Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Leen Wyn Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Jef Gys Koen Vaerten Axel Boen Kris Huyck Kristof Van Landeghem Stijn Van Hoofstat Stan Scholiers Koen Van de Wouwer Wannes Van Havere Arne Vergauwen Rob Mennes Lindger Boen Vera Goris Inez Van den Berge Chantal Jacobs Philip Lemal Inez Van den Berge Philip Lemal Arne Vergauwen Lindger Boen Stijn Van Hoofstat Axel Boen Vera Goris Stan Scholiers Rob Mennes Jef Gys Kris Huyck Chantal Jacobs Kristof Van Landeghem Wannes Van Havere Koen Van de Wouwer Koen Vaerten aantal voorstanders: 10 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Gelet op Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en verdere wijzigingen;
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Beslist:
Met 10 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys en Inez Van den Berge), 3 stemmen tegen (Chantal Jacobs, Kris Huyck en Kristof Van Landeghem), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)
Artikel 1:
Er wordt ten behoeve van de gemeente met ingang van 1 januari 2026 ten laste van de nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven onder volgende voorwaarden, een belasting van € 25,00 per eenheid en per breuk van kilowatt geheven op de motoren, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt, voor het belastbaar motorvermogen.
De belasting is verschuldigd indien motoren door de belastingplichtige voor de uitbating of dezer bijgebouwen worden gebruikt.
Dienen als bijgebouwen van een inrichting beschouwd, ieder instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, welke gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente is gevestigd.
Daarentegen is de belasting niet verschuldigd aan de gemeente, zetel van de inrichting, voor de motoren gebruikt door het hierboven bepaalde bijgebouw, in de verhouding waarin die motoren kunnen belast worden door de gemeente waar het bijgebouw gelegen is.
Wanneer hetzij een inrichting, hetzij een als voren bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met een of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting verschuldigd in de gemeente waar hetzij de inrichting, hetzij het hoofdgebouw gevestigd is.
Artikel 2:
De belasting wordt berekend op grond van de belastbare motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
In afwijking met wat voorafgaat zal bij begin van bedrijfsuitbating in de loop van het belastingjaar, alsmede in geval van aanwending van motorkracht in de loop van het belastingjaar in de bij artikel 1 bedoelde bijgebouwen, de belasting berekend worden volgens de duur van de ingebruikneming van motoren gedurende het belastingjaar naar rato van 1/12 van het jaartarief per begonnen maand. Deze bedrijven zullen voorlopig aangeslagen worden op basis van het in aanmerking te nemen motorvermogen dat in gebruik is op het ogenblik van de aanvang van de belastbare toestand. Indien echter op het einde van het jaar blijkt dat het in de loop van het belastingjaar aangewend vermogen hoger was, zal op grond hiervan een herberekening van de totaal verschuldigde belasting gebeuren.
Artikel 3:
De belasting wordt berekend op de hierna vermelde grondslagen:
a) heeft de inrichting van de belanghebbende slechts één motor, dan wordt de belasting gevestigd volgens de kracht opgegeven in het besluit waardoor vergunning tot het plaatsen van de motor verleend of akte van die plaatsing gegeven wordt.
b) heeft de inrichting van de belanghebbende verscheidene motoren, dan wordt de belastbare kracht vastgesteld op grond van de som van de krachtens opgegeven in het besluit, waardoor vergunning tot het plaatsen van de motoren verleend, of akte van die plaatsing gegeven wordt, vermenigvuldigd met een simultaancoëfficiënt dat verandert volgens het aantal motoren. Deze coëfficiënt, gelijk aan de eenheid van een motor, wordt tot en met 30 motoren, met 1/100 van de eenheid van een motor verminderd en blijft daarna vast en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer.
De kracht van de hydraulische toestellen wordt in gemeen overleg met belanghebbende door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld. In geval van onenigheid staat het de belanghebbende vrij een tegenexpertise uit te lokken.
c) het bepaalde in de litt. a) en b) van dit artikel wordt door de gemeente toegepast naargelang van het aantal motoren waarop zij krachtens artikel 2 belasting berekent.
