Notulen Gemeenteraad van WOENSDAG 20 MEI 2026

 

aanwezig

Philip Lemal, voorzitter

Rob Mennes, burgemeester

Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, schepenen

Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer, Kristof Van Landeghem, Marjan Nauwelaert, raadsleden

Leen Wyn, algemeen directeur

verontschuldigd

Myriam Baeyens, raadslid

 

raadslid Koen Van de Wouwer vervoegt de vergadering vanaf punt 3.

Overzicht punten

Mededeling van ingekomen stukken.

 

Op verzoek van de voorzitter geeft de algemeen directeur lezing van volgende ingekomen stukken:

       MS202600903: Klacht over het verloop van de gemeenteraad van 4 februari - kennisgeving toezichtsbeslissing.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Brandweerbijdragen: afrekening 2015 - werking 2014 - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Gelet op de brief d.d. 08.04.2026 van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken betreffende de afrekening 2015 - werking 2014 (herziening eindafrekening);

Gelet op de brief d.d. 15.07.2022 van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken betreffende de afrekening 2015 - werking 2014;

Gelet op de wet van 14.01.2013 tot wijziging van de wet van 31.12.1963 betreffende de civiele veiligheid;

Gezien op basis van voornoemde wet de Provinciegouverneur de afrekening van de brandweerbijdragen met terugwerkende kracht opstelt en voor de periode 2015 - werking 2014 een bedrag van € 75.512,62 in rekening wil brengen van de gemeente Schelle;

Gezien de beslissing van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken van 23.01.2023 met de definitieve vaststelling van de forfaitaire bijdragen voor het werkingsjaar 2014;

Gezien het arrest van de Raad van State van 15.05.2025 met de vernietiging van voormelde beslissing van 23.01.2023 en het navolgend ministerieel goedkeuringsbesluit van 17.02.2023;

Gezien een nieuwe beslissing moest genomen worden door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken betreffende de afrekening 2015 - werking 2014;

Gezien in het nieuwe afrekeningsvoorstel gebruik wordt gemaakt van dezelfde basisgegevens en percentages als dewelke werden toegepast in het kader van de oorspronkelijke beslissing. Enkel het bevolkingsaantal werd aangepast;

Gezien op basis van voornoemde wet de Provinciegouverneur de afrekening van de brandweerbijdragen met terugwerkende kracht opstelt en voor de periode 2015 - werking 2014 een bijkomend bedrag van € 343,51 in rekening wil brengen van de gemeente Schelle;

Op 15.05.2007 werd in het Parlement de Wet betreffende de Civiele Veiligheid aangenomen. Deze wet omvat de basisprincipes van een grondig, hervormde brandweer. Voor de lokale overheden bestaat de voornaamste wijziging in het feit dat alle gemeenten in de toekomst stemrecht zullen hebben, zij het partieel in een bovenlokale zoneraad.

 

In afwachting van de uitvoeringsbesluiten was de brandweer in 2014 gemeentelijk georganiseerd.

In concreto houdt dit in dat de beslissingsbevoegdheid rust bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten die een brandweerkorps huisvesten. Gemeenten die zelf niet over een brandweerkorps beschikken, worden overeenkomstig de wet van 31.12.1963 betreffende de Civiele Bescherming beschermd door een gemeente-groepscentrum. Zij betalen daarvoor een beschermingsvergoeding waarvan de hoogte voornamelijk afhangt van het bevolkingsaantal en het kadastraal inkomen. Bij koninklijk besluit van 25.10.2006 tot vaststelling van de normen voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten en het aandeel, bedoeld in artikel 10 van de wet van 31.12.1963 betreffende de civiele bescherming werden deze en andere parameters, alsook hun verhouding, verfijnd.

 

Naar aanleiding van de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 25.10.2006 door het arrest van de Raad van State nr. 204.782 van 04.06.2010, beschikten de gouverneurs niet meer over een reglementaire basis om over te gaan tot de definitieve verdeling van de kosten van de brandweerdiensten onder de verschillende gemeenten. In afwachting van nieuwe instructies van de hogere overheid beperkte de brandweerbijdrage zich sinds 2007 tot het betalen van voorschotten, gebaseerd op de eindafrekening van 2006.

 

Op 14.01.2013 paste het Parlement de wet van 31.12.1963 aan waardoor een nieuwe, wettelijke grondslag voorhanden was. Hierdoor kunnen de gouverneurs wederom bepalen hoeveel elke beschermde gemeente dient te betalen voor haar brandweerzorg. Bovendien laat de wet ook toe om de eindafrekening te maken voor de periode vanaf 2007.

 

De gemeente Schelle beschikt niet over een eigen brandweerkorps. Als beschermde gemeente ontving zij op 16.10.2013 een eerste afrekening voor de periode 2007-2011. In dat eerste voorstel deelde de gouverneur mee dat de gemeente Schelle nog een bedrag van € 71.490,65 verschuldigd was.

 

Per brief van 04.12.2013 meldde de gouverneur echter dat verschillende gemeenten-groepscentra een herberekening hadden doorgevoerd. Hierdoor steeg de eindfactuur tot een bedrag van € 192.639,32.

 

Overeenkomstig artikel 10§2 van de wet van 31.12.1963 betreffende de Civiele bescherming moest de gemeenteraad een advies formuleren voor de periode 2007-2011.

 

In zitting van 30.01.2014 besliste de gemeenteraad om een negatief advies uit te brengen met betrekking tot de brandweerbijdragen voor de periode 2007-2011.

 

Vermits bij het opmaken van de definitieve afrekening door de gouverneur geen rekening werd gehouden met de opmerkingen die werden geformuleerd door de Raad besliste het college van burgemeester en schepenen in zitting van 07.07.2014 om annulatieberoep in te stellen bij de Raad van State tegen:

a) het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 07.04.2014, houdende de berekening voor de provincie Antwerpen van de forfaitaire bijdragen inzake brandweerbeveiliging voor de werkingsjaren 2006 tot en met 2010, de vaststelling van de aandelen van de groepscentrumgemeenten en de bijdragen van de beschermde gemeenten.

b) het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 19.05.2014 houdende de goedkeuring van voormeld besluit van 07.04.2014.

 

Als beschermde gemeente ontving de gemeente Schelle op 15.07.2022 de afrekening voor de periode 2014. In dat voorstel deelde de gouverneur mee dat de gemeente Schelle nog een bedrag van € 75.512,62 verschuldigd was.

 

Als beschermde gemeente ontving de gemeente Schelle op 08.04.2026 de afrekening voor de periode 2014. In dat voorstel deelde de gouverneur mee dat de gemeente Schelle nog een bijkomend bedrag van € 343,51 verschuldigd was.

Dit maakt het totaal van de afrekening € 75.856,12.

 

Overeenkomstig artikel 10§2 van de wet van 31.12.1963 betreffende de Civiele bescherming moest de gemeenteraad een advies formuleren met betrekking tot bovenstaande afrekening.

 

Gelet op de wet van 31.12.1963 betreffende de Civiele Bescherming, B.S. 07.02.2013;

Gelet op de Ministeriële Omzendbrief van 04.03.2013 betreffende de verdeling van de in aanmerking komende kosten onder de gemeenten-groepscentra en de beschermde gemeenten;

 

De stukken van het dossier tonen aan dat de provinciegouverneur zich heeft gebaseerd op onderrichtingen vervat in een ministeriële omzendbrief van 04.03.2013, gehecht aan haar brief van 09.10.2013.

 

In de omzendbrief van 04.03.2013 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken als regel vastgelegd dat de gouverneurs verplicht zijn om het bevolkingscijfer en het kadastraal inkomen voor minstens 70 % te laten meetellen in de berekeningsformule.

 

Het gaat meer bepaald om de invulling van hetgeen is bepaald in artikel 10, §3 van de Wet betreffende de Civiele Bescherming, en de bepaling van het eigen aandeel van de gemeenten-groepscentra in de kosten van hun brandweerdiensten, wat evident zijn invloed heeft op de bijdrageberekening voor de beschermde gemeenten. Immers, hoe hoger het eigen aandeel van de gemeenten-groepscentrum, hoe lager het resterend bedrag dat omgeslagen wordt over de beschermde gemeenten.

 

Tot aan de wetswijziging van 14.01.2013 luidde artikel 10, §3 als volgt:

 

           § 3. In afwijking van artikel 256 van de nieuwe gemeentewet, neemt de gemeente-centrum van een gewestelijke groep deel in een aandeel van de in aanmerking komende kosten van de brandweerdiensten, vastgesteld door de gouverneur rekening houdend met de lokale en regionale omstandigheden.

 (…)

 De Koning legt de normen vast, die de gouverneur moet toepassen voor het bepalen van het aandeel. ”

 

Na de wetswijziging werd artikel 10, §3, licht aangepast als volgt:

  

            § 3. In afwijking van artikel 256 van de nieuwe gemeentewet, neemt de gemeente-centrum van een gewestelijke groep deel in een aandeel van de in aanmerking komende kosten van de brandweerdiensten, vastgesteld door de gouverneur in functie van de lokale en regionale omstandigheden rekening houdend met, hoofdzakelijk, het bevolkingscijfer en het kadastraal inkomen.

 (…). 

 

Zowel in de vorige als in de actuele versie van de wettekst moet dus rekening worden gehouden met “lokale en regionale omstandigheden”. 

 

In de omzendbrief van 04.03.2013 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken als regel vastgelegd dat de gouverneurs verplicht zijn om bij de concrete toepassing van artikel 10, §3 het bevolkingscijfer en het kadastraal inkomen voor minstens 70 % te laten meetellen in de berekeningsformule. De gouverneur blijkt deze regel ook te hebben toegepast bij het opmaken van de afrekening 2015.

 

Er wordt vastgesteld dat bij de effectieve verrekening opnieuw kosten worden aangerekend die moeten verworpen worden enerzijds en inkomsten worden verworpen die in rekening moeten genomen worden anderzijds.

 

Zowel op vlak van de rekenregels, vastgelegd door de Minister via de Omzendbrief van 04.03.2013 als op vlak van de effectieve verrekening, betwist het College de eindafrekening.

 

Wat de rekenregels betreft, stelt het college het volgende vast:

- artikel 10§3 van de wet van 31.12.1963 bepaalt voortaan: “de gemeente-centrum van een gewestelijke groep neemt deel in een aandeel van de in aanmerking komende kosten van de brandweerdiensten, vastgesteld door de gouverneur in functie van de lokale en regionale omstandigheden rekening houdend met, hoofdzakelijk, het bevolkingscijfer en het kadastraal inkomen”.

- De Ministeriële Omzendbrief stelt: “ De hoofdcriteria bevolking en kadastraal inkomen betreffende de gemeente-groepscentrum ten opzichte van het volledige grondgebied dat ze beschermt, moet minstens voor 70% meegeteld worden bij de berekening van de bijdrage die afgestaan wordt aan de gemeente-groepscentrum. De secundaire criteria, die wettelijk afhangen van de regionale en lokale omstandigheden […] kunnen slechts voor 30% meegeteld worden”.

Hoewel de wet stipuleert dat kadastraal inkomen en bevolkingscijfer hoofdzakelijk moeten meetellen in de eindafrekening, spreekt de wetgever zich niet uit over een exact percentage. Bij gebrek aan delegatie door de wetgever komt het noch de Koning, noch de Minister toe, om deze verhouding te bepalen. Volgens het college is deze Ministeriële Omzendbrief, door haar verordenend karakter, nietig waardoor de gouverneur niet gehouden is deze evenwichten te respecteren. Indien zo, is de gouverneur vrij om de hoofdcriteria een kleiner gewicht te geven. Dit zou er niet alleen voor zorgen dat alle gemeenten-groepscentra instaan voor minstens de helft van de door hun gemaakte onkosten, hetgeen als fair beschouwd mag worden; het zou voor de gemeente Schelle ook een gunstiger resultaat opleveren.

 

Wat de effectieve verrekening betreft, stelt het college vast dat – overeenkomstig artikel 10§2, 2°, tweede lid van de wet van 31.12.1963 – de gouverneur tal van kosten doorrekent die verworpen hadden moeten worden of inkomsten verwerpt die hadden moeten aangerekend worden.

 

Onder meer worden volgende kosten ten onrechte aangerekend:

       gewone dienst – personeel

       loonkosten van gedetacheerd gemeentepersoneel;

       loonkosten van personeel met een oneigenlijk statuut (i.c. GESCO’s en contractuelen);

       pensioenbijdrage van de werknemers;

       federaal niet-erkende maar lokaal toegekende extralegale voordelen voor het beroepsbrandweerpersoneel.

       gewone dienst – werkingskosten & overdrachten

       controle brandkranen eigen grondgebied;

       toegekende subsidies;

       omniumverzekering privévoertuigen;

       energie-, onderhouds- en afschrijvingskosten van kazernes die gedeeld worden met gemeentelijke diensten.

 

Daarnaast zijn er nog tal van rekeningposten die een bijkomende detail vereisen ten einde na te gaan of deze kosten daadwerkelijk te maken hebben met de werking van het brandweerkorps. Zolang er geen inzage wordt verleend in de grootboeken van onder meer de rekeningen technische benodigdheden voor onmiddellijk verbruik, prestaties van derden, eigen aan de functie, prestaties van derden voor gebouwen kan geen enkele gemeenteraad een gefundeerd advies geven over de om te slagen kosten.

 

Tot slot moet ook opgemerkt worden dat sommige gemeenten-groepscentra – overeenkomstig het koninklijk besluit van 12.10.2010 houdende toekenning van subsidies voor personeelskosten, infrastructuur, materieel en uitrusting en coördinatie aan de gemeenten die een overeenkomst operationele prezone sluiten met de Staat – sinds 2011 een subsidie toegekend krijgen, ter voorbereiding van de start van de hulpverleningszones. Afhankelijk van het groepscentrum in kwestie, valt het op dat de boeking van deze federale subsidies niet tot zeer moeilijk terug te vinden zijn in de toegestuurde documenten. Waar gemeenten-groepscentra wel een gedeeltelijke ontvangst inschrijven, wordt deze vervolgens (onterecht) verworpen terwijl er geen aftrek voorzien is in de overeenstemmende rubriek van de gemaakte kosten (bv. Subsidies, toegekend overeenkomstig artikel 3, 7° van het koninklijk besluit van 12.10.2010). Dit zorgt er finaal voor dat de totaal, om te slagen kosten voor de beschermde gemeenten toenemen terwijl de begunstigde gemeente-groepscentra geen extra kosten maken, hetgeen uiteraard niet kan.

 

Gelet op art. 10, §4, 3° van de wet betreffende de Civiele Bescherming bepaalt dat de bijdrage voor een bepaald kalenderjaar door de gouverneur wordt vastgesteld in de loop van het daaropvolgende kalenderjaar.  De verjaringstermijn loopt vanaf het ogenblik waarop de gouverneur zijn definitieve afrekening kan opstellen, nu op dat ogenblik betaling kan worden geëist. Daaruit volgt dat de door de beschermde gemeenten verschuldigde jaarlijkse bijdrage voor het werkingsjaar 2014 opeisbaar is in de loop van 2015, zodat de verjaring begint te lopen met ingang van 01.01.2016. Er kunnen derhalve geen supplementaire bijdragen meer worden geïnd, nu de verjaringstermijn van artikel 2277 van het oud Burgerlijk Wetboek inmiddels is verstreken, en (subsidiair) zelfs de gemeenrechtelijke verjaringstermijn van 10 jaar.

 

Beslist:

Met 16 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Kristof Van Landeghem en Marjan Nauwelaert), 1 onthouding (Wannes Van Havere)

Artikel 1:

Door de  onvoldoende gemotiveerde en disproportioneel hoge bijdragen en de ingetreden verjaring wordt negatief advies verleend aan de afrekening 2015 - werking 2014 voor een bedrag van € 75.856,12.

Artikel 2:

De gouverneur te verzoeken de kostenomslag te herberekenen, rekening houdend met bovenstaande opmerkingen.

Artikel 3:

Een afschrift van dit besluit over te maken aan de toezichthoudende overheid en aan de financieel directeur.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Definitieve vaststelling RUP Tolhuis - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen heeft op 22.04.2002 IGEAN opdracht gegeven tot het opmaken van een bijzonder plan van aanleg “Tolhuis” voor het gebied begrensd door de Rupel en de Schelde in het Westen, de monding van Benedenvliet in het Noorden, de woongebieden Maaienhoek, Kapelstraat en Laarhofstraat in het Oosten en de Wullebeek in het Zuiden.

Na de goedkeuring van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) door de Deputatie van de provincie Antwerpen op 06.10.2005, werd deze opdracht verder gezet volgens de procedure voor de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). In 2008 werd met de goedkeuring van het RUP “Tolhuis - recreatiegebied Kapelstraat” door de deputatie reeds een deel van het plangebied geordend.

Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 21.03.2022 tot goedkeuring van de startnota van RUP Tolhuis.

Over de startnota werd een publieke raadpleging en adviesronde georganiseerd van

11.04.2022 tot en met 10.06.2022.

Op 02.05.2022 werd over de startnota een participatiemoment georganiseerd.

Het eindresultaat van de adviesronde en de raadpleging van de bevolking werd verwerkt in de opmaak van de scopingsnota.

Het voorontwerp werd op 17.04.2023 door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd. Hier werd op 02.06.2023 een plenaire vergadering over georganiseerd.

Het Team Omgevingseffecten besliste op basis van de scopingnota (versie E) op 13.02.2025 dat er voor het voorliggende RUP geen plan-MER opgemaakt moet worden. Het ontwerp RUP werd op 20.02.2025 voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad. Het

ontwerp RUP werd onderworpen aan een openbaar onderzoek van 04.04.2025 tot en met 03.06.2025. De Gecoro heeft de ingediende adviezen en bezwaren gebundeld en behandeld en bracht advies uit aan de gemeenteraad in zitting van 04.06.2025. De gemeenteraad stelde het RUP Tolhuis definitief vast op de gemeenteraad van 28.08.2025.

Op 16.10.2025 en op 17.10.2025 ontving het lokaal bestuur respectievelijk de beslissing van de deputatie van de Provincie Antwerpen en het Departement Omgeving om het RUP Tolhuis te schorsen wegens strijdigheid met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) en het beleidsplan van de provincie.

Op 19.12 heeft de gemeenteraad een nieuw gemeenteraadsbesluit genomen om het RUP definitief vast te stellen met enkele wijzigingen als gevolg van de twee schorsingsbesluiten.

In de zitting van 18.02 heeft de Deputatie van de provincie Antwerpen het gemeenteraadsbesluit m.b.t. het RUP Tolhuis opnieuw geschorst. De provincie meldt dat het RUP nog steeds in strijd is met het beleidsplan van de provincie.

Op de gemeenteraad van 23.04.2026 werd het RUP Tolhuis definitief vastgesteld door de gemeenteraad met enkele wijzigingen als gevolg van het schorsingsbesluit van de Deputatie van de provincie Antwerpen.

Op 06.05.2026 werd de gemeente ingelicht door de provincie dat er om een schorsing te vermijden nog een kleine wijziging diende te gebeuren in de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwvrije zone van het recreatiegebied.

Om niet de gehele schorsingstermijn van 45 dagen te hoeven uitzitten zal daarom het gemeenteraadsbesluit d.d. 23.04.2026 houdende definitieve vaststelling van het RUP Tolhuis worden ingetrokken en zal het RUP Tolhuis in dit besluit opnieuw definitief worden vastgesteld.

 

Motivering schorsing deputatie en Departement Omgeving oktober 2025

De deputatie motiveert de strijdigheid met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA) als volgt: het PBRA zet in op proactieve maatregelen op het hemelwater langer op te houden zodat het kan infiltreren en het grondwaterpeil zich op natuurlijke wijze kan herstellen. Het is hierbij belangrijk dat het watersysteem in zijn geheel wordt bekeken. Hierbij is de bescherming van valleigebied een belangrijk punt. Door recreatiegebied en de nieuwe sporthal te voorzien, wordt natuurlijk gebied van het valleigebied van de Maeyebeek aangesneden. Het laat bijkomende bebouwing en verharding toe in overstromingsgevoelig gebied. Deze bezorgdheden werden meermaals meegegeven en aangekaart dat het in strijd is met het PBRA.

Binnen het beleidskader verdichten en ondichten wordt ingezet op het behoud van de economische ruimte. De site Bern-art heeft de bestemming ‘milieubelastende industrie’ op het gewestplan, en wijzigt met dit RUP naar een ‘zone voor horeca en recreatie’. Het verdwijnen van ruimte voor bedrijvigheid wordt niet gecompenseerd of gemotiveerd waarom compensatie niet mogelijk is, en is dus onverenigbaar met het PBRA.

Het RUP laat, indien er op lange termijn een nieuwe locatie gevonden wordt voor een intergemeentelijk recyclagepark, op de gronden van het huidige recyclagepark een uitbreiding toe van de recreatiezone. Het GRS laat geen uitbreidingen toe in het waterzieke karakter van de achterliggende gronden.

Het Departement Omgeving schorst gezien de sporthal voorzien wordt op fluviaal overstroombaar gebied. Het plan voorziet niet in verordenende bepalingen die een gelijke ontharding vastlegt, daarnaast laten in de inrichtingsvoorschriften bovenmaats ruimtebeslag toe in het watergevoelige gebied.

De recreatiezone wordt uitgebreid, waar een sporthal voorzien wordt, en waarbij het recyclagepark niet dient te verdwijnen. Hierbij krijgt het recyclagepark wel de nabestemming van dagrecreatie. Hierdoor is er grote bijkomende ruimtebeslag in zeer waardevol overstromingsgevoelig valleigebied.

Het LIP beschrijft het gebied van de Maaienhoek als landschappelijk waardevol. Naast de impact op landbouw en water, betekent een sporthal een visuele aantasting van het

landschap rond de Maeyebeek. De bouw van de sporthal is bijgevolg niet compatibel met de visie opgenomen in het LIP.

