestigd, ingevorderd en tegen de belasting kan bezwaar worden gemaakt volgens het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 8. Kennisgeving toezicht
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Philip Lemal Lindger Boen Rob Mennes Stan Scholiers Vera Goris Jef Gys Arne Vergauwen Axel Boen Stijn Van Hoofstat Kris Huyck Kristof Van Landeghem Chantal Jacobs Koen Vaerten Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op woon-en bedrijfsruimten - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 170 § 4 van de Grondwet,
Gelet op artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit d.d. 15 februari 2019;
Overwegende dat dit belastingreglement tot doel heeft het fiscaal beleid te vereenvoudigen en te rationaliseren om een algemene en redelijke spreiding van de belastingdruk over gezinnen en bedrijven tot stand te brengen;
Overwegende dat gestreefd wordt naar een belasting waarbij de administratieve verplichtingen, inzonderheid wat betreft de belasting op de bedrijfsoppervlakten, tot het absolute minimum wordt beperkt met vanzelfsprekende inachtneming van de vigerende wetgeving en waarbij de klantgerichte dossierbehandeling, gekoppeld aan gelijke behandeling van alle belastingplichtigen als speciaal aandachtspunt geldt;
Overwegende dat geopteerd wordt voor een algemene grondslag waarbij gezinnen en bedrijven hun bijdrage ten behoeve van de gemeentelijke financiën leveren op basis van de beschikbare woon- en bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente;
Overwegende dat voor alle bedrijven actief in de gemeente de aangewende of voorbehouden kadastrale percelen worden aangerekend;
Overwegende dat de tarieven voor de land- en tuinbouw werden vastgesteld in functie van de specificiteit van de sector;
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 5 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 wordt ten behoeve van de gemeente, een belasting geheven op de woon- en bedrijfsruimten.
Zij wordt gevorderd van elke natuurlijke persoon en/of zorgenverstrekker of beoefenaar van een vrij beroep, elk handels-, nijverheids-, tuin- en/of landbouwonderneming, of elke vennootschap, vereniging, inrichting of instelling al dan niet onderworpen aan de vennootschapsbelasting, die op 1 januari van het belastingjaar, op het grondgebied van de gemeente, een hoofdverblijf van het gezin heeft, respectievelijk een individuele of collectieve bedrijfsoppervlakte of bedrijfsruimte ter beschikking heeft voor het uitoefenen van een hoofd- of bijkomende activiteit.
De vennootschappen in vereffening waarvan de activiteit zich beperkt tot de vereffeningsverrichtingen vallen eveneens onder toepassing van deze belasting.
Onder gezin wordt verstaan, hetzij een persoon die alleen leeft, hetzij twee of meer personen die al of niet verwant, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven.
Voor ondernemingen treft de belasting enkel het gedeelte gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2:
A. Hoofdverblijf.
De belasting is verschuldigd voor de woongelegenheid, met inbegrip van de aanhorigheden, die als hoofdverblijf van het gezin dient en gelegen is in de gemeente.
De ruimte van de hoofdverblijfplaats wordt bepaald door de som van de grondoppervlakten dienstig voor het wonen in gebouwen en in open lucht.
De bebouwde oppervlakte wordt bepaald per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, garages, zolder en kelder, bergplaatsen, tuinhuisjes en paviljoenen, koetshuizen en hokken of stallingen voor huisdieren in duurzaam materiaal.
Als beschikbare woonruimte in open lucht komen in aanmerking de opritten, parkeerplaatsen, moes- en/of siertuinen, inbegrepen serres alsmede de ruimten aangelegd voor sport- en recreatie inclusief de waterpartijen en andere groene en/of open ruimten die in het kader van de stedenbouwkundige normering of ter bevordering van de woonfunctie van het beschouwde hoofdverblijf werden aangelegd of behouden. Deze opsomming is niet limitatief.
De belasting is verschuldigd door de gezinsverantwoordelijke. De volgorde van inschrijving in het bevolkingsregister is daarbij maatgevend bij gemis aan andersluidend bewijs. Indien het om een niet-ontvoogde minderjarige gaat is de burgerlijk verantwoordelijke persoon mede voor de betaling van de belasting aansprakelijk.
De betaling van de belasting kan worden ingevorderd van de belastingplichtige gezinsverantwoordelijke en van alle meerderjarige leden van het gezin. Elk van hen is terzake hoofdelijk aansprakelijk.
Het bedrag van de verschuldigde belasting bedraagt 100 EUR per hoofdverblijf (tarief A) en 175 EUR indien het hoofdverblijf een oppervlakte heeft groter dan 2000 m2 (tarief B).
Artikel 3:
B. Bedrijfsruimten van bedrijven en vrije beroepen.
De belasting is verschuldigd per vestiging door de belastingplichtige gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden. De maatschappelijke zetel wordt steeds als een belastbare zetel beschouwd. Een inschrijving in het handelsregister op een bepaald adres in de gemeente wordt gelijkgesteld met een maatschappelijke zetel.
De belasting is niet toepasselijk op socio-culturele verenigingen en VZW’s met humanitaire en/of socio-culturele doelstellingen.
De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de som van de grondoppervlakten van alle kadastrale percelen bestemd of ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in openlucht en de vloeroppervlakte bestemd of ingenomen voor bedrijfsdoeleinden in gebouwen. Deze laatste oppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, garages, berg- en opslagplaatsen, waar deze zich ook bevinden, doch met uitsluiting van het gedeelte dat uitsluitend als woongelegenheid van de bedrijfsleider of de beoefenaar van het vrij beroep wordt gebruikt. Elk kadastraal perceel dat onder toepassing van dit reglement valt, wordt voor het geheel ervan belast.
In de onbebouwde belastbare oppervlakten zijn begrepen: weilanden, openluchtteelten, woeste gronden behorend tot het bedrijfscomplex, braakliggende delen van industriegronden, gebieden voor gemeenschapsvoorziening en openbaar nut en KMO gebied, beboste terreinen behorende tot een bedrijfscomplex, niet-opgelegde groene zones of opgelegde groene zones in het kader van een vergunningsbesluit, sportterreinen en plantsoenen op de plaats van de bedrijfsvestiging. Deze opsomming is niet beperkend.
Het bedrag van de verschuldigde jaarlijkse belasting wordt als volgt bepaald:
A1. 100 EUR per vestiging met een oppervlakte tot 250 m²
A2. 220 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 250 m² tot 500 m²
A3. 350 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 500 m² tot 1000 m²
B1. 1.250 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 1000 m² tot 2500 m²
B2. 1.500 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 2500 m² tot 5000 m²
B3. 2.500 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 5000 m² tot 10000 m²
C1. 5.000 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 10000 m² tot
25000 m²
C2. 9.000 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 25000 m² tot
50000 m²
C3. 18.000 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 50000 m² tot
100000 m²
D1. 22.500 EUR per vestiging met een oppervlakte meer dan 100000 m² tot
200000 m²
D2. 35.000 EUR vestigingen met een oppervlakte meer dan 200000 m² tot
300000 m²
D3. 45.000 EUR vestigingen met een oppervlakte meer dan 300000 m² tot
500000 m²
D4. 55.000 EUR per vestiging met een oppervlakte meer 500.000 m²
De minimumbelasting voor vrije beroepen, voor ondernemingen met slechts een maatschappelijke zetel en hiermee gelijkgesteld het bestaan van een inschrijving in het handelsregister is deze voorzien in de hierboven vermelde categorie A1.
Artikel 4:
In afwijking van artikel 3 gelden voor de land- en tuinbouwondernemingen volgende heffingen:
a) Landbouwbedrijven:
E1. 110 EUR tot een oppervlakte van 10 ha
E2. 220 EUR voor een oppervlakte tot 20 ha
E3. 280 EUR voor een oppervlakte boven 20 ha
b) Tuinbouwbedrijven:
1. uitsluitend in open lucht:
F1. 110 EUR tot een oppervlakte van 5000 m²
F2. 175 EUR voor een oppervlakte van meer dan 5000 m² tot 10000 m²
F3. 300 EUR voor een oppervlakte van meer dan 1 ha
2. niet in open lucht:
G1. 110 EUR voor een oppervlakte tot 1500 m²
G2. 175 EUR voor een oppervlakte van meer dan 1500 m² tot 5000 m²
G3. 300 EUR voor een oppervlakte van 5000 m²
3. gemengde tuinbouwbedrijven (exploitaties zowel in openlucht als onder glas):
H1. 110 EUR tot een oppervlakte van 5000 m² in open lucht en/of 1500 m² onder glas
H2. 175 EUR voor een oppervlakte in openlucht tussen 5000 m² en 10000 m² en/of
voor een oppervlakte tussen 1500 m² tot 5000 m² onder glas
H3. meer dan deze minima: 300 EUR
De belasting wordt ingekohierd op naam van de belastingplichtige die zowel een natuurlijk persoon, een feitelijke vereniging als een rechtspersoon kan zijn. De betaling van de belasting kan worden ingevorderd van de belastingplichtige zelf maar ook van alle leden van een feitelijke vereniging. Elk van hen is ter zake hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 5:
Belastingplichtigen die door de aard of voor de uitvoering van hun bedrijvigheid ook gronden gebruiken of ter beschikking stellen voor landbouw en of tuinbouw worden, naast de reglementaire taxatie voor de andere belastbare oppervlakten, voor de bedoelde gronden belast tegen het tarief voor agrarische gebieden.
Artikel 6:
6.1. Elke belastingplichtige vermeld onder artikel 3 en 4 moet per vestiging afzonderlijke aangifte doen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. De correct ingevulde, gedag- en gehandtekende aangiften moeten uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar toekomen bij het gemeentebestuur van Schelle, Fabiolalaan 55 te 2627 Schelle of op het mailadres fin@schelle.be.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen via fin@schelle.be.
6.2. Een belastingplichtige is voor een vestiging vrijgesteld van de in artikel 6.1. voorgeschreven aangifteplicht op voorwaarde dat hij/zij het vorige aanslagjaar voor deze vestiging werd aangeslagen op basis van een aangifte.
Een belastingplichtige kan niettemin worden verplicht voor een dergelijke
vestiging – waarvan sprake in 6.1. – een aangifteformulier in te dienen, indien dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door het gemeentebestuur.
6.3. Voor de vestiging waarvoor overeenkomstig 6.2. een vrijstelling van de aangifteplicht geldt, wordt aan de belastingplichtige een aangifteformulier met een voorgedrukt voorstel van aangifte ter beschikking gesteld, dat de gegevens vermeldt waarover het gemeentebestuur van Schelle beschikt, onder meer inzake de ligging van de vestiging en de oppervlakte.
6.4. Enkel indien in het voorstel van aangifte onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het formulier terugzenden binnen een periode van 30 werkdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van het voorstel van aangifte. De terugzending dient te gebeuren met duidelijke en volledige vermelding van de correcte gegevens en verbeteringen. Het is de belastingplichtige die dient te bewijzen dat hij de aangifte tijdig indiende.
6.5. Het voorstel van aangifte, dat zo nodig wordt verbeterd of vervolledigd binnen de bovengestelde termijn, heeft dezelfde waarde als een tijdig ingediende aangifte.
6.6. Voor elke vestiging waarvoor een belastingplichtige, vermeld in artikel 6.1. geen aangifteformulier heeft ontvangen, is hij verplicht, uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen, eventueel op het formulier dat daartoe op verzoek zal worden toegezonden.
6.7. Tevens moet de belastingplichtige binnen de maand uit eigen beweging aangifte doen, vergezeld van de nodige bewijsstukken, bij het gemeentebestuur van:
- elke nieuwe of bijkomende vestiging in Schelle;
- elke wijziging van de beschikbare oppervlakte, in principe dus elke verwerving of
vervreemding van onroerend goed, elke wijziging waardoor de beschikbare oppervlakte op het grondgebied van de gemeente Schelle wijzigt;
- elke verandering in de uitbating;
- elke definitieve stopzetting van bedrijf, handelszaak of zelfstandige beroepsactiviteit.
De eerste aangifte door de belastingplichtige blijft geldig tot herroeping ervan.
Het college van burgemeester en schepenen kan een ambtenaar aanduiden voor het doen van de nodige vaststellingen ter plaatse en het inwinnen van de nodige gegevens in het kader van de toepassing van deze belasting.
Artikel 7:
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belasting door de gemeente ingekohierd.
Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging worden toegepast van 10% op het niet aangegeven gedeelte en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld bij een eerste overtreding.
Bij volgende overtredingen zal, onafgezien van het feit of deze overtredingen plaats hebben binnen eenzelfde dienstjaar, een verhoging van 40%, 70% en 100% worden toegepast op het niet aangegeven gedeelte bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding. Vanaf de vijfde overtreding zal de verhoging 200% bedragen.
Deze verhogingen worden per vestiging toegepast, ongeacht of het om één of meer overtredingen per belastingjaar gaat en met dien verstande dat tijdige en correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding slechts met 10% wordt verhoogd.
De belastingverhoging blijft echter beperkt tot 200% van de verschuldigde belasting.
Artikel 8:
De belasting wordt door middel van een kohier ingevorderd. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, (Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 10:
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt en afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig art. 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Stan Scholiers Arne Vergauwen Jef Gys Axel Boen Rob Mennes Inez Van den Berge Stijn Van Hoofstat Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Vera Goris Philip Lemal Lindger Boen Koen Vaerten Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op reclamedrukwerk - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op art. 173 van de Grondwet;
Gelet op art. 170 & 4 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen; inzonderheid art. 40 § 3
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit d.d. 15 februari 2019;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Overwegende dat het rechtvaardig is een billijke financiële tussenkomst te vragen aan de verspreiders van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten;
Overwegende de verspreiding hiervan nadelig is voor het milieu en hierdoor het volume papierafval verhoogt en bijkomende kosten met zich meebrengt voor de ophaling en verwerking hiervan;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Beslist:
Met 12 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer), 4 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente Schelle.
Artikel 2:
Onder reclamedrukwerk wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard tot gebruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.
Onder huis-aan-huis verspreiding wordt verstaan het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.
Artikel 3:
De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt.
Artikel 4:
De belasting wordt vastgesteld op € 75,00 per publicatie tot en met 25 bladzijden en
€ 150,00 vanaf 26 bladzijden.
Artikel 5:
Van de belasting zijn vrijgesteld:
● publicaties van publiekrechterlijke personen;
● publicaties van socio-culturele en sportverenigingen;
● publicaties kleiner of gelijk aan A4 met maximum 2 bladzijden.
Er wordt geen vrijstelling van de belasting verleend voor de belastingsplichtigen die in het Vlaams Gewest de reële kostprijs van de inzameling en recyclage van het oud papier afkomstig van hun drukwerken betalen via het Interventiefonds Oud Papier dat in het kader van de milieubeleidsovereenkomst afvalstoffen werd ingesteld.
Artikel 6:
De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de persoon die opdracht gaf aan de drukker om te drukken of om het gelijkgestelde product te vervaardigen of de drukker zelf.
Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland gevestigd is, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de persoon die opdracht gaf aan de drukker om te drukken of om het gelijkgestelde product te vervaardigen of de drukker zelf.
De genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt is steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Artikel 7:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8:
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Koen Vaerten Arne Vergauwen Inez Van den Berge Stijn Van Hoofstat Philip Lemal Axel Boen Jef Gys Kris Huyck Kristof Van Landeghem Vera Goris Lindger Boen Chantal Jacobs Rob Mennes Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Gemeentebelasting dragende verticale constructies - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit d.d. 5 februari 2019;
Beslist:
Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Kristof Van Landeghem), 1 stem tegen (Koen Van de Wouwer), 1 onthouding (Wannes Van Havere)
Artikel 1:
Vanaf 1 januari 2026, wordt een jaarlijkse belasting op dragende verticale constructies en zendmasten gevestigd.
Als verticale constructie wordt beschouwd: iedere individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dient als draagstructuur voor lichtinstallaties, geluidsinstallaties, het transport van energie.
Verticale constructies die instaan voor de productie van windenergie en telecommunicatie worden vrijgesteld van deze belasting.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd.
Artikel 2:
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een dragende verticale constructie en/of zendmast, met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld, die zich op het grondgebied van de gemeente bevindt.
Deze belasting is verschuldigd op de verticale constructie en/of zendmast die op
31 januari van het belastingjaar opgericht is.
Artikel 3:
§1 De belasting bedraagt € 5.306,00 per jaar per verticale constructie en/of zendmast.
§2 Het bedrag vermeld in paragraaf 1 van dit artikel, wordt jaarlijks gecumuleerd verhoogd met een vast coëfficiënt van 1,5 %. Dit bedrag wordt afgerond naar het hogere geheel getal.
Artikel 4:
De telling van de belastbare elementen wordt gedaan door de beambten van het gemeentebestuur. Deze ontvangen van de belanghebbende een aangifteformulier conform het model dat door het gemeentebestuur wordt voorgeschreven. Het formulier dient binnen de gestelde datum, vermeld op het formulier, aan het gemeentebestuur te worden bezorgd.
Artikel 5:
De belanghebbende belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal dragende verticale constructies en/of zendmasten waarvan hij eigenaar is ondergaan tijdens het belastingjaar van onderhavig reglement, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.
Artikel 6:
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 7:
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8:
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Artikel 9:
De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 10:
Dit reglement vervangt het besluit van 25 maart 2025.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Axel Boen Rob Mennes Inez Van den Berge Philip Lemal Arne Vergauwen Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Vera Goris Jef Gys Stan Scholiers Wannes Van Havere Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Kris Huyck Chantal Jacobs Koen Vaerten aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Belasting op private bureaus voor telecommunicatie - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit d.d. 15 februari 2019;
Overwegende dat de private bureaus voor telecommunicatie, net zoals de nachtwinkels, wanneer ze in een te grote concentratie voorkomen in het bijzonder de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en de ordehandhavers en gemeentelijke openbare diensten extra belasten, dat het gewettigd is om deze zaken financieel te laten bijdragen ten gunste van de gemeente;
Overwegende dat de private bureaus voor telecommunicatie de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat schaden en dat deze neerwaartse spiraal geremd moet worden door gerichte acties om een ommekeer teweeg te brengen op het vlak van verscheidenheid en kwaliteit van handelszaken;
Overwegende dat enerzijds, de invoering van een belasting op private bureaus voor telecommunicatie dit soort van uitbating zou ontmoedigen en anderzijds,
de ontvangsten die hieruit voortvloeien zouden toelaten een doordacht middenstandsbeleid te voeren in de handelskernen;
Overwegende dat de eigenaars van de panden zich bewust moeten zijn van het feit dat zij een grote medeverantwoordelijkheid dragen bij verhuur van hun goed voor activiteiten die de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en het imago van het winkelapparaat schaden. Daarom worden zij solidair en ondeelbaar gehouden tot betaling van de belasting.
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 1 stem tegen (Wannes Van Havere), 5 onthoudingen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Voor de toepassing van huidig reglement, moet er onder privaat bureau voor telecommunicatie worden verstaan: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten.
Artikel 2:
Er wordt ten bate van de gemeente, met ingang van 1 januari 2026 zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op private bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van de gemeente Schelle.
Artikel 3:
De openingsbelasting is vastgesteld op 6.000 EUR en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een privaat bureau voor telecommunicatie.
De openingsbelasting is een eenmalige belasting en verschuldigd bij elke opening van een privaat bureau voor telecommunicatie zoals gedefinieerd in artikel 1 van huidig reglement. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
De aanslagvoet van de jaarlijkse taks is vastgesteld op 1.500,00 EUR per privaat bureau voor telecommunicatie.
De openingstaks en jaarlijkse taks zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar ongeacht de stopzetting van economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar van inkohiering.
De jaarlijkse taks gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingstaks, of bij gebreke hiervan, vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.
Er wordt geen enkele korting of teruggave van de taks gedaan voor welke reden dan ook.
Artikel 4:
De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden.
Artikel 5:
De eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan alsmede de eigenaar van het pand zijn ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte te doen bij de gemeentelijke overheid.
Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van de gemeentelijke overheid. Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken.
Artikel 6:
In geval van tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie van het college van burgemeester en schepenen, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.
Artikel 7:
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Artikel 8:
Onderhavige belasting zal via een kohier ingevorderd worden. De belasting dient binnen twee maanden na het zenden van het uittreksel betaald te worden.
Bij gebreke aan aangifte, bij onvolledigheid hiervan en bij bedrijven waarvan de conformiteit met de vereiste vergunningen niet is vastgesteld, wordt van ambtswege een belasting geheven op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur beschikt.
Artikel 9:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 10:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Jef Gys Chantal Jacobs Stan Scholiers Rob Mennes Koen Van de Wouwer Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Inez Van den Berge Arne Vergauwen Kristof Van Landeghem Axel Boen Stijn Van Hoofstat Kris Huyck Wannes Van Havere Koen Vaerten aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Belasting op nachtwinkels - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 170 § 4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit d.d. 15 februari 2019;
Overwegende dat de nachtwinkels in het bijzonder de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en de ordehandhavers en gemeentelijke openbare diensten extra belasten, dat het gewettigd is om deze zaken financieel te laten bijdragen ten gunste van de gemeente;
Overwegende dat de nachtwinkels de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat schaden en dat deze neerwaartse spiraal geremd moet worden door gerichte acties om een ommekeer teweeg te brengen op het vlak van verscheidenheid en kwaliteit van handelszaken;
Overwegende dat enerzijds, de invoering van een belasting op nachtwinkels dit soort van uitbating zou ontmoedigen en anderzijds, de ontvangsten die hieruit voortvloeien zouden toelaten een doordacht middenstandsbeleid te voeren in de handelskernen;
Overwegende dat de eigenaars van de panden zich bewust moeten zijn van het feit dat zij een grote medeverantwoordelijkheid dragen bij verhuur van hun goed voor activiteiten die de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en het imago van het winkelapparaat schaden. Daarom worden zij solidair en ondeelbaar gehouden tot betaling van de belasting;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Beslist:
Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Wannes Van Havere)
Artikel 1:
Voor de toepassing van huidig reglement moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 21.00 uur en 07.00 uur open is.
Artikel 2:
Er wordt ten bate van de gemeente met ingang van 1 januari 2026 zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van de gemeente Schelle.
Artikel 3:
De openingsbelasting is vastgesteld op 6.000 EUR en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel.
De openingsbelasting is een eenmalige belasting en verschuldigd bij elke opening van een nachtwinkel zoals gedefinieerd in artikel 1 van huidig reglement. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
De aanslagvoet van de jaarlijkse taks is vastgesteld op 1.500,00 EUR per nachtwinkel.
De openingstaks en jaarlijkse taks zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het hele jaar ongeacht de stopzetting van economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar van inkohiering.
De jaarlijkse taks gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingstaks, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.
Er wordt geen enkele korting of teruggave van de taks gedaan voor welke reden dan ook.
Artikel 4:
De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden.
Artikel 5:
De eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan alsmede de eigenaar van het pand zijn ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij de gemeentelijke overheid.
Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van de gemeentelijke overheid. Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken.
Artikel 6:
In geval van tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie van het college van burgemeester en schepenen kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.
Artikel 7:
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Artikel 8:
Onderhavige belasting zal via een kohier ingevorderd worden. De belasting dient binnen twee maanden na het zenden van het uittreksel betaald te worden.
Bij gebreke aan aangifte, bij onvolledigheid hiervan en bij bedrijven waarvan de conformiteit met de vereiste vergunningen niet is vastgesteld wordt van ambtswege een belasting geheven op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur beschikt.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 9:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 10:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Stijn Van Hoofstat Arne Vergauwen Axel Boen Jef Gys Lindger Boen Philip Lemal Kris Huyck Kristof Van Landeghem Vera Goris Chantal Jacobs Wannes Van Havere Rob Mennes Stan Scholiers Koen Vaerten Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op tweede verblijven - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende gemeentefiscaliteit;
Gelet op de Grondwet, in het bijzonder art. 170, §4;
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De gemeente is bevoegd om een belasting op tweede verblijven te heffen, conform de Vlaamse regelgeving. Deze belasting kadert binnen het lokaal woonbeleid en heeft tot doel:
- het beschikbare woonpatrimonium optimaal te benutten voor permanente bewoning;
- de sociale cohesie in de gemeente te bevorderen;
- het compenseren van gemiste inkomsten door het ontbreken van inschrijvingen in het bevolkingsregister.
Tweede verblijven leveren geen aanvullende personenbelasting op voor de gemeente, hoewel zij wel gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen. Door deze belasting wordt het evenwicht hersteld in de bijdrage aan de lokale middelen.
Beslist:
Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1 – Voorwerp
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een jaarlijkse belasting geheven op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2 – Definities
§1. Als tweede verblijf wordt beschouwd:
Elke woongelegenheid waarvan diegene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de chalets gelijkgesteld aan caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
§2. Wordt niet als tweede verblijf beschouwd:
- Gebouwen uitsluitend bestemd voor beroepsactiviteiten, die onderworpen zijn aan de belasting op bedrijfsruimten;
- Tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans, tenzij deze ten minste zes maanden op eenzelfde locatie blijven staan voor bewoning;
- Leegstaande woongelegenheden waarvoor overtuigend bewijs wordt geleverd dat ze in het voorgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf zijn aangewend;
- Woongelegenheden die op de gewestelijke inventaris zijn opgenomen als ongeschikt en/of onbewoonbaar.
§3. De aangifteplichtige is degene die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het jaar, hetzij als eigenaar, huurder of andere hoedanigheid. Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de aangifteplicht de verantwoordelijkheid van respectievelijk de vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder. In geval van mede-eigendom is elke mede-eigenaar aangifteplichtig voor zijn aandeel.
§4. Onder een beveiligde zending wordt verstaan:
- een aangetekend schrijven;
- een elektronisch aangetekende zending;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs.
Artikel 3 – Aangifteplicht
De aangifteplichtige dient jaarlijks uiterlijk op 31 maart een aangifte in bij het gemeentebestuur, op een voorgeschreven formulier. Wie geen formulier ontvangt, is verplicht dit spontaan aan te vragen. De administratie stelt het formulier ter beschikking. Uiterlijk twee maanden na ontvangst moet het formulier ingevuld en ondertekend terugbezorgd worden. Op basis hiervan wordt het pand ingeschreven in het register van tweede verblijven.
Artikel 4 – Indicaties van een tweede verblijf
Een woongelegenheid wordt beschouwd als tweede verblijf wanneer één of meerdere van de volgende elementen aanwezig zijn:
- geen inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
- de woning is afgewerkt;
- de woning is (deels) bemeubeld;
- de woning is aangesloten op nutsvoorzieningen;
- de woning beschikt over sanitaire voorzieningen;
- de woning is uitgerust om te eten en slapen;
- er is verbruik van gas en/of elektriciteit vastgesteld.
Artikel 5 – Ambtshalve opname
Bij gebrek aan tijdige of correcte aangifte wordt het pand ambtshalve opgenomen in het register van tweede verblijven, op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. De opname wordt per beveiligde zending betekend aan de aangifteplichtige, met opgave van de motieven en bewijsstukken.
Artikel 6 – Betwistingen
§1. De aangifteplichtige kan binnen 30 dagen na betekening beroep aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en bevat:
- identiteit en adres van de indiener;
- de betrokken woning;
- bewijsstukken en een overzicht daarvan;
- motivering van het bezwaar. Alle middelen van gemeen recht zijn toegestaan, met uitzondering van de eed.
§2. Het college onderzoekt de ontvankelijkheid. Het beroep is niet ontvankelijk indien:
- het te laat of niet conform werd ingediend;
- het niet uitgaat van een geldige aangifteplichtige;
- het niet ondertekend is.
§3. Bij ontvankelijkheid onderzoekt het college de gegrondheid van het bezwaar op basis van stukken of feitenonderzoek. Bij weigering van toegang tot het pand wordt het bezwaar als ongegrond beschouwd.
§4. Het college doet uitspraak binnen 90 dagen na ontvangst van het bezwaar en bezorgt zijn beslissing per beveiligde zending.
§5. Bij een gegrond beroep of bij het uitblijven van een tijdige beslissing, vervalt de eerdere ambtshalve opname definitief.
Artikel 7 – Belastingplichtige
De belasting is ondeelbaar en geldt voor het volledige kalenderjaar. Ze is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Ook wanneer het tweede verblijf:
- verhuurd wordt;
- tijdelijk niet wordt gebruikt;
- of de eigenaar elders is ingeschreven.
blijft de belasting van toepassing.
Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de belasting verschuldigd door de respectieve gerechtigden. De eigenaar blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling.
Artikel 8 – Belastingbedrag
Het jaarlijks belastingbedrag per tweede verblijf wordt vastgesteld op: 800 euro.
De belasting wordt ingevorderd via kohier.
Een eventuele indexering van het belastingbedrag kan jaarlijks toegepast worden volgens het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals vastgesteld door de FOD Economie.
Artikel 9 – Jaarlijkse indexering
Het bedrag vernoemd in art. 8 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en zullen jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:
Aangepast bedrag = basisbedrag X nieuw indexcijfer/ basisindexcijfer
Waarbij:
De basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn;delige
Het nieuw indexcijfer is het indexcijfer van december voorafgaand aan de indexering;
Het basisindexcijfer het indexcijfer van januari 2025 is.
Artikel 10 – Invordering
De vestiging, invordering en geschillenbehandeling gebeurt overeenkomstig het Decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 11 – Bezwaarprocedure
De vestiging, invordering en geschillenbehandeling gebeurt overeenkomstig het Decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 12 – Vrijstellingen
Het college van burgemeester en schepenen kan, op gemotiveerde aanvraag en met bijhorende bewijsstukken, een vrijstelling toekennen in onder meer volgende situaties:
- structurele renovatiewerken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd;
- recente eigendomsoverdracht waarbij het pand nog niet bewoond wordt;
- tijdelijke bewoning in een sociale of zorgcontext.
Artikel 13:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, (Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 14:
Dit besluit vervangt het reglement van 28 november 2024.
Artikel 15:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Philip Lemal Arne Vergauwen Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Axel Boen Vera Goris Stan Scholiers Rob Mennes Jef Gys Kris Huyck Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Gemeentebelasting op drijfkracht - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Er wordt ten behoeve van de gemeente met ingang van 1 januari 2026 ten laste van de nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven onder volgende voorwaarden, een belasting van € 25,00 per eenheid en per breuk van kilowatt geheven op de motoren, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt, voor het belastbaar motorvermogen.
De belasting is verschuldigd indien motoren door de belastingplichtige voor de uitbating of dezer bijgebouwen worden gebruikt.
Dienen als bijgebouwen van een inrichting beschouwd, ieder instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, welke gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.
Daarentegen is de belasting niet verschuldigd aan de gemeente, zetel van de inrichting, voor de motoren gebruikt door het hierboven bepaalde bijgebouw, in de verhouding waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar het bijgebouw gelegen is.
Wanneer hetzij een inrichting, hetzij een als voren bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting verschuldigd in de gemeente waar hetzij de inrichting, hetzij het hoofdgebouw gevestigd is.
Artikel 2:
De belasting wordt berekend op grond van de belastbare motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
In afwijking met wat voorafgaat zal bij begin van bedrijfsuitbating in de loop van het belastingjaar, alsmede in geval van aanwending van motorkracht in de loop van het belastingjaar in de bij artikel 1 bedoelde bijgebouwen, de belasting berekend worden volgens de duur van de ingebruikneming van motoren gedurende het belastingjaar naar rato van 1/12 van het jaartarief per begonnen maand. Deze bedrijven zullen voorlopig aangeslagen worden op basis van het in aanmerking te nemen motorvermogen dat in gebruik is op het ogenblik van de aanvang van de belastbare toestand. Indien echter op het einde van het jaar blijkt dat het in de loop van het belastingjaar aangewend vermogen hoger was, zal op grond hiervan een herberekening van de totaal verschuldigde belasting gebeuren.
Artikel 3:
De belasting wordt berekend op de hierna vermelde grondslagen:
a) heeft de inrichting van de belanghebbende slechts één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de kracht opgegeven in het besluit waardoor vergunning tot het plaatsen van de motor verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.
b) heeft de inrichting van de belanghebbende verscheidene motoren, dan wordt de belastbare kracht vastgesteld op grond van de som van de krachtens opgegeven in het besluit, waardoor vergunning tot het plaatsen van de motoren verleend, of akte van die plaatsing gegeven wordt, vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt dat verandert volgens het aantal motoren. Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van een motor, wordt tot en met 30 motoren, met 1/100 van de eenheid van een motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.
De kracht van de hydraulische toestellen wordt in gemeen overleg met belanghebbende door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld. In geval van onenigheid staat het de belanghebbende vrij een tegenexpertise uit te lokken.
c) het bepaalde in de litt. a) en b) van dit artikel wordt door de gemeente toegepast naargelang van het aantal motoren waarop zij krachtens artikel 2 belasting berekent.
Artikel 4:
Zijn belastingvrij:
a) de motoren die gans het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar, ononderbroken stilliggen. Het stilleggen voor een duur gelijk aan of groter dan een maand geeft aanleiding tot een belastingvermindering, in verhouding tot het aantal maanden, gedurende dewelke de toestellen ononderbroken hebben stilgelegen.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld, de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken, in de bedrijven die met de RVA een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt eveneens gelijkgesteld, de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als gebrek te wijten is aan economische oorzaken.
In geval van belastingvermindering wegens gedeeltelijk ononderbroken stilliggen, wordt de kracht van de motor voorzien van de simultaancoëfficiënt die op de inrichting van belanghebbende toegepast is.
Geen belastingvermindering kan aan belanghebbende verleend worden, tenzij bij aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten waardoor hij aan het gemeentebestuur door één, de datum van het stilliggen, en door het andere, de datum van de weder-ingebruikneming van de motor meedeelt.
Voor het berekenen van de belastingvermindering wordt de inschrijving van de motor slechts geschrapt na de ontvangst van het eerste bericht.
(1) De bouwondernemers die een regelmatige boekhouding voeren, worden op hun verzoek ontslagen van de bij dit art. 4, al. 3 bedoelde kennisgeving, op voorwaarde dat zij per machine een boekje houden waarin melding wordt gemaakt van de plaats van opstelling en de dagen van gebruik van het tuig.
b) de motoren gebruikt voor het aandrijven van voertuigen die onder de verkeersbelasting vallen of speciaal van deze belasting zijn vrijgesteld.
c) de motor van een draagbaar toestel.
d) de motor die een elektrische generator (dynamo) drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van de generator.
e) de persluchtmotor.
f) de motorkracht die gebruikt wordt voor toestellen tot waterputting, verluchting en verlichting.
g) de reservemotor, d.i. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de fabriek en welke slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de productie van de betrokken inrichting te verhogen.
h) de wisselmotor, d.i. deze welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere die hij tijdelijk moet vervangen. De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om tegelijkertijd te werken als deze welke normaal gebruikt worden gedurende de tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.
i) de motor , die uitsluitend gebruikt wordt en toebehoort aan een openbare dienst van het rijk, de provincie of het OCMW.
j) de motor, die uitsluitend gebruikt wordt door en toebehoort aan een instelling waar zieken en gebrekkigen verzorgd worden.
k) de motoren die in de stations gebruikt worden om de compressoren aan te drijven welke instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen van aardgas.
Artikel 5:
Levert een onlangs geplaatste motor niet dadelijk het normaal rendement op, omdat de daarmee te drijven installaties onvolledig zijn, dan wordt de niet-gebruikte kracht aanzien als reserve, in zoverre deze meer dan 20% bedraagt van de in het vergunningsbesluit opgegeven nominale kracht.
Deze aldus bekomen en aan te geven tijdelijke kracht valt onder de toepassing van de simultaancoëfficiënt. De aangifte ervan is slechts geldig voor drie maanden en zolang deze uitzonderingstoestand duurt moet ze om de drie maand vernieuwd worden.
Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder "onlangs geplaatste motor" verstaan, deze - met uitzondering van elk andere - waarvan het inwerkingtreden dagtekent van het voorafgaande of het voorlaatste jaar. In bijzondere gevallen moeten deze termijnen verlengd worden.
Artikel 6:
De motoren die van belasting zijn vrijgesteld omdat zij gedurende het ganse jaar, voorafgaand aan het belastingjaar, stillagen, zo mede deze, welke bij toepassing van de bepalingen van b, c, d, e, f en h van artikel 4 zijn vrijgesteld, komen niet in aanmerking bij het vaststellen van de simultaancoëfficiënt.
Artikel 7:
Wanneer de fabricagemachines ten gevolge van een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80% van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, dan zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maand duurt en de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend wordt.
De belastingplichtige kan geen belastingvermindering bekomen tenzij bij aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven mededeling, waardoor hij aan het gemeentebestuur door het een, de datum van het ongeval, en door het andere, de datum van de weder-ingebruikneming aangeeft. Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat de schrapping van de motor slechts in na de ontvangst van het eerste bericht. Hij moet bovendien, op verzoek van het gemeentebestuur, alle stukken overleggen waardoor de nauwkeurigheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.
Het buitengebruik stellen van een motor ten gevolge van een ongeval, moet binnen acht dagen aan het gemeentebestuur genotificeerd worden op straf van ontzetting uit het recht op belastingvermindering.
Artikel 7 bis:
Bijzondere bepalingen van toepassing op sommige nijverheidsbedrijven welke er om verzoeken.
Wanneer de installaties van een nijverheidsbedrijf voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de opnemingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan bij al dien dat bedrijf belast werd op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 6 gedurende een periode van tenminste twee jaar, wordt het bedrag van de belastingen betreffende de volgende dienstjaren, op verzoek aan de exploitant, vastgelegd op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene tot het andere jaar, van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.
Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 6 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar, deze verhouding wordt "verhoudingsfactor" genoemd.
Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.
De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar net meer dan 20% verschilt van die van het refertejaar d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.
Bedraagt het verschil meer dan 20%, dan telt het bestuur de belastbare elementen teneinde een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.
Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen, welke in zijn installaties werden opgenomen tijdens het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan hij om toepassing van deze bepalingen verzoekt. Hij moet er zich verder toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumvermogen van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar te voegen om het bestuur toe te laten ten allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximumkwartuurvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie te controleren.
De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een tijdvak van vijf jaar.
Behoudens verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van het optietijdvak, wordt dit stilzwijgend verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 8:
De belastingplichtige moet ten laatste op 30 september van het aanslagjaar aangifte doen van het aantal belastbare motoren op volgend adres: Fabiolalaan 55 te 2627 Schelle of via het mailadres fin@schelle.be.
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen via fin@schelle.be.
Artikel 9:
De exploitant is gehouden de eventuele veranderingen of verplaatsingen, welke zijn installatie in de loop van het belastingjaar mocht ondergaan hebben, aan het gemeentebestuur bekend te maken, behoudens wanneer hij op geldige wijze de regeling bedoeld in art. 7 bis, heeft gekozen.
Artikel 10:
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk over te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 11:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12:
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 14:
Dit besluit vervangt het besluit van 28 november 2024.
Artikel 15:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Axel Boen Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Jef Gys Vera Goris Stan Scholiers Inez Van den Berge Arne Vergauwen Rob Mennes Wannes Van Havere Koen Vaerten Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Belasting op aanvragen om omgevingsvergunning - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 - afgekort VCRO;
Gelet op het decreet van 5 april 1995houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid - afgekort DABM;
Gelet op de bijlage 1 bij het Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne van 1 juni 1995 (Vlarem 2);
Overwegende dat door het decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.1.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, tweede of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid - afgekort DABM);
Overwegende dat artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het decreet houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig of meldingsplichtig zijn;
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 5 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Vanaf 1 januari 2026 wordt een belasting geheven ten laste van diegene die één van de in de onderstaande tabel vermelde aanvragen voor een omgevingsvergunning of projectvergadering conform de bepaling van het omgevingsdecreet en de daarbij horende uitvoeringsbesluiten indient.
