De gemeenteraad,

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende gemeentefiscaliteit;

Gelet op de Grondwet, in het bijzonder art. 170, §4;

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

De gemeente is bevoegd om een belasting op tweede verblijven te heffen, conform de Vlaamse regelgeving. Deze belasting kadert binnen het lokaal woonbeleid en heeft tot doel:

- het beschikbare woonpatrimonium optimaal te benutten voor permanente bewoning;
- de sociale cohesie in de gemeente te bevorderen;
- het compenseren van gemiste inkomsten door het ontbreken van inschrijvingen in het bevolkingsregister.

Tweede verblijven leveren geen aanvullende personenbelasting op voor de gemeente, hoewel zij wel gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen. Door deze belasting wordt het evenwicht hersteld in de bijdrage aan de lokale middelen.

 

Beslist:

Met 14 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere en Kristof Van Landeghem), 2 onthoudingen (Koen Vaerten en Koen Van de Wouwer)

 

Artikel 1 – Voorwerp

Met ingang van 1 januari 2026 wordt een jaarlijkse belasting geheven op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 2 – Definities

§1. Als tweede verblijf wordt beschouwd:

Elke woongelegenheid waarvan diegene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de chalets gelijkgesteld aan caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

§2. Wordt niet als tweede verblijf beschouwd:

- Gebouwen uitsluitend bestemd voor beroepsactiviteiten, die onderworpen zijn aan de belasting op bedrijfsruimten;
- Tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans, tenzij deze ten minste zes maanden op eenzelfde locatie blijven staan voor bewoning;
- Leegstaande woongelegenheden waarvoor overtuigend bewijs wordt geleverd dat ze in het voorgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf zijn aangewend;
- Woongelegenheden die op de gewestelijke inventaris zijn opgenomen als ongeschikt en/of onbewoonbaar.

§3. De aangifteplichtige is degene die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het jaar, hetzij als eigenaar, huurder of andere hoedanigheid. Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de aangifteplicht de verantwoordelijkheid van respectievelijk de vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder. In geval van mede-eigendom is elke mede-eigenaar aangifteplichtig voor zijn aandeel.

§4. Onder een beveiligde zending wordt verstaan:
- een aangetekend schrijven;
- een elektronisch aangetekende zending;
- een afgifte tegen ontvangstbewijs.

Artikel 3 – Aangifteplicht

De aangifteplichtige dient jaarlijks uiterlijk op 31 maart een aangifte in bij het gemeentebestuur, op een voorgeschreven formulier. Wie geen formulier ontvangt, is verplicht dit spontaan aan te vragen. De administratie stelt het formulier ter beschikking. Uiterlijk twee maanden na ontvangst moet het formulier ingevuld en ondertekend terugbezorgd worden. Op basis hiervan wordt het pand ingeschreven in het register van tweede verblijven.

Artikel 4 – Indicaties van een tweede verblijf

Een woongelegenheid wordt beschouwd als tweede verblijf wanneer één of meerdere van de volgende elementen aanwezig zijn:
- geen inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
- de woning is afgewerkt;
- de woning is (deels) bemeubeld;
- de woning is aangesloten op nutsvoorzieningen;
- de woning beschikt over sanitaire voorzieningen;
- de woning is uitgerust om te eten en slapen;
- er is verbruik van gas en/of elektriciteit vastgesteld.

Artikel 5 – Ambtshalve opname

Bij gebrek aan tijdige of correcte aangifte wordt het pand ambtshalve opgenomen in het register van tweede verblijven, op basis van de gegevens waarover de administratie beschikt. De opname wordt per beveiligde zending betekend aan de aangifteplichtige, met opgave van de motieven en bewijsstukken.

Artikel 6 – Betwistingen

§1. De aangifteplichtige kan binnen 30 dagen na betekening beroep aantekenen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en bevat:
- identiteit en adres van de indiener;
- de betrokken woning;
- bewijsstukken en een overzicht daarvan;
- motivering van het bezwaar. Alle middelen van gemeen recht zijn toegestaan, met uitzondering van de eed.

§2. Het college onderzoekt de ontvankelijkheid. Het beroep is niet ontvankelijk indien:
- het te laat of niet conform werd ingediend;
- het niet uitgaat van een geldige aangifteplichtige;
- het niet ondertekend is.

§3. Bij ontvankelijkheid onderzoekt het college de gegrondheid van het bezwaar op basis van stukken of feitenonderzoek. Bij weigering van toegang tot het pand wordt het bezwaar als ongegrond beschouwd.

§4. Het college doet uitspraak binnen 90 dagen na ontvangst van het bezwaar en bezorgt zijn beslissing per beveiligde zending.

§5. Bij een gegrond beroep of bij het uitblijven van een tijdige beslissing, vervalt de eerdere ambtshalve opname definitief.

Artikel 7 – Belastingplichtige

De belasting is ondeelbaar en geldt voor het volledige kalenderjaar. Ze is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.

Ook wanneer het tweede verblijf:

- verhuurd wordt;
- tijdelijk niet wordt gebruikt;
- of de eigenaar elders is ingeschreven.

blijft de belasting van toepassing.

Bij vruchtgebruik, erfpacht of opstal is de belasting verschuldigd door de respectieve gerechtigden. De eigenaar blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling.

Artikel 8 – Belastingbedrag

Het jaarlijks belastingbedrag per tweede verblijf wordt vastgesteld op: 800 euro.

De belasting wordt ingevorderd via kohier.

Een eventuele indexering van het belastingbedrag kan jaarlijks toegepast worden volgens het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals vastgesteld door de FOD Economie.

Artikel 9 – Jaarlijkse indexering

Het bedrag vernoemd in art. 8 worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex en zullen jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:

Aangepast bedrag = basisbedrag X nieuw indexcijfer/ basisindexcijfer

Waarbij:

    De basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn;delige

    Het nieuw indexcijfer is het indexcijfer van december voorafgaand aan de indexering;

    Het basisindexcijfer het indexcijfer van januari 2025 is.

Artikel 10 – Invordering

De vestiging, invordering en geschillenbehandeling gebeurt overeenkomstig het Decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 11 – Bezwaarprocedure

De vestiging, invordering en geschillenbehandeling gebeurt overeenkomstig het Decreet van 30 mei 2008 betreffende provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 12 – Vrijstellingen

Het college van burgemeester en schepenen kan, op gemotiveerde aanvraag en met bijhorende bewijsstukken, een vrijstelling toekennen in onder meer volgende situaties:

- structurele renovatiewerken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd;
- recente eigendomsoverdracht waarbij het pand nog niet bewoond wordt;
- tijdelijke bewoning in een sociale of zorgcontext.

Artikel 13:

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, (Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 14:

Dit besluit vervangt het reglement van 28 november 2024.

Artikel 15:

Dit reglement wordt bekend gemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.