Het RUP voorziet planologisch bestendigen van zonevreemde activiteiten en woningen door middel van een overdruk. Volgens het GRS zijn ontwikkelingsperspectieven voor woningen beperkt tot de zonevreemde basisrechten. Bijgevolg wijkt het plan af van het richtinggevende gedeelte van het GRS zonder afdoende motivering en is desgevallend strijdig met het GRS.

 

Motivering schorsing provincie februari 2026

De deputatie motiveert de strijdigheid met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA) als volgt: In de historiek van het dossier is bij elke bespreking en advies het belang van het valleigebied meegegeven. De deputatie vraagt daarom met aandrang om buiten het fluviaal overstromingsgevoelig gebied van een vallei te blijven om zo niet meer strijdig te zijn met het PBRA.

Het Departement Omgeving diende geen nieuw schorsingsbesluit in, en stemde stilzwijgend in met het voorstel RUP Tolhuis.

 

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15.05.2009 en latere wijzigingen.

Decreet van 01.07.2016 tot wijziging van de regelgeving voor ruimtelijke uitvoeringsplannen teneinde de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen te integreren door wijziging van diverse decreten, en latere wijzigingen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 17.02.2017 betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen  en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

In uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan maakt de gemeente Schelle het RUP Tolhuis op. Het RUP beoogt volgende doelstellingen:

       vrijwaren van het open polderlandschap en de aanwezige natuurwaarden;

       behoud van bouwkundig erfgoed, met ontwikkelingsperspectieven om het behoud op lange termijn te garanderen;

       rechtszekerheid en ontwikkelingsperspectieven voor bestaande (zonevreemde) activiteiten;

       reorganisatie van de sportsite aan de Kapelstraat.

 

Schelle is gelegen in de Rupelstreek, dat zich uitstrekt langs de Schelde, de Rupel en de Nete. Naast deze rivieren vormt de A12 een belangrijke bovenlokale drager. De woonkernen ontwikkelden zich langs een centrale steenweg en de spoorlijn Antwerpen – Boom.

Het plangebied richt zich op ontwikkelingen ter hoogte van de Tolhuisstraat in het westen van Schelle. Ten westen wordt de grens gevormd door de Rupel en ten noorden wordt de grens afgestemd op het gemeentelijk RUP voor de Electrabelsite (in opmaak, en

Brownfieldconvenant). In het Oosten grenst het plangebied tot aan de Laarhofstraat en maakt ook de sportsite Kapelstraat deel uit van het plangebied.

Het RUP bestaat uit 4 deelgebieden:

       de sportcluster aan de Kapelstraat;

       de bufferzone tussen Air Liquide en de Laarhofstraat met de oude spoorwegbedding;

       site van Bernart;

       horecafuncties aan de Rupeldijk en het natuurgebied.

 

Het plangebied grenst aan een groot deel van de polder en is langs één zijde begrensd door Rupel en aan de andere zijde door de woonkern van Schelle.

Dit polderachtige gebied wordt gekenmerkt door een open agrarisch karakter in het Noorden een meer gesloten karakter met bosfragmenten boven de Tolhuisstraat. Deze kenmerkende eigenschappen waren te tijden van Ferraris reeds aanwezig, net als een aantal gebouwen, zoals het Laarhof en het Tolhuis, die tot op heden nog als bakens in het landschap en als belangrijke plekken binnen het toeristisch-recreatief netwerk fungeren.

Een belangrijk deel van de ruimte nabij de Schelde is in de loop der jaren ingenomen door de elektriciteitscentrale en de hiermee verbonden tuinwijk. Vanuit de elektriciteitscentrale vertrekken meerdere hoogspanningsleidingen. Deze doorkruisen het Zuiden van het poldergebied en hebben een belangrijke visuele impact op het landschap.

In een brede strook rond de Electrabelsite bevinden zich landbouwgebieden, die fungeren als bufferzone naar de woongebieden en een aantal bosfragmenten. Langs de Schelde en Rupel zijn waardevolle natuurgebieden terug te vinden. Het omgevende landbouwgebied wordt doorsneden door een aantal typische bomenrijen.

 

Aan de Kapelstraat ligt een recreatieve cluster met meerdere voetbal-, tennis- en padelvelden. Tussen de twee zuidelijk gelegen voetbalvelden staat het hoofdgebouw met kleedkamers en cafetaria. Ten westen van de sportzone ligt het recyclagepark van de gemeente Schelle. Het is een grotendeels verharde zone waarop de ophaalcontainers geplaatst worden.

 

De site van het Tolhuis vormt het meest westelijke deel van het plangebied (deelgebied 4) en omvat een bosgebied in het Noorden, een centraal park met verschillende historische gebouwen en horeca langs de Rupeldijk. Het meest noordelijke deel omvat een bosgebied, dat bestaat uit een populierenaanplanting. Dit gebied is zeer drassig en moeilijk toegankelijk. Het overige deel van het domein is historisch ingericht als een landschapstuin met majestueuze bomen, vijver, verspreide bebouwing en kleine ornamenten.

 

De gebouwen binnen het park hebben doorheen de eeuwen verschillende functies bekleed. Het Tolhuis (1) en de aansluitende bijgebouwen (2) deden oorspronkelijk dienst als infrastructuur voor de tolheffing op de Rupel. Sinds het tolvrij worden van de Rupel werden de gebouwen gebruikt voor een breed spectrum aan functies. Momenteel wordt

het gebruikt als woonhuis door de eigenaars van het domein en er is een kleinschalige wijnhandel gevestigd. De voormalige conciërgewoning (3) werd gerenoveerd en doet momenteel dienst als woning. De historische hoeve (4) is in gebruik als woning en wordt 1 of 2 maal per week gebruikt als seminariecentrum voor kleine groepen. Ook de vrijstaande woning (5) naast de hoeve is bewoond.

De bebouwing langs de Rupel ten Zuiden van de Tolhuisstraat staat volledig in functie van horeca en vormt, samen met de veerdienst over de Rupel, een belangrijk toeristisch knooppunt. De oude kapel (6) omvat een café en de woonvertrekken van de uitbaters. Aan de andere zijde van de parking (8) bevindt zich het restaurant ‘Tolhuis-Veer’ (7), een restaurant met feestzaal en ruim terras langs de Rupeldijk.

Op de dijk is een beperkte parking voorzien, met ca. 20 parkeerplaatsen. De dijk op- en afrijden gebeurt in een lus met enkelrichting.

 

In het Oosten van het plangebied bevinden zich langs de Laarhofstraat enkele opvallende gebouwenclusters. Op de hoek van de Laarhofstraat en de oude spoorwegberm aan de Kapelstraat bevindt zich de Laarkapel, een beschermde 16e-eeuwse kapel omgeven door een klein plantsoen van lindebomen en kastanjebomen. De kapel wordt geflankeerd door een 18e-eeuwse hoeve bestaande uit 3 aaneengesloten hoevegebouwen met zadeldak en een vrijstaande stal. Een deel van deze hoeve brandde in 2016 af en werd heropgebouwd.

Deze hoeve en de omliggende gronden liggen volgens het gewestplan in de bufferzone van Air Liquide, die zeer breed gedimensioneerd is. Deze gronden sluiten aan bij het geplande restaurant en worden nu reeds gebruikt voor eigen teelt van fruit en groenten. De gronden worden doorsneden door een voormalige spoorlijn. Het meest zuidelijke deel is spontaan bebost na afbraak van een gebouw.

Langs de Tolhuisstraat bevindt zich ter hoogte van het kruispunt met de Interescautlaan een cluster van gebouwen. Op Tolhuisstraat 70 is BernArt gevestigd, een evenementenzaal met buitenruimte, in combinatie met een kunstgalerij. De achterste gebouwen worden gebruikt voor opslag. Aan de oostkant ligt een parking met ca. 50 parkeerplaatsen. Naast BernArt staat een eengezinswoning (Tolhuisstraat 72).

 

Door de ligging tegen de rivieren Schelde en Rupel, ligt het gebied op vlak van mobiliteit vrij geïsoleerd. Voor gemotoriseerd verkeer vormt de Tolhuisstraat (en in mindere mate ook de Laarhofstraat – Kapelstraat) de voornaamste toegangsweg. De Tolhuisstraat sluit op haar beurt aan op de N148, die parallel aan de A12 de noord-zuid verbinding vormt tussen de Rupelstreekgemeenten Hemiksem – Schelle – Niel.

Voor zwakke weggebruikers is het plangebied veel beter ontsloten. In oost-westelijke richting zorgen de veerdienst Schelle-Wintam, de Tolhuisstraat en de Laardijk voor een goede bereikbaarheid. De geplande fietsostrade vanaf de Schelde over de Electrabelsite richting Laarkapel en spoorlijn 52 zal de bereikbaarheid voor de zachte weggebruiker nog versterken...

Ook de dijken langs de Schelde en Rupel zorgen voor een aangename autovrije verbinding tussen het plangebied en de omgeving.

Gezien de recreatieve attractiviteit van het plangebied is de nood aan parkeergelegenheid redelijk hoog. Momenteel wordt deze opgevangen door een kleine

parking met een 20-tal parkeerplaatsen gelegen op de Rupeldijk en een parkeerstrook langsheen de Tolhuisstraat. Een aantal handelsfuncties beschikken over eigen parkeergelegenheid.

 

Algemeen belang

De bouw van de sportcluster is absoluut noodzakelijk door het grote algemeen belang en voor de verdere ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. De clustering van de sportfaciliteiten met de sporthal zorgt voor compact sportterrein voor de hele gemeente. Door de verschillende sporthallen te combineren naar één gezamenlijke sporthal, kan er als gevolg hiervan de zonevreemdheid van twee gebieden ophouden. De bouw van de sporthal moet gebeuren met het behoud en zelfs uitbreiding van de globale waterbuffering en de globale versterking van het openruimtegebied- en beleving. De gehele omslag staat garant voor een globale, holistische opwaardering en een grote maatschappelijke winst van het algemeen belang.

De gecombineerde clustering van de diverse sportactiviteiten op deze locatie wordt door Sport Vlaanderen met een subsidie van 1,1 miljoen euro ondersteund.

 

 

 

Natuur, bos en open ruimte

De belangrijkste kwaliteiten van het brede gebied rondom de deelgebieden betreffen de aaneengesloten open ruimte en een aantal waardevolle aaneengesloten natuur- en bosgebieden, zoals de slikken en schorren langs de Rupel en de historische bosgordel ten Noorden van de Laardijk. Deze aaneengesloten grote stukken natuur zorgen er voor dat dit gebied een attractiepool is in de omgeving.

 

Toerisme en recreatie

De polder tussen de deelgebieden is vooral in trek voor het recreatief medegebruik. Een fietsroute loopt langs de Schelde en Rupel. Ter hoogte van het Tolhuis is er een voetveer. Het toeristisch aspect wordt versterkt door een aantal horecagelegenheden. Ook de andere kleinschalige accommodaties zoals een feestzaal en het seminariecentrum dragen bij aan het toeristisch-recreatieve karakter van het plangebied. Momenteel wordt de hoeve aan de Laarhofstraat in deelgebied 2 verder verbouwd tot restaurant en waarbij de bijhorende gronden verder worden verbouwd tot ruimte voor groenten- en kruidentuin in functie van het restaurant.

De sportcluster aan de Kapelstraat vormt een lokale recreatieve attractiepool voor buitensport.

 

Bouwkundig erfgoed

Verscheidene gebouwen met een rijke geschiedenis hebben een bouwkundige erfgoedwaarde. Het Tolhuis met de omgevende horeca-gelegenheden vervullen een bijzondere rol in het toeristisch-recreatieve gebeuren langs Schelde en Rupel. Daarnaast bevinden er zich nog enkele oude hoeves en boerenhuizen, waarvan er enkele als woning fungeren en waarvan er enkele in de loop der jaren een andere functie hebben gekregen. Al deze gebouwen zijn landmarks en als dusdanig kenmerkend voor het lokale landschap. De zonevreemde gebouwen die bestendigd worden hebben zeer restrictieve voorschriften gekregen in het RUP. Er kunnen geen bijkomende verhardingen of constructies bijkomen en er zijn geen bijkomende (woon)ontwikkelingen toegelaten. Op deze manier komen er geen bijkomende zonevreemde ontwikkelingen bij. De gebouwen zijn opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed, waardoor een invulling en onderhoud wel gewenst is. De bestaande laagdynamische functies kunnen wel vervangen worden door andere, maar functiewijzigingen kunnen enkel vergund worden onder strenge voorwaarden zoals o.a. geen negatief effect hebben op het natuurgebied/VEN-gebied, het laagdynamisch karakter van de functie en de erfgoedwaarde ongeschonden laten of verhogen, ... Het Agentschap voor Natuur en Bos verleende op 10.05.2023 een gunstig advies bij de plenaire vergadering: “de vergunningsplichtige activiteit zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN veroorzaken aangezien de stedenbouwkundige voorschriften voldoende milderende maatregelen opleggen”.

 

Biologisch waardevolle elementen

Er bevinden zich verscheidene biologisch waardevolle tot zeer waardevolle elementen binnen het plangebied en delen van het faunistisch belangrijke gebied dat gevormd wordt door de riviervalleien van Schelde en Rupel. Het betreft een aantal zones verbonden aan de rivier(dijk), maar ook bosfragmenten, open gebieden, dreven en waterelementen.

 

Versnippering en visuele aantasting open ruimte

De overduidelijke kwaliteiten op vlak van open ruimte en ecologie worden bedreigd door verdere versnippering. Verscheidene hoogspanningsleidingen en -masten vormen een visuele aantasting van het open polderlandschap. Kleine landschapselementen (struwelen, haagkanten, bomenrijen, grachten, veldwegen, …) mogen niet verdwijnen door landbouw en andere activiteiten in de open ruimte. Het zijn deze elementen die het landschap identificeren en bijdragen aan de beleving ervan.

 

Zonevreemde functies

Enkele van de hogervermelde functies, waaronder een aantal in waardevolle historische gebouwen, zijn zonevreemd en worden hierdoor bedreigd in hun verdere ontwikkeling.

 

Overstromingsgevoelige gebieden

Het poldergebied is de laagst gelegen deelruimte van Schelle. Hier komen overstromingsgevoelige gebieden voor.

 

Parkeerdruk

De toeristisch-recreatieve activiteiten binnen het plangebied brengen een hoge parkeerdruk met zich mee. De parking op het dijklichaam heeft een beperkte capaciteit en geeft aanleiding tot conflicten tussen gemotoriseerd verkeer en zwakke weggebruikers.

 

Visie

Het gebied speelt een belangrijk rol in het bewaren van de open ruimte en natuurwaarden, waarbij het behoud van de resterende open perspectieven op het

historische polderlandschap essentieel is. Verder zijn de natuurgebieden en de bosfragmenten belangrijke te vrijwaren elementen.

Op vlak van toerisme, recreatie en wonen speelt het gebied een belangrijke rol. Hiervoor wordt in eerste instantie het bestaande bouwkundige patrimonium ingezet. Uitbreidingen kunnen in bepaalde zones overwogen worden, maar dienen afgewogen te worden aan de ruimtelijke draagkracht en de erfgoedwaarden. Door het opheffen van de zonevreemdheid en het bepalen van ontwikkelingsperspectieven wordt rechtszekerheid gecreëerd. Voor de recreatiecluster aan de Kapelstraat wordt een reorganisatie voorgesteld, in functie van een herlokalisatie van (een groot deel van) de activiteiten in sporthallen Scherpenstein, Kattenberg en de tumblingzaal van de turnzaal van de gemeentelijke basisschool.

 

Vrijwaren van het polderlandschap

De gewestplanbestemming “agrarisch gebied met landschappelijk waardevol karakter” blijft gelden rondom de deelgebieden en wordt niet mee opgenomen in het RUP. Hierdoor zijn mogelijke nieuwe ontwikkelingen beperkt. Ten Oosten van de Laarhofstraat wordt een gedeelte van het buffergebied naast Air Liquide omgevormd naar gemengd openruimtegebied. Het is vooral van belang dat er geen permanente aanwezigheid van personen dichterbij de Seveso-inrichting wordt gepland. Door de buffer deels te herbestemmen naar overig groen, blijft de garantie dat de zone een groene, open bestemming blijft zonder nieuwe, bijkomende bewoners. Deze meer ingesloten zone maakt niet direct deel uit van het polderlandschap, maar sluit er wel naadloos op aan, waardoor er meer mogelijkheden geboden worden voor het oprichten van kleinschalige agrarische constructies (bv. serres). Professionele serrebouw wordt niet toegelaten. Enkel kleine serres voor eigen gebruik zijn toegestaan bij de bestaande woningen, binnen de 30 m van de woning, om het open landschap te blijven vrijwaren. Dit biedt mogelijkheden voor het geplande restaurant in de hoeve (Laarhofstraat 61) om eigen groenten te kweken. De productie van eigen groenten en fruit kan gecombineerd worden in dit plangebied met nieuwe technieken om hernieuwbare, duurzame en groene energie op te wekken (bijvoorbeeld d.m.v. “agrivoltaics”). Deze nieuwe technieken mogen het gebruik van de landbouwgronden echter niet hypothekeren, landbouwproductie staat centraal, niet de energieproductie in dit gebied. Bestaande landbouwbedrijven kunnen hun activiteiten verderzetten. De nadruk ligt op grondgebonden landbouwactiviteiten die het open karakter van het polderlandschap vrijwaren.

Om het polderlandschap te vrijwaren wordt de (voorkeurslocatie van de) nieuwe sporthal helemaal achteraan voorzien in het recreatiegebied. Het reliëf is lager waardoor de hoogte minder ingrijpend wordt ervaren. De sporthal moet bovendien landschappelijk ingepast worden in de omgeving door gebruik te maken van groene gevels en daken én door middel van hoogstammige bomen rondom aan te planten zodat het past binnen een landschapspark/bocagelandschap. Op deze manier ontstaan er zogenaamde landschapskamers die visuele hinder beperken. Bovendien zal er bij elke omgevingsvergunning een landschapsplan toegevoegd moeten worden om te kunnen oordelen naar de landschappelijke inpassing van de werken. De sporthal zelf moet maximaal haar functies stapelen en de hoogte gebruiken om zo weinig mogelijk

grondoppervlakte te gebruiken. De grootte van de sporthal wordt begrensd tot een maximale grondoppervlakte van 3.750 m². Het stapelen en het zo trachten te beperken van de grondoppervlakte wordt in het plan van eisen voor de opmaak van het design- en build plan voor de sporthal bovendien extra gehonoreerd.

Het LIP duidt het gebied van de Maaienhoek aan als landschappelijk waardevol gebied, echter zal door dit RUP méér van het LIP kunnen gerealiseerd worden. Het RUP laat toe een nieuwe sporthal te bouwen waardoor de twee verouderde sporthallen met bijhorende grote verharde parkings afgebroken en onthard kunnen worden. Hierdoor kan de ingebuisde Maeyebeek terug opengelegd worden, en de vrijgekomen ruimte terug aan natuur gegeven worden. Zo ontstaat er een coherent parkgebied waarbij maar liefst 11.000 m² extra zal onthard worden en waardoor de vallei wordt verbonden met het dorpscentrum. Deze ontharding van 11.000 m² is bovendien noodzakelijk voor de inrichting van LIP. De ontharding van 11.000 m² bestaat uit:

       3.500 m² wegname/ontharding van de zonevreemde verharde parking van de Delhaize;

       6.750 m² wegname van de sporthal Scherpenstein en de ontharding van de aanpalende parking;

       650 m² ontharden van non-aedificandi zone van huidige dorpsplein langs de benedenvliet.

 

De VLM heeft bij het openbaar onderzoek geen negatieve adviezen of opmerkingen meer meegegeven. Dit RUP zorgt voor de optimale uitvoering van het LIP dat niet in strijd is met elkaar.

Ten gevolge van de schorsingsbesluiten werd in de stedenbouwkundige voorschriften opgenomen dat in de omgevingsvergunning voor de nieuwe sporthal verplicht een evenredige sloop en/of ontharding dient plaats te vinden. Op deze manier wordt er een verordenende bepaling toegevoegd zodat er daadwerkelijk een ontharding zal moeten plaatsvinden.

Door de schorsingsbesluiten is ook op het grafisch plan een zone aangeduid die bouwvrij dient te blijven in het recreatiegebied. Deze zone komt overeen met de fluviale kaarten, met een kleine aanpassing om het rechthoekig volume van de sporthal te kunnen voorzien. Op deze manier garandeert de gemeente dat de nieuwe sporthal zich uit het valleigebied zal bevinden. Doordat de bebouwing buiten de fluviale zone blijft, wordt de capaciteit/grootte van deze fluviale zone geenszins aangetast.

 

Deze engagementen maken deel uit van de ambities van het LIP 2 Zuidrand naar deze omgeving aangestuurd door de VLM en waarin het lokaal bestuur mee participeert.

 Bijkomend wordt de sporthal op palen gebouwd waardoor hier ook geen ruimte voor water wordt ingenomen.

 

Vrijwaren van natuurwaarden

 

De bestaande natuurgebieden binnen het deelgebied worden opgenomen in een bestemming die de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur vooropstelt. De hoofdbestemming betreft natuurontwikkeling en alle werkzaamheden in functie van natuurontwikkeling en waterbeheer worden toegelaten. Als nevenbestemming en overdruk wordt recreatief medegebruik toegestaan. Kleinschalige constructies voor het al dan niet toegankelijk maken van het gebied voor educatief of recreatief medegebruik zijn toegelaten. Nieuwe, bijkomende verhardingen worden niet toegelaten. Voor de gebouwen en functies in het natuurgebied worden bestemmingen op maat voorzien

 

Versterken van toeristisch-recreatieve infrastructuur en cultuurhistorische bakens

De open ruimte en de aanwezigheid van Schelde en Rupel als toeristische trekpleisters maken deze deelruimte zeer aantrekkelijk voor toerisme en recreatie. Enkele locaties binnen het plangebied hebben bijzondere potenties om in dit toeristisch-recreatieve gebeuren een ondersteunende rol te spelen.