Artikel 2:
De belasting is verschuldigd ongeacht het bestuursniveau waar de aanvraag, melding, verzoek of mededeling wordt gedaan en ongeacht het bestuursniveau (Vlaams, Provinciaal of gemeentelijk) dat hierover dient te beslissen.
Artikel 3:
Het bedrag wordt conform de onderstaande tabel vastgesteld:
nr. | type aanvraag omgevingsvergunning (*) | belasting |
A. | Aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting. |
|
A.1. | Stedenbouwkundige handelingen met verplichte medewerking van een architect |
|
A.1.1. | Het met verplichte medewerking van een architect oprichten, verbouwen (**) en herbouwen van 1 of meerdere gebouwen of delen daarvan met ‘wonen’ als overwegend aanwezige hoofdfunctie | € 120 per woongelegenheid / functionele eenheid |
A.1.2. | Het met verplichte medewerking van een architect oprichten, verbouwen (**) en herbouwen van 1 of meerdere gebouwen of delen daarvan, met een andere functie dan ‘wonen’ als overwegend aanwezige hoofdfunctie en een bebouwde oppervlakte <500 m² | € 300 |
A.1.3. | Het met verplichte medewerking van een architect oprichten, verbouwen (**) en herbouwen van een gebouw of een gebouwencomplex of 1 of meerdere delen daarvan, met een andere functie dan ‘wonen’ als overwegend aanwezige hoofdfunctie en een bebouwde oppervlakte >500 m² | € 600 |
A.2. | Stedenbouwkundige handelingen zonder verplichte medewerking van een architect |
|
A.2.1. | Het zonder verplichte medewerking van een architect oprichten, verbouwen (**) en herbouwen van constructies en/of 1 of meerdere gebouwen of delen daarvan | € 60 |
A.2.2. | Het zonder verplichte medewerking van een architect uitvoeren van technische werken (infrastructuren en constructies zoals verhardingen, bruggen, masten, torens,…) en/of terreinaanlegwerken (ontbossen, hoogstammige bomen vellen, reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen, recreatieve terreinen aanleggen of wijzigen,…) met een grondoppervlakte <500 m² | € 300 |
A.2.3. | Het zonder verplichte medewerking van een architect uitvoeren van technische werken (infrastructuren en constructies zoals verhardingen, bruggen, masten, torens,…) en/of terreinaanlegwerken (ontbossen, hoogstammige bomen vellen, reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen, recreatieve terreinen aanleggen of wijzigen,…) met een grondoppervlakte > 500 m² | € 600 |
A.3. | Exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1 (1 inbegrepen indelingsrubriek ***) | € 600 |
A.4. | Exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 2 (1 inbegrepen indelingsrubriek ***) | € 300 |
B. | Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden |
|
B.1. | Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zonder wegenisaanleg | € 250 per lot |
B.2. | Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met wegenisaanleg | € 400 + 250 per lot
|
C. | Aanvraag van een kleinhandel |
|
C.1. | Aanvraag van een kleinhandel met mobiliteitstoets | € 600 |
C.2. | Aanvraag van een kleinhandel met mobiliteitsstudie | € 1.000 |
D. | Aanvragen van een omgevingsvergunning vegetatiewijziging |
|
D.1. | Aanvragen van een omgevingsvergunning vegetatiewijziging < 500m² | € 300
|
D.2. | Aanvragen van een omgevingsvergunning vegetatiewijziging > 500m² | € 600 |
E. | Melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteiten |
|
E.1. | Melding van stedenbouwkundige werken en handelingen met betrekking tot een woongebouw | € 60 |
E.2. | Melding van stedenbouwkundige werken en handelingen met betrekking tot andere gebouwen en constructies | € 200 |
E.3. | Melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteiten klasse 3 (1 inbegrepen indelingsrubriek ***) | € 100 |
F. | Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden | € 75 per afwijking of bijstelling |
G. | Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling. | € 250 per lot |
H. | Melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | € 100 |
I. | Mededeling met vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur | dezelfde tarieven als voor de voorgaande aanvragen |
J. | Extra belastingen |
|
J.1. | Projectvergadering | € 350 |
J.2. | Digitaliseren van analoge aanvragen, meldingen, verzoeken of mededelingen | € 25 |
J.3. | Informatievergadering | € 350 |
J.4. | Publicatie in een week- of dagblad | € 750 |
J.5. | Individuele kennisgeving per beveiligde zending in het kader van een openbaar onderzoek | € 20 per beveiligde zending |
K. | Aandachtspunten inzake het gebruik van deze tabel |
|
* | Indien een aanvraag meerdere types van aanvragen om omgevingsvergunning omvat, dan is de belasting voor die aanvraag gelijk aan de som van de afzonderlijke belastingen |
|
** | Het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van 1 of meerdere gebouwen of delen daarvan en/of het wijzigen van het aantal woongelegenheden wordt in het kader van dit belastingreglement beschouwd als een verbouwing, ongeacht of hier al dan niet effectieve verbouwingswerken mee gepaard gaan. |
|
*** | Iedere aanvraag met betrekking tot een exploitatie van een ingedeelde inrichting omvat minstens 1 indelingsrubriek. Per bijkomende indelingsrubriek wordt er een bijkomende belasting geheven die bij het basisbedrag opgeteld moet worden. |
|
|
|
|
Artikel 4:
Voor aanvragen van een planologisch attest, vermeld in artikel 4.4.24 van de VCRO worden de volgende bedragen vastgesteld:
- € 300 voor aanvragen met een perceeloppervlakte <500 m²
- € 700 voor aanvragen met een perceeloppervlakte >500 m²
Artikel 5:
Voor aanvragen van een stedenbouwkundig attest, vermeld in artikel 5.3.1. van de VCRO worden dezelfde bedragen vastgesteld als voor reguliere aanvragen om omgevingsvergunning, zie tabel onder artikel 3.
Artikel 6:
Voor alle aanvragen, meldingen, verzoeken of mededelingen die gedeeltelijk op grondgebied van de gemeente gelegen zijn, zal de belasting zoals voorzien hiervoor in artikel 3 geëind worden in verhouding met de oppervlakte van het/de in de gemeente gelegen perceel/percelen ten opzichte van de gehele oppervlakte.
Artikel 7:
Van deze belasting wordt vrijstelling verleend voor:
- het lozen van normaal huisafvalwater in de openbare riolering, afkomstig van onroerende goederen die hoofdzakelijk als woongelegenheid worden gebruikt.
- opslagplaatsen voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in vaste gasreservoirs, indien deze behoren bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt.
- opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen bestemd voor de verwarming indien deze behoren bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt.
Artikel 8:
Van deze belasting wordt vrijstelling verleend aan de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten en de intercommunale verenigingen waarvan de gemeente Schelle deel uitmaakt, alle aan de gemeenten ondergeschikte besturen (zoals verzelfstandigde agentschappen, autonome gemeentebedrijven, kerkfabrieken en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en zijn verzelfstandigde agentschappen) en de maatwerkbedrijven.
Artikel 9:
De belasting moet betaald worden binnen een termijn van dertig dagen na de verzending van de factuur.
Bij gebreke van betaling, wordt de belasting ingekohierd. De ingekohierde belasting is onmiddellijk opeisbaar.
Artikel 10:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, (Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 11:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 12:
Dit besluit vervangt het besluit van 28 november 2024.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Jef Gys Arne Vergauwen Axel Boen Stijn Van Hoofstat Inez Van den Berge Philip Lemal Vera Goris Rob Mennes Stan Scholiers Lindger Boen Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere Kris Huyck Chantal Jacobs Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
Aanvullende personenbelasting 2026 - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op de artikelen 41,162 en 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op de artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Overwegende dat het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 4 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2:
De belasting wordt vastgesteld op 6,8% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3:
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4:
De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen 10 dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Axel Boen Stan Scholiers Lindger Boen Rob Mennes Arne Vergauwen Vera Goris Stijn Van Hoofstat Philip Lemal Jef Gys Inez Van den Berge Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
Opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het dienstjaar 2026 - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op artikel 464/1, 1° van het Wetboek Inkomstenbelasting 1992;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Gelet het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 4 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Voor het aanslagjaar 2026 worden ten bate van de gemeente Schelle, 970 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Artikel 2:
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse belastingdienst.
Artikel 3:
De bekendmaking van de lijst van de besluiten vermeld in artikel 285, en van de besluiten vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Lindger Boen Stan Scholiers Kris Huyck Philip Lemal Koen Van de Wouwer Stijn Van Hoofstat Inez Van den Berge Vera Goris Axel Boen Wannes Van Havere Jef Gys Rob Mennes Arne Vergauwen Kristof Van Landeghem Chantal Jacobs Koen Vaerten aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Retributiereglement op het gebruik van de lichtkranten - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40 § 3 , artikel 41 ° 14, artikelen 177 en 369 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit d.d. 15 februari 2019;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Overwegende dat de gemeente over elektronische lichtkranten beschikt die hoofdzakelijk bestemd zijn voor gemeentelijke informatie;
Overwegende dat op verzoek van diverse verenigingen hun activiteiten worden aangekondigd;
Overwegende dat de mogelijkheid geboden wordt aan de diverse verenigingen, wijkcomités, plaatselijke kerkelijke gemeenschappen en sportclubs om hun activiteiten aan te kondigen via de lichtkranten;
Dat info van andere gemeenten en aankondigingen door de plaatselijke zelfstandigen, bedrijven en kmo’s eveneens wordt voorzien;
Overwegende dat via deze infrastructuur de berichten frequenter verschijnen en zo meer de aandacht van het publiek trekken;
Dat de aankoop en installatie van de lichtkranten en de input van de gegevens voor de gemeente onkosten veroorzaakt en het bijgevolg gepast is hiervoor een vergoeding te vragen;
Overwegende dat het noodzakelijk is een welbepaald en eenvormig tarief vast te stellen voor het soort informatie, gedetailleerd in een huishoudelijk reglement, die via de elektronische lichtkranten kan worden meegedeeld:
a) eigen gemeentelijke informatie;
b) informatie met betrekking tot het verenigingsleven;
c) commerciële info (reclame) en info van andere gemeenten;
d) informatie van erkende humanitaire organisaties die hun werkingsgebied in Schelle hebben;
Beslist:
Met 15 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Koen Vaerten)
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een retributie gevestigd voor de ter beschikking stelling van de gemeentelijke lichtkranten.
De lichtkranten kunnen naast de gemeentelijke informatie ter beschikking gesteld worden voor aankondigingen van de diverse verenigingen, wijkcomités, plaatselijke kerkgemeenschappen, sportclubs, bedrijven, kmo’s, plaatselijke zelfstandigen en andere gemeenten.
Artikel 2:
Voor het gebruik van de lichtkrant zal volgende retributie gevorderd worden:
a) eigen gemeentelijke info (cfr. huishoudelijk reglement): gratis.
b) info van verenigingen, wijkcomités, plaatselijke kerkgemeenschappen en sportclubs (cfr. huishoudelijk reglement):
● per aankondiging voor maximaal 3 weken: € 10,00.
● een abonnement van 10 aankondigingen (elke aankondiging is maximaal 3 weken geldig): € 50,00.
c) commerciële info en info van andere gemeenten (cfr. huishoudelijk reglement): per aankondiging voor maximaal 3 weken: € 50,00.
d) informatie van erkende humanitaire organisaties die hun werkingsgebied in Schelle hebben: gratis.
Artikel 3:
De vastgestelde retributie dient voorafgaandelijk betaald te worden tegen afgifte van factuur.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 4:
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig art. 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Kristof Van Landeghem Philip Lemal Stan Scholiers Rob Mennes Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Vera Goris Kris Huyck Inez Van den Berge Koen Vaerten Chantal Jacobs Jef Gys Arne Vergauwen Axel Boen aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Gebruikersreglement lichtkranten - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het retributiereglement goedgekeurd op de gemeenteraad dd. 19.12.2025;
Overwegende dat het aangewezen is een gebruikersreglement op te stellen voor het gebruik van de lichtkranten.
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
De gemeenteraad,
overweegt dat het voor een goed beheer van de lichtkranten aangewezen is om het gebruikersreglement aan te passen.
Enig artikel:
Goedkeuring wordt gegeven aan het gebruikersreglement voor de lichtkranten.
GEBRUIKERSREGLEMENT LICHTKRANTEN
Artikel 1:
De vijf elektronische lichtkranten (Provinciale Steenweg t.h.v. AD Delhaize, gemeentelijke basisschool De Klim (2), Steenwinkelstraat t.h.v. openbare verlichtingspalen 1270 en 1271 en hoek Leopoldstraat/Peperstraat) zijn bestemd voor niet-politiek gebonden informatie.
Artikel 2:
Volgende informatie kan worden meegedeeld via de elektronische lichtkrant:
A. Gemeentelijke informatie
- informatie over gemeentelijke dienstverlening;
- informatie over gemeentelijke initiatieven, activiteiten of meldingen;
- initiatieven met instanties en organisaties waarmee gemeente Schelle samenwerkt zoals IVEBICA, Toerisme Rupelstreek, Politiezone Rupel;
- informatie van de Schelse scholen;
- diverse mededelingen (bv. noodmeldingen).
B. Informatie met betrekking tot het verenigingsleven die aan volgende voorwaarden voldoet:
- De informatie heeft betrekking op activiteiten van verenigingen die op het grondgebied van Schelle actief zijn.
- De informatie heeft betrekking op activiteiten van plaatselijke verenigingen, aangesloten bij een erkende gemeentelijke raad. Ook activiteiten van een erkende gemeentelijke raad zelf, plaatselijke kerkgemeenschappen of wijkcomités en activiteiten waaraan de gemeente zelf haar medewerking verleent, komen in aanmerking.
- De informatie heeft betrekking op activiteiten die voor iedereen openstaan.
- Er dient gelijktijdig aan alle voorwaarden voldaan te zijn.
C. Commerciële informatie en informatie van organisaties buiten de gemeente.
D. Informatie van erkende humanitaire organisaties die hun werkingsgebied in Schelle hebben.
Artikel 3:
Aanvragen tot opname van informatie worden ingediend via het digitaal loket van de gemeentelijke website. De aanvrager kan de info doorgeven in max. 6 lijnen van telkens 15 karakters.
De lichtkranten worden beheerd door de communicatiedienst die eveneens instaat voor de inhoud en de vorm van de aankondigingen. Deze dienst kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele foutieve informatie en de frequentie van verschijnen van de informatie.
Artikel 4:
Een aanvraag dient minimaal tien dagen voor de gewenste mededelingstermijn te worden ingediend. De maximale mededelingstermijn is drie weken voorafgaand aan de datum van de activiteit.
Deze termijn kan ingekort worden ingeval de noodzaak zich voordoet.
Ingeval de noodzaak zich voordoet, geniet de gemeentelijke informatie (art. 2A) voorrang.
Informatie van het verenigingsleven (art. 2B) en van humanitaire organisaties (art. 2D) hebben voorrang op commerciële informatie (art. 2C).
Artikel 5:
Het niet-publiceren van gevraagde informatie, om welke reden ook, kan in geen geval aanleiding geven tot schadevergoeding. Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich het recht voor bepaalde informatie te weigeren of aan te passen.
Artikel 6:
Betwistingen in verband met de toepassing van dit reglement behoren tot de uitsluitende bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7:
De tarieven zijn opgenomen in een retributiereglement.
Artikel 8:
Dit reglement vervangt alle voorgaande.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Inez Van den Berge Kris Huyck Kristof Van Landeghem Chantal Jacobs Lindger Boen Axel Boen Vera Goris Koen Van de Wouwer Rob Mennes Stan Scholiers Jef Gys Arne Vergauwen Stijn Van Hoofstat Koen Vaerten Wannes Van Havere aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Reglement volkstuintjes - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 29 september 2005 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom gemeentebedrijf Fluctus Schelle, afgekort AGB Fluctus Schelle, werden goedgekeurd;
Gelet op de huidige statuten;
Gelet op de oprichting van de volkstuin “Aerdborg” door het AGB Fluctus Schelle;
Gelet op de goedkeuring van het Huishoudelijk Reglement Volkstuin Aerdborg Schelle door de Raad van Bestuur van het AGB Fluctus Schelle d.d. 25 mei 2023;
Overwegende dat de volkstuin een belangrijke rol speelt in lokale voedselproductie, ontmoeting en duurzaamheid;
Overwegende dat het onderhoud van en het toezicht op de volkstuinen kosten voor het AGB Fluctus Schelle met zich meebrengt;
Overwegende dat de volkstuin een belangrijke bijdrage levert aan lokale voedselproductie, duurzaamheid en ontmoeting tussen inwoners;
Gelet op de aktename in de Raad van Bestuur van 19 december 2025;
Beslist:
Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Wannes Van Havere)
Enig artikel:
Keurt het hiernavolgende reglement goed.
Artikel 1 – Doel en toepassingsperiode
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een gemeentelijk reglement gevestigd voor het gebruik van de volkstuinpercelen binnen het project “Aerdborg” te Schelle.
Artikel 2 – Gebruiker
Het tarief is verschuldigd door de gebruiker aan wie een perceel is toegewezen door het directiecomité van het AGB Fluctus Schelle, overeenkomstig de bepalingen van het Huishoudelijk Reglement.
Artikel 3 – Berekeningsgrondslag en tarief
Voor Schellenaren wordt het tarief vastgesteld op 36,00 euro (zonder BTW) voor het ter beschikking stellen van de grond en 36,00 euro excl. BTW voor de huur van de infrastructuur. Voor niet-Schellenaren wordt het tarief vastgesteld op 36,00 euro (zonder BTW) voor het ter beschikking stellen van de grond en 72,00 euro excl. BTW voor de huur van de infrastructuur. Het tarief is jaarlijks aanpasbaar aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Het tarief dient te worden betaald 30 dagen na het ontvangen van de factuur.
Artikel 4 – Tarief en waarborg
Het tarief dient betaald te worden alvorens gebruik te kunnen maken van het toegewezen perceel, alsook een waarborg van 75 euro. Deze waarborg wordt bij het beëindigen van de overeenkomst terugbetaald als de gebruiker het perceel volgens de voorwaarden van het huishoudelijk reglement heeft achtergelaten.
Artikel 5 – Verwijzing naar het Huishoudelijk Reglement
Elke gebruiker verklaart zich uitdrukkelijk akkoord met de bepalingen van het Huishoudelijk Reglement Volkstuin Aerdborg Schelle (goedgekeurd op 25 mei 2023). Het huishoudelijk reglement maakt integraal deel uit van dit reglement.
Artikel 6 – Invordering en sancties
Bij niet-betaling binnen de gestelde termijn ontvangt de gebruiker een schriftelijke aanmaning.
Indien geen betaling volgt binnen 15 kalenderdagen na deze aanmaning, wordt een aangetekende herinnering verstuurd. De kosten hiervan zijn ten laste van de gebruiker.
Onbetwiste en opeisbare schuldvorderingen kunnen worden ingevorderd via dwangbevel, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het directiecomité.
Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
Artikel 7 – Slotbepalingen
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Stan Scholiers Rob Mennes Inez Van den Berge Stijn Van Hoofstat Koen Vaerten Kris Huyck Chantal Jacobs Arne Vergauwen Vera Goris Kristof Van Landeghem Koen Van de Wouwer Jef Gys Lindger Boen Axel Boen Wannes Van Havere aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Reglement imkerproject Aerdborg - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 29 september 2005 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom gemeentebedrijf Fluctus Schelle, afgekort AGB Fluctus Schelle, werden goedgekeurd;
Gelet op de huidige statuten;
Gelet op artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Overwegend dat op het terrein van de volkstuinen een bijenhal en bijhorende infrastructuur is voorzien;
Overwegende dat een reglement verantwoord en noodzakelijk is;
Overwegende dat de inrichting van de bijenhal een aanzienlijke investering is;
Overwegende dat het onderhoud van en het toezicht op de bijenhal kosten voor het AGB Fluctus Schelle met zich meebrengt;
Overwegende dat bijen een belangrijke indicator zijn voor milieu en landbouw;
Gelet op de aktename in de Raad van Bestuur van 19 december 2025;
Beslist:
Met 15 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Wannes Van Havere)
Artikel 1:
Termijn
Met ingang van 1 januari 2026 wordt een gemeentelijke reglement gevestigd voor het gebruik van de bijenhal en de infrastructuur aan de Volkstuin “Aerdborg” Schelle.
