De gemeenteraad,

Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur en verder wijzigingen;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Wannes Van Havere), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)

 

Artikel 1:

Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een belasting geheven op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.

Dit zijn bebouwde onroerende goederen, gelegen op een terrein met een minimum kadastrale oppervlakte van 500 m2, die in hoofdzaak gediend hebben voor een economische activiteit en die geheel of gedeeltelijk leegstaan en/of geheel of gedeeltelijk verwaarloosd zijn.

Een economische activiteit is iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw of tuinbouw, opslag- of administratieve activiteit uitgeoefend door bedrijven, ondernemingen of zelfstandigen. In dat opzicht is bepalend de laatste hoofdactiviteit of, voor nieuwe bedrijfsruimten, de bestemming die aan de gebouwen werd gegeven. De bestemming vermeld op de bouwvergunning is hierbij determinerend.

De economische activiteit moet plaatsvinden of plaatsgevonden hebben in het hoofdgebouw. Uitgesloten van de toepassing van dit besluit zijn bedrijfsruimten waarin de woning van de eigenaar(s) een niet-opsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het gebouw en door deze laatste(n) zelf nog effectief benut wordt als hoofdverblijfplaats.

Artikel 2:

Deze belasting is van toepassing voor de bedrijfsruimten die op 31 januari van het belastingjaar:

1. door de bevoegde overheid in het belang van de openbare veiligheid bouwvallig

verklaard zijn;

2. ter vrijwaring van de openbare veiligheid of -gezondheid, saneringswerken of

-maatregelen kregen opgelegd;

3. uitwendige tekenen van gehele verwaarlozing vertonen, zijnde: een algemeen

gebrek aan de structuur van de bedrijfsruimte de buitenmuren, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst, dakgoten, trappen en liften.

Een gebrek is beperkt indien het betrekking heeft op de helft of minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of breedte, m.a.w. plaatselijk, niet-uitgebreid gelokaliseerd is;

4. vermeld staan in de gewestelijke inventaris “leegstaande bedrijfsruimten”.

Gebreken van welke omvang ook die de stabiliteit of de veiligheid in het gedrang brengen alsmede vochtindringing geven steeds aanleiding tot inkohiering.

Artikel 3:

De belasting bedraagt: € 2.750,00 per lokaliteit.

Artikel 4:

Jaarlijkse indexering

Het bedrag vernoemd in art. 3 wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en zal jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:

Aangepast bedrag = basisbedrag X nieuw indexcijfer/ basisindexcijfer

Waarbij:

       De basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn;

       Het nieuw indexcijfer, het indexcijfer van december voorafgaand aan de indexering is;

       Het basisindexcijfer, het indexcijfer van januari 2025 is.

 

Artikel 5:

De belasting bezwaart het eigendom en is verschuldigd door diegene die op 30 januari van het belastingjaar eigenaar is van het belaste onroerende goed, hetzij in voorkomend geval, door de erfpachter of de opstalhouder en subsidiair door de eigenaar.

Artikel 6:

Zijn van deze belasting vrijgesteld:

1. de natuurlijke en rechtspersonen met betrekking tot de gebouwen gelegen binnen een bij KB goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor een bouwvergunning geweigerd werd wegens een in voorbereiding zijnde plan.

2. de natuurlijke en rechtspersonen met betrekking tot de onroerende goederen die getroffen zijn door een ramp, zoals bepaald door de daartoe bevoegde overheid en die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de ramp.

3. de onroerende goederen die zijn beschermd krachtens de vigerende decretale bepalingen tot bescherming van monumenten en stads- & dorpsgezichten en waarvoor de bevoegde overheid attesteert dat het beschermde onroerende goed in de bestaande toestand mag bewaard blijven.

4. de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning;

5. de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd en is verlengbaar tot maximum drie jaar.

Artikel 7:

Belastingontheffing zal verleend worden:

• aan de belastingplichtige die schriftelijk voor 15 november van het belastingjaar aan het college van burgemeester en schepenen het bewijs voorlegt dat de belastbare toestand in de loop van het belastingjaar beëindigd werd om reden dat:

1. het goed niet meer getroffen is door een maatregel houdende bouwvallig verklaring.

2. de saneringswerken of -maatregelen bedoeld in artikel 2.2. uitgevoerd werden.

3. het goed niet meer geheel of gedeeltelijk bouwvallig is of niet meer geheel of

gedeeltelijk in vervallen toestand verkeert.

4. het goed, met inachtneming van de stedenbouwkundige voorschriften, afgebroken

werd en het pand van alle puin bevrijd.

5. meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de bebouwde constructie

opnieuw rationeel benut wordt.

• voor de onroerende goederen die zijn beschermd krachtens de vigerende decretale bepalingen tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid werd ingediend en ontvankelijk verklaard. In voorkomend geval vervalt het recht op teruggave indien uiterlijk twee jaar na de definitieve toezegging van de restauratiesubsidie, bedoelde restauratiewerken niet zijn voltooid.

Artikel 8:

Deze belasting kan, inzake eenzelfde eigendom, niet gecumuleerd worden met de belasting op niet-bebouwde percelen in een niet-vervallen verkaveling of met de belasting op de niet-gebouwde gronden gelegen in gebieden, bestemd voor bewoning en industrie volgens het plannenregister en palende aan een voldoende uitgeruste openbare weg of met de belasting op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.

Artikel 9:

De verkoper van een gebouwd onroerend goed behorend tot één der categorieën vermeld in artikel 1, is verplicht binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, bij ter post aangetekende brief aan de gemeente mee te delen:

1. de volledige identiteit en adres van de nieuwe eigenaar;

2. datum van de akte en naam van de notaris;

3. nauwkeurige aanduiding van het verkochte pand.

Artikel 10:

De belastingschuldige is gehouden voor 15 april van het belastingjaar aangifte te doen op een daartoe voorbestemd formulier dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld op volgend adres, Fabiolalaan 55 te 2627 Schelle of op het mailadres fin@schelle.be.

Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen via fin@schelle.be

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar van beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10%.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

Artikel 11:

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, (Vestiging en Invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 12:

Dit artikel vervangt het reglement van 28 november 2024.

Artikel 13:

Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.