De recreatieve potenties van deze omgeving worden ook erkend en versterkt in streekoverschrijdende plannen en initiatieven, zoals Unesco Global Geopark Scheldedelta en Nationaal Park Scheldevallei. Ook voor personenvervoer over water werden reeds een aantal pistes onderzocht. Verschillende waardevolle en beschermde gebouwen kunnen een ondersteunende rol vervullen in het toeristisch-recreatieve gebeuren, zoals het kasteel Laarhof, het Tolhuis met omgeving, de Laarkapel en enkele waardevolle (voormalige) hoeves. De belangrijkste doelstelling van voorliggend RUP is rechtszekerheid en een toekomstperspectief bieden aan bestaande activiteiten, waarbij de toeristisch-recreatieve potenties benut worden in evenwicht met de natuurlijke, landschappelijke en erfgoedwaarden.

 

Naast de bestaande functies (kleinschalige handel, seminaries, atelier) kunnen toekomstgericht ook andere laagdynamische functies toegelaten worden, op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn met de erfgoedwaarde en inpasbaar zijn in het landbouwgebied en het landschappelijk waardevol landschap. Laag dynamische functies zijn functies zonder storende activiteiten voor de omgeving.

 

Site Tolhuis

Het park gelegen ten Oosten van het voormalige Tolhuis is bestemd als natuurgebied volgens het gewestplan, maar vertoont historisch zowel naar inrichting als beheer alle kenmerken van een parkdomein. Gelet op de bestemming van het gewestplan en de aanduiding als Grote Eenheid Natuur (GEN, binnen de afbakening van het VEN en IVON) blijft de bestemming als natuurgebied behouden. In de kwetsbare gebieden is uitbreiding van gebouwen en verharding niet mogelijk. Om de historisch waardevolle gebouwen binnen de site Tolhuis voldoende rechtszekerheid te bieden is het wenselijk de zonevreemde basisrechten van deze gebouwen beperkt uit te breiden. Een overdruk op het grafisch plan laat, per gebouw, specifieke uitbreidingen op de zonevreemde basisrechten toe, waarbij het toelaten van laag dynamische activiteiten garanties biedt op het toekomstig behoud, onderhoud en beheer van het patrimonium. Naast de bestaande functies (wijnhandel, seminariecentrum, wonen) kunnen ook andere

laagdynamische functies voorzien worden. Binnen de bestaande gebouwen worden laag dynamische activiteiten als nevenfunctie toegelaten. Bij iedere functie zal een grondige afweging van de mobiliteitseffecten en de mogelijke impact op natuur en landschap en de erfgoedwaarde van de gebouwen moeten gebeuren.

 

De horeca aan de Rupeldijk, gelegen in agrarisch gebied (niet kwetsbaar), heeft een groot toeristisch-recreatief potentieel en is strategisch gelegen aan de veerdienst en de fietsroutes over de Rupeldijk. Dit potentieel zal verder toenemen door het doortrekken van deze fietsroutes, het verder benutten van de mogelijkheden van personenvervoer over water en de ontwikkeling van de Electrabelsite. De horecavoorzieningen worden dan ook ondersteund en kunnen de activiteiten hier verderzetten en uitbouwen. De mogelijkheden om verder uit te breiden ten opzichte van de bestaande toestand zijn hier beperkt, maar het RUP biedt wel mogelijkheden om de bestaande activiteiten te behouden.

 

BernArt

De evenementenlocatie BernArt (Tolhuisstraat 70) is volgens het gewestplan bestemd als industriegebied. De site kent momenteel een gemengd gebruik als kunstgalerij, congrescentrum en feestzaal. De achterste gebouwen worden gebruikt als opslagruimte. Het behoud van de functie als evenementenlocatie (feestzaal, congrescentrum, kunstgalerij…) is op deze locatie te verantwoorden. Reeds in de jaren ’70 werden kunsttentoonstellingen, vernissages en recepties georganiseerd. Het ondersteunen van toeristisch-recreatieve functies langs de Tolhuisstraat is in overeenstemming met de visie van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Het perceel heeft reeds een harde bestemming en is grotendeels bebouwd, maar een verdere uitbreiding van bebouwing in open ruimte is niet aangewezen.

Op deze locatie is reeds jaren de inrichting van Bern-art gelegen en niet in gebruik als industriegebied. Het betreft een aanpassing aan de reeds lang bestaande toestand en de voorschriften laten andere laagdynamische functies toe, inpasbaar op deze locatie. De gemeente Schelle is een kleine gemeente en heeft geen ruimte om deze beperkte oppervlakte van 0,65ha industriegebied te compenseren. Het betreft een klein deel van het industriegebied. Het volledige industriegebied is opgenomen in de Brownfieldconvenant bij de Electrabelsite, mogelijks kan hier de compensatie mee opgenomen worden. Het perceel industriegebied is slecht, te excentrisch gelegen. Bovendien is er in het GRS geen locatie voorzien in Schelle voor bijkomende bedrijvigheid of industriegebied om dit gebiedje te compenseren. De gemeente heeft zelf geen percelen in eigendom die in aanmerking komen voor planologische compensatie.

 

Historische bebouwing Laarhofstraat

De oude hoeve Laarhofstraat 61 (H op figuur 30) werd in 2016 door een brand verwoest. Op 18.09.2017 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning toegekend voor het herstellen en verbouwen van de hoeve tot woning en restaurant. Gezien het zonevreemde karakter van de gebouwen (huidige gewestplanbestemming buffergebied) zijn beperkte uitbreidingen in functie van het restaurant momenteel niet

mogelijk. Het RUP biedt de mogelijkheid om de zonevreemde basisrechten beperkt uit te breiden, waarbij het vrijwaren van de erfgoedwaarde op lange termijn een belangrijk element vormt. Beperkte uitbreidingsmogelijkheden voor het restaurant en de woningen kunnen voorzien worden. Hierbij kan gedacht worden aan het verbinden van de volumes, de aanleg van een terras, aanleg van een beperkt aantal parkeerplaatsen… De erfgoedwaarde van de naastgelegen kapel kan bijdragen tot de beleving van bezoekers van het restaurant, bijvoorbeeld door zicht te nemen vanuit het gebouw of een buitenterras. Om de beperkte parkeerdruk van het restaurant en de 3 vergunde woningen op te vangen wordt een beperkt aantal parkeerplaatsen (max. 15) toegelaten.

Toekomstgericht kunnen ook andere laagdynamische functies toegelaten worden, op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn met de erfgoedwaarde en inpasbaar zijn in het landschap. Hierbij kan gedacht worden aan recreatieve bestemmingen zoals logies, culturele bestemmingen zoals tentoonstellingsruimte of kleinschalige bedrijvigheid zoals vrije beroepen of beperkte handel. De buffer naar Air Liquide is momenteel overgedimensioneerd en wordt teruggebracht naar een breedte van 10m. De bufferzone wordt herbestemd naar gemengd open ruimtegebied . Dit sluit aan bij het huidige gebruik en biedt het restaurant de mogelijkheid om zelf een deel van hun producten te verbouwen. Gezien het afgesloten en versnipperde karakter van de zone ten oosten van de Laarhofstraat zijn de mogelijkheden voor beroepslandbouw beperkt en kunnen hier ook kleinschalige serres en microlandbouw toegelaten worden.

 

Reorganisatie recreatiezone Kapelstraat

Context en voorstudie

Een aantal ontwikkelingen met betrekking tot sportinfrastructuur in de gemeente Schelle hebben geleid tot een onderzoek naar een geschikte locatie voor een clustering van sportfuncties. Het betreft:

       De noodzaak aan vernieuwing van de sporthal Scherpenstein, die bouwkundig en technisch verouderd is, energetisch niet aan de hedendaagse duurzaamheidseisen voldoet en deels zonevreemd ligt door zijn ligging in parkgebied.

       De herlokalisatie van de sporthal (basketbalclub) uit site Kattenberg. De huidige sporthal is verouderd en te klein voor de organisatie van twee competitievelden voor basketbal. Herbouw op de huidige locatie is niet gewenst en een herlokalisatie dringt zich op. Hierdoor wordt het mogelijk dat het grootwarenhuis van de Delhaize kan opschuiven waardoor de zonevreemdheid van haar parking kan worden opgeheven en aangelegd worden als een groene parkzone.

       Ook andere sportfuncties kampen met dringende ruimtelijke noden en kunnen mee geclusterd worden in een nieuwe sporthal. Bijvoorbeeld de bestaande tumbling in een turnzaal van een school, waar de noodzakelijke hoogte voor deze sport niet beschikbaar is.

 

Uit dit ontwerpend onderzoek wordt geconcludeerd dat de voorkeur gaat naar de bouw van een nieuwe sporthal aansluitend bij de sportcluster aan de Kapelstraat. Om de

sporthal op de voorkeurslocatie te kunnen oprichten is een herziening van het bestaande RUP Recreatiezone Kapelstraat (zie 5.2.3) noodzakelijk. De herziening wordt opgenomen in het voorliggende RUP Tolhuis. De bundeling van sportactiviteiten langsheen de Kapelstraat was reeds opgenomen in het GRS van 2005.

 

Van het uitgebreide alternatievenonderzoek (bijlage) kunnen volgende belangrijke punten samengevat worden:

De vallei van de Benedenvliet moet terug ruimte krijgen. Door de twee sporthallen in Schelle te herlokaliseren, kan niet enkel de site rond Scherpenstein volledig onthard worden waardoor de ingebuisde Maeyebeek opnieuw open gelegd kan worden, maar kan site Kattenberg (incl. Delhaize) volledig herzien worden en kunnen de vergunde en volledig verharde parking van de Delhaize hier ook op termijn teruggegeven worden aan de Vlietvallei.

De tweede aanzet is het ontwikkelen van één gezamenlijke sportcluster, wat ruimtebesparend kan zijn. Bij versnippering van de sportclusters (huidige situatie) zijn er, bij elke zone apart, verschillende voorzieningen nodig, gaande van parkeermogelijkheden, kleedkamers, tot cafetaria’s,… Met één sportcluster aan de Kapelstraat worden de voorzieningen geclusterd en gedeeld. Ook de sportvoorzieningen van gym- en tumblingclub Creativa - die nu gedeeltelijk is ondergebracht in de turnzaal van de gemeentelijke basisschool -  kunnen mee ondergebracht worden in de nieuwe sporthal waardoor de gym- en tumblingclub eindelijk een sportzaal kan gebruiken die voldoet aan hun (inter)nationaal niveau met voldoende ruimte en vrije hoogte. Een cruciaal element, is de synergie tussen de verschillende delen.

Als derde element wordt door het aanpassen van de begrenzing van de huidige recreatiezone (dat vastgesteld is in het RUP van 2007) de recreatiezone compacter. Dit heeft tot gevolg dat de vrijgekomen ruimte de mogelijkheid biedt om aan landschapsinrichting te doen en water zo veel mogelijk ruimte te geven. Echter blijft landbouw wel de centrale functie én bestemming voor deze gronden. Bovendien genieten behalve de Maeyebeek ook de Stijn Streuvelsstraat, de Felix Timmermanslaan en de Edgar Tinelplaats van deze ruimte voor water. Deze straten zijn vandaag donker aangeduid op de hemelwaterkaarten (grote kans op overstromingen). Deze omgeving krijgt een totale herwaardering. De visie is dat het water na regenwaterputten, onthardingen, wadi’s aan de woningen verder afgevoerd wordt naar de gracht gelegen tussen de Suyslaan en de Stijn Streuvelsstraat. .

De locatie van het gebouw op deze plek heeft heel wat natuurtechnische voordelen en belemmert de woonkwaliteit het minst, zo kan het gebouw een buffer zijn tussen de hoogdynamische sportvelden (met licht- en geluidspollutie) t.a.v. de beekvallei en habitats in het natuurgebied. Door verplicht natuurinclusief te bouwen kan een nog betere connectie gemaakt worden naar het natuurgebied: groene gevels met aandacht voor vogelkasten, vleermuizen,… Deze locatie heeft bovendien de mogelijkheid een betere indeling van het gebouw te realiseren (o.a. een vlotte, verkeersveilige toegang naar de parking) Uit de analyse van verschillende locaties in het alternatievenonderzoek, komt de huidige sportcluster als beste locatie voor een nieuwe sporthal naar voor. Deze voorkeurslocatie zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk nieuwe verharding bijkomt, minimum aan aanleg van nieuwe (openbare) infrastructuur, de mobiliteitsimpact naar de Stijn Streuvelsstraat en andere omliggende straten en buurt is beperkt net als de impact op het uitzicht van het open landschap.

 

De site van het recyclagepark is effectief onderzocht zoals voorzien in het GRS. Het terrein is echter te klein om te voldoen aan de dimensionering van de sporthal (sporthal: 4000m², terrein recyclagepark: +/-2000m²). Bovendien dient er extra ruimte te worden voorzien voor parkeergelegenheid, met bijkomende verharding tot gevolg. Bij de keuze van dit perceel is verdere uitbreiding met ontbossing noodzakelijk en schuift men dichter naar de Maeyebeek op. Schelle wil blijven inzetten in groenblauwe netwerken, en kiest net daarom om niet te ontbossen en de sporthal te bouwen op een locatie met een zo beperkt mogelijke ruimtelijke impact. Bijkomend wordt deze variant van de sporthal als een losse entiteit naast de huidige sportterreinen ingeplant waardoor het onderlinge interactie mist en er weinig relaties mee onderhoudt. Dit gaat in tegen de inrichtingsprincipes om alles te clusteren en infrastructuur te delen. Optimalisatie van ruimte en onderlinge betrokkenheid is één van de grote kwaliteiten van dit project.

 

Het RUP reorganiseert de recreatiezone, maar voorziet géén uitbreiding van de sportcluster en is dan ook niet strijd met het GRS. Door de planologische ruil van landbouwgebied en recreatiegebied is er netto zelfs minder ruimtebeslag van harde bestemmingen. Het noordelijke deel van het huidige recreatiegebied wordt herbestemd naar bouwvrij agrarisch gebied.

De site aan de Kapelstraat wordt in het GRS aangeduid als recreatieve cluster en vormt dan ook de evidente locatie voor de vestiging van een sporthal. Bij de herziening van het GRS heeft de provincie opgelegd in de bezwaren dat de locatie van de Tuinlei niet mogelijk is, en dat de clustering aan de Kapelstraat te verkiezen is.

In bijlage bij het RUP is een zeer uitvoerig alternatievenonderzoek opgenomen. Zowel naar locatie als naar inrichting in de sportcluster Kapelstraat werden alle alternatieven grondig onderzocht en vergeleken, waaruit het voorkeursscenario kwam dat doorvertaald werd in het RUP. Dit onderzoek geeft voortschrijdend inzicht ten opzichte van het GRS.

 

Bij de opmaak van het GRS was er nog geen globale visie voor de Vlietvallei en er waren nog geen nieuwe watertoetskaarten. Deze elementen hebben geleid tot een voortschrijdend inzicht en vernieuwde visievorming die het plangebied van het RUP overstijgt. De positieve projecten die mogelijk worden door de oprichting van de nieuwe sporthal en de meerwaarde

die deze bieden voor de Vlietvallei en de Maeyebeek vormen meer dan voldoende verantwoording. Het betreft:

        het verwijderen van de zonevreemde sporthal Scherpenstein en de parking (gelegen in parkgebied waardoor 6.750m ² kan worden onthard) en op minder dan 10 meter van de waterweg wat een minimumafstandsregel is voor de Vlaamse Waterweg;

        het openleggen van de Maeyebeek waardoor haar buffercapaciteit immens verruimt;

        het verwijderen van de parking van Delhaize (gelegen in parkgebied  waardoor ca. 3.500 m² kan worden onthard) in valleigebied;

       650 m² ontharden van non-aedificandi zone van huidige dorpsplein langs de benedenvliet;

 

Het zijn allemaal aspecten die in het ontwerp LIP fase 2 zijn opgenomen. Deze visie wordt zeer breed gedragen (VLM – Werkgroep Benedenvliet) als een noodzakelijke stap naar ecologische opwaardering van de brede omgeving van de Vlietvallei. Er is dan ook geen strijdigheid met deze bovenlokale visiedocumenten. Integendeel, dit RUP en de daarmee samenhangende ingrepen die mogelijk worden, leveren een essentiële bijdrage aan de realisatie van het LIP. Hier wordt zeer sterk op ingezet.

 

Een herlokalisatie van het recyclagepark wordt reeds jaren onderzocht door IGEAN en de gemeentebesturen van Schelle en Hemiksem. Er werd tot op heden geen geschikte locatie gevonden. Een herlokalisatie naar een intergemeentelijk recyclagepark zal de eerstkomende jaren dan ook niet mogelijk zijn (geschikt terrein vinden en verwerven, opmaak ontwerp, RUP en vergunning…). Omwille van de hoogdringendheid van de nieuwe sportinfrastructuur - die in alle opzichten gedateerd is, verzakkingen vertoont en niet meer voldoet aan de klimaatdoelstellingen – was het noodzakelijk alternatieven te onderzoeken die op kortere termijn gerealiseerd kunnen worden.

 

Naar aanleiding van de schorsingsbesluiten werd de zone voor gemeenschapsvoorzieningen verkleind: de noordzijde van de zone voor gemeenschapsvoorzieningen is momenteel niet in gebruik en bebost. Om het bosgebied te vrijwaren en ervoor te zorgen dat dit later niet gekapt kan worden, wordt deze zone in dit RUP herbestemd naar bosgebied.

 

Het totale ruimtebeslag wordt verminderd door de bestaande sporthal Scherpenstein met parking af te breken en te ontharden. Sporthal Scherpenstein ligt bovendien in parkgebied waardoor er na de sloop hiervan de zonevreemdheid oplost.  Door ook de basketbalsporthal De Griene aan de Kattenberg in één geïntegreerde structuur naar de sportcluster in de

Kapelstraat te brengen, kan de parking van de Delhaize – momenteel ook zonevreemd –onthard worden.

Door de nieuwe sporthal op pilotes te voorzien, neemt het geen ruimte weg van water. In de voorschriften staat dat de sporthal natuurinclusief gebouwd dient te worden (met aandacht voor zowel gevels en de daken) en landschappelijk moet worden ingepast.

 

Tot slot ligt de voorkeurslocatie van de sporthal niet in een zone met  een kans is op overstromingen. De sporthal moet buiten de bouwvrije zone gebouwd worden, wat overeenkomt met de fluviale kaarten. Er is geen toename van harde bestemmingen, aangezien de herbestemming naar recreatiegebied wordt gecompenseerd de herbestemming van het noordelijk deel van de bestaande recreatiezone (RUP) naar bouwvrij agrarisch gebied. Dit gebied is zelfs meer watergevoelig dan de nieuwe locatie van het recreatiegebied.

De sporthal wordt op palen geplaatst, met een overstroombare en waterdoorlatende parkeerlaag op het huidige maaiveld. Er wordt geen ruimte voor water ingenomen: de buffercapaciteit blijft dezelfde. Er zijn verschillende ingrepen gepland op de Maeyebeek die leiden tot minder wateroverlast:

       De ingebuisde delen van de Maeyebeek worden over het geheel van haar loop met ca. 90% terug opengelegd. Dit kan echter alleen als de bestaande, verouderde sporthal Scherpenstein wordt gesloopt incl. bijhorende parking. Bijkomend worden bij de heraanleg van de Fabiolalaan en de Jacob Jordaensstraat waterbuffers gecreëerd. Zo wordt er in de Fabiolalaan extra expansieruimte voorzien voor de Maeyebeek.

        Ook in de Brownfieldconvenant voor de naastgelegen Electrabelsite zijn ingrepen gepland voor de Maeyebeek. Zo wordt de historische ophoging van de polder in vliegas verwijderd, waardoor 2,5 ha overstroombaar gebied ontstaat. Meer dan 40 ha van de huidige Electrabelsite watert nu af naar de Maeyebeek. Door de nieuwe hemelwaterverordening zal al het water van deze site (ca. 75 ha groot) op het eigen terrein moeten worden opgevangen en gebufferd. Zo wordt de Maeyebeek bijkomend ontlast van wateropvang.

 

Reikwijdte

De reikwijdte van het RUP beperkt zich tot de gebieden met recreatieve doeleinden zoals de sportcluster aan de Kapelstraat en de horecazaken aan de Tolhuisstraat tussen de Rupeldijk tot aan de rand van het woongebied van Schelle aan de zoals aangeduid op

het gewestplan. De grenzen worden verder gedetailleerd tot op perceelsniveau om logische randen te krijgen.

De zuidoostelijke grens van deelgebied 4 wordt gevormd door de hoogspanningsleiding die erboven loopt en de ondergrondse leiding van Air Liquide.

 

Detailleringsniveau

Het RUP heeft tot doel het open polderlandschap en natuurwaarden te beschermen door alleen de recreatieve deelgebieden op te nemen. Het gewestplan blijft gelden in het waardevol agrarisch landschap rondom waardoor er geen verdere ontwikkelingen in mogelijk zijn. Het RUP legt tot op perceelsniveau bestemmingen en stedenbouwkundige voorschriften vast. Het detailleringsniveau van de voorschriften is voor alle zones gelijk. Elk kadastraal perceel in het RUP krijgt een passende bestemming met bijhorende voorschriften.

 

Met de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2017 waarin de inwerkingtreding van het decreet omtrent ‘integratie plan-MER bij ruimtelijke uitvoeringsplannen’ werd vastgelegd, worden de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces van een ruimtelijk uitvoeringsplan geïntegreerd. In de eerste fase, namelijk de startnota, wordt nagegaan of het plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben t.o.v. de bestaande situatie voor mens en milieu. In het geval er geen aanzienlijke milieueffecten kunnen zijn en geen MER vereist is, volstaat een onderbouwing en motivering in de startnota (een onderzoek tot MER). In het geval er wel aanzienlijke milieueffecten verwacht worden en een MER vereist is, wordt een beschrijving van de te onderzoeken effecten en van de inhoudelijke aanpak van de effectbeoordelingen, met inbegrip van de methodologie opgenomen in de startnota.