Artikel 2:
Gebruiker (imker)
Het tarief is verschuldigd door de imker aan wie het gebruik van de bijenhal, haar infrastructuur en het materiaal wordt toegewezen. De imker moet zich in regel stellen met de voorschriften terzake van het FAVV en hiervan ook de nodige bewijzen voorleggen. Artikel 3:
Tarief
Het tarief voor de gebruiker (imker) wordt vastgesteld op minimaal € 140 excl. 21% BTW per jaar voor het ter beschikking stellen van de infrastructuur en het materiaal. Indien er meerdere kandidaten zijn, zal er tussen de personen die zich hebben aangemeld als kandidaat-imker een bieding worden georganiseerd. Indien het beheer van de bijenpopulatie toelaat dat er tegelijkertijd meerdere imkers in de bijenhal hun imkeractiviteit naar behoren (veilig-gezond, organisatorisch, …) kunnen uitoefenen, wordt het tarief vastgesteld op € 75 exclusief BTW per imker. Indien een imker uit het samenwerkingsverband stapt, wordt het tarief voor de overblijvende imker aangepast aan het initieel vastgestelde tarief voor één imker vermeerderd met de index van de consumptieprijzen. Het tarief dient betaald te worden alvorens gebruik te kunnen maken van de bijenhal, haar infrastructuur en het ter beschikking gesteld materiaal. Ten laatste 30 dagen na het verzenden van de factuur dient er te worden betaald. Het lidgeld is jaarlijks aanpasbaar aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Artikel 4:
Waarborg
Voorafgaandelijk aan het gebruik en tegelijkertijd met de betaling van het tarief, dient er een waarborg van € 75 (per imker) te worden betaald. Bij een samenwerkingsverband met meerdere imkers betaalt elke imker afzonderlijk eveneens de waarborg van € 75. Deze waarborg wordt bij het beëindigen van de overeenkomst terugbetaald als de imker de bijenhal, de infrastructuur en het materiaal volgens de voorwaarden van het huishoudelijk reglement heeft achtergelaten. In een samenwerkingsverband van meerdere imkers wordt er telkens na het beëindigen van de overeenkomst door een imker gecontroleerd of de hal, infrastructuur en het materiaal volgens de voorwaarden van het huishoudelijk reglement wordt achtergelaten. De waarborg dient betaald te worden ten laatste 30 dagen na het verzenden van de factuur. De waarborg wordt bij het beëindigen van de overeenkomst terugbetaald als de hal en de infrastructuur niet beschadigd is en het materiaal volledig en onbeschadigd is.
Artikel 5:
Huishoudelijk reglement
De gebruiker (imker) neemt kennis van en verklaart zich akkoord met de bepalingen van het huishoudelijk reglement.
Artikel 6:
Algemene bepalingen
Wanneer het jaarlijkse tarief niet wordt vereffend, ontvangt de schuldenaar ervan een schriftelijke aanmaning. Indien hierop geen betaling wordt verricht binnen de vijftien kalenderdagen, volgt een tweede (aangetekende) aanmaning, waarbij deze aanmaningskosten ten laste vallen van de schuldenaar. Met oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare schuldvordering kan de financiële dienst een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het directiecomité. Een dergelijk dwangbevel wordt getekend bij de gerechtsdeurwaarder exploot.
Artikel 7:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website, overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Chantal Jacobs Rob Mennes Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Jef Gys Axel Boen Vera Goris Philip Lemal Arne Vergauwen Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Inez Van den Berge Stan Scholiers Koen Vaerten Kris Huyck Lindger Boen aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Reglement visverloven - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 29 september 2005 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle, afgekort AGB Fluctus Schelle, werden goedgekeurd;
Gelet op de huidige statuten;
Gelet op de vaststelling van de tarieven op de Raad van Bestuur d.d. 19 december 2025;
Overwegende dat de visvijvers eigendom zijn van het AGB Fluctus;
Overwegende dat de prijs van het visverlof moet vastgesteld worden;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Tarieven op het vissen in viswaters die behoren tot het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle.
Artikel 1:
Voor de periode, met ingang van 1 januari 2026 wordt ten behoeve van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle een jaarlijks tarief geheven van € 80,00 (incl. btw) voor maximaal twee handlijnen.
Artikel 2:
Het bedrag wordt betaald bij de aanvraag van het visverlof.
Artikel 3:
De aanvragers die wensen dat het visverlof hen per post wordt opgestuurd, dienen bovenop het verschuldigde tarief de verzendingskosten te betalen.
Artikel 4:
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 5:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Koen Vaerten Rob Mennes Stijn Van Hoofstat Inez Van den Berge Kristof Van Landeghem Jef Gys Chantal Jacobs Wannes Van Havere Arne Vergauwen Kris Huyck Koen Van de Wouwer Lindger Boen Axel Boen Stan Scholiers Vera Goris aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Reglement verhuur geluidsmeter - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 29 september 2005 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom gemeentebedrijf Fluctus Schelle, afgekort AGB Fluctus Schelle, werden goedgekeurd;
Gelet op de huidige statuten;
Gelet op de vaststelling van de tarieven, goedgekeurd op de Raad van Bestuur van 19 december 2025;
Overwegende dat het AGB Fluctus over een geluidsmeter beschikt;
Overwegende dat we het belangrijk vinden dat het noodzakelijk is het geluidsniveau te controleren op evenementen;
Overwegende dat de geluidsmeter kan gehuurd worden en dit als dienstverlening kan beschouwd worden;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Algemeen
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het tarief voor de verhuur van de geluidsmeter bepaald als volgt:
1.1. Doel en Toepassingsgebied
Dit reglement bepaalt de voorwaarden voor het huren van de geluidsmeter van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle (hierna: AGB).
De geluidsmeter kan ontleend worden door:
● Gemeentelijke instanties en instanties verbonden aan het lokaal bestuur of het AGB;
● Scholen, jeugd-, sport- en cultuurverenigingen uit Schelle;
● Particulieren met woonplaats in Schelle;
● Scholen en verenigingen uit andere gemeenten;
● Particulieren uit andere gemeenten worden niet toegelaten.
1.2. Prioriteit
● Gemeentelijke instanties en instanties verbonden aan het lokaal bestuur of AGB;
● Scholen en verenigingen uit Schelle;
● Schelse particulieren;
● Scholen en verenigingen uit andere gemeenten.
Artikel 2:
Huurprijzen en betaling
2.1. Prijsbeleid
Onderstaande tariefgroepen zijn van toepassing:
Tarief A: Gemeentelijke instanties, instanties verbonden aan het AGB, scholen uit Schelle en Schelse jeugd-, sport- en cultuurverenigingen.
Tarief B: Schelse particulieren en scholen of verenigingen uit andere gemeenten.
Tabel 1 - Tarieven per effectieve gebruiksdag
Tariefgroep | 1e dag | 2e dag | Vanaf 3e dag (per extra dag) |
Tarief A | Kosteloos | Kosteloos | Kosteloos |
Tarief B | € 50,00 | € 40,00 | € 25,00 |
Deze tarieven zijn inclusief btw en gelden enkel voor dagen waarop de geluidsmeter effectief gebruikt wordt.
2.2. Waarborg
Tarief A betaalt een waarborg van € 250,00, cash bij afhaling.
Tarief B betaalt een waarborg van € 250,00, cash bij afhaling.
De waarborg wordt terugbetaald na controle en goedkeuring bij inlevering.
2.3. Betalingsvoorwaarden
De huurprijs dient binnen de 30 dagen na ontvangst van de factuur via overschrijving te worden voldaan.
Artikel 3:
Materiaal en gebruik
3.1. Verantwoordelijkheid
De ontlener is verantwoordelijk voor de geluidsmeter vanaf het moment van afhaling tot de inlevering.
Zorgvuldigheid tijdens vervoer, gebruik en opslag is verplicht.
Alle bestaande beschadigingen dienen bij afhaling op het ontleenformulier te worden genoteerd. De ontlener kan ter plaatse de werking van de geluidsmeter testen.
3.2. Schade en verlies
Indien na inlevering blijkt dat de geluidsmeter vervangen of hersteld moet worden, worden de kosten aan de ontlener doorberekend. Het is niet toegestaan de geluidsmeter zelf te laten herstellen; onderhoud en reparaties gebeuren uitsluitend door of onder toezicht van het AGB.
Bij diefstal of niet-inlevering wordt de kost van een gelijkwaardig toestel aangerekend.
Diefstal dient onmiddellijk gemeld te worden aan de dienst Vrije Tijd en aan de politie.
3.3. Netheid en accessoires
De geluidsmeter en al zijn accessoires moeten in een propere en ordelijke staat worden teruggebracht.
Bij onvoldoende netheid kan een schoonmaakkost van € 25,00 worden aangerekend.
3.4. Uitleenverbod
De geluidsmeter mag onder geen enkele voorwaarde worden doorverhuurd of aan derden in gebruik worden gegeven. Bij overtreding kan het AGB naast aanvullende kosten een periode van één jaar de uitleen van de geluidsmeter ontzeggen.
Artikel 4:
Reservering en afhaling
4.1. Reserveringsbeleid
Reserveren kan tot 30 dagen voor de datum van het evenement.
Indien de kalender leeg is, kan hiervan worden afgeweken in overleg met de dienst Vrije Tijd.
4.2. Aanvraagprocedure
Aanvragen gebeuren uitsluitend via het officiële aanvraagformulier.
Het formulier kan per e-mail (vrijetijd@schelle.be) of per post bij de dienst Vrije Tijd worden ingediend.
4.3. Afhaallocatie en openingstijden
Locatie: Dienst Vrije Tijd, Sportcomplex Scherpenstein, Parklaan 3, 2627 Schelle.
Openingstijden:
Maandag t.e.m. donderdag: 08.30u – 16.00u
Vrijdag: 08.30u – 12.00u
Afhalingen buiten deze uren zijn mogelijk na afspraak.
Artikel 5:
Slotbepalingen
5.1. Wijzigingen en overmacht
Het AGB behoudt zich het recht voor om aanvragen of lopende uitleenbeurten bij misbruik met onmiddellijke ingang stop te zetten.
In geval van overmacht kan het AGB de verhuur op de gereserveerde datum annuleren zonder aansprakelijkheid.
Artikel 6:
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 7:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Stan Scholiers Axel Boen Stijn Van Hoofstat Jef Gys Arne Vergauwen Rob Mennes Koen Van de Wouwer Inez Van den Berge Vera Goris Lindger Boen Wannes Van Havere Kristof Van Landeghem Chantal Jacobs Kris Huyck Koen Vaerten aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Reglement tarieven park/Kattenberg - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 29 september 2005 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle, afgekort AGB Fluctus Schelle, werden goedgekeurd;
Gelet op de huidige statuten;
Gelet op het besluit d.d. 28 december 2009 in verband met de aankoop van het speelterrein Kattenberg;
Gelet op de aktename in de RvB d.d. 19 december 2025.
Overwegende dat een tarief moet goedgekeurd worden;
Beslist:
Met 12 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Koen Vaerten)
Artikel 1:
Met ingang vanaf 1 januari 2026 worden de tarieven voor het gebruik van het park en de speeltuin Kattenberg bepaald als volgt:
PARK
Voor gebruik van verhoog en grasveld voor het inrichten van culturele activiteiten en evenementen per dagdeel of per dag (een dagdeel loopt van 06.00 tot 12.00 uur, van 12.00 tot 18.00 uur of van 18.00 tot 24.00 uur).
Zonder eigen uitbating van drankgelegenheid:
- € 75,00 per dagdeel
- € 175,00 per dag
Met eigen uitbating van drankgelegenheid:
- € 125,00 per dagdeel
- € 275,00 per dag
Met een commercieel karakter:
- € 250,00 per dagdeel
- € 600,00 per dag
SPEELTUIN KATTENBERG
Voor gebruik van de speeltuin Kattenberg voor het inrichten van activiteiten en evenementen per dagdeel of per dag (een dagdeel loopt van 06.00 tot 12.00 uur, van 12.00 tot 18.00 uur of van 18.00 tot 24.00 uur).
Zonder eigen uitbating van drankgelegenheid:
- € 10,00 per dagdeel
- € 20,00 per dag
Met eigen uitbating van drankgelegenheid:
- € 25,00 per dagdeel
- € 45,00 per dag
Artikel 2:
Alle vermelde prijzen zijn inclusief BTW.
Artikel 3:
Deze tarieven zijn betaalbaar door de daadwerkelijke gebruiker van één van de voormelde terreinen na voorafgaande schriftelijke toestemming.
Artikel 4:
Bij gebreke aan annulatie uiterlijk 1 maand vóór de gereserveerde dag blijft het tarief verschuldigd.
Bij gebreke aan annulatie uiterlijk 1 uur vóór de gereserveerde dag voor de derde keer kunnen door het AGB sancties worden genomen tegenover de in gebreke blijvende huurders en uitsluiting van het gebruik van het park en/of de speeltuin opleggen.
Artikel 5:
De facturen voor het huren van het park of de speeltuin Kattenberg moeten door de huurders, clubs, verenigingen of inrichtingen vooraf betaald worden binnen de vastgestelde termijnen vermeld op de factuur. Bij het uitblijven van betalingen kunnen door het AGB sancties worden genomen.
Artikel 6:
In geval van beschadiging of het onzuiver achterlaten van het terrein of het niet-naleven van het huishoudelijk reglement zal een bijkomend tarief gevestigd worden ten bedrage van € 50,00 (incl. BTW) bovenop de kostprijs van de vervanging, herstelling of reiniging van het terrein en zijn inrichting. Indien de herstelling of reiniging uitgevoerd wordt door eigen personeel zal een uurtarief van € 25 (incl. BTW) per persoon gehanteerd worden.
Artikel 7:
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 8:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Arne Vergauwen Inez Van den Berge Rob Mennes Jef Gys Wannes Van Havere Axel Boen Koen Van de Wouwer Stan Scholiers Vera Goris Stijn Van Hoofstat Lindger Boen Philip Lemal Koen Vaerten Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck aantal voorstanders: 12 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Reglement tarieven minigolf/petanque - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 29 september 2005 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle, afgekort AGB Fluctus Schelle, werden goedgekeurd;
Gelet op de huidige statuten;
Gelet op de vaststelling in de RvB d.d. 19 december 2025;
Overwegende dat de minigolf en petanque eigendom zijn van het AGB Fluctus;
Overwegende dat het tarief moet goedgekeurd worden;
Beslist:
Met 12 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer), 4 onthoudingen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Met ingang vanaf 1 januari 2026 worden de tarieven voor het gebruik van de minigolf, de petanque, parkvijver en hofgracht goedgekeurd als volgt:
MINIGOLF
Voor het gebruik van de minigolf gelegen in het park wordt een bijdrage gevraagd van:
- € 1,50 per volwassen persoon;
- € 1,00 voor jongeren onder de 15 jaar;
- € 1,00 per persoon voor groepen vanaf 10 personen;
- € 3,00 per gezin (max. 5 pers.);
- € 50,00 voor de huur van het minigolfterrein inclusief materiaal (max. 5 uur);
- € 10,00 per uur extra indien het minigolfterrein langer dan 5 uur gehuurd wordt;
- € 1,00 bij verlies van bal;
- € 20,00 bij beschadiging of verlies van stick.
PETANQUEBANEN
Voor het gebruik van de petanquebanen gelegen in het park wordt een bijdrage gevraagd van:
- € 1,50 per volwassen persoon;
- € 1,00 voor jongeren onder de 15 jaar;
- € 1,00 per persoon voor groepen vanaf 10 personen;
- € 3,00 per gezin (max. 5 pers.);
- € 5,00 bij verlies van bal.
PARKVIJVER EN HOFGRACHT
Voor het gebruik van de parkvijver en hofgracht gelegen in het park wordt een bijdrage gevraagd van:
a) voor particulieren:
- € 2,00 voor een halve dag;
- € 4,00 voor een volledige dag;
- € 15,00 voor een volledige maand.
b) in clubverband (ongeacht het aantal leden):
- € 6,00 voor een halve dag;
- € 12,00 voor een volledige dag;
- € 40,00 voor een volledige maand.
Deze tarieven zijn verschuldigd door de daadwerkelijke gebruiker na voorafgaande reservering of overeenkomst.
Bij gebreke van annulatie uiterlijk twee uur voor de reservering of overeenkomst blijft de prijs verschuldigd ter dekking van de reserverings- en administratiekosten.
Artikel 2:
Alle vermelde prijzen zijn inclusief 21% BTW.
Artikel 3:
Het reglement wordt gevorderd door het Autonoom Gemeentebedrijf en is onmiddellijk eisbaar.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 4:
Bij het niet-naleven van een voorwaarde uit het huishoudelijk reglement zal een boete van € 50,00 (incl. 21 % BTW) bovenop de kostprijs van de vervanging, herstelling of reiniging van het terrein en zijn inrichting gevorderd worden. Indien de herstelling of reiniging uitgevoerd wordt door eigen personeel zal een uurtarief van € 25 (incl. 21 % BTW) per persoon gehanteerd worden.
Artikel 5:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Kris Huyck Vera Goris Stijn Van Hoofstat Philip Lemal Chantal Jacobs Rob Mennes Inez Van den Berge Stan Scholiers Lindger Boen Jef Gys Arne Vergauwen Kristof Van Landeghem Axel Boen Koen Van de Wouwer Koen Vaerten Wannes Van Havere aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Retributiereglement op het gebruik van de turnzaal en refter van de gemeentelijke basisschool - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op artikel 40 § 3 , artikel 41 ° 14, artikelen 177 en 369 van het Decreet over het lokaal bestuur;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen;
Gelet op de vraag van verschillende verenigingen en personen gevestigd en wonende in de gemeente Schelle, om gebruik te mogen maken van de turnzaal en de refter van de gemeentelijke basisschool;
Gezien er onderscheid dient gemaakt te worden omtrent het gebruik van de turnzaal alsook de gebruikers nl. verenigingen en private personen;
Gezien de Schelse inwoners reeds algemene belastingplichtigen zijn in de gemeente Schelle;
Gezien voor het gebruik van de refter een afzonderlijk tarief kan voorzien worden;
Gezien volgende activiteiten kunnen plaats hebben in de turnzaal:
a) sport- en turnoefeningen voor verenigingen en private personen;
b) feesten met uitbating, optredens, bijeenkomsten en dergelijke;
c) sport- en turnactiviteiten waarvoor per activiteit van de deelnemers een bijdrage wordt gevraagd;
d) bals en jeugdfuiven;
Beslist:
Met 13 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
De turnzaal en de refter van de gemeentelijke basisschool kunnen buiten de schooltijd en in zoverre het schoolleven dit toestaat, ter beschikking gesteld worden van verenigingen en private personen.
Artikel 2:
Voor het gebruik van de turnzaal zal de volgende retributie gevorderd worden:
a) voor sport- en turnoefeningen voor Schelse verenigingen en private personen van Schelle: 7,00 EUR per uur.
