De gemeenteraad,

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en latere wijzigingen;

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur van 24 oktober 2025;

Gelet op de nota aan de Vlaamse Regering van 11 september 2025 betreffende het Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning aan organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur - Definitieve goedkeuring;

Gelet op het Meerjarenplan van het lokaal bestuur Schelle 2026-2031;

Gelet op het collegebesluit van 17 november 2025 waarbij een subsidiebedrag van
€ 186.666,67 werd toegekend aan de gemeente voor infrastructuursubsidies voor organisatoren van kinderopvang;

Overwegende dat van de gemeenten wordt verwacht dat zij een subsidiereglement opmaken voor de aanwending van deze middelen;

Overwegende dat de VVSG ter ondersteuning van de lokale besturen een inspiratiedocument ter beschikking stelde voor de opmaak van dit reglement, die als bijlage bij dit besluit wordt gevoegd;

Overwegende dat de dienst openbare werken in het kader van de voorbereiding van dit reglement bijkomende feedback heeft gevraagd aan de VVSG;

 

Beslist:

Met 17 stemmen voor (Philip Lemal, Axel Boen, Vera Goris, Stan Scholiers, Arne Vergauwen, Rita Jacobs, Koen Vaerten, Chantal Jacobs, Kris Huyck, Lindger Boen, Stijn Van Hoofstat, Jef Gys, Inez Van den Berge, Wannes Van Havere, Myriam Baeyens, Kristof Van Landeghem en Marjan Nauwelaert)

 

Artikel 1:

Doel

Dit reglement bepaalt de voorwaarden waaronder de gemeente financiële ondersteuning toekent aan organisatoren van kinderopvang voor infrastructuurinvesteringen die leiden tot de realisatie van nieuwe kinderopvangplaatsen, overeenkomstig het Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur van 24 oktober 2025.

Artikel 2:

Definities

●       VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;

●       Opgroeien Regie: het agentschap, opgericht bij decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;

●       Kinderopvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt;

●       Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning voor 9 of meer kindplaatsen;

●       Subsidiebelofte: Opgroeien kent subsidiebeloftes toe aan een organisator om nieuwe plaatsen te kunnen realiseren op een bepaald moment. Als de plaatsen worden vergund vraagt de organisator de omzetting van de subsidiebelofte naar een subsidietoekenning aan;

●       Vergunde plaats: plaats waarvoor de organisator een vergunning heeft;

●       Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor de organisator een beslissing tot toekenning van de subsidies heeft;

●       Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor Opgroeien de subsidie effectief betaalt;

●       Basissubsidie – vrije prijs (T1): is de subsidie voor kinderopvang waar gezinnen een vrije prijs betalen. Organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen;

●       Subsidie inkomenstarief (T2): is de subsidie voor kinderopvang waar de gezinnen een prijs betalen op basis van het inkomen en kinderen van bepaalde gezinnen voorrang krijgen. Organisatoren moeten aan de voorwaarden van de basissubsidie voldoen en bijkomende voorwaarden;

●       Organisator kinderopvang: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert;

●       Meerjarenprogrammatie: een initiatief van de Vlaamse Regering om het tekort aan kinderopvangplaatsen, specifiek met een inkomenstarief, aan te pakken lopende van 2025 tot 2029;

●       Nieuwe plaatsen: capaciteitsuitbreiding die nog niet vergund is door het agentschap Opgroeien op het moment van de subsidietoezegging. Omschakeling van gezinsopvang naar groepsopvang worden niet als capaciteitsuitbreiding beschouwd.

Artikel 3:

Juridisch kader

●       Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;

●       Vergunningsbesluit van 22 november 2013;

●       Subsidiebesluit van 22 november 2013;

●       Procedurebesluit van 9 mei 2014;

●       Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur;

●       Decreet lokaal bestuur;

●       Masterplan van de Vlaamse Regering voor de toekomst van kinderopvang;

●       Bestemmingsbesluit (artikel 4);

●       Bestemmingsdecreet (artikel 12);

●       DAEB.

Artikel 4:

Meerjarenplan

Deze subsidie draagt bij aan beleidsdoelstelling 4 “We werken aan een gezinsvriendelijke, gezonde en inclusieve leefomgeving” en sluit aan bij actieplan 11 “Duurzaam en gezond samenleven”, meer bepaald actie ACT-59, waarbij de gemeente het behoud en/of de eventuele uitbreiding van een kinderdagverblijf ondersteunt.

Artikel 5:

Doelgroep

De financiële ondersteuning kan uitsluitend worden toegekend aan organisatoren van kinderopvang die voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 4, 1° van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de investeringsinspanning kinderopvang, en die zelf instaan voor de uitvoering van de investering.

Concreet komen enkel organisatoren in aanmerking die voor de betrokken kinderopvanglocatie:

in aanmerking komen voor een vergunning voor groepsopvang, conform de bepalingen van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters;

in aanmerking komen voor een basissubsidie (T1) of een subsidie voor inkomenstarief (T2), zoals vermeld in artikelen 7 en 8 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters;

beschikken over een subsidiebelofte of subsidiebeslissing van Agentschap Opgroeien voor het realiseren van nieuwe kinderopvangplaatsen met een basissubsidie (T1) en/of een subsidie voor inkomenstarief (T2), in het kader van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;

aanvaarden dat Zorginspectie controle kan uitoefenen op de aanwending van de financiële ondersteuning en dat zij hiervoor toegang krijgt tot alle relevante documenten en, indien nodig, controles ter plaatse of vanop afstand kan uitvoeren.