 

Er kan gesteld worden dat er geen betekenisvolle effecten zullen zijn ten opzichte van een habitat- en vogelrichtlijngebied. Het RUP is dus niet van rechtswege plan-MER-plichtig. Het valt echter wel onder het toepassingsgebied van het DABM en er moet derhalve onderzocht

worden of er geen aanzienlijke milieueffecten zijn ten gevolge van het RUP. Dit onderzoek (= milieuscreening) is te vinden in de scopingnota.

 

Tijdens het openbaar onderzoek werden volgende adviezen ontvangen:

       Fluxys

       Provincie Antwerpen

       Sport Vlaanderen

       Departement Landbouw

       Departement Omgeving

       OVAM: na het einde van het openbaar onderzoek ingediend, en had geen inhoudelijke bezwaren of opmerkingen.

 

Tijdens het openbaar onderzoek werden 19 bezwaarschriften ontvangen waarvan 6 dezelfde inhoud delen.

De Gecoro heeft de ingediende adviezen en bezwaren gebundeld en behandeld en bracht in zitting van 4 juni 2025 advies uit aan de gemeenteraad.

De gemeenteraad neemt kennis van het advies van de Gecoro. Het advies van de Gecoro wordt gevolgd, met uitzondering van de volgende punten:

 

1. De maximale grondoppervlakte van de sporthal te beperken tot 3000m² en de sporthal buiten de watergevoelige zone met middelgrote kans op overstromingen te plaatsen.

De gemeenteraad kan zich vinden in het feit dat de sporthal groot gedimensioneerd is. In de voorschriften wordt de maximale grondoppervlakte beperkt van tot 3.750m² als gevolg van de schorsingsbesluiten. . Echter blijkt uit ontwerpend onderzoek dat door het vervangen van de verschillende sporthallen (Scherpenstein, Kattenberg én tumbling in de school), wel degelijk dergelijke grote sportinfrastructuur noodzakelijk is. De nieuwe sporthal wordt gebouwd volgens de hedendaagse normen van de sportfederaties waardoor er officiële wedstrijden gehouden kunnen worden. Er is aandacht in het ontwerp naar de vrije hoogte, maar ook naar ruimte achter het veld in functie van uitloop en bezoekers. Er is een leidraad opgemaakt in samenspraak met de sportverenigingen, de sportraad en clubs. Volgende afbeelding geeft weer hoe er in het ontwerpend onderzoek gekozen is voor gedeelde velden, stapeling en compacte indeling om een zo klein mogelijke sporthal te bekomen.

 

 

Figuur 1: ontwerpend onderzoek grootte sporthal

Bovendien zal er bij de aanbesteding van de design and build extra gequoteerd worden op de grootte én hoogte van de sporthal: een kleinere footprint zal zwaarder doorwegen in de gunning van de sporthal.

 

2. De hoogtes van de sporthal te reduceren en stelt voor om de kroonlijst vast te leggen op 12m gemeten van het laagste niveau en slechts gedeeltelijk een ophoging tot 14,5m toe te laten over maximaal 50% van de totale oppervlakte.

De gemeenteraad begrijpt het advies van de Gecoro, maar past de voorschriften aan in functie van de opmerkingen van departement Omgeving als gevolg van de schorsingsbesluiten. Er wordt gestreefd om de hoogte maximaal te benutten om zo minder grondoppervlakte nodig te hebben. Er wordt om deze reden geen harde grens toegevoegd in de voorschriften om de mogelijkheden later bij het ontwerpproces niet te hypothekeren. Als alle functies passen in een kleinere sporthal, die een meter hoger is, zorgt dit voor minder impact op het maaiveld. Vanuit de studie blijkt dat de hoogte wel degelijk nodig is door het stapelen van de verschillende functies en door de grondoppervlakte te beperken. Dergelijk volume is noodzakelijk als gevolg van het grote aantal functies en sporten.

De gemeenteraad wil bovendien dat de luchtgroepen of andere technische installaties op het dak verborgen geïnstalleerd dienen te worden zodat ze visueel niet zichtbaar zijn.

Zoals bij de grootte, zal er bovendien bij de aanbesteding van de design and build extra gequoteerd worden op de grootte én hoogte van de sporthal: een kleinere footprint en beperkte hoogte zullen zwaarder doorwegen in de gunning van de sporthal.

 

3. De bouw van de sporthal moet ook buiten de valleizone gehouden worden. De Gecoro verwijst naar haar vorige adviezen waarbij het locatieonderzoek opnieuw dient te worden bekeken met inachtname de voorwaarden zoals hiervoor gesteld. De Gecoro merkt op dat het natuurinclusief bouwen niet als streefdoel maar als voorwaarde dient opgenomen te worden. De Gecoro merkt ook op dat bij de beoordeling van de voorstellen van gebouwen bij de design and build, best ook een expert natuurinclusief bouwen wordt opgenomen.

De gemeenteraad wijst er op dat de term Maeyebeekvallei niet bestaat. De Maeyebeek is een waterloop die door de polders loopt, en absoluut geen vallei vormt. De omgeving is een volledig kunstmatig landschap dat vormgegeven is door de kunstmatige ophoging van de Electrabelsite. De waterloop mondt uit in de Vliet, wat wel als vallei beschouwd kan worden. Dit heeft geen automatisch gevolg dat de Maeyebeek ook een valleigebied wordt. Al op de

Vandermaelenkaart stond er reeds duidelijk dat de omgeving een polder (Poldre de Schelle) is. Ook op de Ferrariskaart is de omgeving duidelijk een polderlandschap in agrarisch gebruik en bossen.

Figuur 2: topografische kaart Vandermaelen (1846-1854)

 

De gemeente wil het landschap hier opwaarderen, bijcreëren en herwaarderen. Bijkomende ruimte voor water creëren aan de Vliet bij de Delhaize is alleen mogelijk met dit planvoornemen waardoor de oude, versleten sporthallen vervangen worden. Zo kan Schelle het Landinrichtingsplan (LIP) van de VLM uitvoeren en meer open ruimte maken. Wanneer de parking aan de Delhaize verdwijnt en onthard wordt, verdwijnt er 3.500 m² aan verharding, bij de sloop van Scherpenstein én bijhorende parking, verdwijnt er 6.750 m² aan verharding en bij de ontharding aan het huidige dorpsplein kan er nog eens 650 m² verharding verdwijnen . Gecumuleerd verdwijnt er 11.000 m² aan verharding! Door de nieuwe sporthal bij de bestaande sportvoorzieningen te plaatsen, wordt er geclusterd en daalt het ruimtebeslag.

In het RUP is een uitgebreid locatieonderzoek gevoerd waaruit blijkt dat deze locatie de meest geschikte locatie is in Schelle. Ook binnen deze locatie zijn er verschillende locaties en alternatieven onderzocht. De voorschriften worden aangepast zodat er niet alleen gestreefd wordt naar natuurinclusief bouwen, maar dat het verplicht wordt om natuurinclusief te bouwen. Zie ook puntje 5 hieronder. In het planteam van de sporthal zal bij de design and build ook een expert natuurinclusief bouwen deelnemen.

 

4. De Gecoro stelt daarbij dat voor de bouw van de sporthal een afstandsperimeters dient te worden opgenomen t.a.v. de overstromingsgevoelige zones met middelgrote kans op overstroming, zoals aangegeven op de watertoetskaarten (zie Geopunt Vlaanderen). De Gecoro merkt dat deze afstandsperimeter minimaal 5m moet zijn.

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en is van mening dat de sporthal buiten de zone met kans op overstromingen gebouwd dient te worden. De gemeente merkt op dat in de voorschriften reeds staat dat de sporthal minimum op 10m moet staan van de zonegrenzen naar het bos -en agrarisch gebied en dat deze 10m zou moeten volstaan. De voorkeurslocatie van de sporthal wordt dus buiten de overstromingszone voorzien. Daarboven staat de sporthal op pilotes zodat er geen ruimte voor water wordt ingenomen. Op het grafisch plan is een bouwvrije zone aangeduid. Deze zone is gelijk met de zone van fluviale overstromingen. Als gevolg hiervan zal de sporthal met zekerheid buiten de overstromingsgevoelige zones gebouwd worden.

De gemeente constateert dat de Maeyebeek een waterloop is van 2e categorie en dus onder het beheer van de provincie valt. Echter heeft de provincie geen recente waterstudie die aangeeft dat de omgeving effectief zo watergevoelig is. Twee onafhankelijke studies van Antea uit 2024: “Waterhuishouding Interescaut te Schelle” en vooral het addendum “Waterbergingsvolumes” geven weer dat de zone van de sporthal niet structureel watergevoelig is, en dat de risico’s gekend, beperkt en beheersbaar zijn. Deze conclusies van Antea worden onderbouwd aan de hand van volgende vaststellingen:

       Het gebied ligt niet permanent onder water: het maaiveldpeil ligt hoger dan het berekende overstromingspeil.

       Er zijn geen fluviale overstromingen: de omgeving van de Maeyebeek kent geen overstromingen door de Schelde of andere grotere waterlopen.

       Pluviale gevoeligheid beperkt tot T100-scenario’s: overstromingsrisico’s doen zich enkel voor bij uitzonderlijke neerslagpieken met een terugkeerperiode van 100 jaar in toekomstig klimaat. De gevoeligheid betreft geen permanente waterverzadiging, maar modelmatige risicocontouren. Op basis van die kaarten, lijkt de voorkeurslocatie van de sporthal niet in dergelijk overstromingsgevoelig gebied te liggen. Bovendien zijn deze kaarten strenger dan de huidige gehanteerde kaarten. Dit wil zeggen dat ook met de worst-case scenario’s rekening gehouden wordt.

       Natuurlijke buffering i.p.v. stagnatie: het water wordt tijdelijk geborgen en niet gestagneerd. Het volume dat in deelzone A (gebied ten noorden van de sportcluster) kan worden opgevangen bij een bepaald waterpeil is significant. Dit maakt van de zone een natuurlijk buffervlak dat juist kansen biedt voor meervoudig ruimtegebruik, zoals een sportcluster, op voorwaarde van een aangepaste inrichting (bv. verhoogd vloerpeil, infiltratiezones, open buffering).

 

 

Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen heeft op 22 april 2002 IGEAN opdracht gegeven tot het opmaken van een bijzonder plan van aanleg “Tolhuis” voor het gebied begrensd door de Rupel en de Schelde in het Westen, de monding van Benedenvliet in het Noorden, de woongebieden Maaienhoek, Kapelstraat en Laarhofstraat in het Oosten en de Wullebeek in het Zuiden.

Na de goedkeuring van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) door de Deputatie van de provincie Antwerpen op 6 oktober 2005, werd deze opdracht verder gezet volgens de procedure voor de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). In 2008 werd met de goedkeuring van het RUP “Tolhuis - recreatiegebied Kapelstraat” door de deputatie reeds een deel van het plangebied geordend.

Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 21 maart 2022 tot goedkeuring van de startnota van RUP Tolhuis.

Over de startnota werd een publieke raadpleging en adviesronde georganiseerd van

11 april 2022 tot en met 10 juni 2022.

Op 2 mei 2022 werd over de startnota een participatiemoment georganiseerd.

Het eindresultaat van de adviesronde en de raadpleging van de bevolking werd verwerkt in de opmaak van de scopingsnota.

Het voorontwerp werd op 17 april 2023 door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd. Hier werd op 2 juni 2023 een plenaire vergadering over georganiseerd.

Het Team Omgevingseffecten besliste op basis van de scopingnota (versie E) op 13 februari 2025 dat er voor het voorliggende RUP geen plan-MER opgemaakt moet worden. Het ontwerp RUP werd op 20 februari 2025 voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad. Het ontwerp RUP werd onderworpen aan een openbaar onderzoek van 4 april 2025 tot en met 3 juni 2025. De Gecoro heeft de ingediende adviezen en bezwaren gebundeld en behandeld en bracht advies uit aan de gemeenteraad in zitting van 4 juni 2025. De gemeenteraad stelde het RUP Tolhuis definitief vast op de gemeenteraad van 28 augustus 2025.

Op 16 oktober 2025 en op 17 oktober 2025 ontving het lokaal bestuur respectievelijk de beslissing van de deputatie van de Provincie Antwerpen en het Departement Omgeving om het RUP Tolhuis te schorsen wegens strijdigheid met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) en het beleidsplan van de provincie.

Op 19 december heeft de gemeenteraad een nieuw gemeenteraadsbesluit genomen om het RUP definitief vast te stellen met enkele wijzigingen als gevolg van de twee schorsingsbesluiten.

In de zitting van 18 februari heeft de Deputatie van de provincie Antwerpen het gemeenteraadsbesluit m.b.t. het RUP Tolhuis opnieuw geschorst. De provincie meldt dat het RUP nog steeds in strijd is met het beleidsplan van de provincie.

 

Motivering schorsing deputatie en Departement Omgeving oktober 2025

De deputatie motiveert de strijdigheid met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA) als volgt: het PBRA zet in op proactieve maatregelen op het hemelwater langer op te houden zodat het kan infiltreren en het grondwaterpeil zich op natuurlijke wijze kan herstellen. Het is hierbij belangrijk dat het watersysteem in zijn geheel wordt bekeken. Hierbij is de bescherming van valleigebied een belangrijk punt. Door recreatiegebied en de nieuwe sporthal te voorzien, wordt natuurlijk gebied van het valleigebied van de Maeyebeek aangesneden. Het laat bijkomende bebouwing en verharding toe in overstromingsgevoelig gebied. Deze bezorgdheden werden meermaals meegegeven en aangekaart dat het in strijd is met het PBRA.

Binnen het beleidskader verdichten en ondichten wordt ingezet op het behoud van de economische ruimte. De site Bern-art heeft de bestemming ‘milieubelastende industrie’ op het gewestplan, en wijzigt met dit RUP naar een ‘zone voor horeca en recreatie’. Het verdwijnen van ruimte voor bedrijvigheid wordt niet gecompenseerd of gemotiveerd waarom compensatie niet mogelijk is, en is dus onverenigbaar met het PBRA.

Het RUP laat, indien er op lange termijn een nieuwe locatie gevonden wordt voor een intergemeentelijk recyclagepark, op de gronden van het huidige recyclagepark een uitbreiding toe van de recreatiezone. Het GRS laat geen uitbreidingen toe in het waterzieke karakter van de achterliggende gronden.

Het Departement Omgeving schorst gezien de sporthal voorzien wordt op fluviaal overstroombaar gebied. Het plan voorziet niet in verordenende bepalingen die een gelijke ontharding vastlegt, daarnaast laten in de inrichtingsvoorschriften bovenmaats ruimtebeslag toe in het watergevoelige gebied.

De recreatiezone wordt uitgebreid, waar een sporthal voorzien wordt, en waarbij het recyclagepark niet dient te verdwijnen. Hierbij krijgt het recyclagepark wel de nabestemming van dagrecreatie. Hierdoor is er grote bijkomende ruimtebeslag in zeer waardevol overstromingsgevoelig valleigebied.

Het LIP beschrijft het gebied van de Maaienhoek als landschappelijk waardevol. Naast de impact op landbouw en water, betekent een sporthal een visuele aantasting van het

landschap rond de Maeyebeek. De bouw van de sporthal is bijgevolg niet compatibel met de visie opgenomen in het LIP.

Het RUP voorziet planologisch bestendigen van zonevreemde activiteiten en woningen door middel van een overdruk. Volgens het GRS zijn ontwikkelingsperspectieven voor woningen beperkt tot de zonevreemde basisrechten. Bijgevolg wijkt het plan af van het richtinggevende gedeelte van het GRS zonder afdoende motivering en is desgevallend strijdig met het GRS.

 

Motivering schorsing provincie februari 2026

De deputatie motiveert de strijdigheid met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA) als volgt: In de historiek van het dossier is bij elke bespreking en advies het belang van het valleigebied meegegeven. De deputatie vraagt daarom met aandrang om buiten het fluviaal overstromingsgevoelig gebied van een vallei te blijven om zo niet meer strijdig te zijn met het PBRA.

Het Departement Omgeving diende geen nieuw schorsingsbesluit in, en stemde stilzwijgend in met het voorstel RUP Tolhuis.

 

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.

Decreet van 1 juli 2016 tot wijziging van de regelgeving voor ruimtelijke uitvoeringsplannen teneinde de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen te integreren door wijziging van diverse decreten, en latere wijzigingen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen  en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

In uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan maakt de gemeente Schelle het RUP Tolhuis op. Het RUP beoogt volgende doelstellingen:

vrijwaren van het open polderlandschap en de aanwezige natuurwaarden;

behoud van bouwkundig erfgoed, met ontwikkelingsperspectieven om het behoud op lange termijn te garanderen;

rechtszekerheid en ontwikkelingsperspectieven voor bestaande (zonevreemde) activiteiten;

reorganisatie van de sportsite aan de Kapelstraat.

 

Schelle is gelegen in de Rupelstreek, dat zich uitstrekt langs de Schelde, de Rupel en de Nete. Naast deze rivieren vormt de A12 een belangrijke bovenlokale drager. De woonkernen ontwikkelden zich langs een centrale steenweg en de spoorlijn Antwerpen – Boom.

Het plangebied richt zich op ontwikkelingen ter hoogte van de Tolhuisstraat in het westen van Schelle. Ten westen wordt de grens gevormd door de Rupel en ten noorden wordt de grens afgestemd op het gemeentelijk RUP voor de Electrabelsite (in opmaak, en

Brownfieldconvenant). In het Oosten grenst het plangebied tot aan de Laarhofstraat en maakt ook de sportsite Kapelstraat deel uit van het plangebied.

Het RUP bestaat uit 4 deelgebieden:

de sportcluster aan de Kapelstraat;

de bufferzone tussen Air Liquide en de Laarhofstraat met de oude spoorwegbedding;

site van Bernart;

horecafuncties aan de Rupeldijk en het natuurgebied.

 

Het plangebied grenst aan een groot deel van de polder en is langs één zijde begrensd door Rupel en aan de andere zijde door de woonkern van Schelle.

Dit polderachtige gebied wordt gekenmerkt door een open agrarisch karakter in het Noorden een meer gesloten karakter met bosfragmenten boven de Tolhuisstraat. Deze kenmerkende eigenschappen waren te tijden van Ferraris reeds aanwezig, net als een aantal gebouwen, zoals het Laarhof en het Tolhuis, die tot op heden nog als bakens in het landschap en als belangrijke plekken binnen het toeristisch-recreatief netwerk fungeren.

Een belangrijk deel van de ruimte nabij de Schelde is in de loop der jaren ingenomen door de elektriciteitscentrale en de hiermee verbonden tuinwijk. Vanuit de elektriciteitscentrale vertrekken meerdere hoogspanningsleidingen. Deze doorkruisen het Zuiden van het poldergebied en hebben een belangrijke visuele impact op het landschap.

In een brede strook rond de Electrabelsite bevinden zich landbouwgebieden, die fungeren als bufferzone naar de woongebieden en een aantal bosfragmenten. Langs de Schelde en Rupel zijn waardevolle natuurgebieden terug te vinden. Het omgevende landbouwgebied wordt doorsneden door een aantal typische bomenrijen.

 

Aan de Kapelstraat ligt een recreatieve cluster met meerdere voetbal-, tennis- en padelvelden. Tussen de twee zuidelijk gelegen voetbalvelden staat het hoofdgebouw met kleedkamers en cafetaria. Ten westen van de sportzone ligt het recyclagepark van de gemeente Schelle. Het is een grotendeels verharde zone waarop de ophaalcontainers geplaatst worden.

 

De site van het Tolhuis vormt het meest westelijke deel van het plangebied (deelgebied 4) en omvat een bosgebied in het Noorden, een centraal park met verschillende historische gebouwen en horeca langs de Rupeldijk. Het meest noordelijke deel omvat een bosgebied, dat bestaat uit een populierenaanplanting. Dit gebied is zeer drassig en moeilijk toegankelijk. Het overige deel van het domein is historisch ingericht als een landschapstuin met majestueuze bomen, vijver, verspreide bebouwing en kleine ornamenten.

 

De gebouwen binnen het park hebben doorheen de eeuwen verschillende functies bekleed. Het Tolhuis (1) en de aansluitende bijgebouwen (2) deden oorspronkelijk dienst als infrastructuur voor de tolheffing op de Rupel. Sinds het tolvrij worden van de Rupel werden de gebouwen gebruikt voor een breed spectrum aan functies. Momenteel wordt

het gebruikt als woonhuis door de eigenaars van het domein en er is een kleinschalige wijnhandel gevestigd. De voormalige conciërgewoning (3) werd gerenoveerd en doet momenteel dienst als woning. De historische hoeve (4) is in gebruik als woning en wordt 1 of 2 maal per week gebruikt als seminariecentrum voor kleine groepen. Ook de vrijstaande woning (5) naast de hoeve is bewoond.

De bebouwing langs de Rupel ten Zuiden van de Tolhuisstraat staat volledig in functie van horeca en vormt, samen met de veerdienst over de Rupel, een belangrijk toeristisch knooppunt. De oude kapel (6) omvat een café en de woonvertrekken van de uitbaters. Aan de andere zijde van de parking (8) bevindt zich het restaurant ‘Tolhuis-Veer’ (7), een restaurant met feestzaal en ruim terras langs de Rupeldijk.

Op de dijk is een beperkte parking voorzien, met ca. 20 parkeerplaatsen. De dijk op- en afrijden gebeurt in een lus met enkelrichting.