Een korting van 20% wordt toegestaan voor trainingen en wedstrijden van jeugdploegen, aangesloten bij een Schelse sportvereniging en regelmatig optredend in een door een nationale, gewestelijke of provinciale sportfederatie georganiseerde competitie.
b) voor sport- en turnoefeningen voor niet-Schelse verenigingen en private personen buiten Schelle: 40,00 EUR per uur.
c) voor feesten met uitbating, optredens, bijeenkomsten en dergelijke voor Schelse verenigingen en private personen: 175,00 EUR per dag.
d) voor feesten met uitbating, optredens, bijeenkomsten en dergelijke voor niet-Schelse verenigingen en private personen: 850,00 EUR per dag.
e) voor sport- en turnactiviteiten waarvoor per activiteit van de deelnemers een bijdrage wordt gevraagd, wordt een vergoeding van 25,00 EUR per uur gevorderd.
f) voor bals en jeugdfuiven van Schelse verenigingen: 250,00 EUR per dag.
g) voor bals en jeugdfuiven van niet-Schelse verenigingen en private personen: 1.500,00 EUR per dag.
Artikel 3:
Onder Schelse vereniging wordt verstaan:
elke vereniging:
a) die minstens 2 jaar gevestigd is te Schelle.
b) waarvan de leden voor tenminste 50% inwoners van de gemeente Schelle zijn.
c) die jaarlijks minstens 125,00 EUR werkingstoelagen ontvangen van een Schelse adviesraad of waaraan door de gemeente subsidies toegekend worden.
Artikel 4:
a) Voor het gebruik van de refter door verenigingen zal een retributie gevorderd worden van 50,00 EUR per dag ongeacht de tijdsduur.
b) Voor het gebruik door particulieren bedraagt de retributie 150,00 EUR ongeacht de tijdsduur.
Artikel 5:
Ter waarborging van het correcte nakomen van alle uit deze reglementering voortvloeiende verplichtingen, dienen de gebruikers een waarborgsom van 500,00 EUR voor de turnzaal en 250,00 EUR indien enkel de refter wordt gebruikt.
Artikel 6:
De retributie en de waarborg dienen minstens 14 dagen vooraf gestort te worden. In geval van annulering zal 25% van de retributie aan de gemeente toekomen tot dekking van reserverings- en administratiekosten. Voor continu geprogrammeerde activiteiten wordt maandelijks de retributie afgerekend.
Bij niet-minnelijke regeling zal de inning geschieden bij burgerlijke rechtsvordering.
Artikel 7:
De turnzaal en/of de refter van de gemeentelijke basisschool zal gratis ter beschikking gesteld worden aan:
● de gemeente, OCMW, AGB Fluctus, Ivebica of een gemeentelijk samenwerkingsverband waarin zij betrokken zijn;
● elke medewerker van de gemeente Schelle, het OCMW, AGB Fluctus en de inrichtende macht (GBS De Klim) één keer per kalenderjaar;
● Schelse basisscholen en de Academie Muziek en Woord Hemiksem, Schelle, Niel kunnen de turnzaal en refter van de gemeentelijke basisschool gratis gebruiken voor activiteiten tijdens de schooluren.
De turnzaal en/of de refter van de gemeentelijke basisschool zal tegen betaling ter beschikking gesteld worden aan:
● Elke medewerker van de gemeente Schelle, het OCMW, AGB Fluctus en de inrichtende macht (GBS De Klim) indien zij meer dan één keer per kalenderjaar wensen gebruik te maken van de zaal.
● Verenigingen, erkend door een gemeentelijke adviesraad voor activiteiten.
● Particulieren of verenigingen die activiteiten organiseren in het kader van het Decreet - Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) vallen onder de categorie van verenigingen.
● Inwoners van Schelle.
De voorrangsregeling is vastgesteld in het gebruikersreglement.
Artikel 8:
Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden en afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig art. 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 9:
Dit reglement gaat in op 1 januari 2026.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Stijn Van Hoofstat Lindger Boen Inez Van den Berge Vera Goris Koen Van de Wouwer Arne Vergauwen Rob Mennes Kris Huyck Axel Boen Stan Scholiers Koen Vaerten Jef Gys Philip Lemal Wannes Van Havere Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Huishoudelijk reglement gebruik turnzaal en refter gemeentelijke basisschool - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het raadsbesluit d.d. 05.02.2018 houdende "Huishoudelijk reglement gebruik turnzaal en refter gemeentelijke basisschool";
Gezien het nodig is om het reglement aan te passen aan de huidige wensen en noden;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
Volgend huishoudelijk reglement goed te keuren:
"Huishoudelijk reglement voor de turnzaal en refter van de gemeentelijke basisschool.
De verenigingen en private personen die van het college van burgemeester en schepenen de principiële toelating hebben bekomen om de turnzaal en/of refter te gebruiken, dienen zich aan de hierna vermelde regels te houden:
Artikel 1:
Ingeval private personen de turnzaal en/of refter wensen te gebruiken, dan zullen steeds twee personen zich als gebruiker dienen op te geven, welke zich hoofdelijk en ondeelbaar t.a.v. de gemeente Schelle zullen verbinden. Hetzelfde geldt indien een feitelijke vereniging (vereniging zonder rechtspersoonlijkheid) de refter en/of turnzaal wenst te gebruiken.
Artikel 2:
Het is de gebruikers verboden de beschikbaar gestelde locaties onder te verhuren of zijn gebruikersrechten geheel of gedeeltelijk aan derden over te dragen op vermelde datum.
Artikel 3:
De gemeente behoudt zich het recht voor om de beschikbaar gestelde locaties op de voorziene datum in de volgende gevallen niet ter beschikking te stellen van de gebruikers:
- indien de retributie én de waarborg niet uiterlijk 14 dagen vooraf op de rekening van de gemeente werd gestort;
- ingeval van inbreuk op art. 2;
- indien de gebruikers voornemens zijn een andere activiteit te organiseren dan hiervoor opgegeven of wanneer deze de openbare orde dreigt te verstoren of de goede zeden dreigt te schenden.
Artikel 4:
Voor het gebruik van de refter moet er eerst een overleg plaatsvinden met de directie en/of het secretariaat van de school.
Voor het gebruik van de turnzaal moet er eerst een overleg plaatsvinden met Creativa en de directie en/of het secretariaat van de school.
Artikel 5:
Wat betreft de staat van de beschikbaar gestelde locaties:
De gemeente zal er voor zorgen dat deze in propere en goede staat ter beschikking van de gebruikers gesteld worden bij de overhandiging van de sleutels.
Enkel beschadigingen/onreinheden welke onmiddellijk (dit is binnen de twee uur) gemeld worden na ontvangst van de sleutels, zullen geacht worden niet te zijn veroorzaakt tijdens of na de geplande activiteit.
De gebruikers worden geacht persoonlijk verantwoordelijk te zijn t.a.v. de gemeente voor alle schade en onreinheden welke tijdens de gebruiksperiode aan de beschikbaar gestelde locaties of eventueel aan de andere lokalen van de school werden toegebracht.
De kosten voor het herstel van de veroorzaakte schade of voor opkuis (ingeval de ter beschikking gestelde locaties of de rubberen matten onrein werden achtergelaten) zullen van de waarborgsom ingehouden worden.
Artikel 6:
De gebruikers verbinden zich er toe de volgende verplichtingen correct na te leven:
1) de organisator van grote evenementen, die plaatsvinden in de turnzaal van de school, moeten uiterlijk 6 weken op voorhand een aanvraagformulier indienen;
2) de vloer van de turnzaal te beschermen met de voorziene rubberen matten;
3) de zaal/de refter, de matten, de speelplaats, de toiletten na de activiteit volledig op te kuisen en volledig proper achter te laten;
4) geen nagels of andere voorwerpen in muren, deuren, ramen of het plafond te slaan of op te hangen. Ook mag niets beplakt of beschilderd worden;
5) steeds alle mogelijke veiligheidsvoorzieningen te nemen;
6) geen toegangen af te sluiten;
7) geen lawaaihinder te veroorzaken;
8) indien de aard van de activiteit dit vereist, een objectieve aansprakelijkheidsverzekering inzake brand en ontploffing af te sluiten;
9) zich in orde te stellen met Sabam en de “billijke vergoeding”;
10) minstens 4 mensen aan te duiden die nauw zullen toekijken op het ordelijk verloop van de activiteit en dit zowel binnen als buiten;
11) alle wettelijke en reglementaire bepalingen strikt na te leven die eventueel gelden voor de geplande activiteit;
12) er wordt enkel gebruik gemaakt van de voor- en achterspeelplaats van de lagere school. Er komt niemand op de kleuterspeelplaats en in de schooltuin.
Artikel 7:
Bij beschadiging zal het college van burgemeester en schepenen een schadevergoeding eisen op basis van de herstellings- en/of vervangingsfactuur. Bij niet-naleving van de bepalingen van het reglement zal het college van burgemeester en schepenen eveneens een vergoeding eisen op basis van de onkostennota.
Het college van burgemeester en schepenen kan zich direct verhalen op de verantwoordelijke en de kosten afhouden van de waarborgsom.
Bij het einde van het gebruik van de infrastructuur zal de eerstvolgende werkdag om 08.00 uur de controle, over de eventueel aangebrachte schade en netheid, tegensprekelijk uitgevoerd worden. Indien de gebruiker niet aanwezig is, wordt geacht dat de vaststellingen tegensprekelijk gebeurd zijn.
Artikel 8:
De sleutels zullen afgeleverd worden aan de aangeduide verantwoordelijken van de vereniging of private groep dient de sleutels af te halen op het secretariaat van de school en dit tijdens de schooluren. Door ontvangstname van de sleutels aanvaardt men de gestelde voorwaarden en verplichtingen. Na gebruik moeten de sleutels door de verantwoordelijken afgeleverd worden bij de persoon aangeduid door het college van burgemeester en schepenen volgens de gestelde voorwaarden.
Artikel 9:
Overeenkomstig de voorschriften inzake brandbeveiliging moeten volgende richtlijnen gevolgd worden:
- Voor de turnzaal: bij zit- en staanplaatsen (ook statafels) is 1 m² nodig per persoon. Wanneer er enkel zitplaatsen voorzien worden moet je 1,5 m² per persoon voorzien. De totale oppervlakte van de turnzaal is 450 m². Bij zitplaatsen is het maximum dus 300 personen, bij staanplaatsen maximum 450 personen.
- Voor de refter: maximum 120 personen.
Artikel 10:
1) De gegevens van de contactpersoon voor het alarm, worden doorgegeven bij de overhandiging van de sleutels.
2) Het brandalarm mag nooit op non-actief gezet worden.
3) Rookinstallaties zijn verboden!
4) Niet koken/opwarmen of verwarmingstoestellen gebruiken waardoor het brandalarm in werking treedt.
Artikel 11:
De gebruikers van de refter dienen er zorg voor te dragen dat, indien er muziek wordt gemaakt, deze gedempt wordt om 22.00 uur en stopgezet om 02.00 uur.
Artikel 12:
Afval afkomstig van de gehouden activiteit moet gescheiden verwijderd worden en mag niet achterblijven in de zaal of op school. De verantwoordelijke van de vereniging of private groep dient het afval zelf mee te nemen.
Artikel 13:
Het is niet toegelaten om wagens te parkeren op de speelplaats.
Artikel 14:
Ter waarborging van het correcte nakomen van alle uit deze reglementering voortvloeiende verplichtingen, verbinden de gebruikers er zich toe minsten 14 dagen vooraf een waarborgsom te storten op rekening BE12-091-0001130-92 van de gemeente.
Artikel 15:
Ten vroegste 14 dagen na voorlegging van het document, ingevuld door de verantwoordelijke voor de controle, zoals omschreven in art. 6, kan de waarborg terug betaald worden."
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Stijn Van Hoofstat Kris Huyck Jef Gys Philip Lemal Chantal Jacobs Stan Scholiers Rob Mennes Arne Vergauwen Axel Boen Kristof Van Landeghem Inez Van den Berge Lindger Boen Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Retributiereglement gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173 van de Grondwet;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en wijzigingen;
Overwegende dat de gemeente Buitenschoolse Kinderopvang organiseert voor kinderen van 2,5 jaar tot 12 jaar, die school lopen in Schelle en/of woonachtig zijn in Schelle;
Overwegende dat de organisatie van Buitenschoolse Kinderopvang een kost met zich meebrengt voor de gemeente, waardoor het verantwoord is om een kostenvergoeding te vragen aan de gebruiker van deze opvang;
Overwegende dat het in bepaalde gevallen aangewezen is een aangepast tarief te voorzien of vrijstelling van onderhavige retributie te voorzien;
Beslist:
Met 13 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Kristof Van Landeghem), 1 stem tegen (Wannes Van Havere), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Met ingang vanaf 1 januari 2026 wordt, ten behoeve van de gemeente, een retributie geheven op Buitenschoolse Kinderopvang "De Schellebel".
Artikel 2:
De retributie is verschuldigd door de gebruiker/aanvrager van Buitenschoolse Kinderopvang.
Iedere heffingsplichtige is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 3:
De retributie op Buitenschoolse Kinderopvang wordt als volgt vastgesteld:
TARIEVEN | INWONER SCHELLE | NIET-INWONER SCHELLE |
Schooldagen |
|
|
Voor- en naschoolse opvang per begonnen half uur | 1,15 euro | 1,70 euro |
Middagslapers per begonnen half uur | 1,15 euro | 1,70 euro |
Schoolvrije dagen en vakantiedagen |
|
|
Minder dan 3 uur | 4,60 euro | 6,07 euro |
Tussen 3 en 6 uur | 7,15 euro | 9,13 euro |
Vanaf 6 uur | 13,15 euro | 18,23 euro |
Woensdagmiddagopvang | 1,15 euro per begonnen half uur of vakantietarief | 1,70 euro per begonnen half uur of vakantietarief |
25% vermindering wordt toegekend op het totaalbedrag bij gelijktijdige aanwezigheid van kinderen uit hetzelfde gezin. Deze vermindering is niet cumuleerbaar met het sociaal tarief.
Vallen ook onder het tarief inwoner Schelle:
- Kinderen van personeel van gemeente en OCMW Schelle; AGB Fluctus en het personeel werkzaam op de scholen in de gemeente Schelle.
- Kinderen van gescheiden ouders, waarvan het kind niet in de gemeente Schelle is gedomicilieerd, maar conform het KB van 26 december 2015 is geregistreerd bij de huisvesting verlenende ouder die in de gemeente Schelle is gedomicilieerd, heeft ook recht op het tarief 'inwoner Schelle'.
Artikel 4:
Sociaal tarief
Ouders kunnen sociaal tarief aanvragen bij de dienst buitenschoolse kinderopvang. Na het indienen van de bewijsstukken word het sociaal tarief toegepast vanaf de volgende factuur.
Het sociaal tarief bedraagt 50% van de ouderbijdrage en wordt toegestaan:
- bij voorlegging van een attest verhoogde tegemoetkoming. Dit document kan aangevraagd worden bij jouw mutualiteit.
- als jouw gezin in collectieve schuldbemiddeling zit.
- of jouw gezin over een OCMW-verslag beschikt dat toekenning van sociaal tarief rechtvaardigt.
De toekenning van het sociaal tarief wordt jaarlijks herzien. Bij het niet tijdig indienen van bewijsstukken wordt het gewoon tarief toegepast.
Daarnaast dien je elke wijziging die invloed heeft op het al dan niet recht hebben op een sociaal tarief te melden aan de verantwoordelijke.
In zeer uitzonderlijke gevallen kan de opvang gratis zijn. Om hier aanspraak op te kunnen maken dien je contact op te nemen met de verantwoordelijke die je zal begeleiden met het nodige papierwerk.
De tarieven vind je op het prikbord in de kinderopvang. Ze staan eveneens vermeld in de infobrochures. Het gemeentebestuur van Schelle behoudt zich het recht voor deze tarieven aan te passen.
Artikel 5:
Extra kosten
- Tieneractiviteiten
De ouders dienen de vastgestelde prijs voor de uitstap te betalen indien hun kind hieraan deelneemt. Deze prijs zal op het eind van de maand gefactureerd worden.
- Uitstappen
De ouders dienen de vastgestelde prijs voor de uitstap te betalen indien hun kind hieraan deelneemt. Deze prijs zal op het eind van de maand gefactureerd worden.
Artikel 6:
Administratiekosten
● Niet- gereserveerd
Wanneer het kind op de opvang aanwezig was, maar niet vooraf heeft gereserveerd, wordt volgende administratieve kost aangerekend:
○ Voor- en naschoolse opvang € 1,50
○ Middagslapers € 1,50
○ Woensdagnamiddagopvang € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag halve dag € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag hele dag € 8,00
Uitgezonderd:
○ Bij ziekte (bewijs met medisch attest)
○ Bij een overlijden in de familie (overlijdensbericht)
○ Indien er vooraf geannuleerd werd (zie hiervoor bij annulatiekost)
● Niet opdagen
Wanneer het kind afwezig is op een vooraf gereserveerd opvangmoment, wordt volgende administratieve kost aangerekend:
○ Voor- en naschoolse opvang € 1,50
○ Middagslapers € 1,50
○ Woensdagnamiddagopvang € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag halve dag € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag hele dag € 8,00
Uitgezonderd:
○ Bij ziekte (bewijs met medisch attest)
○ Bij een overlijden in de familie (overlijdensbericht)
○ Indien er vooraf geannuleerd werd (zie hiervoor bij annulatiekost)
● Afwezigheid bij een uitstap: de kostprijs van de uitstap wordt integraal aangerekend, behalve
○ Bij ziekte (bewijs met medisch attest)
○ Bij een overlijden in de familie (overlijdensbericht)
● Laattijdig afhalen
per kind per kwartier te laat afgehaald € 10,00
● Jokers
Om in de boeteregeling een zekere ruimte te laten voor menselijke vergissingen, zal er een joker worden ingezet om een boete kwijt te schelden.
Er zijn 4 jokers/kind/dag/schooljaar.
Artikel 7:
Annulatiekosten
Voor annulaties van voor- of naschoolse opvang, middagslapers, woensdagnamiddagopvang, schoolvrije dagen of een korte vakantieperiode wordt geen administratieve kost aangerekend.
Bij annulaties van de zomervakantie (juli en augustus) tot 10 dagen vóór het opvangmoment om 20:00 wordt € 1,00 aangerekend voor een halve ingeschreven dag en € 3,00 voor een volle ingeschreven dag; tot 5 dagen vóór het opvangmoment om 20:00 wordt € 2,00 aangerekend voor een halve ingeschreven dag en € 5,00 voor een volle ingeschreven dag.
Artikel8:
De retributie is betaalbaar na toezending van de factuur. De betwisting van de afrekening is mogelijk tot de vervaldag van de factuur.
Wanneer de factuur niet binnen een termijn van 30 dagen wordt voldaan, zal de schuldenaar worden aangemaand.
Bij deze aanmaning worden bijkomende kosten in rekening gebracht in overeenstemming met het retributiereglement op administratie- en aanmaningskosten ten gevolge van betalingsherinneringen voor schuldvorderingen.
Bij gebreke van minnelijke betaling, wordt tot gedwongen invordering van de retributie overgegaan bij middel van een dwangbevel. Dit dwangbevel wordt uitgevaardigd door de financieel directeur die belast is met de inning van deze schuldvorderingen.
Artikel 9:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Wannes Van Havere Stan Scholiers Inez Van den Berge Vera Goris Rob Mennes Koen Vaerten Kris Huyck Lindger Boen Chantal Jacobs Arne Vergauwen Stijn Van Hoofstat Axel Boen Jef Gys Koen Van de Wouwer Kristof Van Landeghem Philip Lemal aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Huishoudelijk reglement buitenschoolse kinderopvang "De Schellebel" - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op de richtlijnen van Opgroeien betreffende het opmaken van het huishoudelijk reglement van een buitenschoolse kinderopvang;
Gelet op het retributiereglement;
Beslist:
Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Enig artikel:
Volgend huishoudelijk reglement van de buitenschoolse kinderopvang "De Schellebel" goed te keuren.