Artikel 6:

Toepassingsgebied

De financiële ondersteuning kan worden toegekend voor infrastructuurprojecten die leiden tot de realisatie van nieuwe kinderopvangplaatsen in groepsopvang.

Enkel nieuwe kinderopvangplaatsen van het type:

●       T1 (plaatsen met vrije prijs), en/of

●       T2 (plaatsen met inkomenstarief),
komen in aanmerking voor financiële ondersteuning.

Projecten die leiden tot de realisatie van T2-plaatsen (inkomenstarief) krijgen voorrang bij de toekenning van subsidies.

De subsidie moet worden aangewend voor een kinderopvanglocatie gelegen op het grondgebied van de gemeente.

Artikel 7:

Uitsluitingen

Gezinsopvang komt uitdrukkelijk niet in aanmerking voor deze financiële ondersteuning.

De subsidie kan niet worden aangewend voor andere doeleinden dan deze vermeld in dit reglement.

Artikel 8:

Beschikbaar budget

Voor de uitvoering van dit reglement beschikt de gemeente over een subsidiebedrag van
€ 186.666,67, toegekend door het VIPA in het kader van de Vlaamse investeringsinspanning kinderopvang. Dit bedrag vormt het maximale beschikbare budget voor de toekenning van financiële ondersteuning op basis van dit reglement.
De gemeente voorziet geen bijkomende eigen middelen bovenop dit bedrag.

Artikel 9:

Subsidiebedrag en subsidieerbare kosten

De subsidie bedraagt maximaal:

●       60 % van de reële bouwkosten exclusief btw voor kinderopvanglocaties waarvoor geen eerdere VIPA-infrastructuursubsidie werd toegekend;

15 % van de reële bouwkosten exclusief btw voor kinderopvanglocaties waarvoor reeds een VIPA-infrastructuursubsidie werd toegekend.

Deze percentages vormen een bovengrens en houden geen recht in op het verkrijgen van het maximale subsidiebedrag.

De financiële ondersteuning heeft betrekking op de reële bouwkosten exclusief btw die noodzakelijk zijn voor de realisatie van nieuwe kinderopvangplaatsen, zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering.

Onder reële bouwkosten worden verstaan:

a) in geval van werken: 

●       de kosten voor ruwbouw;

●       afwerking;

●       technische installaties, vaste inrichting;

●       studie- en algemene kosten;

●       omgevingswerken;

b) in geval van aankoop: 

●       de finale aankoopprijs van het gebouw;

●       de notariskosten;

●       de registratierechten.

Enkel kosten die functioneel noodzakelijk zijn voor de realisatie van nieuwe kinderopvangplaatsen komen in aanmerking voor financiële ondersteuning.

Artikel 10:

Staatssteun

De subsidie wordt toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 VWEU).

Artikel 11:

Toekenningswijze

De subsidies worden toegekend na een open oproep die door de gemeente wordt georganiseerd.

Indien de totale enveloppe van de ontvankelijke aanvragen het beschikbare budget van

€ 186.666,67 overschrijdt, worden de middelen bij voorrang toegekend aan projecten die leiden tot de realisatie van T2-plaatsen (inkomenstarief).

Bij de verdeling van de middelen wordt de volgende rangorde gehanteerd onder de tijdig ingediende aanvragen:

Prioriteit 1:

Projecten die uitsluitend of deels T2-plaatsen realiseren.

Prioriteit 2:

Projecten die T1-plaatsen realiseren (enkel indien er nog budget resteert na de toekenning aan Prioriteit 1).

Indien het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen binnen dezelfde prioriteitscategorie volledig te subsidiëren, worden de projecten binnen die categorie gerangschikt op basis van het hoogste aantal nieuw te realiseren kinderopvangplaatsen.

Indien na toepassing van bovenstaande criteria projecten nog steeds gelijk scoren (gelijk aantal plaatsen en gelijke prioriteitscategorie), maakt het college van burgemeester en schepenen een gemotiveerde keuze op basis van de uitvoerbaarheid van het project. Hierbij wordt gekeken naar de concrete haalbaarheid binnen de voorziene termijnen en de realisatiekansen van het dossier. Het budget wordt toegekend volgens deze rangschikking tot het uitgeput is.

Indien na afloop van een oproep nog een restbudget beschikbaar blijft, kan het college beslissen om een bijkomende oproep te organiseren voor het resterende budget.

Op deze bijkomende oproep zijn dezelfde voorwaarden en toekenningsregels van toepassing als op de oorspronkelijke oproep.

De subsidies worden toegekend binnen de perken van het beschikbare budget.
Er bestaat geen recht op subsidie, noch op het maximale subsidiepercentage.