 

In het Oosten van het plangebied bevinden zich langs de Laarhofstraat enkele opvallende gebouwenclusters. Op de hoek van de Laarhofstraat en de oude spoorwegberm aan de Kapelstraat bevindt zich de Laarkapel, een beschermde 16e-eeuwse kapel omgeven door een klein plantsoen van lindebomen en kastanjebomen. De kapel wordt geflankeerd door een 18e-eeuwse hoeve bestaande uit 3 aaneengesloten hoevegebouwen met zadeldak en een vrijstaande stal. Een deel van deze hoeve brandde in 2016 af en werd heropgebouwd.

Deze hoeve en de omliggende gronden liggen volgens het gewestplan in de bufferzone van Air Liquide, die zeer breed gedimensioneerd is. Deze gronden sluiten aan bij het geplande restaurant en worden nu reeds gebruikt voor eigen teelt van fruit en groenten. De gronden worden doorsneden door een voormalige spoorlijn. Het meest zuidelijke deel is spontaan bebost na afbraak van een gebouw.

Langs de Tolhuisstraat bevindt zich ter hoogte van het kruispunt met de Interescautlaan een cluster van gebouwen. Op Tolhuisstraat 70 is BernArt gevestigd, een evenementenzaal met buitenruimte, in combinatie met een kunstgalerij. De achterste gebouwen worden gebruikt voor opslag. Aan de oostkant ligt een parking met ca. 50 parkeerplaatsen. Naast BernArt staat een eengezinswoning (Tolhuisstraat 72).

 

Door de ligging tegen de rivieren Schelde en Rupel, ligt het gebied op vlak van mobiliteit vrij geïsoleerd. Voor gemotoriseerd verkeer vormt de Tolhuisstraat (en in mindere mate ook de Laarhofstraat – Kapelstraat) de voornaamste toegangsweg. De Tolhuisstraat sluit op haar beurt aan op de N148, die parallel aan de A12 de noord-zuid verbinding vormt tussen de Rupelstreekgemeenten Hemiksem – Schelle – Niel.

Voor zwakke weggebruikers is het plangebied veel beter ontsloten. In oost-westelijke richting zorgen de veerdienst Schelle-Wintam, de Tolhuisstraat en de Laardijk voor een goede bereikbaarheid. De geplande fietsostrade vanaf de Schelde over de Electrabelsite richting Laarkapel en spoorlijn 52 zal de bereikbaarheid voor de zachte weggebruiker nog versterken....

Ook de dijken langs de Schelde en Rupel zorgen voor een aangename autovrije verbinding tussen het plangebied en de omgeving.

Gezien de recreatieve attractiviteit van het plangebied is de nood aan parkeergelegenheid redelijk hoog. Momenteel wordt deze opgevangen door een kleine

parking met een 20-tal parkeerplaatsen gelegen op de Rupeldijk en een parkeerstrook langsheen de Tolhuisstraat. Een aantal handelsfuncties beschikken over eigen parkeergelegenheid.

 

Algemeen belang

De bouw van de sportcluster is absoluut noodzakelijk door het grote algemeen belang en voor de verdere ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. De clustering van de sportfaciliteiten met de sporthal zorgt voor compact sportterrein voor de hele gemeente. Door de verschillende sporthallen te combineren naar één gezamenlijke sporthal, kan er als gevolg hiervan de zonevreemdheid van twee gebieden ophouden. De bouw van de sporthal moet gebeuren met het behoud en zelfs uitbreiding van de globale waterbuffering en de globale versterking van het openruimtegebied- en beleving. De gehele omslag staat garant voor een globale, holistische opwaardering en een grote maatschappelijke winst van het algemeen belang.

De gecombineerde clustering van de diverse sportactiviteiten op deze locatie wordt door Sport Vlaanderen met een subsidie van 1,1 miljoen euro ondersteund.

 

Natuur, bos en open ruimte

De belangrijkste kwaliteiten van het brede gebied rondom de deelgebieden betreffen de aaneengesloten open ruimte en een aantal waardevolle aaneengesloten natuur- en bosgebieden, zoals de slikken en schorren langs de Rupel en de historische bosgordel ten Noorden van de Laardijk. Deze aaneengesloten grote stukken natuur zorgen er voor dat dit gebied een attractiepool is in de omgeving.

 

Toerisme en recreatie

De polder tussen de deelgebieden is vooral in trek voor het recreatief medegebruik. Een fietsroute loopt langs de Schelde en Rupel. Ter hoogte van het Tolhuis is er een voetveer. Het toeristisch aspect wordt versterkt door een aantal horecagelegenheden. Ook de andere kleinschalige accommodaties zoals een feestzaal en het seminariecentrum dragen bij aan het toeristisch-recreatieve karakter van het plangebied. Momenteel wordt de hoeve aan de Laarhofstraat in deelgebied 2 verder verbouwd tot restaurant en waarbij de bijhorende gronden verder worden verbouwd tot ruimte voor groenten- en kruidentuin in functie van het restaurant.

De sportcluster aan de Kapelstraat vormt een lokale recreatieve attractiepool voor buitensport.

 

Bouwkundig erfgoed

Verscheidene gebouwen met een rijke geschiedenis hebben een bouwkundige erfgoedwaarde. Het Tolhuis met de omgevende horeca-gelegenheden vervullen een bijzondere rol in het toeristisch-recreatieve gebeuren langs Schelde en Rupel. Daarnaast bevinden er zich nog enkele oude hoeves en boerenhuizen, waarvan er enkele als woning fungeren en waarvan er enkele in de loop der jaren een andere functie hebben gekregen. Al deze gebouwen zijn landmarks en als dusdanig kenmerkend voor het lokale landschap. De zonevreemde gebouwen die bestendigd worden hebben zeer restrictieve voorschriften gekregen in het RUP. Er kunnen geen bijkomende

verhardingen of constructies bijkomen en er zijn geen bijkomende (woon)ontwikkelingen toegelaten. Op deze manier komen er geen bijkomende zonevreemde ontwikkelingen bij. De gebouwen zijn opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed, waardoor een invulling en onderhoud wel gewenst is. De bestaande laagdynamische functies kunnen wel vervangen worden door andere, maar functiewijzigingen kunnen enkel vergund worden onder strenge voorwaarden zoals o.a. geen negatief effect hebben op het natuurgebied/VEN-gebied, het laagdynamisch karakter van de functie en de erfgoedwaarde ongeschonden laten of verhogen,... Het Agentschap voor Natuur en Bos verleende op 10.05.2023 een gunstig advies bij de plenaire vergadering: “de vergunningsplichtige activiteit zal geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN veroorzaken aangezien de stedenbouwkundige voorschriften voldoende milderende maatregelen opleggen.”

 

Biologisch waardevolle elementen

Er bevinden zich verscheidene biologisch waardevolle tot zeer waardevolle elementen binnen het plangebied en delen van het faunistisch belangrijke gebied dat gevormd wordt door de riviervalleien van Schelde en Rupel. Het betreft een aantal zones verbonden aan de rivier(dijk), maar ook bosfragmenten, open gebieden, dreven en waterelementen.

 

Versnippering en visuele aantasting open ruimte

De overduidelijke kwaliteiten op vlak van open ruimte en ecologie worden bedreigd door verdere versnippering. Verscheidene hoogspanningsleidingen en -masten vormen een visuele aantasting van het open polderlandschap. Kleine landschapselementen (struwelen, haagkanten, bomenrijen, grachten, veldwegen…) mogen niet verdwijnen door landbouw en andere activiteiten in de open ruimte. Het zijn deze elementen die het landschap identificeren en bijdragen aan de beleving ervan.

 

Zonevreemde functies

Enkele van de hogervermelde functies, waaronder een aantal in waardevolle historische gebouwen, zijn zonevreemd en worden hierdoor bedreigd in hun verdere ontwikkeling.

 

Overstromingsgevoelige gebieden

Het poldergebied is de laagst gelegen deelruimte van Schelle. Hier komen overstromingsgevoelige gebieden voor.

 

Parkeerdruk

De toeristisch-recreatieve activiteiten binnen het plangebied brengen een hoge parkeerdruk met zich mee. De parking op het dijklichaam heeft een beperkte capaciteit en geeft aanleiding tot conflicten tussen gemotoriseerd verkeer en zwakke weggebruikers.

 

Visie

Het gebied speelt een belangrijk rol in het bewaren van de open ruimte en natuurwaarden, waarbij het behoud van de resterende open perspectieven op het

historische polderlandschap essentieel is. Verder zijn de natuurgebieden en de bosfragmenten belangrijke te vrijwaren elementen.

Op vlak van toerisme, recreatie en wonen speelt het gebied een belangrijke rol. Hiervoor wordt in eerste instantie het bestaande bouwkundige patrimonium ingezet. Uitbreidingen kunnen in bepaalde zones overwogen worden, maar dienen afgewogen te worden aan de ruimtelijke draagkracht en de erfgoedwaarden. Door het opheffen van de zonevreemdheid en het bepalen van ontwikkelingsperspectieven wordt rechtszekerheid gecreëerd. Voor de recreatiecluster aan de Kapelstraat wordt een reorganisatie voorgesteld, in functie van een herlokalisatie van (een groot deel van) de activiteiten in sporthallen Scherpenstein, Kattenberg en de tumblingzaal van de turnzaal van de gemeentelijke basisschool.

 

Vrijwaren van het polderlandschap

De gewestplanbestemming “agrarisch gebied met landschappelijk waardevol karakter” blijft gelden rondom de deelgebieden en wordt niet mee opgenomen in het RUP. Hierdoor zijn mogelijke nieuwe ontwikkelingen beperkt. Ten Oosten van de Laarhofstraat wordt een gedeelte van het buffergebied naast Air Liquide omgevormd naar gemengd openruimtegebied. Het is vooral van belang dat er geen permanente aanwezigheid van personen dichterbij de Seveso-inrichting wordt gepland. Door de buffer deels te herbestemmen naar overig groen, blijft de garantie dat de zone een groene, open bestemming blijft zonder nieuwe, bijkomende bewoners. Deze meer ingesloten zone maakt niet direct deel uit van het polderlandschap, maar sluit er wel naadloos op aan, waardoor er meer mogelijkheden geboden worden voor het oprichten van kleinschalige agrarische constructies (bv. serres). Professionele serrebouw wordt niet toegelaten. Enkel kleine serres voor eigen gebruik zijn toegestaan bij de bestaande woningen, binnen de 30m van de woning, om het open landschap te blijven vrijwaren. Dit biedt mogelijkheden voor het geplande restaurant in de hoeve (Laarhofstraat 61) om eigen groenten te kweken. De productie van eigen groenten en fruit kan gecombineerd worden in dit plangebied met nieuwe technieken om hernieuwbare, duurzame en groene energie op te wekken (bijvoorbeeld d.m.v. “agrivoltaics”). Deze nieuwe technieken mogen het gebruik van de landbouwgronden echter niet hypothekeren, landbouwproductie staat centraal, niet de energieproductie in dit gebied. Bestaande landbouwbedrijven kunnen hun activiteiten verderzetten. De nadruk ligt op grondgebonden landbouwactiviteiten die het open karakter van het polderlandschap vrijwaren.

Om het polderlandschap te vrijwaren wordt de (voorkeurslocatie van de) nieuwe sporthal helemaal achteraan voorzien in het recreatiegebied. Het reliëf is lager waardoor de hoogte minder ingrijpend wordt ervaren. De sporthal moet bovendien landschappelijk ingepast worden in de omgeving door gebruik te maken van groene gevels en daken én door middel van hoogstammige bomen rondom aan te planten zodat het past binnen een landschapspark/ bocagelandschap. Op deze manier ontstaan er zogenaamde landschapskamers die visuele hinder beperken. Bovendien zal er bij elke omgevingsvergunning een landschapsplan toegevoegd moeten worden om te kunnen oordelen naar de landschappelijke inpassing van de werken. De sporthal zelf moet maximaal haar functies stapelen en de hoogte gebruiken om zo weinig mogelijk

grondoppervlakte te gebruiken. De grootte van de sporthal wordt begrenst tot een maximale grondoppervlakte van 3.750m². Het stapelen en het zo trachten te beperken van de grondoppervlakte wordt in het plan van eisen voor de opmaak van het design- en build plan voor de sporthal bovendien extra gehonoreerd.

Het LIP duidt het gebied van de Maaienhoek aan als landschappelijk waardevol gebied, echter zal door dit RUP méér van het LIP kunnen gerealiseerd worden. Het RUP laat toe een nieuwe sporthal te bouwen waardoor de twee verouderde sporthallen met bijhorende grote verharde parkings afgebroken en onthard kunnen worden. Hierdoor kan de ingebuisde Maeyebeek terug opengelegd worden, en de vrijgekomen ruimte terug aan natuur gegeven worden. Zo ontstaat er een coherent parkgebied waarbij maar liefst 11.000 m² extra zal onthard worden en waardoor de vallei wordt verbonden met het dorpscentrum. Deze ontharding van 11.000 m² is bovendien noodzakelijk voor de inrichting van LIP. De ontharding van 11.000 m² bestaat uit:

3.500 m² wegname/ontharding van de zonevreemde verharde parking van de Delhaize;

6.750 m² wegname van de sporthal Scherpenstein en de ontharding van de aanpalende parking;

650 m² ontharden van non-aedificandi zone van huidige dorpsplein langs de benedenvliet.

De VLM heeft bij het openbaar onderzoek geen negatieve adviezen of opmerkingen meer meegegeven. Dit RUP zorgt voor de optimale uitvoering van het LIP dat niet in strijd is met elkaar.

Ten gevolge van de schorsingsbesluiten werd in de stedenbouwkundige voorschriften opgenomen dat in de omgevingsvergunning voor de nieuwe sporthal verplicht een evenredige sloop en/of ontharding dient plaats te vinden. Op deze manier wordt er een verordenende bepaling toegevoegd zodat er daadwerkelijk een ontharding zal moeten plaatsvinden.

Door de schorsingsbesluiten is ook op het grafisch plan een zone aangeduid die bouwvrij dient te blijven in het recreatiegebied. Deze zone komt overeen met de fluviale kaarten, met een kleine aanpassing om het rechthoekig volume van de sporthal te kunnen voorzien. Op deze manier garandeert de gemeente dat de nieuwe sporthal zich uit het valleigebied zal bevinden. Doordat de bebouwing buiten de fluviale zone blijft, wordt de capaciteit/grootte van deze fluviale zone geenszins aangetast.

 

Deze engagementen maken deel uit van de ambities van het LIP 2 Zuidrand naar deze omgeving aangestuurd door de VLM en waarin het lokaal bestuur mee participeert.

 Bijkomend wordt de sporthal op palen gebouwd waardoor hier ook geen ruimte voor water wordt ingenomen.

 

Vrijwaren van natuurwaarden

 

De bestaande natuurgebieden binnen het deelgebied worden opgenomen in een bestemming die de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur vooropstelt. De hoofdbestemming betreft natuurontwikkeling en alle werkzaamheden in functie van natuurontwikkeling en waterbeheer worden toegelaten. Als nevenbestemming en overdruk wordt recreatief medegebruik toegestaan. Kleinschalige constructies voor het al dan niet toegankelijk maken van het gebied voor educatief of recreatief medegebruik zijn toegelaten. Nieuwe, bijkomende verhardingen worden niet toegelaten. Voor de gebouwen en functies in het natuurgebied worden bestemmingen op maat voorzien

 

Versterken van toeristisch-recreatieve infrastructuur en cultuurhistorische bakens

De open ruimte en de aanwezigheid van Schelde en Rupel als toeristische trekpleisters maken deze deelruimte zeer aantrekkelijk voor toerisme en recreatie. Enkele locaties binnen het plangebied hebben bijzondere potenties om in dit toeristisch-recreatieve gebeuren een ondersteunende rol te spelen.

De recreatieve potenties van deze omgeving worden ook erkend en versterkt in streekoverschrijdende plannen en initiatieven, zoals Unesco Global Geopark Scheldedelta en Nationaal Park Scheldevallei. Ook voor personenvervoer over water werden reeds een aantal pistes onderzocht. Verschillende waardevolle en beschermde gebouwen kunnen een ondersteunende rol vervullen in het toeristisch-recreatieve gebeuren, zoals het kasteel Laarhof, het Tolhuis met omgeving, de Laarkapel en enkele waardevolle (voormalige) hoeves. De belangrijkste doelstelling van voorliggend RUP is rechtszekerheid en een toekomstperspectief bieden aan bestaande activiteiten, waarbij de toeristisch-recreatieve potenties benut worden in evenwicht met de natuurlijke, landschappelijke en erfgoedwaarden.

 

Naast de bestaande functies (kleinschalige handel, seminaries, atelier) kunnen toekomstgericht ook andere laagdynamische functies toegelaten worden, op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn met de erfgoedwaarde en inpasbaar zijn in het landbouwgebied en het landschappelijk waardevol landschap. Laag dynamische functies zijn functies zonder storende activiteiten voor de omgeving.

 

Site Tolhuis

Het park gelegen ten Oosten van het voormalige Tolhuis is bestemd als natuurgebied volgens het gewestplan, maar vertoont historisch zowel naar inrichting als beheer alle kenmerken van een parkdomein. Gelet op de bestemming van het gewestplan en de aanduiding als Grote Eenheid Natuur (GEN, binnen de afbakening van het VEN en IVON) blijft de bestemming als natuurgebied behouden. In de kwetsbare gebieden is uitbreiding van gebouwen en verharding niet mogelijk. Om de historisch waardevolle gebouwen binnen de site Tolhuis voldoende rechtszekerheid te bieden is het wenselijk de zonevreemde basisrechten van deze gebouwen beperkt uit te breiden. Een overdruk op het grafisch plan laat, per gebouw, specifieke uitbreidingen op de zonevreemde basisrechten toe, waarbij het toelaten van laag dynamische activiteiten garanties biedt op het toekomstig behoud, onderhoud en beheer van het patrimonium. Naast de bestaande functies (wijnhandel, seminariecentrum, wonen) kunnen ook andere

laagdynamische functies voorzien worden. Binnen de bestaande gebouwen worden laag dynamische activiteiten als nevenfunctie toegelaten. Bij iedere functie zal een grondige afweging van de mobiliteitseffecten en de mogelijke impact op natuur en landschap en de erfgoedwaarde van de gebouwen moeten gebeuren.

 

De horeca aan de Rupeldijk, gelegen in agrarisch gebied (niet kwetsbaar), heeft een groot toeristisch-recreatief potentieel en is strategisch gelegen aan de veerdienst en de fietsroutes over de Rupeldijk. Dit potentieel zal verder toenemen door het doortrekken van deze fietsroutes, het verder benutten van de mogelijkheden van personenvervoer over water en de ontwikkeling van de Electrabelsite. De horecavoorzieningen worden dan ook ondersteund en kunnen de activiteiten hier verderzetten en uitbouwen. De mogelijkheden om verder uit te breiden ten opzichte van de bestaande toestand zijn hier beperkt, maar het RUP biedt wel mogelijkheden om de bestaande activiteiten te behouden.

 

BernArt

De evenementenlocatie BernArt (Tolhuisstraat 70) is volgens het gewestplan bestemd als industriegebied. De site kent momenteel een gemengd gebruik als kunstgalerij, congrescentrum en feestzaal. De achterste gebouwen worden gebruikt als opslagruimte. Het behoud van de functie als evenementenlocatie (feestzaal, congrescentrum, kunstgalerij…) is op deze locatie te verantwoorden. Reeds in de jaren ’70 werden kunsttentoonstellingen, vernissages en recepties georganiseerd. Het ondersteunen van toeristisch-recreatieve functies langs de Tolhuisstraat is in overeenstemming met de visie van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Het perceel heeft reeds een harde bestemming en is grotendeels bebouwd, maar een verdere uitbreiding van bebouwing in open ruimte is niet aangewezen.

Op deze locatie is reeds jaren de inrichting van Bern-art gelegen en niet in gebruik als industriegebied. Het betreft een aanpassing aan de reeds lang bestaande toestand en de voorschriften laten andere laagdynamische functies toe, inpasbaar op deze locatie. De gemeente Schelle is een kleine gemeente en heeft geen ruimte om deze beperkte oppervlakte van 0,65ha industriegebied te compenseren. Het betreft een klein deel van het industriegebied. Het volledige industriegebied is opgenomen in de Brownfieldconvenant bij de Electrabelsite, mogelijks kan hier de compensatie mee opgenomen worden. Het perceel industriegebied is slecht, te excentrisch gelegen. Bovendien is er in het GRS geen locatie voorzien in Schelle voor bijkomende bedrijvigheid of industriegebied om dit gebiedje te compenseren. De gemeente heeft zelf geen percelen in eigendom die in aanmerking komen voor planologische compensatie.

 

Historische bebouwing Laarhofstraat

De oude hoeve Laarhofstraat 61 (H op figuur 30) werd in 2016 door een brand verwoest. Op 18.09.2017 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning toegekend voor het herstellen en verbouwen van de hoeve tot woning en restaurant. Gezien het zonevreemde karakter van de gebouwen (huidige gewestplanbestemming buffergebied) zijn beperkte uitbreidingen in functie van het restaurant momenteel niet

mogelijk. Het RUP biedt de mogelijkheid om de zonevreemde basisrechten beperkt uit te breiden, waarbij het vrijwaren van de erfgoedwaarde op lange termijn een belangrijk element vormt. Beperkte uitbreidingsmogelijkheden voor het restaurant en de woningen kunnen voorzien worden. Hierbij kan gedacht worden aan het verbinden van de volumes, de aanleg van een terras, aanleg van een beperkt aantal parkeerplaatsen… De erfgoedwaarde van de naastgelegen kapel kan bijdragen tot de beleving van bezoekers van het restaurant, bijvoorbeeld door zicht te nemen vanuit het gebouw of een buitenterras. Om de beperkte parkeerdruk van het restaurant en de 3 vergunde woningen op te vangen wordt een beperkt aantal parkeerplaatsen (max. 15) toegelaten.