Buitenschoolse Kinderopvang “De Schellebel” |
TARIEF- EN HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Versie vanaf 01/04/2026 |
1. Algemene informatie
1.1 Organisator
De Buitenschoolse Kinderopvang (BKO) is opgericht door het gemeentebestuur van Schelle, Fabiolalaan 55, 2627 Schelle en is erkend en gesubsidieerd door BOA.
Rechtsvorm: gemeentebestuur
Ondernemingsnummer: 0207.536.547
Adres: Fabiolalaan 55, 2627 Schelle
Telefoon: 03 871 98 30
E-mail: onthaal@schelle.be
Website: www.schelle.be
1.2 Verantwoordelijke, pedagogisch coach en kinderopvanglocatie
Verantwoordelijke
Eva Uyttendaele
03 877 41 17
Algemene e-mail: schellebel@schelle.be
Persoonlijke e-mail: eva.uyttendaele@schelle.be
In geval van nood is de verantwoordelijke buiten de openingsuren van de opvanglocatie bereikbaar op dit nummer: 0474 64 39 13. Wij vragen om dit nummer enkel te bellen in uitzonderlijke noodgevallen.
Maandag: 9.00 uur - 19.00 uur
Dinsdag: 8.00 uur - 17.00 uur
Woensdag: 9.00 uur - 11.00 uur
Donderdag: 8.00 uur - 17.00 uur
Vrijdag: 9.00 uur - 14.30 uur
Pedagogisch coach
Jolien Vergult
03 877 41 17
Algemene e-mail: schellebel@schelle.be
Persoonlijke e-mail: jolien.vergult@schelle.be
Maandag: 7.30 uur - 12.30 uur en 15.45 uur - 17.30 uur
Dinsdag: 7.30 uur - 12.30 uur en 15.45 uur - 17.30 uur
Woensdag: 7.30 uur - 14.45 uur
Donderdag: 7.30 uur - 12.30 uur en 15.45 uur - 17.30 uur
Vrijdag: -
Kinderopvanglocatie
BKO 'De Schellebel'
Lazernijweg 2
2627 Schelle
Openingsdagen en -uren van De Schellebel
Schooldagen
Maandag-dinsdag-donderdag-vrijdag
07.00 – 08.00
De kinderen worden pas om 07.00 uur toegelaten in de opvang. Om 08.00 uur vertrekken ze te voet onder begeleiding naar school. De schoolpoorten zijn open vanaf 08.00 uur.
12.30 – 16.00
De beginnende kleuters worden na het middageten, om 12.30 uur, door de kinderbegeleiders aan de scholen afgehaald. Vervolgens komen zij een middagdutje in onze opvang doen. Als een kleuter wakker is dan kan hij/zij lekker spelen met de kinderbegeleider en de andere kindjes tot hij/zij is opgehaald. Wanneer je opvang nodig hebt na 16.00 uur kan jouw kind aansluitend opgevangen worden tot 18.30 uur.
16.00 – 18.30
De kinderen worden om 16.00 uur te voet door de kinderbegeleiders afgehaald aan de scholen. Alle kinderen die om 16.00 uur nog in de school zijn moeten mee. Kinderen die met de fiets komen, stappen achteraan de rij met hun fiets. Om veiligheidsredenen mogen de kinderen niet uit de rij gehaald worden: óf het kind wordt afgehaald aan de school, óf in de Schellebel.
Indien alle kinderen voor 18.30 uur zijn afgehaald, dan moeten alle kinderbegeleiders de werkplek verlaten. Elke maandag is de verantwoordelijke tot 19 uur aanwezig, maar op andere weekdagen kan BKO “De Schellebel” op een vroeger tijdstip gesloten zijn.
Woensdag
07.00 – 08.00 idem maandag-dinsdag-donderdag-vrijdag
12.05 – 18.30
De kinderen worden om 12.05 uur te voet door de kinderbegeleiders afgehaald aan de scholen. Alle kinderen die om 12.05 uur nog in de school zijn moeten mee. Kinderen die met de fiets komen stappen achteraan de rij met hun fiets.
Om veiligheidsredenen mogen de kinderen niet uit de rij gehaald worden: óf het kind wordt afgehaald aan de school, óf in de Schellebel.
Indien alle kinderen voor 18.30 uur zijn afgehaald, dan moeten alle kinderbegeleiders de werkplek verlaten.
Schoolvrije dagen en vakantiedagen
07.00 – 18.30
Indien alle kinderen voor 18.30 uur zijn afgehaald, dan moeten alle kinderbegeleiders de werkplek verlaten. Elke maandag zal de verantwoordelijke tot 19.00 uur aanwezig zijn, maar de andere weekdagen kan BKO “De Schellebel” op een vroeger tijdstip gesloten zijn.
Opgelet: “De Schellebel” SLUIT ten laatste om 18.30 uur. Alle ouders en kinderen moeten op dit tijdstip de opvang verlaten hebben.
Sluitingsdagen
De Schellebel is gesloten op weekenddagen, feestdagen, brugdagen en één week tussen Kerstmis en Nieuwjaar (op 24 december vanaf 16 uur tot en met 2 januari). De sluitingsdagen zijn in de opvangvoorziening geafficheerd.
Elk jaar (maand januari) worden de sluitingsdagen ook per mail, via ‘i-Active’, gecommuniceerd en in de opvang geafficheerd. Je vindt ook een overzicht van sluitingsdagen op de website (www.schelle.be). Extra sluitingsdagen worden minstens één maand vooraf gemeld per e-mail en in de kinderopvang geafficheerd.
1.3 BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten)
BKO 'De Schellebel' heeft een erkenning en voldoet aan de wettelijke voorwaarden van Opgroeien.
Opgroeien
Hallepoortlaan 27
1060 Brussel
Telefoonnummer: 078 150 100 (maandag tot en met vrijdag van 8u tot 20u)
Of via het contactformulier op de website van Opgroeien:
https://www.kindengezin.be/nl/contactformulier
1.4 Contactgegevens scholen
Gemeentelijke Basisschool ‘De Klim’
Provinciale Steenweg 100
2627 Schelle
Tel.: 03 877 72 08
E-mail: gbs.deklim@schelle.be
Sint-Lutgardisschool (hoofdschool) Sint-Lutgardisschool (wijkschool)
Peperstraat 15-17 Heidestraat 81
2627 Schelle 2627 Schelle
Tel.: 03 887 42 06 Tel.: 03 887 99 04
E-mail: directeur@sint-lutgardis.be
2. Het beleid
2.1 De aangeboden kinderopvang
BKO 'De Schellebel' is opgericht door het gemeentebestuur van Schelle. De opvang staat open voor kleuters en kinderen van de lagere school die in Schelle wonen en/of er naar school gaan.
Als er kinderen in Schelle wonen, maar naar school gaan buiten de gemeente, dan kan 'De Schellebel' ook opvang voorzien als de school voor vervoer zorgt en rekening houdt met onze werking (voorbeeld: openingsuren). Wanneer kinderen precies gebracht of opgehaald worden, gebeurt in samenspraak met de verantwoordelijke, de ouders en het busvervoer.
De Buitenschoolse Kinderopvang staat eveneens open voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte op voorwaarde dat het kind zich goed voelt in de opvanglocatie en de infrastructuur, de middelen en de draagkracht van de begeleiding het toelaten. Bij kinderen met een specifieke zorgbehoefte dient vooraf een gesprek met de verantwoordelijke ingepland te worden om de noden van het kind in kaart te brengen.
BKO 'De Schellebel' wil alle kinderen opvangen en discrimineert niemand op basis van cultuur, afkomst, nationaliteit, geslacht, beperking, geloof of levensovertuiging.
2.1.1 Het pedagogisch beleid
Buitenschoolse opvang behoort tot de vrije tijd. Dit betekent dat de kinderen zoveel mogelijk zelf keuzes kunnen maken. Vrije tijd is bezig zijn met wat je graag doet. Plezier maken staat centraal. Er wordt een doelgericht gevarieerd spelaanbod voorzien, waaruit het kind kan kiezen.
Er is een ruimte voor fantasiespel en creativiteit, waarbij het spelaanbod veilig, creatief en stimulerend is.
In onze opvanglocatie houden we rekening met beweging en rust. Er is bijna altijd de keuze om binnen of buiten te spelen. Bij ons kunnen en mogen de kinderen vuil worden.
In de opvang heerst er een warme, aangename sfeer met veel genegenheid waar alle kinderen welkom zijn en gewaardeerd worden.
In BKO 'De Schellebel' wordt sociaal contact gestimuleerd, waarbij kinderen altijd kunnen kiezen met wie ze spelen. Er wordt zelfredzaamheid en zelfstandigheid aangemoedigd. Elk kind krijgt optimale kansen tot zelfontplooiing. De kinderen krijgen de kans om fouten te maken, doch niet zonder opvangnet van de begeleiding. We bieden veiligheid en geborgenheid.
Elk kind moet zijn eigen plekje in onze opvanglocatie kunnen creëren. Als elk kind dat opgevangen wordt zijn eigen manier vindt voor ontspanning, dan is onze doelstelling bereikt. In BKO 'De Schellebel' moeten de kinderen zichzelf kunnen zijn.
2.1.2 Afspraken over voeding
Ontbijt
Je kind eet bij voorkeur thuis. In overleg met de kinderbegeleiders kan je ook een meegebracht ontbijt in de opvang eten.
Tussendoortjes
Kinderen die zelf een tussendoortje bij hebben, mogen dit op een vast tijdstip opeten. Wij vragen om gezonde voeding mee te geven en snoep en chips te vermijden. Kinderen mogen doorlopend water drinken. De opvang voorziet gratis een koekje op woensdag.
Fruitdag
Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag is het “fruitdag”, dan krijgen de kinderen in de namiddag gratis fruit.
Middageten
Op woensdag, schoolvrije dagen en tijdens vakanties brengt het kind boterhammen in een brooddoos mee om te eten. Voorzie een drinkbus met water. De ouders worden verzocht geen frisdrank mee te geven. Indien deze drinkbus leeg is, kunnen we met kraantjeswater bijvullen.
In de wintermaanden (oktober-mei) is er gratis soep voor de kinderen. Dit geldt enkel op woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en vakanties. Opgelet: de ouders moeten steeds voldoende boterhammen voorzien.
Allergieën
Allergieën aan bepaalde voedingsmiddelen dienen bij inschrijving op de inlichtingenfiche en via 'i-Active' vermeld te worden.
2.1.3 Kleding
Tijdens schoolvrije dagen of vakantiedagen trekt het kind gemakkelijke speelkledij en schoeisel aan. De buitenschoolse kinderopvang kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade aan kledij.
Om verloren voorwerpen te vermijden, wordt gevraagd om alles te naamtekenen.
Indien het kind reservekledij van de buitenschoolse kinderopvang heeft gekregen, gelieve het dan zo snel mogelijk gewassen terug te bezorgen.
2.1.4 Afspraken over huiswerk
Dagelijks hebben kinderen de mogelijkheid om huiswerk in BKO 'De Schellebel' te maken. Dit kan beperkt worden in tijd. De kinderbegeleiders houden enkel toezicht, dus ze bieden geen begeleiding of ondersteuning bij het uitvoeren van huistaken.
2.1.5 Afspraken over opvolging van kinderen
Tijdens de opvangmomenten houdt de begeleiding rekening met de vaardigheden, leeftijd en interesses van de aanwezige kinderen.
Aan de hand van observaties meten we het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen op regelmatige basis. Op deze manier kunnen we nagaan hoe de kinderen de opvang ervaren. Aan de hand van de resultaten kan er een actieplan worden opgemaakt.
Als een kind geregeld ongewenst gedrag in onze opvanglocatie 'De Schellebel' vertoont, dan werken wij met de 'gedragskaart'. Deze gedragskaart omvat een aantal afspraken met het kind. Dit is een aanpak met verzet tegen grensoverschrijdend gedrag.
Deze gedragskaart wordt steeds vooraf met de ouders besproken en zorgt voor duidelijke, heldere verwachtingen voor de ouders, het kind en de opvanglocatie.
2.2 Registreren, inschrijven en annuleren
BKO 'De Schellebel' is een kinderopvang erkend door BOA, waarbij we de plaatsen volgens bepaalde voorrangsregels hanteren.
Tijdens een vakantieperiode geven we voorrang aan kinderen tot zes jaar die naar de basisschool gaan. Concreet betekent dit dat de inschrijvingen voor een vakantieperiode voor kleuters twee dagen voor de inschrijvingsperiode van de lagere schoolkinderen zal starten.
2.2.1 Registreren
● Elk kind wordt éénmalig ingeschreven vóór het eerste opvangmoment. Inschrijven kan via de website van de gemeente of bij de verantwoordelijke. Ouders en kinderen worden verondersteld om vóór het eerste opvangmoment kennis gemaakt te hebben op de opvang zelf. Indien het kind niet vooraf is ingeschreven, kan het geen gebruik maken van de opvang.
● Bij inschrijving van elk kind wordt er een dossier opgemaakt.
Dit dossier bestaat uit:
○ Inlichtingenfiche
○ Schriftelijke overeenkomst
○ Huishoudelijk reglement
○ Indien je hierbij in gebreke blijft, behoudt het initiatief het recht om jouw kind te weigeren
● Indien de ouders gescheiden zijn en beide ouders willen gebruik maken van de opvang (met aparte factuur), dient er per ouder een inlichtingenfiche en schriftelijke overeenkomst ingevuld te worden
● Wijzigingen in verband met persoonlijke gegevens dienen zo snel mogelijk doorgegeven te worden (voorbeeld: adresverandering, wijziging school, nieuwe gezinssamenstelling, telefoonnummer)
2.2.2 Inschrijven
Elk gewenst opvangmoment van een kind moet in ‘i-Active’ gereserveerd worden via de website van de gemeente Schelle. In uitzonderlijke gevallen kan toegestaan worden telefonisch te reserveren bij de verantwoordelijke of de pedagogisch coach.
Een overzicht van jouw inschrijvingen kan je via het ouderportaal op 'i-Active' via het tabblad 'reservaties' raadplegen.
● Middagslapers (tijdens schooldagen op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag)
○ Reservatie is verplicht
○ Reserveren van middagslapers kan vanaf één maand vooraf (vb. vanaf 1 september kan je reserveren voor de maand oktober, vanaf 1 oktober voor de maand november)
○ Ouders kunnen plaats(en) reserveren voor de middagslapers tot 10 uur op de desbetreffende opvangdag
○ Ouders dienen zo nauwkeurig mogelijk te reserveren
○ Gelieve een tutje, knuffel of eigen dekentje te voorzien
● Opvangmomenten op schooldagen en schoolvrije dagen (pedagogische studiedagen, brugdagen)
○ Reservatie is verplicht
○ Reserveren van voor- en naschoolse opvang kan reeds vanaf één maand vooraf (vb. vanaf 1 september kan je reserveren voor de maand oktober, vanaf 1 oktober voor de maand november)
○ Ouders kunnen plaats(en) reserveren in de voor- en of naschoolse opvang tot een kwartier voor de start van het opvangmoment
○ Ouders kunnen plaats(en) reserveren voor een schoolvrije dag tot één dag voor de start van het opvangmoment
○ Ouders dienen zo nauwkeurig mogelijk te reserveren
● Vakantiedagen
○ Het vakantieprogramma wordt tijdig aangekondigd via de scholen en de digitale vakantiefolders.
○ Reservatie is verplicht.
○ Reserveren voor vakantiedagen kan vanaf de respectievelijke inschrijfdata voor de verschillende vakantieperiodes. Deze data worden via de scholen en de gemeentelijke infokanalen bekend gemaakt.
○ Reserveren voor een vakantiedag kan tot een kwartier voor de start van het opvangmoment en zolang er plaatsen beschikbaar zijn.
○ Kinderen die zijn ingeschreven voor een grabbelpas-, speelplein- of sportactiviteit kunnen vooraf of nadien ook in BKO 'De Schellebel' terecht. Ouders moeten dit bij reservering melden.
○ Er wordt een wachtlijst/reservelijst gehanteerd. Als er voor een opvangmoment geen vrije plaatsen meer beschikbaar zijn, dan komt het kind op een wachtlijst. Als er een plaats vrijkomt, dan zal hij/zij automatisch worden doorgeschoven. Je ontvangt hiervan een bevestiging via mail.
2.2.3 Annuleren
De startdatum van de opvang van het kind wordt in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd. Deze overeenkomst is zowel bindend voor de ouders als voor de organisator. Elke wijziging in deze regeling wordt schriftelijk vastgelegd tussen de ouders en de verantwoordelijke.
Als je kind afwezig is op gereserveerde momenten of aanwezig is op niet gereserveerde momenten, wordt per afwijking in de opvangregeling een bedrag aangerekend.
Annulatiekost
● Voor annulaties van voor- of naschoolse opvang, middagslapers, woensdagnamiddagopvang, schoolvrije dagen of een korte vakantieperiode wordt geen administratieve kost aangerekend.
● Bij annulaties van de zomervakantie (juli en augustus) tot 10 dagen vóór het opvangmoment om 20.00 wordt € 1,00 aangerekend voor een halve ingeschreven dag en € 3,00 voor een volle ingeschreven dag; tot 5 dagen vóór het opvangmoment om 20.00 wordt € 2,00 aangerekend voor een halve ingeschreven dag en € 5,00 voor een volle ingeschreven dag.
Administratieve kost
● Niet-gereserveerd
Wanneer het kind op de opvang aanwezig was, maar niet vooraf heeft gereserveerd, wordt volgende administratieve kost aangerekend:
○ Voor- en naschoolse opvang € 1,50
○ Middagslapers € 1,50
○ Woensdagnamiddagopvang € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag halve dag € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag hele dag € 8,00
Uitgezonderd:
○ Bij ziekte (bewijs met medisch attest)
○ Bij een overlijden in de familie (overlijdensbericht)
○ Indien er vooraf geannuleerd werd (zie hiervoor bij annulatiekost)
● Niet opdagen
Wanneer het kind afwezig is op een vooraf gereserveerd opvangmoment, wordt volgende administratieve kost aangerekend:
○ Voor- en naschoolse opvang € 1,50
○ Middagslapers € 1,50
○ Woensdagnamiddagopvang € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag halve dag € 4,00
○ Vakantie- of schoolvrije dag hele dag € 8,00
Uitgezonderd:
○ Bij ziekte (bewijs met medisch attest)
○ Bij een overlijden in de familie (overlijdensbericht)
○ Indien er vooraf geannuleerd werd (zie hiervoor bij annulatiekost)
● Afwezigheid bij een uitstap: de kostprijs van de uitstap wordt integraal aangerekend, behalve
○ Bij ziekte (bewijs met medisch attest)
○ Bij een overlijden in de familie (overlijdensbericht)
● Laattijdig afhalen
Per kind per kwartier te laat afgehaald € 10,00
● Jokers
Om in de boeteregeling een zekere ruimte te laten voor menselijke vergissingen, zal er een joker worden ingezet om een boete kwijt te schelden. Er zijn 4 jokers/kind/dag/schooljaar.
2.3 Naschoolse activiteiten
Als jouw kind een naschoolse activiteit in Schelle uitoefent (voorbeeld: voetbal, basket, muziek, turnen, …) dient dit bij het begin van elk schooljaar schriftelijk gemeld te worden. Een kinderbegeleider brengt het kind mits jouw schriftelijke toestemming en haalt het zo nodig terug af.Indien de activiteit start vóór 16.30 uur, dan mag het kind onmiddellijk na de schooluren rechtstreeks naar de activiteit gaan. Voor activiteiten die na 16.30 uur starten, moet het kind eerst meegaan naar de opvang. Eén van de kinderbegeleiders brengt het kind dan naar de activiteit. Dit is een extra bijzondere service dat wij ten opzichte van de ouders bieden, namelijk “het begeleiden naar de activiteit”. Gelieve dit ook altijd bij ‘opmerking’ van het opvangmoment in ‘i-Active’ te noteren.
Deze schriftelijke toestemming dient jaarlijks hernieuwd te worden.