Artikel 12:

Procedure

De financiële ondersteuning wordt toegekend en uitbetaald volgens onderstaande procedure.

 

1. Indiening van de aanvraag
De aanvraag wordt ingediend via de gemeentelijke website aan de hand van het daartoe voorziene formulier. De aanvraag bevat minstens:

●       de identificatiegegevens van de organisator;

●       de gegevens van de kinderopvanglocatie;

●       het aantal bestaande vergunde opvangplaatsen op deze locatie;

●       het aantal nieuwe opvangplaatsen waarvoor een subsidiebelofte van Agentschap Opgroeien werd verkregen;

●       een omschrijving van de geplande werken;

●       bewijs van uitvoerbaarheid: een realistische planning van de werken of de opstart (waaruit blijkt wanneer de plaatsen effectief operationeel zijn) en een eigendomsbewijs, een (concept)huurovereenkomst of een zakelijk recht met betrekking tot de beoogde opvanglocatie, óf een bewijs dat de locatie reeds vergund is voor kinderopvang;

●       een raming van de totale reële bouwkosten (exclusief btw);

●       de oppervlakte en het grondplan van de locatie;

●       een vermelding of al dan niet een klassieke VIPA-infrastructuursubsidie werd toegekend.

 

Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich akkoord met de bepalingen van dit subsidiereglement.

 

2. Ontvangstmelding
De gemeente bezorgt de organisator een ontvangstmelding van de aanvraag.

 

3.  Administratieve controle
Het lokaal bestuur onderzoekt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van dit reglement en of het dossier volledig en ontvankelijk is.

 

4. Principiële beslissing
Het college van burgemeester en schepenen neemt een principiële beslissing over:

●       de toepassing van het subsidiepercentage (15 % of 60 %);

●       het maximale subsidiebedrag op basis van de geraamde reële bouwkosten;

●       de verdere opvolging van het dossier.

 

De nodige middelen worden vastgelegd bij de financiële dienst.

 

5. Uitbetaling en verantwoording

In geval van werken wordt de subsidie uitbetaald in schijven, naargelang de voortgang van de werken en op basis van de ingediende facturen. De uitbetaling gebeurt in vier schijven van 25 %, 50 %, 75 % en 100 % van de uitgevoerde werken.

 

In geval van aankoop wordt de subsidie uitbetaald na voorlegging van de aankoopakte en het bewijs van betaling van de aankoopprijs.

 

Indien een project zowel aankoop als werken omvat, kan een combinatie van beide uitbetalingsmethodes worden toegepast.

 

De organisator bezorgt alle relevante facturen, zodat kan worden nagegaan of de toegekende subsidie het maximale subsidiepercentage van 15 % of 60 % van de totale reële bouwkosten niet overschrijdt.

Na afronding van de werken wordt een finale controle uitgevoerd op basis van alle ingediende facturen.

 

6. Afsluiting van het dossier
Na de finale controle wordt het dossier administratief afgesloten, zowel naar de organisator toe als intern binnen het lokaal bestuur en de financiële dienst.

 

Artikel 13:

Toezicht en controle

Het lokaal bestuur heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie(s) en het naleven van de bepalingen van dit reglement en het BVR te doen controleren.

Het lokaal bestuur kan tevens steeds informatie opvragen omtrent de naleving van de bepalingen van dit reglement en BVR. De organisator levert deze informatie na eenvoudig verzoek van het lokaal bestuur.

Ingeval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

Artikel 14:

Sancties

De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. De gesubsidieerde onroerende infrastructuur moet vanaf de datum van ingebruikname gedurende minstens 25 jaar haar bestemming als kinderopvang behouden. Het gemeentebestuur ziet toe op de naleving van deze bestemmingsduur. Indien deze bestemmingsduur niet wordt gerespecteerd, wordt de toegekende financiële ondersteuning geheel of gedeeltelijk teruggevorderd, overeenkomstig de toepasselijke Vlaamse regelgeving.

De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd als de organisator:

●       de voorwaarden van dit subsidiereglement niet naleeft of niet heeft nageleefd;

●       de subsidie aanwendt of heeft aangewend voor een ander doel dan waarvoor ze werd toegekend;

●       in staat van faillissement verkeert of failliet wordt verklaard, dan wel blijk geeft van een nakend faillissement;

●       zijn activiteiten stopzet of ophoudt te bestaan binnen de 25 jaar na ontvangst van de subsidies;

●       de toepasselijke wetgeving niet naleeft, dan wel een inbreuk pleegt tegen de openbare orde die een negatieve weerslag heeft op de uitvoering van het project;

●       valse verklaringen heeft afgelegd met het oog op het verkrijgen van de subsidie;

●       de in de aanvraag omschreven investeringen niet realiseert en de motivering van de organisator niet wordt aanvaard;

●       de controle door het lokaal bestuur verhindert;

●       een overcompensatie wordt vastgesteld overeenkomstig de toepasselijke DAEB-regelgeving.

Artikel 15:

Inwerkingtreding

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement en met de behandeling van de subsidieaanvragen.

Dit reglement treedt in werking na de bekendmaking ervan overeenkomstig het Decreet Lokaal Bestuur.

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.