Toekomstgericht kunnen ook andere laagdynamische functies toegelaten worden, op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn met de erfgoedwaarde en inpasbaar zijn in het landschap. Hierbij kan gedacht worden aan recreatieve bestemmingen zoals logies, culturele bestemmingen zoals tentoonstellingsruimte of kleinschalige bedrijvigheid zoals vrije beroepen of beperkte handel. De buffer naar Air Liquide is momenteel overgedimensioneerd en wordt teruggebracht naar een breedte van 10m. De bufferzone wordt herbestemd naar gemengd open ruimtegebied . Dit sluit aan bij het huidige gebruik en biedt het restaurant de mogelijkheid om zelf een deel van hun producten te verbouwen. Gezien het afgesloten en versnipperde karakter van de zone ten oosten van de Laarhofstraat zijn de mogelijkheden voor beroepslandbouw beperkt en kunnen hier ook kleinschalige serres en microlandbouw toegelaten worden.

 

Reorganisatie recreatiezone Kapelstraat

Context en voorstudie

Een aantal ontwikkelingen met betrekking tot sportinfrastructuur in de gemeente Schelle hebben geleid tot een onderzoek naar een geschikte locatie voor een clustering van sportfuncties. Het betreft:

De noodzaak aan vernieuwing van de sporthal Scherpenstein, die bouwkundig en technisch verouderd is, energetisch niet aan de hedendaagse duurzaamheidseisen voldoet en deels zonevreemd ligt door zijn ligging in parkgebied.

De herlokalisatie van de sporthal (basketbalclub) uit site Kattenberg. De huidige sporthal is verouderd en te klein voor de organisatie van twee competitievelden voor basketbal. Herbouw op de huidige locatie is niet gewenst en een herlokalisatie dringt zich op. Hierdoor wordt het mogelijk dat het grootwarenhuis van de Delhaize kan opschuiven waardoor de zonevreemdheid van haar parking kan worden opgeheven en aangelegd worden als een groene parkzone.

Ook andere sportfuncties kampen met dringende ruimtelijke noden en kunnen mee geclusterd worden in een nieuwe sporthal. Bijvoorbeeld de bestaande tumbling in een turnzaal van een school, waar de noodzakelijke hoogte voor deze sport niet beschikbaar is.

 

Uit dit ontwerpend onderzoek wordt geconcludeerd dat de voorkeur gaat naar de bouw van een nieuwe sporthal aansluitend bij de sportcluster aan de Kapelstraat. Om de

sporthal op de voorkeurslocatie te kunnen oprichten is een herziening van het bestaande RUP Recreatiezone Kapelstraat (zie 5.2.3) noodzakelijk. De herziening wordt opgenomen in het voorliggende RUP Tolhuis. De bundeling van sportactiviteiten langsheen de Kapelstraat was reeds opgenomen in het GRS van 2005.

 

Van het uitgebreide alternatievenonderzoek (bijlage) kunnen volgende belangrijke punten samengevat worden:

De vallei van de Benedenvliet moet terug ruimte krijgen. Door de twee sporthallen in Schelle te herlokaliseren, kan niet enkel de site rond Scherpenstein volledig onthard worden waardoor de ingebuisde Maeyebeek opnieuw open gelegd kan worden, maar kan site Kattenberg (incl. Delhaize) volledig herzien worden en kunnen de vergunde en volledig verharde parking van de Delhaize hier ook op termijn teruggegeven worden aan de Vlietvallei.

De tweede aanzet is het ontwikkelen van één gezamenlijke sportcluster, wat ruimtebesparend kan zijn. Bij versnippering van de sportclusters (huidige situatie) zijn er, bij elke zone apart, verschillende voorzieningen nodig, gaande van parkeermogelijkheden, kleedkamers, tot cafetaria’s,… Met één sportcluster aan de Kapelstraat worden de voorzieningen geclusterd en gedeeld. Ook de sportvoorzieningen van gym- en tumblingclub Creativa - die nu gedeeltelijk is ondergebracht in de turnzaal van de gemeentelijke basisschool -  kunnen mee ondergebracht worden in de nieuwe sporthal waardoor de gym- en tumblingclub eindelijk een sportzaal kan gebruiken die voldoet aan hun (inter)nationaal niveau met voldoende ruimte en vrije hoogte. Een cruciaal element, is de synergie tussen de verschillende delen.

Als derde element wordt door het aanpassen van de begrenzing van de huidige recreatiezone (dat vastgesteld is in het RUP van 2007) de recreatiezone compacter. Dit heeft tot gevolg dat de vrijgekomen ruimte de mogelijkheid biedt om aan landschapsinrichting te doen en water zo veel mogelijk ruimte te geven. Echter blijft landbouw wel de centrale functie én bestemming voor deze gronden. Bovendien genieten behalve de Maeyebeek ook de Stijn Streuvelsstraat, de Felix Timmermanslaan en de Edgar Tinelplaats van deze ruimte voor water. Deze straten zijn vandaag donker aangeduid op de hemelwaterkaarten (grote kans op overstromingen). Deze omgeving krijgt een totale herwaardering. De visie is dat het water na regenwaterputten, onthardingen, wadi’s aan de woningen verder afgevoerd wordt naar de gracht gelegen tussen de Suyslaan en de Stijn Streuvelsstraat. .

De locatie van het gebouw op deze plek heeft heel wat natuurtechnische voordelen en belemmert de woonkwaliteit het minst, zo kan het gebouw een buffer zijn tussen de hoogdynamische sportvelden (met licht- en geluidspollutie) t.a.v. de beekvallei en habitats in het natuurgebied. Door verplicht natuurinclusief te bouwen kan een nog betere connectie gemaakt worden naar het natuurgebied: groene gevels met aandacht voor vogelkasten, vleermuizen,… Deze locatie heeft bovendien de mogelijkheid een betere indeling van het gebouw te realiseren (o.a. een vlotte, verkeersveilige toegang naar de parking) Uit de analyse van verschillende locaties in het alternatievenonderzoek, komt de huidige sportcluster als beste locatie voor een nieuwe sporthal naar voor. Deze voorkeurslocatie zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk nieuwe verharding bijkomt, minimum aan aanleg van nieuwe (openbare) infrastructuur, de mobiliteitsimpact naar de Stijn Streuvelsstraat en andere omliggende straten en buurt is beperkt net als de impact op het uitzicht van het open landschap.

 

De site van het recyclagepark is effectief onderzocht zoals voorzien in het GRS. Het terrein is echter te klein om te voldoen aan de dimensionering van de sporthal (sporthal: 4000m², terrein recyclagepark: +/-2000m²). Bovendien dient er extra ruimte te worden voorzien voor parkeergelegenheid, met bijkomende verharding tot gevolg. Bij de keuze van dit perceel is verdere uitbreiding met ontbossing noodzakelijk en schuift men dichter naar de Maeyebeek op. Schelle wil blijven inzetten in groenblauwe netwerken, en kiest net daarom om niet te ontbossen en de sporthal te bouwen op een locatie met een zo beperkt mogelijke ruimtelijke impact. Bijkomend wordt deze variant van de sporthal als een losse entiteit naast de huidige sportterreinen ingeplant waardoor het onderlinge interactie mist en er weinig relaties mee onderhoudt. Dit gaat in tegen de inrichtingsprincipes om alles te clusteren en infrastructuur te delen. Optimalisatie van ruimte en onderlinge betrokkenheid is één van de grote kwaliteiten van dit project.

 

Het RUP reorganiseert de recreatiezone, maar voorziet géén uitbreiding van de sportcluster en is dan ook niet strijd met het GRS. Door de planologische ruil van landbouwgebied en recreatiegebied is er netto zelfs minder ruimtebeslag van harde bestemmingen. Het noordelijke deel van het huidige recreatiegebied wordt herbestemd naar bouwvrij agrarisch gebied.

De site aan de Kapelstraat wordt in het GRS aangeduid als recreatieve cluster en vormt dan ook de evidente locatie voor de vestiging van een sporthal. Bij de herziening van het GRS heeft de provincie opgelegd in de bezwaren dat de locatie van de Tuinlei niet mogelijk is, en dat de clustering aan de Kapelstraat te verkiezen is.

In bijlage bij het RUP is een zeer uitvoerig alternatievenonderzoek opgenomen. Zowel naar locatie als naar inrichting in de sportcluster Kapelstraat werden alle alternatieven grondig onderzocht en vergeleken, waaruit het voorkeursscenario kwam dat doorvertaald werd in het RUP. Dit onderzoek geeft voortschrijdend inzicht ten opzichte van het GRS.

 

Bij de opmaak van het GRS was er nog geen globale visie voor de Vlietvallei en er waren nog geen nieuwe watertoetskaarten. Deze elementen hebben geleid tot een voortschrijdend inzicht en vernieuwde visievorming die het plangebied van het RUP overstijgt. De positieve projecten die mogelijk worden door de oprichting van de nieuwe sporthal en de meerwaarde

die deze bieden voor de Vlietvallei en de Maeyebeek vormen meer dan voldoende verantwoording. Het betreft:

 het verwijderen van de zonevreemde sporthal Scherpenstein en de parking (gelegen in parkgebied waardoor 6.750m ² kan worden onthard) en op minder dan 10 meter van de waterweg wat een minimumafstandsregel is voor de Vlaamse Waterweg;

 het openleggen van de Maeyebeek waardoor haar buffercapaciteit immens verruimt;

 het verwijderen van de parking van Delhaize (gelegen in parkgebied  waardoor ca. 3.500 m² kan worden onthard) in valleigebied;

650 m² ontharden van non-aedificandi zone van huidige dorpsplein langs de benedenvliet;

Het zijn allemaal aspecten die in het ontwerp LIP fase 2 zijn opgenomen. Deze visie wordt zeer breed gedragen (VLM – Werkgroep Benedenvliet) als een noodzakelijke stap naar ecologische opwaardering van de brede omgeving van de Vlietvallei. Er is dan ook geen strijdigheid met deze bovenlokale visiedocumenten. Integendeel, dit RUP en de daarmee samenhangende ingrepen die mogelijk worden, leveren een essentiële bijdrage aan de realisatie van het LIP. Hier wordt zeer sterk op ingezet.

 

Een herlokalisatie van het recyclagepark wordt reeds jaren onderzocht door IGEAN en de gemeentebesturen van Schelle en Hemiksem. Er werd tot op heden geen geschikte locatie gevonden. Een herlokalisatie naar een intergemeentelijk recyclagepark zal de eerstkomende jaren dan ook niet mogelijk zijn (geschikt terrein vinden en verwerven, opmaak ontwerp, RUP en vergunning…). Omwille van de hoogdringendheid van de nieuwe sportinfrastructuur - die in alle opzichten gedateerd is, verzakkingen vertoont en niet meer voldoet aan de klimaatdoelstellingen – was het noodzakelijk alternatieven te onderzoeken die op kortere termijn gerealiseerd kunnen worden.

 

Naar aanleiding van de schorsingsbesluiten werd de zone voor gemeenschapsvoorzieningen verkleind: de noordzijde van de zone voor gemeenschapsvoorzieningen is momenteel niet in gebruik en bebost. Om het bosgebied te vrijwaren en ervoor te zorgen dat dit later niet gekapt kan worden, wordt deze zone in dit RUP herbestemd naar bosgebied.

 

Het totale ruimtebeslag wordt verminderd door de bestaande sporthal Scherpenstein met parking af te breken en te ontharden. Sporthal Scherpenstein ligt bovendien in parkgebied waardoor er na de sloop hiervan de zonevreemdheid oplost.  Door ook de basketbalsporthal De Griene aan de Kattenberg in één geïntegreerde structuur naar de sportcluster in de

Kapelstraat te brengen, kan de parking van de Delhaize – momenteel ook zonevreemd –onthard worden.

Door de nieuwe sporthal op pilotes te voorzien, neemt het geen ruimte weg van water. In de voorschriften staat dat de sporthal natuurinclusief gebouwd dient te worden (met aandacht voor zowel gevels en de daken) en landschappelijk moet worden ingepast.

 

Tot slot ligt de voorkeurslocatie van de sporthal niet in een zone met  een kans is op overstromingen. De sporthal moet buiten de bouwvrije zone gebouwd worden, wat overeenkomt met de fluviale kaarten. Er is geen toename van harde bestemmingen, aangezien de herbestemming naar recreatiegebied wordt gecompenseerd de herbestemming van het noordelijk deel van de bestaande recreatiezone (RUP) naar bouwvrij agrarisch gebied. Dit gebied is zelfs meer watergevoelig dan de nieuwe locatie van het recreatiegebied.

De sporthal wordt op palen geplaatst, met een overstroombare en waterdoorlatende parkeerlaag op het huidige maaiveld. Er wordt geen ruimte voor water ingenomen: de buffercapaciteit blijft dezelfde. Er zijn verschillende ingrepen gepland op de Maeyebeek die leiden tot minder wateroverlast:

De ingebuisde delen van de Maeyebeek worden over het geheel van haar loop met ca. 90% terug opengelegd. Dit kan echter alleen als de bestaande, verouderde sporthal Scherpenstein wordt gesloopt incl. bijhorende parking. Bijkomend worden bij de heraanleg van de Fabiolalaan en de Jacob Jordaensstraat waterbuffers gecreëerd. Zo wordt er in de Fabiolalaan extra expansieruimte voorzien voor de Maeyebeek.

 Ook in de Brownfieldconvenant voor de naastgelegen Electrabelsite zijn ingrepen gepland voor de Maeyebeek. Zo wordt de historische ophoging van de polder in vliegas verwijderd, waardoor 2,5 ha overstroombaar gebied ontstaat. Meer dan 40 ha van de huidige Electrabelsite watert nu af naar de Maeyebeek. Door de nieuwe hemelwaterverordening zal al het water van deze site (ca. 75 ha groot) op het eigen terrein moeten worden opgevangen en gebufferd. Zo wordt de Maeyebeek bijkomend ontlast van wateropvang.

 

Reikwijdte

De reikwijdte van het RUP beperkt zich tot de gebieden met recreatieve doeleinden zoals de sportcluster aan de Kapelstraat en de horecazaken aan de Tolhuisstraat tussen de Rupeldijk tot aan de rand van het woongebied van Schelle aan de zoals aangeduid op

het gewestplan. De grenzen worden verder gedetailleerd tot op perceelsniveau om logische randen te krijgen.

De zuidoostelijke grens van deelgebied 4 wordt gevormd door de hoogspanningsleiding die erboven loopt en de ondergrondse leiding van Air Liquide.

 

Detailleringsniveau

Het RUP heeft tot doel het open polderlandschap en natuurwaarden te beschermen door alleen de recreatieve deelgebieden op te nemen. Het gewestplan blijft gelden in het waardevol agrarisch landschap rondom waardoor er geen verdere ontwikkelingen in mogelijk zijn. Het RUP legt tot op perceelsniveau bestemmingen en stedenbouwkundige voorschriften vast. Het detailleringsniveau van de voorschriften is voor alle zones gelijk. Elk kadastraal perceel in het RUP krijgt een passende bestemming met bijhorende voorschriften.

 

Met de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2017 waarin de inwerkingtreding van het decreet omtrent ‘integratie plan-MER bij ruimtelijke uitvoeringsplannen’ werd vastgelegd, worden de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces van een ruimtelijk uitvoeringsplan geïntegreerd. In de eerste fase, namelijk de startnota, wordt nagegaan of het plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben t.o.v. de bestaande situatie voor mens en milieu. In het geval er geen aanzienlijke milieueffecten kunnen zijn en geen MER vereist is, volstaat een onderbouwing en motivering in de startnota (een onderzoek tot MER). In het geval er wel aanzienlijke milieueffecten verwacht worden en een MER vereist is, wordt een beschrijving van de te onderzoeken effecten en van de inhoudelijke aanpak van de effectbeoordelingen, met inbegrip van de methodologie opgenomen in de startnota.

 

Er kan gesteld worden dat er geen betekenisvolle effecten zullen zijn ten opzichte van een habitat- en vogelrichtlijngebied. Het RUP is dus niet van rechtswege plan-MER-plichtig. Het valt echter wel onder het toepassingsgebied van het DABM en er moet derhalve onderzocht worden of er geen aanzienlijke milieueffecten zijn ten gevolge van het RUP. Dit onderzoek (= milieuscreening) is te vinden in de scopingnota.

 

Tijdens het openbaar onderzoek werden volgende adviezen ontvangen:

Fluxys

Provincie Antwerpen

Sport Vlaanderen

Departement Landbouw

Departement Omgeving

OVAM: na het einde van het openbaar onderzoek ingediend, en had geen inhoudelijke bezwaren of opmerkingen.

 

Tijdens het openbaar onderzoek werden 19 bezwaarschriften ontvangen waarvan 6 dezelfde inhoud delen.

De Gecoro heeft de ingediende adviezen en bezwaren gebundeld en behandeld en bracht in zitting van 4 juni 2025 advies uit aan de gemeenteraad.

De gemeenteraad neemt kennis van het advies van de Gecoro. Het advies van de Gecoro wordt gevolgd, met uitzondering van de volgende punten:

 

1. De maximale grondoppervlakte van de sporthal te beperken tot 3000m² en de sporthal buiten de watergevoelige zone met middelgrote kans op overstromingen te plaatsen.

De gemeenteraad kan zich vinden in het feit dat de sporthal groot gedimensioneerd is. In de voorschriften wordt de maximale grondoppervlakte beperkt van tot 3.750m² als gevolg van de schorsingsbesluiten. . Echter blijkt uit ontwerpend onderzoek dat door het vervangen van de verschillende sporthallen (Scherpenstein, Kattenberg én tumbling in de school), wel degelijk dergelijke grote sportinfrastructuur noodzakelijk is. De nieuwe sporthal wordt gebouwd volgens de hedendaagse normen van de sportfederaties waardoor er officiële wedstrijden gehouden kunnen worden. Er is aandacht in het ontwerp naar de vrije hoogte, maar ook naar ruimte achter het veld in functie van uitloop en bezoekers. Er is een leidraad opgemaakt in samenspraak met de sportverenigingen, de sportraad en clubs. Volgende afbeelding geeft weer hoe er in het ontwerpend onderzoek gekozen is voor gedeelde velden, stapeling en compacte indeling om een zo klein mogelijke sporthal te bekomen.

 

Figuur 1: ontwerpend onderzoek grootte sporthal

Bovendien zal er bij de aanbesteding van de design and build extra gequoteerd worden op de grootte én hoogte van de sporthal: een kleinere footprint zal zwaarder doorwegen in de gunning van de sporthal.

 

2. De hoogtes van de sporthal te reduceren en stelt voor om de kroonlijst vast te leggen op 12m gemeten van het laagste niveau en slechts gedeeltelijk een ophoging tot 14,5m toe te laten over maximaal 50% van de totale oppervlakte.

De gemeenteraad begrijpt het advies van de Gecoro, maar past de voorschriften aan in functie van de opmerkingen van departement Omgeving als gevolg van de schorsingsbesluiten. Er wordt gestreefd om de hoogte maximaal te benutten om zo minder grondoppervlakte nodig te hebben. Er wordt om deze reden geen harde grens toegevoegd in de voorschriften om de mogelijkheden later bij het ontwerpproces niet te hypothekeren. Als alle functies passen in een kleinere sporthal, die een meter hoger is, zorgt dit voor minder impact op het maaiveld. Vanuit de studie blijkt dat de hoogte wel degelijk nodig is door het stapelen van de verschillende functies en door de grondoppervlakte te beperken. Dergelijk volume is noodzakelijk als gevolg van het grote aantal functies en sporten.

De gemeenteraad wil bovendien dat de luchtgroepen of andere technische installaties op het dak verborgen geïnstalleerd dienen te worden zodat ze visueel niet zichtbaar zijn.

Zoals bij de grootte, zal er bovendien bij de aanbesteding van de design and build extra gequoteerd worden op de grootte én hoogte van de sporthal: een kleinere footprint en beperkte hoogte zullen zwaarder doorwegen in de gunning van de sporthal.

 

3. De bouw van de sporthal moet ook buiten de valleizone gehouden worden. De Gecoro verwijst naar haar vorige adviezen waarbij het locatieonderzoek opnieuw dient te worden bekeken met inachtname de voorwaarden zoals hiervoor gesteld. De Gecoro merkt op dat het natuurinclusief bouwen niet als streefdoel maar als voorwaarde dient opgenomen te worden. De Gecoro merkt ook op dat bij de beoordeling van de voorstellen van gebouwen bij de design and build, best ook een expert natuurinclusief bouwen wordt opgenomen.

De gemeenteraad wijst er op dat de term Maeyebeekvallei niet bestaat. De Maeyebeek is een waterloop die door de polders loopt, en absoluut geen vallei vormt. De omgeving is een volledig kunstmatig landschap dat vormgegeven is door de kunstmatige ophoging van de Electrabelsite. De waterloop mondt uit in de Vliet, wat wel als vallei beschouwd kan worden. Dit heeft geen automatisch gevolg dat de Maeyebeek ook een valleigebied wordt. Al op de

Vandermaelenkaart stond er reeds duidelijk dat de omgeving een polder (Poldre de Schelle) is. Ook op de Ferrariskaart is de omgeving duidelijk een polderlandschap in agrarisch gebruik en bossen.

Figuur 2: topografische kaart Vandermaelen (1846-1854)

 

De gemeente wil het landschap hier opwaarderen, bijcreëren en herwaarderen. Bijkomende ruimte voor water creëren aan de Vliet bij de Delhaize is alleen mogelijk met dit planvoornemen waardoor de oude, versleten sporthallen vervangen worden. Zo kan Schelle het Landinrichtingsplan (LIP) van de VLM uitvoeren en meer open ruimte maken. Wanneer de parking aan de Delhaize verdwijnt en onthard wordt, verdwijnt er 3.500 m² aan verharding, bij de sloop van Scherpenstein én bijhorende parking, verdwijnt er 6.750 m² aan verharding en bij de ontharding aan het huidige dorpsplein kan er nog eens 650 m² verharding verdwijnen . Gecumuleerd verdwijnt er 11.000 m² aan verharding! Door de nieuwe sporthal bij de bestaande sportvoorzieningen te plaatsen, wordt er geclusterd en daalt het ruimtebeslag.