Elke dinsdag van 16.30 tot 17.30 uur organiseert BKO "De Schellebel" de naschoolse activiteit ‘Multimove’. Dit is een gevarieerd en uitdagend bewegingsprogramma voor kinderen tussen 3 en 8 jaar. De focus ligt op de ontwikkeling van 12 bewegingsvaardigheden, maar plezierbeleving staat centraal! Jonge kinderen hebben van nature de drang om te bewegen en te spelen. Het is goed om je kind hierin aan te moedigen en hem/haar zo veel mogelijk bewegingservaringen te laten opdoen.
Deze naschoolse activiteit gaat door in de polyvalente ruimte van de buitenschoolse kinderopvang. Je dient enkel het opvangmoment te betalen. Er zijn geen extra kosten aan verbonden.
Indien jouw kind hieraan wenst deel te nemen, dan moet je hiervoor jaarlijks via mail inschrijven. Als er vrije plaatsen zijn, dan kan jouw kind deze naschoolse activiteit volgen.
Opgelet: wij brengen kinderen alleen naar gezamenlijke groepsactiviteiten op wandelafstand (niet naar tandarts, logopedist, …).
2.4 Brengen en afhalen
Ouders hebben enkel tijdens de breng- en afhaalmomenten toegang tot alle lokalen waar het kind verblijft. Binnen de openingsuren mag het kind op elk moment gebracht of afgehaald worden.
Personen die jouw kind kunnen afhalen
De persoon die het kind naar de opvang begeleidt, is verplicht om zich samen met het kind aan en af te melden bij de kinderbegeleider aan het onthaal. Dit gebeurt met de identiteitskaart van de 'afhaalpersoon'. Aanwezigheden worden via een online registratiemodule op 'i-Active' geregistreerd.
Op het document ‘schriftelijke overeenkomst’moeten alle namen en rijksregisternummers van de personen die het kind mogen afhalen worden genoteerd.
Als er personen zijn aan wie het kind nooit mag worden meegegeven, dan is een gerechtelijk bewijs/vonnis noodzakelijk.
Als er in uitzonderlijke gevallen een andere persoon jouw kind komt afhalen, dan moet je dit minstens telefonisch melden. Gelieve dit, indien mogelijk, ook bij ‘opmerking’ van het opvangmoment te noteren.
Kinderen dienen voor sluitingstijd opgehaald te worden. Als het kind onverwacht niet tijdig afgehaald kan worden, dan breng je de medewerkers van “De Schellebel” hiervan telefonisch op de hoogte.
Kinderen worden onder begeleiding van onze kinderbegeleiders van en naar school of opvang gebracht. Indien je niet tijdig op school bent, vragen we om jouw kind aan de opvang op te halen.
Omwille van de veiligheid mogen de kinderen niet uit de rij gehaald worden. Ouders moeten aan ‘De Schellebel’ wachten en hun kind laten uitschrijven. Kinderen die nog net voor het vertrek van de rij uit de school of aan de deur van de Schellebel opgehaald worden, betalen een half uur opvang.
Wanneer de kinderbegeleiders vaststellen dat de veiligheid van het kind in gevaar is, kan er geweigerd worden dat je jouw kind meeneemt. De kinderbegeleiders zullen voorstellen om één van de noodnummers uit het kinddossier op te bellen. Indien nodig zal de politie worden verwittigd.
Zelfstandig de opvang verlaten of aankomen op de opvang
Het zelfstandig toekomen of vertrekken op de opvang dient op uw 'i-Active' account vermeld te worden. Jouw kind is zo verzekerd voor lichamelijke ongevallen op de kortste weg van en naar de opvanglocatie. Je kan enkel gebruik maken van deze verzekering als jouw kind de kortste weg volgt, anders komt de verzekering niet tussen voor eventuele vergoedingen.
2.5 Ziekte of ongeval van het kind
Zieke kinderen worden niet tot de opvang toegelaten. Dit is zowel in het belang van het zieke kind als in het belang van de overige kinderen in de opvang en de kinderbegeleiders.
De buitenschoolse kinderopvang zal weigeren om het kind op te vangen als:
-het kind koorts heeft (38° of meer)
-het kind te ziek is om aan de normale activiteiten deel te nemen
-het kind teveel aandacht en zorg nodig heeft, zodat de veiligheid en de gezondheid van de andere opgevangen kinderen niet meer kan gegarandeerd worden
-het kind een besmettelijke ziekte heeft, waarbij het kind zelf of de andere kinderen een risico lopen
We vragen de ouder ons te informeren over alle, ook niet onmiddellijk zichtbare, medische problemen (bv. luizen). We volgen hierbij de richtlijnen van Opgroeien.
Indien een ouder op de hoogte is van medische problemen van hun kind, die een gevaar voor besmetting zouden kunnen betekenen dienen zij dit te signaleren.
Bij plotse ziekte of ongevallen worden de ouders onmiddellijk verwittigd. Zoek best vooraf een oplossing voor als je kind onverwachts ziek wordt.
Bij ongevallen wordt het kind naar een dokter gebracht of indien nodig naar het ziekenhuis. We brengen de ouders onmiddellijk op de hoogte. Wanneer vervoer met een ziekenwagen nodig is, gaat er altijd een kinderbegeleider mee. Deze kinderbegeleider blijft bij het kind tot één van de ouders ter plaatse is.De eventuele dokters- en apothekerskosten zijn ten laste van de ouders.
2.6 Het gebruik van medicatie
Meld altijd wanneer jouw kind medicatie krijgt.
Bij voorkeur wordt medicatie door de ouders zelf toegediend voor en na de opvang. Indien dit niet mogelijk is, dan verwachten wij duidelijke schriftelijke richtlijnen van de behandelende geneesheer of apotheker.
Dit attest bevat de naam van de medicatie, naam van de arts/apotheker, naam van het kind, de dosering, de bewaarmethode en de wijze van toediening, alsook de duur van de behandeling.
2.7 Hoofdluizen
Ter preventie van de verspreiding van hoofdluizen kunnen de medewerkers van de buitenschoolse kinderopvang controles bij de kinderen uitvoeren.
Indien bij een kind hoofdluizen worden vastgesteld, zullen de betrokken ouders discreet op de hoogte worden gebracht. Het feit dat er luizen werd vastgesteld wordt anoniem aan alle gezinnen aangekondigd en in de opvanglocatie geafficheerd.
De behandeling van de hoofdluizen valt onder de verantwoordelijkheid van de ouders.
2.8Veiligheid
'De Schellebel' zorgt voor een veilige opvang. Met een risico-analyse schat de kinderopvang risico’s in en tracht deze te voorkomen en weg te werken. De kinderopvang volgt de regels over brandveiligheid, voedselveiligheid, veilige speeltoestellen en speelterreinen, enzovoort.
De opvang is voorbereid op gevaar. Een procedure legt de stappen en de manier van communiceren vast in geval van crisis. De crisis wordt zo snel mogelijk aan Opgroeien gemeld.
Grensoverschrijdend gedrag wordt niet getolereerd. Hiervoor voeren wij een preventief beleid en wordt een plan van aanpak door alle medewerkers onderschreven.
Onder grensoverschrijdend gedrag verstaan we:
Elk bedreigend of gewelddadig gedrag, met zowel actieve of passieve betrokkenheid van het kind, van lichamelijke, emotionele en/of seksuele aard, van een volwassene die in een vertrouwens- en/of gezagsrelatie staat, waardoor schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan het kind.
Het melden van een signaal van grensoverschrijdend gedrag kan bij de verantwoordelijke.
Er is een algemeen rookverbod in een straal van 10 meter rond alle in- en uitgangen van de buitenschoolse kinderopvang.
In de opvang is een EHBO-koffer aanwezig. Enkel de kinderbegeleiders hebben toegang tot deze koffer. De opvang beschikt niet over koortswerende middelen of andere medicatie zonder voorschrift.
In onze opvanglocatie is er een lijst met noodnummers aanwezig.
We zorgen voor een veilige toegang. Niemand kan de lokalen en buitenruimte ongemerkt binnenkomen. Sluit altijd de deur als je binnenkomt en weggaat. Laat zelf ook geen andere mensen binnen.
2.8.1 Verplaatsingen
De verplaatsingen tijdens de opvang gebeuren op een veilige manier onder gepaste begeleiding. Kinderen worden opgehaald aan de school of in de opvang, ze worden niet uit de rij gehaald.
We voorzien, indien mogelijk, extra begeleiding met ‘wijkwerkers’ of 'vrijwilligers.
De kinderbegeleiders hebben op een tablet een aanwezigheidslijst van alle ingeschreven kinderen. Niet-vooraf-ingeschreven kinderen die toch nog aanwezig zijn in de school na 16 uur worden eveneens meegenomen naar 'De Schellebel'.
De kinderbegeleider wordt gevormd tot gemachtigd opzichter. Het attest “gemachtigd opzichter” wordt in het persoonlijke dossier bewaard.
3. Prijsbeleid
3.1 Hoeveel betaal je?
De ouders betalen een financiële bijdrage voor volgende opvang: voor-en naschoolse opvang, middagslapers, woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en vakantiedagen. De prijs die je betaalt voor buitenschoolse opvang is gekoppeld aan de verblijfsduur van je kind in de opvanglocatie en het domicilieadres van de betaler (inwoner of niet-inwoner van de gemeente Schelle), al dan niet verhoogd met een administratieve kost voor laattijdig afhalen, niet opdagen of niet-gereserveerd als de jokers zijn opgebruikt.
TARIEVEN | INWONER SCHELLE | NIET-INWONER SCHELLE |
Schooldagen |
|
|
Voor- en naschoolse opvang per begonnen half uur | 1,15 euro | 1,70 euro |
Middagslapers per begonnen half uur | 1,15 euro | 1,70 euro |
Schoolvrije dagen en vakantiedagen |
|
|
Minder dan 3 uur | 4,60 euro | 6,07 euro |
Tussen 3 en 6 uur | 7,15 euro | 9,13 euro |
Vanaf 6 uur | 13,15 euro | 18,23 euro |
Woensdagmiddagopvang | 1,15 euro per begonnen half uur of vakantietarief | 1,70 euro per begonnen half uur of vakantietarief |
Je krijgt 25% vermindering op het totaalbedrag bij gelijktijdige aanwezigheid van kinderen uit hetzelfde gezin. Deze vermindering is niet cumuleerbaar met het sociaal tarief.
Vallen ook onder het tarief inwoner Schelle:
- Kinderen van personeel van gemeente Schelle, OCMW Schelle en AGB Fluctus en het personeel werkzaam op de scholen in de gemeente Schelle.
- Kinderen van gescheiden ouders, waarvan het kind niet in de gemeente Schelle is gedomicilieerd, maar conform het KB van 26 december 2015 is geregistreerd bij de huisvesting verlenende ouder die in de gemeente Schelle is gedomicilieerd, heeft ook recht op het tarief 'inwoner Schelle'.
3.2 Sociaal tarief
Ouders kunnen sociaal tarief aanvragen bij de dienst buitenschoolse kinderopvang. Na het indienen van de bewijsstukken word het sociaal tarief toegepast vanaf de volgende factuur.
Het sociaal tarief bedraagt 50% van de ouderbijdrage en wordt toegestaan:
- bij voorlegging van een attest verhoogde tegemoetkoming. Dit document kan aangevraagd worden bij jouw mutualiteit
- als jouw gezin in collectieve schuldbemiddeling zit
- of jouw gezin over een OCMW-verslag beschikt dat toekenning van sociaal tarief rechtvaardigt
De toekenning van het sociaal tarief wordt jaarlijks herzien. Bij het niet tijdig indienen van bewijsstukken wordt het gewoon tarief toegepast.
Daarnaast dien je elke wijziging die invloed heeft op het al dan niet recht hebben op een sociaal tarief te melden aan de verantwoordelijke.
In zeer uitzonderlijke gevallen kan de opvang gratis zijn. Om hier aanspraak op te kunnen maken dien je contact op te nemen met de verantwoordelijke die je zal begeleiden met het nodige papierwerk.
De tarieven vind je op het prikbord in de kinderopvang. Ze staan eveneens vermeld in de infobrochure. Het gemeentebestuur van Schelle behoudt zich het recht voor deze tarieven aan te passen. Van elke aanpassing van de ouderbijdrage word je schriftelijk op de hoogte gebracht.
3.3 Extra kosten
Er wordt een bijkomend tarief gevraagd voor volgende kosten:
3.3.1 Tieneractiviteiten
Geplande tieneruitstappen worden tijdig aan de tieners meegedeeld. De ouders dienen de vastgestelde prijs voor de uitstap te betalen indien hun kind hieraan deelneemt. Deze prijs zal op het eind van de maand gefactureerd worden.
3.3.2 Uitstappen
Geplande uitstappen worden tijdig aan de ouders meegedeeld. De ouders dienen de vastgestelde prijs voor de uitstap te betalen indien hun kind hieraan deelneemt. Deze prijs zal op het eind van de maand gefactureerd worden. Elk kind dat deelneemt aan een uitstap is verplicht om een Schellebel T-shirt aan te trekken om goed herkend te worden. Bij aanvang van de uitstap krijgt elk kind een T-shirt. Na afloop blijft deze T-shirt in de opvanglocatie.
3.4 Betalingswijze
Elke maand ontvang je een factuur met een detail van de opvangdagen en uren van de voorbije maand. De facturen dienen binnen de 30 kalenderdagen na factuurdatum te worden voldaan. Betwisting van de afrekening is mogelijk tot de vervaldag van de factuur.
Deze factuur krijg je per mail, maar kan je ook in jouw account op 'i-Active' bij 'Financieel' raadplegen.
De betaling gebeurt bij voorkeur via bank-domiciliëring. Als je met domiciliëring wenst te betalen, dan moet er een mandaat worden aangemaakt. Een mandaat wordt per combinatie kind/betaler gemaakt. Een ouder kan dus ook voor één kind via een overschrijving betalen en voor een ander kind via domiciliëring. Dit mandaat moet door de ouder ondertekend worden en vervolgens zal dit mandaat in ‘i-Active’ worden ingevoerd. Indien gewenst, kan je eveneens zelf via overschrijving betalen.
Maatregelen bij het niet-betalen van facturen
Wanneer de uitgeschreven factuur niet binnen een termijn van 30 dagen wordt voldaan, zal de schuldenaar worden aangemaand.
Bij deze aanmaning worden bijkomende kosten in rekening gebracht in overeenstemming met het retributiereglement op administratie- en aanmaningskosten ten gevolge van betalingsherinneringen voor schuldvorderingen.
Bij gebreke van minnelijke betaling, wordt tot gedwongen invordering van de retributie overgegaan bij middel van een dwangbevel. Dit dwangbevel wordt uitgevaardigd door de financieel directeur die belast is met de inning van deze schuldvorderingen.
Indien de betaling van de facturen langdurig in gebreke blijft, behoudt het initiatief het recht jouw kind op de opvang tijdelijk of definitief te weigeren.
3.5 Fiscaal attest
De kosten voor kinderopvang tot 12 jaar zijn fiscaal aftrekbaar. Het gezin heeft het recht op een fiscaal attest voor de opvangprestaties. De BKO geeft na het verlopen jaar een fiscaal attest voor de facturen die betaald zijn in het voorgaande jaar. Het attest wordt automatisch opgemaakt op de naam van de persoon die als betaler in uw account van 'i-Active' staat geregistreerd. Je krijgt dit fiscaal attest per mail en in jouw account van 'i-Active' toegestuurd. Jouw fiscaal attest kan je ook in ‘mijn burgerprofiel’ raadplegen. Dit is via de website: www.burgerprofiel.be
4. Recht van het gezin
4.1 Kennismakingsmoment
BKO De Schellebel streeft naar een open vertrouwensrelatie met de ouders. De ouders moeten de kinderen met een gerust hart aan de opvang kunnen toevertrouwen. Als het kind aanwezig is, heeft het gezin tijdens de openingsuren permanent toegangsrecht tot alle ruimtes.
Bij inschrijving kan je ook een afspraak voor een rondleiding maken. Hierop beantwoorden wij alle vragen en kan je, samen met jouw kind, de opvanglocatie verkennen. We informeren je graag over het welbevinden van jouw kind tijdens de korte, dagelijkse gesprekken bij de breng- en haalmomenten.
Als je nood hebt aan een uitgebreid gesprek, dan kan je altijd een afspraak voor een oudercontact maken.
We willen weten of je tevreden bent over onze opvangvoorziening. Daarom organiseren we op regelmatige basis een tevredenheidsonderzoek. Als we jouw verwachtingen, opmerkingen en voorstellen kennen, kunnen wij onze werking verbeteren.
Elk gezin kan ook, indien gewenst, een tevredenheidsmeting invullen. Deze tevredenheidsmeting staat op de website van Schelle (www.schelle.be) bij buitenschoolse kinderopvang De Schellebel.
4.2 Suggesties, opmerkingen en klachten
Heb je bedenkingen, opmerkingen of klachten? Bespreek ze met de kinderbegeleiders, de pedagogisch coach of de verantwoordelijke. Samen zoeken we naar een oplossing.
Ben je niet tevreden met de oplossing, dan kan je een klacht indienen.
Ouders hebben het recht om klachten te uiten. Een klacht is een ongenoegen over een handeling of gedraging uiten, of het achterwege blijven van een handeling of gedraging van de opvanglocatie door een personeelslid of een dienst van het gemeentebestuur.
Suggesties, opmerkingen en klachten kunnen schriftelijk, mondeling, of telefonisch ingediend worden.
Elke klacht wordt discreet en efficiënt geregistreerd, behandeld en beantwoord.
Bij lokaal bestuur Schelle:
°Telefoon: 03 871 98 31;
°Schriftelijk t.a.v. de klachtenambtenaar, Fabiolalaan 55, 2627 Schelle of secretariaat@schelle.be;
°Er wordt gegarandeerd dat elke klacht op een efficiënte en doeltreffende manier geregistreerd en behandeld wordt. Elke klacht wordt volledig afgehandeld binnen uiterlijk een termijn van twee maanden. Indien dat uitzonderlijk niet kan, wordt dit gemotiveerd overgemaakt aan de indiener.
(Zie procedure klachtenbehandeling op www.schelle.be)
Ouders kunnen met hun ervaringen, meldingen en klachten ook terecht bij Opgroeipunt, Hallepoortlaan 27 te 1060 Brussel.
Deze dienst is telefonisch te bereiken op het nummer 078 170 000 (elke werkdag van 8 tot 20 uur) of via het contactformulier op http://opgroeien.be/opgroeipunt.
Voor een klacht over de privacy van persoonsgegevens kan je de Gegevensbeschermingsautoriteit contacteren: e-mail: contact@apd-gba.be of telefonisch 02 274 48 00.
4.3 Privacy
De opvang heeft verschillende persoonsgegevens van jouw kind en gezin nodig. Gezinnen hebben recht op de bescherming van hun persoonsgegevens. De privacywet wordt in acht genomen. De persoons- en medische gegevens van de kinderen en de gezinnen worden gebruikt in het kader van de klantenadministratie, de facturatie, het ontwikkelen van het kinderopvangbeleid van de organisator en de naleving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden voor de kinderopvang.
We verwerken jouw persoonsgegevens in het kader van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin en de uitvoeringsbesluiten hiervan.
Hierin staat welke gegevens we nodig hebben. Voor het verwerken van andere gegevens vragen we je toestemming. Deze toestemming kan je op elk moment intrekken of wijzigen. Je kan de privacyverklaring op de website van gemeente Schelle raadplegen.
De persoonsgegevens worden niet langer gebruikt dan noodzakelijk voor het leveren van de betreffende dienst. De gebruiker heeft het recht zijn of haar persoonsgegevens te corrigeren of te laten verwijderen uit het databestand.