Artikel 4:
Zijn belastingvrij:
a) de motoren die gans het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar, ononderbroken stilliggen. Het stilleggen voor een duur gelijk aan of groter dan een maand geeft aanleiding tot een belastingvermindering, in verhouding tot het aantal maanden, gedurende dewelke de toestellen ononderbroken hebben stilgelegen.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld, de activiteit die beperkt is tot één dag werk op vier weken, in de bedrijven die met de RVA een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.
Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt eveneens gelijkgesteld, de inactiviteit gedurende een periode van vier weken, gevolgd door een activiteitsperiode van één week, als gebrek te wijten is aan economische oorzaken.
In geval van belastingvermindering wegens gedeeltelijk ononderbroken stilliggen, wordt de kracht van de motor voorzien van de simultaancoëfficiënt die op de inrichting van belanghebbende toegepast is.
Geen belastingvermindering kan aan belanghebbende verleend worden, tenzij bij aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven berichten waardoor hij aan het gemeentebestuur door één, de datum van het stilliggen, en door het andere, de datum van de weder-ingebruikneming van de motor meedeelt.
Voor het berekenen van de belastingvermindering wordt de inschrijving van de motor slechts geschrapt na de ontvangst van het eerste bericht.
(1) De bouwondernemers die een regelmatige boekhouding voeren, worden op hun verzoek ontslagen van de bij dit art. 4, al. 3 bedoelde kennisgeving, op voorwaarde dat zij per machine een boekje houden waarin melding wordt gemaakt van de plaats van opstelling en de dagen van gebruik van het tuig.
b) de motoren gebruikt voor het aandrijven van voertuigen die onder de verkeersbelasting vallen of speciaal van deze belasting zijn vrijgesteld.
c) de motor van een draagbaar toestel.
d) de motor die een elektrische generator (dynamo) drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van de generator.
e) de persluchtmotor.
f) de motorkracht die gebruikt wordt voor toestellen tot waterputting, verluchting en verlichting.
g) de reservemotor, d.i. deze waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de fabriek en welke slechts werkt in uitzonderingsgevallen, wanneer zijn werking niet voor gevolg heeft de productie van de betrokken inrichting te verhogen.
h) de wisselmotor, d.i. deze welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere die hij tijdelijk moet vervangen. De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om tegelijkertijd te werken als deze welke normaal gebruikt worden gedurende de tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.
i) de motor , die uitsluitend gebruikt wordt en toebehoort aan een openbare dienst van het rijk, de provincie of het OCMW.
j) de motor, die uitsluitend gebruikt wordt door en toebehoort aan een instelling waar zieken en gebrekkigen verzorgd worden.
k) de motoren die in de stations gebruikt worden om de compressoren aan te drijven welke instaan voor het drukregime in de vervoerleidingen van aardgas.
Artikel 5:
Levert een onlangs geplaatste motor niet dadelijk het normaal rendement op, omdat de daarmee te drijven installaties onvolledig zijn, dan wordt de niet-gebruikte kracht aanzien als reserve, in zoverre deze meer dan 20% bedraagt van de in het vergunningsbesluit opgegeven nominale kracht.
Deze aldus bekomen en aan te geven tijdelijke kracht valt onder de toepassing van de simultaancoëfficiënt. De aangifte ervan is slechts geldig voor drie maanden en zolang deze uitzonderingstoestand duurt moet ze om de drie maand vernieuwd worden.
Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder "onlangs geplaatste motor" verstaan, deze - met uitzondering van elk andere - waarvan het inwerkingtreden dagtekent van het voorafgaande of het voorlaatste jaar. In bijzondere gevallen moeten deze termijnen verlengd worden.
Artikel 6:
De motoren die van belasting zijn vrijgesteld omdat zij gedurende het ganse jaar, voorafgaand aan het belastingjaar, stillagen, zo mede deze, welke bij toepassing van de bepalingen van b, c, d, e, f en h van artikel 4 zijn vrijgesteld, komen niet in aanmerking bij het vaststellen van de simultaancoëfficiënt.