In het RUP is een uitgebreid locatieonderzoek gevoerd waaruit blijkt dat deze locatie de meest geschikte locatie is in Schelle. Ook binnen deze locatie zijn er verschillende locaties en alternatieven onderzocht. De voorschriften worden aangepast zodat er niet alleen gestreefd wordt naar natuurinclusief bouwen, maar dat het verplicht wordt om natuurinclusief te bouwen. Zie ook puntje 5 hieronder. In het planteam van de sporthal zal bij de design and build ook een expert natuurinclusief bouwen deelnemen.

 

4. De Gecoro stelt daarbij dat voor de bouw van de sporthal een afstandsperimeters dient te worden opgenomen t.a.v. de overstromingsgevoelige zones met middelgrote kans op overstroming, zoals aangegeven op de watertoetskaarten (zie Geopunt Vlaanderen). De Gecoro merkt dat deze afstandsperimeter minimaal 5m moet zijn.

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en is van mening dat de sporthal buiten de zone met kans op overstromingen gebouwd dient te worden. De gemeente merkt op dat in de voorschriften reeds staat dat de sporthal minimum op 10m moet staan van de zonegrenzen naar het bos -en agrarisch gebied en dat deze 10m zou moeten volstaan. De voorkeurslocatie van de sporthal wordt dus buiten de overstromingszone voorzien. Daarboven staat de sporthal op pilotes zodat er geen ruimte voor water wordt ingenomen. Op het grafisch plan is een bouwvrije zone aangeduid. Deze zone is gelijk met de zone van fluviale overstromingen. Als gevolg hiervan zal de sporthal met zekerheid buiten de overstromingsgevoelige zones gebouwd worden.

De gemeente constateert dat de Maeyebeek een waterloop is van 2e categorie en dus onder het beheer van de provincie valt. Echter heeft de provincie geen recente waterstudie die aangeeft dat de omgeving effectief zo watergevoelig is. Twee onafhankelijke studies van Antea uit 2024: “Waterhuishouding Interescaut te Schelle” en vooral het addendum “Waterbergingsvolumes” geven weer dat de zone van de sporthal niet structureel watergevoelig is, en dat de risico’s gekend, beperkt en beheersbaar zijn. Deze conclusies van Antea worden onderbouwd aan de hand van volgende vaststellingen:

Het gebied ligt niet permanent onder water: het maaiveldpeil ligt hoger dan het berekende overstromingspeil.

Er zijn geen fluviale overstromingen: de omgeving van de Maeyebeek kent geen overstromingen door de Schelde of andere grotere waterlopen.

Pluviale gevoeligheid beperkt tot T100-scenario’s: overstromingsrisico’s doen zich enkel voor bij uitzonderlijke neerslagpieken met een terugkeerperiode van 100 jaar in toekomstig klimaat. De gevoeligheid betreft geen permanente waterverzadiging, maar modelmatige risicocontouren. Op basis van die kaarten, lijkt de voorkeurslocatie van de sporthal niet in dergelijk overstromingsgevoelig gebied te liggen. Bovendien zijn deze kaarten strenger dan de huidige gehanteerde kaarten. Dit wil zeggen dat ook met de worst-case scenario’s rekening gehouden wordt.

Natuurlijke buffering i.p.v. stagnatie: het water wordt tijdelijk geborgen en niet gestagneerd. Het volume dat in deelzone A (gebied ten noorden van de sportcluster) kan worden opgevangen bij een bepaald waterpeil is significant. Dit maakt van de zone een natuurlijk buffervlak dat juist kansen biedt voor meervoudig ruimtegebruik, zoals een sportcluster, op voorwaarde van een aangepaste inrichting (bv. verhoogd vloerpeil, infiltratiezones, open buffering).

 

Figuur 3: volumestudie ingetekend op kaart T100 fluviaal     Figuur 4: kaart T100 pluviaal

 

De inplanting van de sporthal valt buiten de watergevoelige zone volgens de waterkaarten T100.

Op de kaart werd een bouwvolume met een footprint van 4.000 m² ingetekend. Hieruit blijkt dat de footprint van het gebouw buiten de watergevoelige zone valt .

 

5. De Gecoro merkt op dat de sporthal moet ontworpen worden als een buffer naar de naastgelegen bestemmingszones. In de voorwaarden dient opgenomen te worden dat aan deze grenszijde geen (gemotoriseerd) verkeer kan toegelaten worden en dat noch geluids-

noch lichtverontreiniging (hoe klein ook) kan worden toegestaan. Nooduitgangen zijn van de sporthal worden evenwel toegestaan.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften aan zodat de ruimte tussen de sporthal en het bos -en agrarisch gebied alleen dient als brandweg of vluchtweg en geen ander verkeer of wegenis toelaat. De voorschriften worden aangepast zodat er niet alleen gestreefd wordt naar natuurinclusief bouwen, maar dat het verplicht wordt om natuurinclusief te bouwen. Op deze manier kan de sporthal een echte buffer worden tegen geluid -en lichtverontreiniging vanuit de rest van het recreatiegebied.

 

6. In kader van de visuele hinder wordt gesuggereerd om de sporthal ook meer een landschappelijke invulling te geven met naast het louter natuur inclusief bouwen ook een landschappelijke invulling van de omgeving met aanplant van oa. hoogstammig levendig groen.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan zodat de sporthal verplicht natuurinclusief gebouwd moet worden. De sporthal moet landschappelijk ingepast te worden in de omgeving door middel van hoogstammige bomen zodat het past binnen een landschapspark/bocagelandschap. Op deze manier ontstaan er zogenaamde landschapskamers die visuele hinder beperken. Bovendien zal er bij elke omgevingsvergunning een landschapsplan toegevoegd moeten worden om te kunnen oordelen naar de landschappelijke inpassing van de werken.

 

7. Er werd geen juridisch planologische verankering opgenomen voor zowel het afgraven van de 2,5 ha vliegas, de afbraak van Scherpenstein (incl. parking) en de verplaatsing van Delhaize. De Gecoro motiveert de gemeenteraad deze verankering op één of andere wijze juridisch te laten opnemen (vb. door een engagementsverklaring), opdat zekerheid wordt geboden dat de vooropgestelde voorwaarden effectief worden uitgevoerd. De Gecoro stelt daarbij ook dat binnen het RUP de overeenkomsten met de private partijen worden toegevoegd waarbij deze zekerheden worden bestendigd. De Gecoro vraagt ook een gemeenteraadsbeslissing op te nemen dat bij nieuwbouw van de sporthal binnen de recreatieve zone Kapelstraat, de Sporthal Scherpenstein (met uitzondering van de burelen/ cafetaria en restaurant), maar met inbegrip van de volledige naastgelegen parkeerzone, wordt verwijderd. Deze besluiten en overeenkomsten moeten inherent deel uitmaken van de besluitvorming van het RUP en dienen dusdanig ook opgenomen te worden als onderdeel van het RUP.

 

De gemeenteraad kan zich vinden in het besluit van de Gecoro. De andere sporthallen zijn niet gelegen binnen de plancontour van het RUP waardoor er geen uitspraken over gedaan kunnen worden die effectief leiden tot de afbraak van de bestaande verhardingen. Het bestuur engageert zich om, na de definitieve oplevering van de nieuwe sporthal, de oude sporthal van Scherpenstein mét bijkomende verharding van parkeerplaatsen te slopen en ontharden, net als de site van de Delhaize (= 6.750m²+3.500m²). Het bestuur volgt hiermee ook de geformuleerde intenties van het Landinrichtingsplan fase 2. De afgraving van vliegas is opgenomen in de Bronwfieldconvenant van de Electrabelsite. Daarenboven is de sporthal en parking van Scherpenstein zonevreemd. Deze sporthal wordt zeker afgebroken omdat ze bouwfysisch niet meer in staat is om nog lang(er) te gebruiken. De stabiliteit is aangetast, ze voldoet niet meer aan de normen opgelegd door de sportfederaties, de klimaatdoelstellingen zijn dermate geëvolueerd dat het zo goed als onmogelijk is om ze nog te halen. Kortom de sporthal is te oud en versleten, opwaarderen is door de staat en de ligging niet meer mogelijk.

 

In de omgeving van deze oude sporthal is de VLM bezig met de Vliet op te waarderen en ecologischer te maken. Dit landinrichtingsplan (LIP) fase 2 vormt de tweede fase en wordt opgemaakt voor het dorpshart Schelle, de abdij van Hemiksem en Maaienhoek het open ruimte gebied van Schelle en wordt uitgewerkt via een samenwerkingsverband tussen meerdere partners (onder meer VLM, gemeenten Hemiksem en Schelle, provincie, VMM, De Vlaamse Waterweg nv,…). Dit plan zorgt voor een grote, aaneengeschakelde open ruimte met veel minder verharding en ruimtebeslag. Ook in dit plan is de bestaande parking van Scherpenstein volledig onthard. Bovendien wordt de Maeyebeek tot aan de Vliet volledig opengewerkt. Deze werken zijn reeds begroot in het LIP en wachten op uitvoering. De parking kan slechts aangepakt worden wanneer de sporthal van de Kattenberg effectief verdwenen is.

 

8. De nabestemming recreatie kan voor het recyclagepark behouden blijven. De Gecoro wenst wel aanpassingen aan de voorschriften zodat alleen buitensporten gerealiseerd kunnen worden zoals bijvoorbeeld een skatepark en dit in aanvulling. De Gecoro wil niet dat de ruimte gebruikt wordt voor bijkomende parkeerplaatsen. Voor de zone dienen aanvullende voorschriften gecreëerd te worden die instaan voor een minimale ontharding en een landschappelijke inpassing.

 

Naar aanleiding van de schorsingsbesluiten worden de voorschriften aangepast. Er wordt geen nabestemming op het bestaande recyclagepark toegevoegd zodat de zone voor recreatie in de toekomst zou  kunnen uitbreiden. De gemeente kiest ervoor om de zone voor dagrecreatie niet uit te breiden conform de schorsingsbesluiten.

 

9. In de toelichtingsnota dienen alle verwijzingen naar ‘gemend open ruimtegebied’ nagekeken te worden en indien nodig aan te passen. De Gecoro adviseert wel om de in de voorschriften de gebiedscategorie aan te passen naar ‘Overig groen’ zodat de voorschriften meer afgestemd worden op de gewestelijke typevoorschriften.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en kijkt de verwijzingen naar ‘gemend open ruimtegebied’ na, samen met de gebiedscategorieën zodat de voorschriften meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften.

 

10. De oppervlakte van de parkeerzone (t.h.v. de Tolhuisveer) dient aangepast te worden in de voorschriften naar maximaal 2000m². Ook dient in de voorschriften uitdrukkelijk opgenomen te worden dat de nieuwe parking er alleen kan komen als de bestaande parking op de Rupeldijk verdwijnt en dit louter ten belope van de herplaatsing van het huidig aantal parkeerplaatsen op de dijk. Ook dient opgenomen te worden dat enkel ingeval er een waterbus of oversteekplaats wordt gerealiseerd de uitbreiding kan worden voorzien tot 2000m².

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan zodat de parkeerplaatsen er slechts kunnen komen op het moment dat de bestaande parking op de Rupeldijk verdwijnt. Er kunnen alleen bijkomende parkeerplaatsen gerealiseerd worden wanneer uit een onderbouwde parkeerstudie aangetoond wordt dat er bijkomende parkeerplaatsen nodig zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn door de uitbreiding van het transport over water (bijvoorbeeld door de Waterbus).

 

11. Wijzigingen op het grafisch plan: legende aanpassen waarin deelgebieden juist aangeduid zijn, en “A” en “B” benoemen.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de legende op het grafisch plan aan.

 

12. De gebiedscategorie van deelgebied 2 aan te passen naar ‘overig groen’ in plaats van landbouw zodat de toegelaten functies meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de gebiedscategorie aan van deelgebied 2 zodat de voorschriften meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften.

 

13. De voorschriften voor deelgebied 1 aan te passen zodat de zone boven de sportcluster effectief de bestemming én gebiedscategorie landbouw krijgt. De percelen zorgen voor compensatie aan landbouwgrond en dienen als dusdanig bestemd te worden.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de gebiedscategorie aan van deelgebied 1 zodat de voorschriften meer passen binnen de gewestelijke typevoorschriften voor agrarisch gebied.

 

14. Te verduidelijken in de voorschriften en toelichtingsnota: de basisrechten voor zonevreemde constructies zijn maximaal van toepassing (vb. plaatsing serre binnen een straal van max. 30m rond het gebouw).

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften beperkt aan van art. 8: “Gemend open ruimtegebied” zodat het duidelijker wordt dat ook in dit gebied dezelfde regels gelden als in het Vrijstellingenbesluit.

 

15. Binnen de voorschriften van de recreatiezone (incl. sporthal) dient het STOP-principe opgenomen te worden.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en vult de voorschriften van artikel 2: “Zone voor dagrecreatie” aan met het STOP-principe. Binnen het ontwerp krijgen de minst vervuilende en belastende mobiliteitsstromen prioriteit. Eerst stappen, dan trappen, openbaar vervoer en personenwagen. Binnen dit principe moeten alle maatregelen worden genomen om de veiligheid, het comfort en de doorstromingsmogelijkheden van al deze weggebruikers respectievelijk te verbeteren.

 

16. Binnen de voorschriften voor zone voor wegenis dient een maximale verhardingspercentage opgenomen te worden van 50% overeenkomend met de huidige verharding. De niet verharde zone dient met levendig groen en inheemse aanplant te worden ingericht.

 

De gemeenteraad volgt het advies van de Gecoro en past de voorschriften aan voor de openbare wegenis in deelgebied 3 waar er een groot deel is bestemd naar openbare wegenis. Op het grafisch plan wordt hier een overdruk toegevoegd waaruit volgt dat er maximaal 50% van dit deel verhard kan worden. Dit is vandaag ook de bestaande situatie. De andere 50% zal verplicht groen ingericht worden.

 

Het definitief vast te stellen ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

       'Tolhuis' bevat volgende stukken:

       toelichtingsnota;

       procesnota;

       stedenbouwkundige voorschriften;

       plan bestaande toestand;

       grafisch plan;

       Vrijstelling opmaak plan-MER.

 

Financiële weerslag

Geen financiële weerslag

 

Beslist:

Met 15 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Rita Jacobs, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Kristof Van Landeghem en Marjan Nauwelaert), 3 onthoudingen (Koen Vaerten, Wannes Van Havere en Koen Van de Wouwer)

Artikel 1:

Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2026 betreffende het definitief vaststellen van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Tolhuis', wordt ingetrokken.

Artikel 2:

Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Tolhuis' wordt definitief vastgesteld.

Artikel 3:

Het definitief vastgestelde voornoemd ruimtelijk uitvoeringsplan wordt door het college van burgemeester en schepenen per beveiligde zending bezorgd aan de deputatie van de provincie Antwerpen en aan de Vlaamse Regering.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Algemene vergadering van PIDPA d.d. 26.06.2026: goedkeuren van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Feiten en context

De gemeente is deelnemer aan de opdrachthoudende vereniging Pidpa.

Op vrijdag 26.06.2026 om 11:30 uur organiseert Pidpa een algemene vergadering.

 

De agenda van deze algemene vergadering is als volgt:

  1. Nazicht van de raadsbesluiten voor de afgevaardigden
  2. Jaarverslag van de raad van bestuur over het jaar 2025
  3. Verslag van de commissaris over het jaar 2025
  4. Goedkeuring van de jaarrekening, afgesloten op 31.12.2025
  5. Decharge te verlenen aan bestuurders en commissaris
  6. Toetredingen/uitbreidingen van opdracht
  7. Benoemingen
  8. Varia

                        Vragen van vennoten

 

Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om deze agendapunten goed te keuren.

 

Historiek

Brief van Pidpa van 24.04.2026 met agenda en bijlagen:

       verslag van de raad van bestuur over het jaar 2025 (incl. duurzaamheidsrapportering);

       de jaarrekening over het boekjaar 2025;

       het verslag van de commissaris over 2025;

       toelichting toetredingen/uitbreidingen;

       toelichting benoemingen;

       model als raadsbeslissing.

 

Besluit van gemeenteraad dd. 28.02.2025 betreffende de aanduiding van:

- mevr. Van den Berge Inez als afgevaardigde en

- dhr. Boen Axel plaatsvervangend afgevaardigde

voor de huidige legislatuur op de algemene vergaderingen van Pidpa.

 

Juridische grond

De statuten van de opdrachthoudende vereniging Pidpa

Het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017.

 

Financiële aspecten

Er zijn hieraan geen financiële aspecten verbonden.

 

Argumentatie

De voorgelegde documenten omvatten de verslaggeving omtrent de werking van Pidpa over het voorbije jaar 2025.

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

Het verslag van de raad van bestuur over het jaar 2025, de jaarrekening over het boekjaar 2025 en het verslag van de commissaris worden goedgekeurd.

Artikel 2:

Het verlenen van decharge aan de bestuurders en de commissaris over het boekjaar 2025, wordt goedgekeurd.

Artikel 3:

Goedkeuring te verlenen aan de toetredingen/uitbreiding van opdracht.

Artikel 4:

Goedkeuring te verlenen aan de benoemingen.

Artikel 5:

Aan de vertegenwoordiger wordt de opdracht gegeven om op de algemene vergadering van 26.06.2026, overeenkomstig deze beslissing te stemmen evenals op elke andere algemene vergadering die wordt samengeroepen ter behandeling van de agendapunten van deze algemene vergadering.

Artikel 6:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en zal onverwijld een afschrift van deze beslissing bezorgen aan Pidpa, Desguinlei 246 te 2018 Antwerpen.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Algemene vergadering CREAT services dv d.d. 16.06.2026: goedkeuring van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Gelet op het feit dat de gemeente Schelle aangesloten is bij Creat Services dv;

Gelet op de statuten van Creat Services dv;

Gelet op de oproepingsbrief voor de Algemene vergadering van Creat Services dv op 16.06.2026, waarin de agenda werd meegedeeld;

Gelet de bepaling van het Decreet over het Lokaal Bestuur;

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Algemene Vergadering Creat Services dv van 16.06.2026 en de daarbij horende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:

  1. Wijziging van vermogen 
  2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen 
  3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025 
  4. Verslag van de commissaris 
  5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31.12.2025 
    b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025 
  6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris 
  7. Actualisering presentievergoeding  
  8. Statutaire benoemingen 

 Varia 

Artikel 2:

De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger de heer Lemal Philip met als plaatsvervangend vertegenwoordiger de heer Van Hoofstat Stijn op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Algemene Vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16.06.2026, te onderschrijven en hun stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering. 

Artikel 3:

Een afschrift van dit besluit zal verzonden worden: 

       bij voorkeur per elektronische post naar het e-mailadres AVCreatServices@creat.be.

       per post t.a.v. Creat Services dv, p/a Intercommunaal Beheer Farys, Stropstraat 1  
te 9000 Gent,  

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Buitengewone algemene vergadering van IKA d.d. 22.06.2026: goedkeuren van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Gelet op het feit dat de gemeente aangesloten is bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband IKA;

Gelet op het feit dat de gemeente per aangetekend schrijven van 14.04.2026 werd opgeroepen om deel te nemen aan de algemene ver­gadering tevens jaarvergadering van IKA die op 22.06.2026 plaatsheeft in Den Eyck, Houtum 39 te 2640 Kasterlee.

Gelet op het feit dat een dossier met documentatiestukken aan de gemeente/stad per brief overgemaakt werd;

Gelet op het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoor­diger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering;

Overwegende de vraag van Igean tot deelname in en/of financiering IGEAN Energie voor de realisatie van het project VerdeR welke past in de strategische doelstellingen van IKA;

Overwegende de vraag van de stad Geel tot deelname in Tethys welke past in de strategische doelstellingen van IKA;

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

Na onderzoek van de documenten die bij de oproeping zijn gevoegd, zijn goedkeuring te hechten aan de dagorde en de afzonderlijke punten van de dagorde van de algemene vergadering van IKA van 22.06.2026;

 

  1. Kennisneming verslagen van IKA van de Raad van Bestuur en van de commissaris over het boekjaar 2025.  
  2. Goedkeuring van de jaarrekening van IKA afgesloten op 31.12.2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling, boekhoudkundige besluiten en waarderingsregels).
  3. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig art. 6:114 en volgend WVV
  4. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders en de commissaris van IKA met betrekking tot het boekjaar 2025.  
  5. Mogelijkheid tot deelname in Tethys
  6. Mogelijkheid tot deelname in en/of financiering van IGEAN Energie
  7. Statutaire benoemingen
  8. Statutaire mededelingen.

Artikel 2:

De gemeenteraad wenst dat IKA een samenwerking met IFtech voor de realisatie van lokale warmtenetten opzet en verzoekt IKA tot een deelname in en/of financiering van Tethys zoals beschreven in de begeleidende nota. Het belang van IKA in deze samenwerking kan maximaal 19,9% bedragen. Dit verzoek houdt geen financieel engagement van de gemeente in.

Artikel 3:

De gemeenteraad wenst dat IKA een samenwerking met IGEAN voor de realisatie van het VerdeR project opzet en verzoekt IKA tot een deelname in en/of financiering van IGEAN Energie zoals beschreven in de begeleidende nota. Het belang van IKA in deze samenwerking kan maximaal 19,9% bedragen. Dit verzoek houdt geen financieel engagement van de gemeente in.