De organisator van de kinderopvang waarborgt de veiligheid en het vertrouwelijk karakter van het gebruik van de gegevens door medewerkers van de opvang. Deze verwerking gebeurt conform de Europese privacywetgeving, de Algemene Verordening Gegevensbescherming van 24 mei 2016. Als het noodzakelijk is worden je persoonsgegevens doorgegeven aan Opgroeien, Zorginspectie,… De buitenschoolse kinderopvang volgt de privacyverklaring van de gemeente die op de website (www.schelle.be) staat.
5. Andere documenten
5.1 Verzekeringen
BKO 'De Schellebel' is verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de lichamelijke ongevallen van de opgevangen kinderen en medewerkers op de momenten dat het kind onder het toezicht van de kinderopvang staat.
De kinderen zijn verzekerd van zodra ze in “De Schellebel” aankomen en op weg van en naar de school of de buitenschoolse activiteit. Tijdens de naschoolse activiteit is de opvang niet verantwoordelijk voor het kind. Ouders zijn verplicht om hun kind bij een kinderbegeleider van de BKO achter te laten. Het opvanginitiatief kan niet aansprakelijk gesteld worden voor beschadiging of verlies van persoonlijke voorwerpen. Het gebruik van eigen multimedia (GSM, tablet, …) is niet toegestaan in onze opvanglocatie. Laat waardevolle dingen thuis. Zo kan je beschadiging of verlies voorkomen. Bij een ongeval dient men de verantwoordelijke van “De Schellebel” zo snel mogelijk op de hoogte te brengen, zodat zij het nodige kan doen om in orde te zijn met de verzekeringsmaatschappij. De aangifte van de schadegevallen wordt deels ingevuld door de ouders, deels door de kinderopvang.
Opzettelijke beschadigingen of vernielingen worden door de ouders betaald.
5.2 Inlichtingenfiche en aanwezigheidsregister
Voor elk opgevangen kind wordt een inlichtingenfiche, waarin persoonsgegevens van het kind en het gezin staan, ingevuld. Dit is belangrijk voor de veiligheid van elk kind.
De inhoud omvat:
* de identificatiegegevens van het kind en de ouders
* de bereikbaarheidsgegevens van de ouders en de behandelende arts
* de specifieke aandachtspunten over de gezondheid en de manier van omgaan met het kind
* de personen die het kind mogen ophalen
Zorg ervoor dat de inlichtingenfiche over je kind altijd correct is. Je hebt op elk moment het recht om de inlichtingenfiche van het eigen kind in te kijken en te verbeteren. Geef wijzigingen in de gegevens over de gezondheid van je kind, jouw telefoonnummer of verandering van huisarts onmiddellijk door.
Wij vragen je toestemming om deze persoonlijke gegevens te verwerken in het kader van het naleven van de erkenningsvoorwaarden. Wij garanderen een zorgvuldige omgang met de inlichtingenfiche.
De inlichtingenfiche kan alleen en op elk moment geraadpleegd worden door:
* de organisator
* de verantwoordelijke
* de pedagogisch coach
* de kinderbegeleiders
* de toezichthouders voor controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden
* de controlerende instantie op naleving van het Beleidsvoerend Vermogen (BOA)
* jou, voor de gegevens over jezelf en je kind
In de opvanglocatie is er een aanwezigheidsregister. Hierin wordt per dag genoteerd welk kind aanwezig is met de tijd van aankomst en vertrek. De tijdsaanduiding wordt genoteerd in uren en minuten zodat er achteraf geen discussie ontstaat over de totale aanwezigheidsduur per opvangdag. Deze registratie gebeurt elektronisch gelinkt aan de identiteitskaart van de afhalers.
5.3 Kwaliteitshandboek
Wens je meer informatie over de werking van De Schellebel, dan kan je steeds het kwaliteitshandboek inkijken. BKO 'De Schellebel' heeft een kwaliteitshandboek, uitgeschreven volgens de bepalingen in het Beleidsvoerend Vermogen (BVV). Je vindt er onze doelstellingen voor het pedagogisch beleid, de betrokkenheid van ouders, klachtenprocedure, werkwijze, organisatiestructuur, enzovoort. Het ligt ter inzage op het secretariaat van “De Schellebel”.
6. Wijzigingen in het huishoudelijk reglement
De bepalingen van dit huishoudelijk reglement blijven van toepassing zolang de erkenning van de dienst van kracht blijft.
Niet naleving van dit huishoudelijk reglement kan uitsluiting tot gevolg hebben.
Als het huishoudelijk reglement gewijzigd wordt en je wil de opvang verder zetten, dan moet je het gewijzigde huishoudelijk reglement opnieuw ondertekenen voor ontvangst en kennisname.
Alle wijzigingen van bovenstaand reglement worden zoals de wettelijke termijn voorziet 2 maanden vóór ingang van het nieuwe reglement ter ondertekening voor ontvangst en kennisname aan de gezinnen aangeboden.
De schriftelijke overeenkomst en schriftelijke verklaring van kennisname van het huishoudelijk reglement wordt door de ouder(s) ondertekend en blijft op de opvangdienst.
7. Stopzetting dienstverlening
Het gemeentebestuur van Schelle kan de opvang onmiddellijk (tijdelijk) stopzetten indien:
● Ouders zich niet houden aan de bepalingen van het huishoudelijk reglement
● Er geen bemiddeling meer mogelijk is tussen ouders en/of kind en begeleiding en/of verantwoordelijke van De Schellebel
● Wanneer de veiligheid van andere kinderen in het gedrang komt door de aanwezigheid van een kind en/of hierdoor de draagkracht van de begeleiding overschreden wordt
● De facturen niet betaald worden
De opzegging of schorsing wordt per mail of brief meegedeeld met de vermelding van de reden en de ingangsdatum. Indien aan de bepaalde voorwaarden wordt voldaan, kan het kind na weigering opnieuw toegelaten worden in de buitenschoolse kinderopvang. Er wordt wel verwacht dat de ouders contact opnemen met de buitenschoolse kinderopvang.
Herhaaldelijke weigeringen en her-inschrijvingen kunnen leiden tot definitieve stopzetting van de opvang.
8. Tot slot
Dit huishoudelijk reglement is opgesteld te Schelle op 1 januari 2026 volgens de op dat moment geldende regelgeving en richtlijnen in het BOA decreet. Alle regels over kinderopvang vind je op codex.vlaanderen.be: Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.
Met vragen of opmerkingen rond dit reglement of over de werking van BKO De Schellebel kan je terecht bij de verantwoordelijke.
De bepalingen van dit huishoudelijk reglement blijven van toepassing zolang de erkenning van de dienst van kracht blijft.
Niet naleving van dit huishoudelijk reglement kan uitsluiting tot gevolg hebben.
Als het huishoudelijk reglement gewijzigd wordt en je wil de opvang verder zetten, dan moet je het gewijzigde huishoudelijk reglement opnieuw ondertekenen voor ontvangst en kennisname.
Alle wijzigingen van bovenstaand reglement worden zoals de wettelijke termijn voorziet 2 maanden vóór ingang van het nieuwe reglement ter ondertekening voor ontvangst en kennisname aan de gezinnen aangeboden.
De schriftelijke overeenkomst en schriftelijke verklaring van kennisname van het huishoudelijk reglement wordt door de ouder(s) ondertekend en blijft op de opvangdienst.
Het gemeentebestuur van Schelle kan de opvang onmiddellijk (tijdelijk) stopzetten indien:
● Ouders zich niet houden aan de bepalingen van het huishoudelijk reglement
● Er geen bemiddeling meer mogelijk is tussen ouders en/of kind en begeleiding en/of verantwoordelijke van De Schellebel
● Wanneer de veiligheid van andere kinderen in het gedrang komt door de aanwezigheid van een kind en/of hierdoor de draagkracht van de begeleiding overschreden wordt
● De facturen niet betaald worden
De opzegging of schorsing wordt per mail of brief meegedeeld met de vermelding van de reden en de ingangsdatum. Indien aan de bepaalde voorwaarden wordt voldaan, kan het kind na weigering opnieuw toegelaten worden in de buitenschoolse kinderopvang. Er wordt wel verwacht dat de ouders contact opnemen met de buitenschoolse kinderopvang.
Herhaaldelijke weigeringen en her-inschrijvingen kunnen leiden tot definitieve stopzetting van de opvang.
Dit huishoudelijk reglement is opgesteld te Schelle op 1 januari 2026 volgens de op dat moment geldende regelgeving en richtlijnen in het BOA decreet. Alle regels over kinderopvang vind je op codex.vlaanderen.be: Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.
Met vragen of opmerkingen rond dit reglement of over de werking van BKO De Schellebel kan je terecht bij de verantwoordelijke.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Philip Lemal Axel Boen Jef Gys Kristof Van Landeghem Arne Vergauwen Rob Mennes Chantal Jacobs Kris Huyck Inez Van den Berge Stan Scholiers Stijn Van Hoofstat Lindger Boen Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Koen Vaerten aantal voorstanders: 14 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Herneming aansluiting Vastgoedinformatieplatform en goedkeuring retributiereglement ingevolge VIP-decreet - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op artikel 173, van de Grondwet;
Gelet op artikel 40, §3, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op artikel 21, eerste lid, van het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
Gelet op de artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Overwegende dat aanvragers informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld wensen te ontvangen;
Overwegende dat de gemeente het belangrijk vindt dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed;
Overwegende dat gemeenten op zoek zijn naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen;
Overwegende dat het Vastgoedinformatieplatform een elektronisch informatiesysteem is om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen, en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;
Overwegende dat het Vastgoedinformatieplatform beheerd wordt door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
Overwegende dat de gemeente via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie kan verzamelen in een product en dit product met vastgoedinformatie kan ontsluiten;
Overwegende dat het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich meebrengt;
Overwegende dat de gemeente Schelle de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan wenst te verhalen;
Beslist:
Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Wannes Van Havere)
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt de aansluiting vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie goed als volgt:
"Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product.
Artikel 2 - Algemeen
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.
Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Schelle een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
Artikel 3 – Aanvrager van vastgoedinformatie
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.
lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
gerechtelijke overheden;
hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;
politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
Artikel 4 - Bedrag
Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:
Voorwerp aanvraag | Retributiebedrag per kadastraal perceel |
Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet | € 170,00 |
Artikel 5 - Inning
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens
§1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Schelle en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.
Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Schelle wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.
De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Schelle en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als Bijlage 1.
Artikel 7 – Ondertekening
De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Schelle via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.
Artikel 8 - Vervanging voorgaande reglementering
Dit reglement vervangt vanaf 31 januari 2024 alle retributiereglementen die betrekking hebben op aanvragen van producten, die kunnen worden aangevraagd via het Vastgoedinformatieplatform.
Artikel 9 - Bekendmaking
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017."
Artikel 2:
Dit besluit vernietigt en vervangt het raadsbesluit d.d. 30.01.2024 houdende "Aansluiting Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie".
Budget 2026 Kerkfabriek St. Petrus en Paulus - Aktename.
De gemeenteraad,
Gelet op het Keizerlijk Decreet van 30.12.1809 op de kerkbesturen en de wet van 04.03.1870 op het tijdelijke der erediensten, gewijzigd door de wet van 18.04.1974;
Gelet op het decreet van 07.05.2004;
Gelet op de goedkeuring van het meerjarenplan van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus op 19.12.2025;
Gezien het budget 2026 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus werd opgemaakt en goedgekeurd door de fabrieksraad op 13.10.2025;
Gelet op het gunstig advies van 02.12.2025 verleend door het Bisdom van Antwerpen;
Neemt akte:
Enig artikel:
Akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus.
De bijdrage van de gemeente bedraagt € 26.127,16.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Lindger Boen Philip Lemal Vera Goris Rob Mennes Arne Vergauwen Stijn Van Hoofstat Axel Boen Stan Scholiers Jef Gys Inez Van den Berge Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Kris Huyck Wannes Van Havere Koen Vaerten Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Meerjarenplan 2026-2031 Kerkfabriek St. Petrus en Paulus - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het Keizerlijk Decreet van 30.12.1809 op de kerkbesturen en de wet van 04.03.1870 op het tijdelijke der erediensten, gewijzigd door de wet van 18.04.1974;
Gelet op het decreet van 7 mei 2004;
Gezien het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus werd opgemaakt en goedgekeurd door de fabrieksraad op 1 december 2025;
Gelet op het gunstig advies van 3 december 2025, verleend door de Bisschop van Antwerpen, Monseigneur Johan Bonny, in zijn hoedanigheid van representatief orgaan;
Gelet op de ontvangst via religiosoft op 1 december 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Enig artikel:
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Petrus en Paulus wordt goedgekeurd.
De bijdrage vanwege het gemeentebestuur bedraagt voor het dienstjaar:
| St. Petrus & Paulus |
|
2026 | 26.127,16 euro |
|
2027 | 33.949,45 euro |
|
2028 | 36.045,88 euro |
|
2029 | 38.068,65 euro |
|
2030 | 40.028,81 euro |
|
2031 | 41.936,62 euro |
|
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Axel Boen Rob Mennes Inez Van den Berge Philip Lemal Arne Vergauwen Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Vera Goris Jef Gys Kris Huyck Kristof Van Landeghem Chantal Jacobs Koen Van de Wouwer Koen Vaerten Wannes Van Havere aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Prijssubsidiereglement AGB 2026 - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet lokaal bestuur;
Gelet op de oprichting van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle, bij gemeenteraadsbesluit van 29 september 2005;
Gelet op het goedkeuringsbesluit, ondertekend door de minister op 23 december 2005;
Gelet op de beslissing van de BTW-administratie d.d. 19 januari 2016, gepubliceerd
d.d. 3 februari 2016;
Overwegende dat deze beslissing een invloed heeft op de werking van het Autonoom Gemeentebedrijf Fluctus Schelle;
Overwegende dat het AGB Fluctus Schelle een winstoogmerk heeft en dat werkingstoelagen niet mogen meegeteld worden om te kijken of het AGB effectief in staat is om winst te genereren;
Overwegende dat prijssubsidies wel meegeteld worden. Op deze prijssubsidie dient (in tegenstelling tot een werkingssubsidie) BTW aangerekend te worden;
Overwegende dat de toekenning van prijssubsidies moet vastgelegd worden;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
De gemeenteraad van Schelle keurt volgend prijssubsidiereglement voor het gebruik van het Sportcomplex Scherpenstein goed als volgt:
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT VOOR HET SPORTCOMPLEX SCHERPENSTEIN
TUSSEN
1. De gemeente Schelle, met zetel te Schelle, Fabiolalaan 55, hierna genoemd "gemeente", anderzijds
2. Het Autonoom Gemeentebedrijf "Fluctus", met maatschappelijke zetel te Schelle, Fabiolalaan 55, opgericht bij besluit van de gemeenteraad van de gemeente Schelle
d.d. 29 september 2005 en rechtspersoonlijkheid verkregen ingevolge de goedkeuring door de Minister d.d. 23 december 2005, hierna genoemd "AGB Fluctus", enerzijds
wordt overeengekomen dat de gemeente prijssubsidies zal toekennen aan het AGB Fluctus voor het gebruik van het sportcomplex Scherpenstein.
Artikel 1:
Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Artikel 2:
Het AGB Fluctus heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor een periode van 12 maanden van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. Op basis van deze ramingen heeft het AGB Fluctus vastgesteld dat voor bovenvermelde periode de inkomsten voor het gebruik van het sportcomplex Scherpenstein minstens 760.000,00 euro (exclusief 6% BTW) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.
Artikel 3:
Om economisch rendabel te zijn, wenst het AGB Fluctus de voorziene toegangsprijzen voor het gebruik van het sportcomplex Scherpenstein te vermenigvuldigen met een factor van 34,55 op jaarbasis.
Artikel 4:
De gemeente erkent dat het AGB Fluctus, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsprijzen voor het gebruik van het sportcomplex Scherpenstein, moet vermenigvuldigen met een jaarbasis, om economisch rendabel te zijn.
De toegangsprijzen voor het gebruik van factor 34,55 op het sportcomplex Scherpenstein zijn vastgesteld door de Gemeenteraad van 22 mei 2025.
Artikel 5:
Deze gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief 6% BTW) kunnen steeds geherevalueerd worden tijdens de periode van 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 in het kader van een periodieke evaluatie van de exploitatieresultaten van het AGB Fluctus.
Artikel 2:
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 1 januari 2027 zal worden onderhandeld tussen de gemeente en het AGB Fluctus.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Philip Lemal Lindger Boen Vera Goris Jef Gys Inez Van den Berge Axel Boen Stijn Van Hoofstat Rob Mennes Arne Vergauwen Stan Scholiers Kristof Van Landeghem Koen Vaerten Chantal Jacobs Kris Huyck Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Meerjarenplan 2026-2031 AGB - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 41;
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 249 t.e.m. art. 256;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB/2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031;
Gelet op het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Fluctus;
Gelet op de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 door de Raad van Bestuur d.d. 19 december 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 5 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 1 onthouding (Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Fluctus, vastgesteld door de Raad van Bestuur d.d. 19.12.2025 met volgende eindcijfers goed:
| 2026 | 2027 | 2028 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 171.451 | 689.908 | 1.272.203 |
Autofinancieringsmarge | 8.494 | 18.457 | 39.420 |
| 2029 | 2030 | 2031 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 1.282.713 | 1.289.503 | 1.296.123 |
Autofinancieringsmarge | 10.510 | 6.790 | 6.620 |
Artikel 2:
De beslissing zal bekend gemaakt worden overeenkomstig DLB art.286 §3.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Philip Lemal Arne Vergauwen Stan Scholiers Jef Gys Vera Goris Axel Boen Rob Mennes Kris Huyck Koen Van de Wouwer Koen Vaerten Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere Chantal Jacobs aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Meerjarenplan 2026-2031 - deel gemeente - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 41;
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 249 t.e.m. art. 256;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de ministeriële omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 d.d. 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031;
Gelet op het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031;
Gelet op het advies van het managementteam van 1 december 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 6 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
De gemeenteraad stelt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast.
Artikel 2:
De gemeenteraad vertrouwt de procedure overheidsopdrachten toe aan het college van burgemeester en schepenen volgens de nominatief toegevoegde lijst (zie bijlage).
Artikel 3:
De gemeenteraad vertrouwt de uitbetaling van de nominatieve subsidies toe aan het college van burgemeester en schepenen volgens de toegevoegde lijst (zie bijlage).
Artikel 4:
De beslissing zal bekendgemaakt worden overeenkomstig DLB art. 286 §3.
Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Vera Goris Jef Gys Axel Boen Inez Van den Berge Philip Lemal Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Koen Van de Wouwer Chantal Jacobs Kris Huyck Kristof Van Landeghem Koen Vaerten Wannes Van Havere aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
Meerjarenplan 2026-2031 - deel OCMW - Goedkeuring. - Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 41;
Gelet op het decreet lokaal bestuur, inzonderheid art. 249 t.e.m. art. 256;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de ministeriële omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 d.d. 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031;
Gelet op het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031;
Gelet op het advies van het managementteam van 1 december 2025;
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 6 stemmen tegen (Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het besluit van de OCMW-raad van 19 december 2025, aangaande het vaststellen van het meerjarenplan 2026-2031 goed.
Artikel 2:
Door deze goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn (DLB art. 249 §3).
Artikel 3:
De aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031 sluit met volgende eindcijfers:
| 2026 | 2027 | 2028 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 2.911.556 euro | 336.747 euro
| 522.655 euro |
Autofinancieringsmarge | 143.370 euro | 529.849 euro | 365.638 euro |
| 2029 | 2030 | 2031 |
Beschikbaar budgettair resultaat | 395.213 euro | 723.719 euro | 364.489 euro |
Autofinancieringsmarge | 384.362 euro | 678.385 euro | 65.726 euro |
Artikel 4:
De beslissing zal bekendgemaakt worden overeenkomstig DLB art. 286 §3.
Mondelinge vragen.
De mondelinge vragen worden beantwoord door de daartoe bevoegde personen en opgenomen in het zittingsverslag (audio), dat na de zitting aan de fractieleiders wordt bezorgd en op onze gemeentelijke website wordt geplaatst.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.