Artikel 7:
Wanneer de fabricagemachines ten gevolge van een ongeval niet in staat zijn om meer dan 80% van de door een belastbare motor geleverde kracht te gebruiken, dan zal de belastingplichtige slechts belast worden op de verbruikte kracht van de motor, op voorwaarde dat de gedeeltelijke activiteit ten minste drie maand duurt en de beschikbare kracht niet voor andere doeleinden aangewend wordt.
De belastingplichtige kan geen belastingvermindering bekomen tenzij bij aangetekende of tegen ontvangstbewijs afgegeven mededeling, waardoor hij aan het gemeentebestuur door het een, de datum van het ongeval, en door het andere, de datum van de weder-ingebruikneming aangeeft. Voor het berekenen van de belastingvermindering gaat de schrapping van de motor slechts in na de ontvangst van het eerste bericht. Hij moet bovendien, op verzoek van het gemeentebestuur, alle stukken overleggen waardoor de nauwkeurigheid van zijn verklaringen kan nagegaan worden.
Het buitengebruik stellen van een motor ten gevolge van een ongeval, moet binnen acht dagen aan het gemeentebestuur genotificeerd worden op straf van ontzetting uit het recht op belastingvermindering.
Artikel 7 bis:
Bijzondere bepalingen van toepassing op sommige nijverheidsbedrijven welke er om verzoeken.
Wanneer de installaties van een nijverheidsbedrijf voorzien zijn van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen, waarvan de opnemingen maandelijks door de leverancier van elektrische energie worden gedaan met het oog op het factureren ervan bij al dien dat bedrijf belast werd op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 6 gedurende een periode van tenminste twee jaar, wordt het bedrag van de belastingen betreffende de volgende dienstjaren, op verzoek aan de exploitant, vastgelegd op basis van een belastbaar vermogen, bepaald in functie van de variatie van het ene tot het andere jaar, van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens.
Daartoe berekent het bestuur de verhouding tussen het vermogen, dat voor het jongste belastingjaar op grond van het bepaalde in de artikelen 1 tot 6 aangeslagen werd en het rekenkundig gemiddelde der twaalf maandelijkse maximumkwartuurvermogens opgenomen tijdens hetzelfde jaar, deze verhouding wordt "verhoudingsfactor" genoemd.
Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde der twaalf maximumkwartuurvermogens van het jaar met de verhoudingsfactor.
De waarde van de verhoudingsfactor wordt niet gewijzigd zolang het rekenkundig gemiddelde van de maximumkwartuurvermogens van een jaar net meer dan 20% verschilt van die van het refertejaar d.w.z. van het jaar dat in aanmerking werd genomen voor de berekening van de verhoudingsfactor.
Bedraagt het verschil meer dan 20%, dan telt het bestuur de belastbare elementen teneinde een nieuwe verhoudingsfactor te berekenen.
Om het voordeel van de bepalingen van dit artikel te genieten, moet de exploitant voor 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximumkwartuurvermogen, welke in zijn installaties werden opgenomen tijdens het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan hij om toepassing van deze bepalingen verzoekt. Hij moet er zich verder toe verbinden bij zijn jaarlijkse aangifte de opgave van de maandelijkse waarden van het maximumvermogen van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar te voegen om het bestuur toe te laten ten allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximumkwartuurvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie te controleren.
De exploitant die deze wijze van aangifte, controle en aanslag kiest, verbindt zich door zijn keuze voor een tijdvak van vijf jaar.
Behoudens verzet van de exploitant of van het bestuur bij het verstrijken van het optietijdvak, wordt dit stilzwijgend verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 8:
De belastingplichtige moet ten laatste op 30 september van het aanslagjaar aangifte doen van het aantal belastbare motoren op volgend adres: Fabiolalaan 55 te 2627 Schelle of via het mailadres fin@schelle.be.
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen via fin@schelle.be.
Artikel 9:
De exploitant is gehouden de eventuele veranderingen of verplaatsingen, welke zijn installatie in de loop van het belastingjaar mocht ondergaan hebben, aan het gemeentebestuur bekend te maken, behoudens wanneer hij op geldige wijze de regeling bedoeld in art. 7 bis, heeft gekozen.
Artikel 10:
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk over te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 11:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12:
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 14:
Dit besluit vervangt het besluit van 28 november 2024.
Artikel 15:
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.