Artikel 4:

De vertegenwoordiger van de gemeente de heer Boen Lindger met als plaatsvervanger mevrouw Goris Vera die zal deelnemen aan de (fysieke of digitale) Algemene Vergadering tevens jaarvergadering van de dienstverlenende vereniging IKA op 22.06.2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

Artikel 5:

Het College van Burgemeester en Schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde besluiten en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan het secretariaat van het intergemeentelijk samenwerkingsverband IKA, ter attentie van het secre­tariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres lieven.ex@fluvius.be

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Algemene vergadering van Woonkade 02.06.2026: goedkeuren van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen,

inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht;

Gelet op de algemene vergadering van Woonkade Rupelstreek, Uitbreidingsstraat 39 te Boom;

Gelet op de oproepingsbrief d.d. 18.04.2025 met de agenda van de algemene vergadering van Woonkade d.d. 02.06.2026 die volgende punten omvat:

  1. Vaststelling van de aanwezigheidslijst en samenstelling van het bureau;
  2. Lezing van het Verslag van de raad van bestuur aan de Algemene Vergadering;
  3. Lezing van het Verslag van de commissaris aan de Algemene Vergadering;
  4. Goedkeuring van de Jaarrekening afgesloten per 31.12.2025;
  5. Strijdigheid van belangen van vermogensrechtelijke aard;
  6. Kwijting aan de bestuurders voor hun uitgeoefende mandaat;
  7. Kwijting aan de commissaris voor zijn uitgeoefende mandaat;
  8. Overname aandelen;
  9. Statutaire benoemingen.

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de agenda van de Algemene Vergadering van Woonkade Rupelstreek goed met volgende agendapunten:

  1. Vaststelling van de aanwezigheidslijst en samenstelling van het bureau;
  2. Lezing van het Verslag van de raad van bestuur aan de Algemene Vergadering;
  3. Lezing van het Verslag van de commissaris aan de Algemene Vergadering;
  4. Goedkeuring van de Jaarrekening afgesloten per 31.12.2025;
  5. Strijdigheid van belangen van vermogensrechtelijke aard;
  6. Kwijting aan de bestuurders voor hun uitgeoefende mandaat;
  7. Kwijting aan de commissaris voor zijn uitgeoefende mandaat;
  8. Overname aandelen;
  9. Statutaire benoemingen.

Artikel 2:

De vertegenwoordiger van de gemeente, Jef Broes met als plaatsvervanger Karl Elsen, te mandateren om op de (bijzondere) algemene vergadering van Woonkade Rupelstreek op 02.06.2026 (of op elke andere algemene vergadering in gewone en/of in buitengewone zitting met dezelfde agenda ingeval de eerste niet geldig zou kunnen beraadslagen) te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten van de (bijzondere) algemene vergadering van 02.06.2026.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Algemene vergadering van IVEBICA d.d. 10.06.2026: goedkeuring van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Gelet op het decreet van 06.07.2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;

Overwegende dat art. 44 van het decreet houdende intergemeentelijke samenwerking bepaalt dat de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering;

Gelet op art. 39 van de statuten van IVEBICA;

Gelet op de algemene vergadering van IVEBICA die plaatsvindt op 10.06.2026 om 20.00 uur op de maatschappelijke zetel in de Heuvelstraat 111-117 te 2620 Hemiksem;

Gelet op de oproepingsbrief d.d. 04.05.2026 met de agenda van de algemene vergadering van IVEBICA d.d. 10.06.2026 die volgende punten omvat:

  1. Vaststellen van het aantal aanwezige aandelen;
  2. Samenstelling van het bureau;
  3. Vervanging raadslid;
  4. Jaarverslag 2025 van de Raad van Bestuur;
  5. Controleverslag van de commissaris;
  6. Goedkeuring van de jaarrekening 2025;
  7. Kwijting aan de bestuurders en aan de commissaris;
  8. Benoeming leden van de cultuurraad;
  9. Goedkeuring van de notulen van de Algemene Vergadering.

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

Op basis van de bekomen documenten worden de agendapunten van de algemene vergadering van IVEBICA, zoals overgemaakt met het schrijven van 04.05.2026, goedgekeurd:

  1. Vaststellen van het aantal aanwezige aandelen;
  2. Samenstelling van het bureau;
  3. Vervanging raadslid;
  4. Jaarverslag 2025 van de Raad van Bestuur;
  5. Controleverslag van de commissaris;
  6. Goedkeuring van de jaarrekening 2025;
  7. Kwijting aan de bestuurders en aan de commissaris;
  8. Benoeming leden van de cultuurraad;
  9. Goedkeuring van de notulen van de Algemene Vergadering.

Artikel 2:

De vertegenwoordigers, de heer Philip Lemal met als plaatsvervanger de heer Jef Gys en de heer Stijn Van Hoofstat met als plaatsvervanger de heer Arne Vergauwen worden gemandateerd om op de algemene vergadering van IVEBICA van 10.06.2026 te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten van de algemene vergadering van IVEBICA van 10.06.2026 en het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.

Artikel 3:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavige beslissing en zal onverwijld een afschrift te bezorgen van deze beslissing aan IVEBICA, administratief centrum, Sint Bernardusabdij 1 te 2620 Hemiksem.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Algemene vergadering van IGEAN dienstverlening d.d. 25.06.2026: goedkeuring van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Motivering

1. Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

Algemeen

Met het K.B. van 3.01.1969 werd overgegaan tot de oprichting van de coöperatieve vennootschap Intercommunale Grondbeleid en Expansie Antwerpen, verder IGEAN cv genoemd, gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 8.07.1969.

Op de buitengewone algemene vergadering van 8.11.2003 werd IGEAN cv omgevormd tot een dienstverlenende vereniging IGEAN dienstverlening, gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 19.12.2003.

Met de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken van 1.04.2004 werden de wijzigingen van de statuten en de omvorming van IGEAN cv in een dienstverlenende vereniging goedgekeurd.

Op de buitengewone algemene vergadering van 15.06.2007 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd en gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 13.08.2007 onder nr. 07120366.

Op de buitengewone algemene vergadering van 18.12.2013 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 10.04.2014 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse rand.

Op de buitengewone algemene vergadering van 17.06.2016 werd de statutenwijziging en verlenging van IGEAN dienstverlening tot 21.06.2034 goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 3.10.2016 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.

Op de buitengewone algemene vergadering van 19.12.2018 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 19.03.2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.

Op de algemene vergadering van 28.06.2019 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 23.10.2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Op de algemene vergadering van 19.06.2020 werd de statutenwijziging van IGEAN dienstverlening in het kader van de zelfstandige groepering goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 25.01.2021 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Op de algemene vergadering van 25.06.2021 werd een statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd in functie van het digitaal vergaderen. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 23.11.2021 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Op de buitengewone algemene vergadering van 17.12.2025 werd een statutenwijziging van IGEAN dienstverlening goedgekeurd met diverse aanpassingen ter vereenvoudiging van de werking.

De gemeente is lid bij IGEAN dienstverlening.

 

Jaarverslag en jaarrekening

Artikel 454 van het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017 bepaalt dat de jaarrekeningen vastgesteld worden door de algemene vergadering in de loop van het eerste semester van het volgende boekjaar aan de hand van een verslag van de raad van bestuur.

Artikel 35 van de statuten van IGEAN dienstverlening bepaalt dat de jaarvergadering elk jaar in de loop van het tweede kwartaal verplicht bijeenkomt. Op deze vergadering wordt de jaarrekening vastgesteld aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de revisor.

 

De raad van bestuur van 29.04.2026 heeft haar goedkeuring gehecht aan het jaarverslag 2025 evenals aan de jaarrekening 2025. De jaarvergadering verleent kwijting aan de leden van de raad van bestuur en de revisor.

 

Raad van bestuur - benoemen bestuurder(s) met raadgevende stem ter vervanging

Overeenkomstig artikel 440, 4de lid van het decreet lokaal bestuur kunnen aan de vergaderingen van de raad van bestuur worden deelgenomen door rechtstreeks door verschillende gemeenten aangewezen afgevaardigden die lid zijn met raadgevende stem.

De statuten vermelden de criteria die bepalend zijn voor de wijze van aanwijzing van die afgevaardigden, die altijd raadsleden zijn die in de betrokken gemeenten verkozen zijn op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 15§2 van de statuten van IGEAN dienstverlening geeft concreet uitvoering aan voormelde bepaling van het decreet lokaal bestuur.

 

Er kunnen maximaal 3 bestuurders met raadgevende stem benoemd worden.

Indien maximaal drie (3) afgevaardigde worden voorgedragen, dan neemt de algemene vergadering akte van betrokken gemeenteraadsbeslissingen en wonen de aldus voorgedragen leden met raadgevende stem vanaf dat ogenblik de zittingen van de raad van bestuur bij.

Indien meer dan drie (3) afgevaardigden worden voorgedragen, dan neemt de algemene vergadering akte van de betrokken gemeenteraadsbeslissingen en wordt er een rangorde gemaakt op basis van de volgende criteria in dalende volgorde:

1.  het geslacht dat het minst vertegenwoordigd is in de raad van bestuur

2.  de jongste kandidaat.

De eerste drie (3) volgens deze rangorde gerangschikte afgevaardigden wonen vanaf dat ogenblik de raad van bestuur bij als lid met raadgevende stem.

Gelet op de voordracht van meer dan 3 afgevaardigden bij het begin van de nieuwe legislatuur 2025-2030, heeft de buitengewone algemene vergadering van 12.03.2025 en de algemene vergadering van 19.06.2025 akte genomen van de rangorde van de voorgedragen kandidaat-bestuurders met raadgevende stem en volgende kandidaten aangeduid als lid van de raad van bestuur met raadgevende stem: Kato Broos, Anke Muylle en Zoë Helsen.

 

Gelet op het ontslag van Kato Broos als gemeenteraadslid voor de gemeente Brasschaat op 26.01.2026.

Gelet op de rangorde van de overige voorgedragen afgevaardigden, waaruit blijkt dat Charlotte Beyers, gemeente Brecht, de eerstvolgende gerangschikte kandidaat is. Charlotte Beyers wenst het mandaat op te nemen.

Aan de jaarvergadering van 25.06.2026 wordt gevraagd over te gaan tot aanduiding van Charlotte Beyers als lid van de raad van bestuur met raadgevende stem.

 

Uitnodiging algemene vergadering - dagorde

De raad van bestuur van 29.04.2026 heeft beslist om de jaarvergadering van 25.06.2026 om 19.00 uur te organiseren in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem.

 

De dagorde werd als volgt vastgelegd:

1. Goedkeuren van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2025

2. Goedkeuren van het verslag van de revisor over het boekjaar 2025

3. Goedkeuren van de jaarrekening 2025

4. Kwijting verlenen aan de bestuurders en aan de revisor over het boekjaar 2025

5. Aanduiding van bestuurders met raadgevende stem ter vervanging.

 

Met het schrijven van IGEAN dienstverlening van 30.04.2026 werd de uitnodiging en de dagorde voor de jaarvergadering van 25.06.2026 aan alle deelnemers bezorgd.

Volgende documenten werden op dat ogenblik via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers:

  1. uittreksels uit de beslissingen van de raad van bestuur van 29.04.2026
  2. het jaarverslag 2025 met de jaarrekening 2025.

 

Vertegenwoordiger en mandaat algemene vergadering

De gemeenteraad heeft met een afzonderlijk besluit de vertegenwoordiger van de gemeente voor de algemene vergadering van IGEAN dienstverlening reeds aangeduid. Artikel 432 van het decreet en artikel 33§1 van de statuten bepalen dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.
Met onderstaande beslissing wordt aan deze vertegenwoordiger een mandaat gegeven.

 

2. Juridisch kader

     Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017

     Statuten van IGEAN dienstverlening.

 

3. Financiële gevolgen

De jaarvergadering heeft op zich geen financiële gevolgen voor het bestuur.

 

4. Voorafgaande bespreking en adviezen

Toelichting en bespreking van het jaarverslag 2025 en de jaarrekening 2025 op de raad van bestuur van 29.04.2026.

 

5. Bijkomende bespreking

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de volledige dagorde van de jaarvergadering van IGEAN dienstverlening die zal gehouden worden in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem op donderdag 25.06.2026 om 19.00 u evenals van alle daarbij horende documenten en neemt op basis hiervan volgende beslissingen:

1. Goedkeuren van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2025

2. Goedkeuren van het verslag van de revisor over het boekjaar 2025

3. Goedkeuren van de jaarrekening 2025

4. Kwijting verlenen aan de bestuurders en aan de revisor over het boekjaar 2025

5. Aanduiding van bestuurders met raadgevende stem ter vervanging

Artikel 2:

De vertegenwoordiger van de gemeente de heer Rob Mennes met als plaatsvervanger de heer Philip Lemal, die met een afzonderlijk besluit werd benoemd, wordt gemandateerd om op de jaarvergadering van IGEAN dienstverlening van 25.06.2026 deel te nemen aan de bespreking over de in artikel 1 vermelde agendapunten en te beraadslagen en te beslissen overeenkomstig dit besluit en verder al het nodige te doen om de volledige agenda af te werken.

Artikel 3:

Een uittreksel van onderhavige gemeenteraadsbeslissing zal digitaal aan IGEAN dienstverlening worden bezorgd.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Algemene vergadering van IGEAN milieu & veiligheid d.d. 25.06.2026: goedkeuring van de agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring. - Goedgekeurd

 

De gemeenteraad,

Motivering

1. Relevante voorgeschiedenis, feiten en context

Algemeen

Op de buitengewone algemene vergadering van IGEAN cv van 8.11.2003 werd de oprichtingsakte van de opdrachthoudende vereniging IGEAN milieu & veiligheid verleden.

Op 19.12.2003 verscheen de publicatie van de oprichtingsakte en de statuten van IGEAN milieu & veiligheid in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad.

Met de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken van 1.04.2004 werd de oprichting en de statuten van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd.

Op de buitengewone algemene vergadering van 15.06.2007 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd en gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad op 13.08.2007 onder nr. 07120366.

Op de buitengewone algemene vergadering van 18.12.2013 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 10.04.2014 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse rand.

Op de buitengewone algemene vergadering van 17.06.2016 werd de statutenwijziging en verlenging van IGEAN milieu & veiligheid tot 21.06.2034 goedgekeurd. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 3.10.2016 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.

Op de buitengewone algemene vergadering van 19.12.2018 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 27.03.2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding.

Op de algemene vergadering van 28.06.2019 werd de statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd, rekening houdend met het nieuwe decreet lokaal bestuur. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 17.10.2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Op de algemene vergadering van 25.06.2021 werd een statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd in functie van het digitaal vergaderen. Dit werd bevestigd bij het Ministerieel Besluit van 23.11.2021 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.

Op de buitengewone algemene vergadering van 17.12.2025 werd een statutenwijziging van IGEAN milieu & veiligheid goedgekeurd met diverse aanpassingen ter vereenvoudiging van de werking.

De gemeente is lid bij IGEAN milieu & veiligheid.

 

Jaarverslag en jaarrekening

Artikel 454 van het decreet lokaal bestuur van 22.12.2017 bepaalt dat de jaarrekeningen vastgesteld worden door de algemene vergadering in de loop van het eerste semester van het volgende boekjaar aan de hand van een verslag van de raad van bestuur.

Artikel 36 van de statuten van IGEAN milieu & veiligheid bepaalt dat de jaarvergadering elk jaar in de loop van het tweede kwartaal verplicht bijeenkomt. Op deze vergadering wordt de jaarrekening vastgesteld aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de revisor.

De raad van bestuur van 29.04.2026 heeft haar goedkeuring gehecht aan het jaarverslag 2025 evenals aan de jaarrekening 2025. De jaarvergadering verleent kwijting aan de leden van de raad van bestuur en de revisor.

 

Raad van bestuur - benoemen bestuurder(s) met raadgevende stem ter vervanging

Overeenkomstig artikel 440, 4de lid van het decreet lokaal bestuur kunnen aan de vergaderingen van de raad van bestuur worden deelgenomen door rechtstreeks door verschillende gemeenten aangewezen afgevaardigden die lid zijn met raadgevende stem.

De statuten vermelden de criteria die bepalend zijn voor de wijze van aanwijzing van die afgevaardigden, die altijd raadsleden zijn die in de betrokken gemeenten verkozen zijn op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 16§2 van de statuten van IGEAN milieu & veiligheid geeft concreet uitvoering aan voormelde bepaling van het decreet lokaal bestuur.

 

Er kunnen maximaal 3 bestuurders met raadgevende stem benoemd worden.

Indien maximaal drie (3) afgevaardigde worden voorgedragen, dan neemt de algemene vergadering akte van betrokken gemeenteraadsbeslissingen en wonen de aldus voorgedragen leden met raadgevende stem vanaf dat ogenblik de zittingen van de raad van bestuur bij.

Indien meer dan drie (3) afgevaardigden worden voorgedragen, dan neemt de algemene vergadering akte van de betrokken gemeenteraadsbeslissingen en wordt er een rangorde gemaakt op basis van de volgende criteria in dalende volgorde:

1.  het geslacht dat het minst vertegenwoordigd is in de raad van bestuur

2.  de jongste kandidaat.

De eerste drie (3) volgens deze rangorde gerangschikte afgevaardigden wonen vanaf dat ogenblik de raad van bestuur bij als lid met raadgevende stem.

Gelet op de voordracht van meer dan 3 afgevaardigden bij het begin van de nieuwe legislatuur 2025-2030, heeft de buitengewone algemene vergadering van 12.03.2025 en de algemene vergadering van 19.06.2025 akte genomen van de rangorde van de voorgedragen kandidaat-bestuurders met raadgevende stem en volgende kandidaten aangeduid als lid van de raad van bestuur met raadgevende stem: Kato Broos, Anke Muylle en Zoë Helsen.

 

Gelet op het ontslag van Kato Broos als gemeenteraadslid voor de gemeente Brasschaat op 26.01.2026.

Gelet op de rangorde van de overige voorgedragen afgevaardigden, waaruit blijkt dat Charlotte Beyers, gemeente Brecht, de eerstvolgende gerangschikte kandidaat is. Charlotte Beyers wenst het mandaat op te nemen.

Aan de jaarvergadering van 25.06.2026 wordt gevraagd over te gaan tot aanduiding van Charlotte Beyers als lid van de raad van bestuur met raadgevende stem.

 

Uitnodiging algemene vergadering - dagorde

De raad van bestuur van 29.04.2026 heeft beslist om de jaarvergadering van 25.06.2026 om 19.00 uur te organiseren in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem.

 

De dagorde werd als volgt vastgelegd:

1. Goedkeuren van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2025

2. Goedkeuren van het verslag van de revisor over het boekjaar 2025

3. Goedkeuren van de jaarrekening 2025

4. Kwijting verlenen aan de bestuurders en aan de revisor over het boekjaar 2025

5. Aanduiding van bestuurders met raadgevende stem ter vervanging.

 

Met het schrijven van IGEAN dienstverlening van 30.04.2026 werd de uitnodiging en de dagorde voor de jaarvergadering van 25.06.2026 aan alle deelnemers bezorgd.

 

Volgende documenten werden op dat ogenblik via het infonet ter beschikking gesteld van de deelnemers:

  1. uittreksels uit de beslissingen van de raad van bestuur van 29.04.2026
  2. het jaarverslag 2025 met de jaarrekening 2025.

 

Vertegenwoordiger en mandaat algemene vergadering

De gemeenteraad heeft met een afzonderlijk besluit de vertegenwoordiger van de gemeente voor de algemene vergadering van IGEAN milieu & veiligheid reeds aangeduid. Artikel 432 van het decreet en artikel 34§1 van de statuten bepalen dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.
Met onderstaande beslissing wordt aan deze vertegenwoordiger een mandaat gegeven.

 

2. Juridisch kader

     Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017

     Statuten van IGEAN milieu & veiligheid.

 

3. Financiële gevolgen

De jaarvergadering heeft op zich geen financiële gevolgen voor het bestuur.

 

4. Voorafgaande bespreking en adviezen

Toelichting en bespreking van het jaarverslag 2025 en de jaarrekening 2025 op de raad van bestuur van 29.04.2026.

 

5. Bijkomende bespreking

 

Beslist:

Met 11 stemmen voor (Philip Lemal, Rob Mennes, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge en Marjan Nauwelaert), 7 onthoudingen (Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Wannes Van Havere, Koen Van de Wouwer en Kristof Van Landeghem)

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de volledige dagorde van de jaarvergadering van IGEAN milieu & veiligheid die zal gehouden worden in de burelen van IGEAN, Doornaardstraat 60 te 2160 Wommelgem op donderdag 25.06.2026 om 19.00 u evenals van alle daarbij horende documenten en neemt op basis hiervan volgende beslissingen:

1. Goedkeuren van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2025

2. Goedkeuren van het verslag van de revisor over het boekjaar 2025

3. Goedkeuren van de jaarrekening 2025

4. Kwijting verlenen aan de bestuurders en aan de revisor over het boekjaar 2025

5. Aanduiding van bestuurders met raadgevende stem ter vervanging.

Artikel 2:

De vertegenwoordiger van de gemeente de heer Rob Mennes met als plaatsvervanger de heer Philip Lemal, die met een afzonderlijk besluit werd benoemd, wordt gemandateerd om op de jaarvergadering van IGEAN milieu & veiligheid van 25.06.2026 deel te nemen aan de bespreking over de in artikel 1 vermelde agendapunten en te beraadslagen en te beslissen overeenkomstig dit besluit en verder al het nodige te doen om de volledige agenda af te werken.

Artikel 3:

Een uittreksel van onderhavige gemeenteraadsbeslissing zal digitaal aan IGEAN milieu & veiligheid worden bezorgd.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Organisatiebeheersing: kennisname verslag - Aktename.

 

De gemeenteraad,

De gemeente- en OCMW-raad keurden op 31.03.2022 het kader voor de organisatiebeheersing voor Schelle goed;

Gezien volgens artikel 219 van het decreet lokaal bestuur, de algemeen directeur jaarlijks rapporteert aan de gemeenteraad;

 

Neemt akte:

Enig artikel:

De gemeenteraadsleden nemen kennis van de rapportering organisatiebeheersing 2025.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Overzicht punten

Mondelinge vragen.

 

De mondelinge vragen worden beantwoord door de daartoe bevoegde personen.

 

Publicatiedatum: 24/06/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.